Geautomatiseerde besluitvorming; niet, tenzij

Uit NORA Online
ISOR:Geautomatiseerde besluitvorming- geen geautomatiseerde individuele besluitvorming tenzij /
Versie door Ruuddebruijn (Overleg | bijdragen) op 19 jun 2020 om 10:47 (redactie)

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo ISOR normen (een hangslot met de tekst ISOR norm)

Stelling

Een betrokkene wordt niet onderworpen aan een geautomatiseerde individuele besluitvorming, tenzij het besluitAVG Art. 22 lid 1:

  1. Noodzakelijk is voor de totstandkoming of de uitvoering van een overeenkomst tussen de betrokkene en een verwerkingsverantwoordelijke, of:
  2. Is toegestaan bij de wet- en regelgeving die op de verwerkingsverantwoordelijke van toepassing is en die ook voorziet in passende maatregelen ter bescherming van de rechten en vrijheden en gerechtvaardigde belangen van de betrokkene, of:
  3. Berust op de uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene.


Toelichting

  • De betrokkene dient het recht te hebben niet te worden onderworpen aan een louter op geautomatiseerde verwerking gebaseerd besluitAVG overweging 66.
  • Het begrip 'besluit' in de zin van de AVG dient hierbij ruimer te worden gelezen dan het besluitbegrip uit de ABW; ook private partijen vallen onder de reikwijdte van deze bepaling wanneer ze gebruik maken van geautomatiseerde besluitvorming.
  • Wanneer sprake is van uitoefening van gebonden bevoegdheden met geringe beoordelingsruimte, heeft menselijke tussenkomst bij besluitvorming in beginsel geen meerwaarde. De risico's die de verordening beoogt in te dammen doen zich hier feitelijk niet voorToelichting AVG op AVG Art. 38. Ook de private sector heeft enige ruimte om, bij de vervulling van wettelijke verplichtingen, gebruik te maken van geautomatiseerde besluitvorming, anders dan op basis van profilering, zonder menselijke tussenkomstToelichting AVG bij AVG Art. 38.
  • De negatieve kenmerken van een bepaalde groep mogen niet tegengeworpen worden aan een individu. Het individu hoeft deze kenmerken namelijk helemaal niet te hebben.
  • Kinderen hebben met betrekking tot hun persoonsgegevens recht op specifieke bescherming, aangezien zij zich allicht minder bewust zijn van de betrokken risico's, gevolgen en waarborgen en van hun rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens. Die specifieke bescherming moet met name gelden voor het gebruik van persoonsgegevens van kinderen voor marketingdoeleinden of voor het opstellen van persoonlijkheids- of gebruikersprofielen en het verzamelen van persoonsgegevens over kinderen bij het gebruik van rechtstreeks aan kinderen verstrekte diensten. In de context van preventieve of adviesdiensten die rechtstreeks aan een kind worden aangeboden is de toestemming van de persoon die de ouderlijke verantwoordelijkheid draagt niet vereistAVG overweging 38.
  • Indien de geautomatiseerde individuele besluitvorming, anders dan op basis van profilering, is toegestaan bij de wet- en regelgeving is dit toegestaan, omdat dit noodzakelijk is om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust of noodzakelijk is ter uitvoering van een taak van algemeen belangAVG Art. 38 lid 1 ; UAVG Art. 40 lid 1.

Bovenliggende principe(s)

Deze norm realiseert het privacyprincipe Doelbinding gegevensverwerking via de conformiteitsindicator geautomatiseerde besluitvorming.

Grondslag