Beheer op afstand

Uit NORA Online
ISOR:Beheer op afstand
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo ISOR themaprincipes (vier hangsloten die in elkaar geklikt zitten met tekst ISOR Beveiliging Principe)

Toegang tot de servers is beperkt tot geautoriseerde personen en informatiesystemen. Onder bepaalde voorwaarden is het beheerders toegestaan door de organisatie beheerde servers "van buiten" te benaderen.


Criterium

Richtlijnen en ondersteunende beveiligingsmaatregelen behoren te worden geïmplementeerd ter beveiliging van beheer op afstand van servers.

Doelstelling

De reden waarom de norm gehanteerd wordt.

Risico

Indeling binnen ISOR

Dit beveiligingsprincipe:

De ISOR-wiki bevat normenkaders waarin beveiligings- en privacyprincipes zijn beschreven. Deze themaprincipes zijn conform de SIVA-methode ingedeeld in drie aspecten:Beleid, Uitvoering of Control. Daarnaast zijn ze geordend in invalshoeken: Intentie, Functie, Gedrag, Structuur.

Grondslag

De grondslag voor dit principe is NEN-ISO/IEC 27002 6.2.2

Onderliggende normen

IDConformiteitsindicatorStelling
SERV_U.06.01 richtlijnen

Toegang tot kritieke systemen voor beheer op afstand door externe personen wordt beheerd door middel van:

  1. het definiëren en overeenkomen van de doelstellingen en reikwijdte van de geplande werkzaamheden;
  2. het autoriseren van individuele sessies;
  3. het beperken van toegangsrechten (binnen doelstellingen en reikwijdte);
  4. het loggen van alle ondernomen activiteiten;
  5. het gebruiken van unieke authenticatie referenties voor elke implementatie;
  6. het toewijzen van toegangsreferenties aan individuen in plaats van gedeeld;
  7. het intrekken van toegangsrechten en het wijzigen van wachtwoorden onmiddellijk nadat het overeengekomen onderhoud is voltooid;
  8. het uitvoeren van een onafhankelijke beoordeling van onderhoudsactiviteiten op afstand.
SERV_U.06.02 richtlijnen

Het op afstand onderhouden van servers wordt strikt beheerd door middel van:

  1. het verifiëren van de bron van de verbinding op afstand;
  2. het bepalen van de toestemming voordat toegang wordt verleend voor de connectiviteit;
  3. het beperken van het aantal gelijktijdige externe verbindingen;
  4. het bewaken van activiteiten gedurende de gehele duur van de verbinding;
  5. het uitschakelen van de verbinding zodra de geautoriseerde activiteit voltooid is.
SERV_U.06.03 richtlijnen

Het serverplatform is zodanig ingericht, dat deze op afstand kan worden geconfigureerd en beheerd en dat automatisch kan worden gecontroleerd of vooraf gedefinieerde parameters en drempelwaarden worden aangetast of overschreden.

SERV_U.06.04 richtlijnen

Handmatige interventie wordt niet toegepast, tenzij geautoriseerd en gedocumenteerd.

SERV_U.06.05 richtlijnen

Alle externe toegang tot servers vindt versleuteld plaats.