Begrippen IAM

Uit NORA Online
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


In de Expertgroep IAM januari 2024 is besloten de begrippen te updaten en waar mogelijk de begrippen te integreren in het NORA-brede Begrippenkader. De voortgang hiervan wordt bijgehouden op Update IAM begrippen 2024.

Doel en proces opname[bewerken]

Deze lijst met begrippen werd opgesteld om binnen de overheid c.q. samenleving te komen tot meer eenduidige en gedeelde beelden inzake Identity & Access Management (IAM). Doel is om de relevante begrippen in de NORA op te nemen, samen met een visualisatie en beschrijving van hun samenhang.

Het is een generiek en toepassings-onafhankelijk begrippenkader voor IAM. De toepassingsgebieden waarin IAM wordt gebruikt, hanteren elk vaak eigen, op de toepassing toegesneden, definities, waardoor een grote variëteit aan net-niet-gelijke definities is ontstaan. Begrippen IAM biedt een basis set aan definities als Referentie Architectuur voor consistente uitwerkingen binnen de NORA van deelaspecten van IAM. De gangbare synoniemen en toepassings-specifieke definities zijn ter verduidelijking opgenomen in uitklapbare secties.

Elk begrip dat breed genoeg gedragen blijkt, wordt toegevoegd aan het Begrippenkader van NORA. Voor die begrippen is het mogelijk om een tooltip met de beschrijving van het begrip te tonen door de muis boven het woord stil te houden, op welke pagina het woord dan ook staat. Waar mogelijk wordt de samenhang van begrippen aangegeven en gevisualiseerd.

Objectmodel Definities[bewerken]

Het objectmodel voor IAM identificeert welke concepten uit de reële wereld relevant zijn voor het onderwerp IAM, en het beschrijft de relaties tussen de objecten. De figuur hieronder is grafische weergave van de concepten en hun relaties; de uitwerking in een architectuur model staat na de definitie uitgetekend.

”Bestuurlijke plaat Identity & Access Management”
Objectmodel Bestuurlijke plaat IAM

Entiteit
Een herkenbaar en onderscheidbaar iets dat relevant is voor IAM en waarbij een Digitale Identiteit kan behoren.

  • Een Entiteit kan zowel een fysieke als logische form hebben. Voorbeelden van Entiteiten zijn, een persoon, een organisatie, een fysiek apparaat, een SIM kaart, een software toepassing en een proces dat draait op een fysiek apparaat.
  • Er is een onderscheid tussen 3 soorten Entiteiten: Natuurlijke Personen, Niet-Natuurlijke personen en Devices.

Natuurlijk persoon
Een persoon van vlees en bloed die rechten en plichten kan hebben

  • Er zijn meerdere soorten te onderkennen, een daarvan is het onderscheid tussen personen die ingezetene zijn van Nederland en zij dit dat niet zijn

Niet-Natuurlijk Persoon
Een Niet-Natuurlijk Persoon is een Rechtspersoon of een samenwerkingsverband van Natuurlijk Personen. Een Rechtspersoon is een door de wet mogelijk gemaakte entiteit, die drager kan zijn van rechten en plichten.

  • Zie hier voor een uitleg van het begrip Rechtspersoon. Een BV, NV, Stichting en vereniging zijn voorbeelden van een Rechtspersoon; een Maatschap en VOF zijn samenwerkingsverbanden die geen Rechtspersoon zijn.
  • Niet-natuurlijke personen zijn meestal geregistreerd zijn in HR (Basisregistratie Handelsregister); Er zijn een 4-tal "sui generis" organisaties die bij wet zijn gedefinieerd (Rechtspraak, Hoge Raad, Openbaar Ministerie en Nationale Politie) die niet in die Basisregistratie voorkomen.

Device (Technische component)
Een fysiek apparaat, software, of de draaiende geautomatiseerde processen.

  • Voorbeeld van Devices zijn een computer, telefoon, een app op een smartphone of een digitale deurbel met camera functie
  • Devices hebben een Digitale Identiteit nodig voor Informatiebeveiligingsfuncties.

Digitale Identiteit
Een Digitale Identiteit is een verzameling gegevens (Attributen) die een digitale representatie zijn van een Entiteit binnen een bepaald digitaal toepassingsgebied.

  • Een Entiteit kan meerdere Digitale Identiteiten hebben (binnen hetzelfde of andere contexten)
  • Digitale Identiteiten kunnen een onderlinge samenhang hebben waarbij enkele attributen in een Afhankelijke Digitale Identiteit een-op-een gelijk zijn aan de overeenkomstige attributen in een Leidende Digitale Identiteit. Het is dan een kwaliteitseis dat deze attributen in de afhankelijke Digitale Identiteit een zekere mate gelijk moeten zijn en gelijk gehouden worden aan die in de Leidende Digitale Identiteit; denk aan verschil tussen registratie in de BRP en de gegevens in een paspoort.
  • Bij een Digitale Identiteit kan metadata behoren, bijvoorbeeld de organisatie die de Digitale Identiteit heeft vastgesteld en de datum waarop dat is gedaan, en de mate van betrouwbaarheid van attributen.

Attribuut
Een enkelvoudig of samengesteld informatie element dat onderdeel is van een Digitale Identiteit; is de digitale representatie van een eigenschap van een Entiteit.

  • Het hebben van een (bedrijfs)rol is een eigenschap van een entiteit en kan dus beschouwd worden als een attribuut.

Betrouwbaarheidsniveau
De mate van zekerheid waarmee attributen, identiteiten, authenticatiemiddelen en/of bevoegdheden zijn vastgesteld.

  • Hierbij is meestal een derde/onafhankelijke partij aanwezig die op basis van vastgelegde criteria het betrouwbaarheidsniveau bepaald en die door zowel de Entiteit als de Resource vertrouwd worden.
Toepassingsgebied (Context, Inzetgebied en Domein)
Aanduiding van een omgeving waar binnen Digitale Identiteiten gebruikt worden en dus een betekenis hebben.
  • Bijvoorbeeld: "Interactie tussen Nederlands staatsburger en de Overheid"; of "werkzaam zijn voor een specifieke organisatie"
Identifier
Een or meer attributen die gezamenlijk binnen de context bij exact één Entiteit behoren.
  • Een natuurlijk persoon heeft binnen de context van burgers in Nederland meerdere Identifiers: Zowel het BSN (een enkel attribuut) als de combinatie van voor- en achternamen, geboortedatum, geboorteplaats horen bij dezelfde persoon.

Gevalideerd Identiteitsbewijs (Authenticatiemiddel, Identificatiemiddel)
Een fysiek of digitaal middel op grond waarvan authenticatie van een gebruiker kan plaatsvinden; i.e. een drager van een Digitale Identiteit met een vastgesteld betrouwbaarheidsniveau. Een Identiteitsbewijswordt met een uitgifte proces door een middelenuitgever verstrekt aan de Entiteit.

  • Het betrouwbaarheidsniveau wordt bepaald door de processen die bij de uitgifte van het middel zijn gevolgd.
  • Een Identiteitsbewijs bevat een Identifier van de gebruiker, de uitgever van het middel, en optioneel extra attributen.
  • Traditioneel wordt het begrip Authenticatiemiddel gebruikt, binnen eIDAS is gekozen voor Identificatiemiddel.
  • Certificaten en soft-tokens (bijv. OAuth, SAML of Kerberos) zijn voorbeelden van digitale Identificatiemiddelen.

Gerelateerde begrippen

Vouw uit voor specifieke definities uit toepassingsgebieden
  • Identiteit (Stelsel_Elektronische_Toegangsdiensten)
    Bron: [1] De volledige maar dynamische set van alle attributen behorende bij een bepaalde entiteit die het mogelijk maakt betreffende entiteit van andere te onderscheiden. Elke entiteit heeft maar één identiteit. De identiteit behoort toe aan de entiteit.
  • Elektronisch identificatiemiddel (Gevalideerd Identiteitsbewijs) (eIDAS-verordening)
    Bron: [2] (artikel 3): een materiële en/of immateriële eenheid die persoonsidentificatiegegevens bevat en die gebruikt wordt voor authenticatie bij een onlinedienst;
  • Betrouwbaarheidsniveau (eIDAS-verordening)
    Bron: [3] (inleiding): moet de mate van vertrouwen weergeven die in een elektronisch identificatiemiddel kan worden gesteld voor het vaststellen van de identiteit van een persoon, en moet zodoende zekerheid geven dat de persoon die beweert een bepaalde identiteit te hebben ook daadwerkelijk degene is aan wie deze identiteit is toegekend.
  • Burgerservicenummer (identifier) (Burgerservicenummer (BSN))
    Bron: [4] uniek persoonsnummer teneinde de doelmatigheid van de administraties van de overheid en enige andere sectoren te vergroten en de dienstverlening aan de burger te verbeteren
    Bron: [5] Het burgerservicenummer (BSN) is een uniek persoonsnummer voor iedereen die ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen (BRP).
  • Publieke domein (Toepassingsgebied) (Stelsel_Elektronische_Toegangsdiensten)
    Bron: [6] Het domein waarbij interacties plaatsvinden tussen natuurlijke personen / niet-natuurlijke personen enerzijds en de Dienstverleners met een publieke taak anderzijds. Een Dienstverlener is 'publiek' wanneer het een bestuursorgaan in de zin van afdeling 1.1 van de Algemene wet bestuursrecht betreft, maar ook wanneer het andere overheidsorganen alsmede natuurlijke en rechtspersonen, niet zijnde overheidsorganen betreft, die vanwege het uitoefenen van een publieke taak gerechtigd zijn het burgerservicenummer (BSN) te gebruiken
  • Inzetgebied (Toepassingsgebied) (Stelsel_Elektronische_Toegangsdiensten)
    Bron: [7]: Een ... erkende groep gebruikers ... Voorbeelden zijn: bedrijven ..., beroepsbeoefenaren, consumenten ... of burgers
  • Openbare instantie (eIDAS-verordening)
    Bron: [8] (artikel 3): een staat, regionale of lokale overheden, publiekrechtelijke instellingen en samenwerkingsverbanden bestaand uit één of meer van deze overheidsinstanties of een of meer van deze publiekrechtelijke instellingen, of een private entiteit die door ten minste een van deze autoriteiten, publiekrechtelijke instellingen of verenigingen is gemachtigd tot het verlenen van openbare diensten, wanneer zij in die hoedanigheid optreden; ... publiekrechtelijke instelling: een instelling volgens de definitie in punt 4 van artikel 2, lid 1, van Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad;


Resource
Een fysieke component of een eenheid van informatie waartoe een Entiteit toegang zou kunnen krijgen.

  • Een Resource kan worden gezien als een Entiteit; Resources kunnen dus een Digitale Identiteit hebben.

(digitale) Dienst
(concept) Een faciliteit waarmee digitale dienstverlening wordt aangeboden.

Zaak (case, dossier, …)
(concept) Aanduiding voor digitale object binnen een dienst waarop bevoegdheden worden vastgelegd

  • Een zaak komt vaak overeen met een onderscheidbaar object in de fysieke wereld, zoals bijv. een Rechtszaak, Vergunningsaanvraag, Dossier, etc..

Bevoegdheid (Toegangsrecht, Autorisatie)
Een toestemming van een Entiteit of danwel zelf, danwel als vertegenwoordiger van een belanghebbende, om toegang te krijgen tot een Resource waarbij voorwaarden kunnen worden gedefinieerd op de attributen van de Digitale Identiteit.

  • Een Bevoegdheid is randvoorwaardelijk voor het krijgen van toegang, maar niet voldoende.
  • Bevoegdheden kunnen als informatie object zijn vastgelegd, maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn; bijvoorbeeld als deze bij wet bepaald is.
Machtiging (Vertegenwoordiging)
(concept)Een bevoegdheid van een Entiteit om namens een Andere Identiteit toegang te krijgen tot een resource (en daar handelingen op te verrichten).
  • Een Machtiging kan een vrijwillig karakter hebben ("vrijwillige machtiging"), bijvoorbeeld op basis van de Algemene Wet Bestuursrecht.
  • Tot een onvrijwillige Machtiging kan door de wetgever of bevoegd gezag eenzijdig worden besloten ("Wettelijke Vertegenwoordiging") als de betrokkene niet handelingsbekwaam of -bevoegd is: bij vertegen-woordiging van minderjarigen, curatele, beschermingsbewind, mentor¬schap, schuld¬sanering of faillissement.
  • Machtigingen worden vaak in een Machtigingenregister vastgelegd, dit hoeft echter niet. In de fysieke wereld zie je dit bijvoorbeeld bij een stembiljet, of bij het vertegenwoordigen van minderjarigen door hun biologische ouders.
Vouw uit voor specifieke definities uit toepassingsgebieden
  • Persoonsidentificatiegevens (digitale identiteit) (eIDAS-verordening) Bron: [9] (artikel 3)een reeks gegevens aan de hand waarvan de identiteit van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, of een natuurlijke persoon die een rechtspersoon vertegenwoordigt, kan worden vastgesteld
  • Vertegenwoordiging (Machtiging) (Stelsel_Elektronische_Toegangsdiensten) Bron: [10]: De rechtsfiguur die inhoudt dat de rechtsgevolgen van een door een bepaalde Partij (de Vertegenwoordiger of Gemachtigde) in naam van een andere partij (de Vertegenwoordigde dienstafnemer) met een derde verrichte handeling aan de vertegenwoordigde worden toegerekend. De Bevoegdheid tot het verrichten van vertegenwoordigingshandelingen vloeit voort uit hetzij de wet hetzij een volmacht (privaatrecht) hetzij uit een machtiging (bestuursrecht). Zo'n bevoegdheid kan eventueel ingeperkt zijn tot bepaalde rechtshandelingen, of een bepaalde relevante omvang ten aanzien van rechtshandelingen.
  • Vertegenwoordiger (Stelsel_Elektronische_Toegangsdiensten) Bron: [11]: De Partij die bevoegd is om een andere partij (de vertegenwoordigde) te vertegenwoordigen in het verrichten van handelingen met derden.
  • Vertegenwoordigde(Belanghebbende) (Stelsel_Elektronische_Toegangsdiensten) Bron: [12] De partij die de vertegenwoordiger de bevoegdheid heeft verleend om in naam van eerstgenoemde te handelen.
  • Machtiging (Stelsel_Elektronische_Toegangsdiensten) Bron: [13]: Een herroepbare bevoegdheid die een vertegenwoordigde verleent aan een andere partij (de gemachtigde) om in naam van eerstgenoemde rechtshandelingen te verrichten. Een machtiging kan algemeen of bijzonder zijn. Een bijzondere machtiging is beperkt tot bepaalde rechtshandelingen of een bepaalde relevante omvang ten aanzien van rechtshandelingen. Machtiging kan worden gezien als synoniem aan volmacht zij het dat de term machtiging voornamelijk in bestuursrechtelijke context wordt gebruikt.
  • Gemachtigde (Vertegenwoordiger) (Stelsel_Elektronische_Toegangsdiensten) Bron: [14]: De partij die (op grond van wet of machtiging c.q. volmacht) bevoegd is om in naam van de vertegenwoordigde bepaalde handelingen te verrichten

Het objectmodel hieronder beschrijft de samenhang en relaties tussen de begrippen op basis van de definities. Er zijn hier twee relaties opgenomen: Specialisatie A --> B (A is een specifieke versie van B) en Aggregatie A --<> B (De definitie van B gebruikt begrip A). Het objectmodel is geen datamodel; in dat geval zou de relatie tussen Attribuut en Entiteit andersom getekend worden.

”Objectmodel Definities Identity & Access Management”
Objectmodel Definities Identity & Access Management

Gedragsmodel Identiteiten[bewerken]

Een gedragsmodel beschrijft op basis van welke informatie (veelal links getekend) door een proces (meestal in het midden) wordt omgezet naar nieuwe informatie (rechtsgetekend). De actoren die het proces uitvoeren zijn niet getekend omdat de namen die aan de actoren gegeven worden sterk verschillen per toepassingsgebied.

De functie Identiteitenbeheer brengt Digitale identiteiten tot stand voor Entiteiten (zoals Personen). Het beheer betreft ook de attributen die aan de Digitale entiteit zijn gerelateerd. Wanneer nodig zorgt de functie eveneens voor het actualiseren daarvan.

”Gedrag Identiteiten beheer”
Entiteiten relatie


Identiteitenbeheer
Proces dat Digitale identiteiten tot stand brengt (en onderhoudt/actualiseert) voor Entiteiten (zoals Personen of nog specifieker Natuurlijke personen).

  • De belanghebbende bij de juistheid van de digitale identiteit is de gerelateerde entiteit (natuurlijk of niet-natuurlijk persoon)
  • Het beheer betreft ook de attributen die aan de Digitale entiteit zijn gerelateerd.
  • Het beheer van een identiteit wordt vaak door een andere Entiteit worden gedaan; een Entiteit kan ook zijn eigen Identiteit beheren
  • Identiteitenbeheer binnen een organisatie kent vaak geen hoge beschikbaarheid (bijv. kantoortijden)
Identificatie ( Identificeren)
Het proces om een Entiteit binnen een context te onderscheiden van andere Entiteiten op basis van gepresenteerde of geobserveerde attributen

Identiteiteninformatie
Proces om attributen van een Identiteit, uit 1 of meerdere bronnen, te kunnen verstrekken aan geautoriseerde afnemers.

  • Deze informatie kan worden verstrekt aan personen (adressengids) als aan technische voorzieningen (die ook wel een Policy Information Point (=PIP) worden genoemd.
  • Hiermee wordt het mogelijk het bij elkaar verzamelen van attributen (zoals NAW gegevens bij een BSN) op één gemeenschappelijk punt te realiseren zonder dat elke dienst dit zelfstandig moet doen.
  • De belanghebbende bij Identiteiten informatie is de dienst die (attributen van) de identiteit gebruikt
  • De beschikbaarheid van Identiteiteninformatie is vaak gelijk of hoger aan het de beschikbaarheid van de afnemende diensten. Dit is vaak 24/7.

Relevante onderwerpen

Vouw uit voor specifieke definities uit toepassingsgebieden
  • elektronische identificatie (identificatie) (eIDAS-verordening)
    Bron: [15] (artikel 3): het proces van het gebruiken van persoonsidentificatiegegevens in elektronische vorm die op unieke wijze een natuurlijke persoon of rechtspersoon, of een natuurlijke persoon die een rechtspersoon vertegenwoordigt, aanduiden;

Gedragsmodel Authenticatie[bewerken]

”Authenticatie middelen beheer”
Authenticatie


Authenticatie(middelen)beheer
Het proces dat Entiteiten voorziet van Authenticatiemiddelen of deze middelen intrekt.

  • De functie Authenticatie(middelen)beheer voorziet in Authenticatiemiddelen voor Digitale identiteiten, die veelal zijn gebaseerd op Wettelijke identiteitsbewijzen.
Authenticeren
Het aantonen dat degene die zich identificeert ook daadwerkelijk degene is die zich als zodanig voorgeeft: ben je het ook echt? Authenticatie noemt men ook wel verificatie van de identiteit.
Authenticatiefactor
Authenticatiefactor: een attribuut waarvan is bevestigd dat deze gebonden is aan een Entiteit en die onder een van de drie volgende categorieën valt.
  1. Op bezit gebaseerde authenticatiefactor: een authenticatiefactor waarvan de Entiteit moet aantonen dat deze in zijn bezit is.
  2. Op kennis gebaseerde authenticatiefactor: een authenticatiefactor waarvan de Entiteit moet aantonen dat hij ervan kennis draagt.
  3. Inherente authenticatiefactor: een authenticatiefactor die op een fysiek kenmerk van een Entiteit is gebaseerd en waarbij de Entiteit moet aantonen dat hij dat fysieke kenmerk bezit.
Voorbeelden van authenticatiefactoren zijn een fysieke pas of token (bezit), een wachtwoord (kennis) of biometrische kenmerken zoals vingerafdruk, patronen op een iris, en layout van een hand.

Relevante onderwerpen:

”Gedrag Authenticatie”
Authenticatie


Authenticatie (als functie)
De functie Authenticatie levert aan de hand van Authenticatiemiddelen Identiteitsverklaringen voor Digitale identiteiten.

  • Wanneer noodzakelijk voor latere autorisatie worden één of meer Attributen opgenomen in een Identiteitsverklaring.

Authenticatie (Authenticeren)
Het proces waarbij op basis van één of meer Authenticatiefactoren wordt geverifieerd of de Identiteit die door de Entiteit geclaimd, ook daadwerkelijk behoord bij betreffende Identiteit op het aangegeven betrouwbaarheidsniveau. Hieronder valt de controle op de geldigheid van de gebruikte authenticatiemiddelen.

  • Bij authenticatie kunnen attributen gebruikt worden waarin de Entiteit zijn (lokale) tijd en plaats aangeeft.
  • Authenticatie kan op veel verschillende manieren worden ingevuld (federatief, centraal), deze keuzes en principes daarbij zijn grotendeels toepassingsgebied afhankelijk en zijn daarom niet in dit gedragsmodel opgenomen.

Identiteitsverklaring (Gevalideerd Identiteitsbewijs)
Uitkomst van een authenticatie die is uitgevoerd door een onafhankelijke partij.

  • De identiteitsverklaring bevat de attributen waarover de verklaring gaat.
  • Een Wettelijk Identiteitsbewijs is een door de overheid afgegeven Identiteitsverklaring.
  • Het betrouwbaarheidsniveau maakt deel uit van de Identiteitsverklaring; soms is deze meta-gegeven in de verklaring opgenomen.

Relevante onderwerpen

Vouw uit voor specifieke definities uit toepassingsgebieden
  • Authenticatie (eIDAS-verordening)
    Bron: [16] (artikel 3)een elektronisch proces dat de bevestiging van de elektronische identificatie van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, of van de oorsprong en integriteit van gegevens in elektronische vorm mogelijk maakt;
  • Authenticatieverklaring (Stelsel_Elektronische_Toegangsdiensten)
    Bron: [17] Een Verklaring waaruit het bestaan en de juistheid kan worden opgemaakt van een Authenticatie (authenticeren) die heeft plaatsgevonden in de context van een bepaalde handeling of dienst.

Gedragsmodel Bevoegdheden en Autorisatie[bewerken]

De functie Bevoegdhedenbeheer zorgt voor een formele (en actuele) vastlegging van Bevoegdheden, die vanuit de Digitale identiteit van de Belanghebbende worden toegekend aan de Digitale identiteit van de Vertegenwoordiger. De bevoegdheid is veelal beperkt tot een Resource/een reeks Resources. De bevoegdheid kan voor beperkte duur gelden, of gelden totdat die wordt ingetrokken.

”Gedrag bevoegdheden beheer”
Bevoegdhedenbeheer


De functie Autorisatie voor een Entiteit die namens zichzelf handelt wordt uitgevoerd aan de hand van Autorisatieregels die zich (onder andere) baseren op Attributen in de Identiteitsverklaring. De functie leidt tot een Autorisatiebeslissing die (inclusief de Identiteitsverklaring) kan worden bewaard om zich later te kunnen verantwoorden voor het toegang geven tot een Resource.

Wanneer een Entiteit een andere Entiteit vertegenwoordigt wordt eerst de functie Bevoegdheidsbepaling uitgevoerd, die leidt tot Bevoegdheidsverklaringen waarin (wanneer nodig) Attributen van de Digitale identiteit van de Belanghebbende zijn opgenomen. De functie Autorisatie neemt op basis van Autorisatieregels ook de vastgestelde bevoegdheden in beschouwing bij het nemen van Autorisatiebeslissingen. Ook bewaarde Bevoegdheidsverklaringen helpen bij latere verantwoording over Autorisatiebeslissingen.

”Gedrag Autorisatieregel beheer”
Identiteiten beheer

Autorisatieregelbeheer
De functie autorisatieregel beheer formuleert de Autorisatieregels die worden toegepast bij het nemen van Autorisatiebeslissingen voor een Resource.

Autorisatieregel
(concept) Als informatie vastgelegde bevoegdheid

  • Autorisatieregels wordt vaak geformuleerd in termen van voorwaarden die gesteld worden aan zowel de entiteit als de resource
    Alle burgers met een DigID met niveau Laag mogen bij het CJIB hun verkeersovertredingen inzien.

Autorisatie (Autoriseren)
Het proces om te beslissen of een Entiteit op grond van een Authenticatiemiddel, Identiteitsverklaring, of een Machtiging toegang krijgt tot een Resource. De beslissing wordt mede gebaseerd op het bij de resource behorende Autorisatieregels en omgevingsfactoren.

  • Voorbeelden van omgevingsfactoren zijn het moment op de dag en de locatie
  • Vaak is er een splitsing in een functie om de autorisatiebeslissing te nemen (ook wel genoemd: PDP = Policy Decision Point) wat resulteert in een Autorisatiebeslissing (soms ook toegangstoken genoemd) en een functie om deze beslissing af te dwingen op basis van het Autorisatiebeslissing (ook wel genoemd: PEP = Policy Enforcement Point). De beslissingsfunctie (PDP) functie kan zowel binnen een dienst als daarbuiten worden uitgevoerd; de het afdwingen van de beslissing (PEP) wordt noodzakelijkerwijs altijd binnen de dienst uitgevoerd.

Relevante onderwerpen

Autorisatieregels
De regels die zijn gesteld voor toegang tot een Resource en waaraan moet worden voldaan voordat een Entiteit daadwerkelijke toegang krijgt tot een Resource. Autorisatieregels worden afgedwongen door de Entiteit die de Resource aanbiedt.

  • Autorisatieregels kunnen bijvoorbeeld bepalen dat omgevingsfactoren (zoals tijd en plaats) randvoorwaardelijk zijn voor toegang.
  • Autorisatieregels kunnen door de aanbiedende Entiteit vastgesteld worden of aan hem worden omgelegd, bijvoorbeeld door wettelijke bepalingen.

Autorisatiebeslissing
Uitkomst van een Autorisatie.

Bevoegdheden Beheer
Proces dat voor een formele (en actuele) vastlegging van Bevoegdheden, die vanuit de Digitale identiteit van de Belanghebbende worden toegekend aan de een Entiteit. De bevoegdheid is veelal beperkt tot een Dienst/een reeks Diensten of een Zaak/reeks Zaken.

  • De bevoegdheid kan voor beperkte duur gelden, of gelden totdat die wordt ingetrokken.

Bevoegdheidsverklaring (concept)Uitkomst van een Autorisatie die is uitgevoerd door een onafhankelijke partij.

  • Het betrouwbaarheidsniveau maakt deel uit van de Bevoegdheidsverklaring.

Gerelateerde onderwerpen

Vouw uit voor specifieke definities uit toepassingsgebieden
  • Autorisatie(Stelsel_Elektronische_Toegangsdiensten)
    Bron: [18] Het verlenen van toestemming (een bevoegdheid) aan een geauthenticeerde partij om toegang te krijgen tot een bepaalde dienst of toestemming om een bepaalde actie uit te voeren. Een autorisatie kan worden vastgelegd in toegangsrechten. Het verlenen van toegang kan (mede) gebaseerd zijn op die in toegangsrechten vastgelegde autorisatie.

Ontstaansgeschiedenis en verantwoording[bewerken]

De definities op deze pagina zijn overgenomen van een werkgroep die zich heeft georiënteerd op de aspecten Identificatie, Authenticatie en Autorisatie (IAA) gerelateerd aan de Wet GDI (tegenwoordig de Wet Digitale Overheid) en bestaat uit een aantal relevante basisbegrippen uit de Uniforme Set van Eisen (USvE). Diverse begrippen die daarin ontbraken, zijn door die werkgroep overgenomen uit het Netwerk voor Elektronische Toegangsdiensten (NvETD), eHerkenning & Idensys, de eIDAS verordening of de werkgroep (WG) heeft hiervoor een eigen definitie geformuleerd.

De NORA gebruikt Wikipedia en Open Standaarden als bronnen voor herbruikbare definities; het volstaat echter niet om alleen Wikipedia als bron te gebruiken. In veel wet- en regelgeving en "afsprakenstelsels" e.d. zijn ook definities opgenomen die voor de gebruikers van de NORA van belang zijn. De volgende bronnen zijn voornamelijk gebruikt bij het opstellen van de definities: