Advies van Guido Bayens beschouwd vanuit de NORA Gebruikersraad

Samenvatting van onze beschouwingbewerken

Guido Bayens was in 2005 een van de grondleggers van de NORA en heeft veel invloed gehad op de ontwikkeling van de architectuurfunctie in Nederland. We hechten daarom waarde aan zijn advies en willen met elk onderdeel daarvan zo goed als mogelijk rekening houden bij onze keuzes voor het beheer van de NORA.
Zijn gehele rapport is daarom nagelopen op aspecten die impact hebben op de NORA en/of de NORA Gebruikersraad en daar is een gedetailleerde reactie (PDF, 575 kB) op gegeven.

Het adviesrapport gaat vrijwel alleen over governance
Het adviesrapport van de voormalig voorzitter van de Architectuurraad GDI/DO gaat voor het overgrote deel over organisatie, mandaten en procedures.
Het gaat vrijwel niet in op de overheidsbreed gewenste inhoudelijke afstemming van de Architectuur Digitale Overheid met de NORA, RORA en andere relevante overheidsarchitecturen.

Het adviesrapport spreekt zichzelf tegen
Er zijn enkele ideeën in het adviesrapport die wij vanuit de NORA onderschrijven, zoals het vervlechten van de NDS en het MIDO en het terugbrengen van het aantal gremia met overlappende functies. Maar op dat laatste punt spreekt het adviesrapport zichzelf tegen door de Architectuurraad GDI/DO een formele, vaststellende rol te willen geven naast de PGDI, OBDO, CIO Beraad en Forum Standaardisatie. En de NORA af te schalen tot een kenniscentrum en community, die architectuurconcepten formeel moet gaan voorleggen aan de Architectuurraad GDI/DO.

Ervaring met de RORA Architectuurraad wijst uit dat de in het adviesrapport voorgestelde governance niet werkt
De rol die het adviesrapport ziet voor de Architectuurraad doet denken aan de Architectuurraad RORA, die ook een formeel voorgeschreven samenstelling en een sterk vaststellend mandaat had. In heel 2025 was de Architectuurraad RORA vooral bezig met de eigen organisatie en governance en is er inhoudelijk nauwelijks voortgang geboekt op de (referentie)architectuur voor de Rijksoverheid. Het CIO Beraad ontbond de Architectuurraad RORA eind 2025 precies met het argument om het aantal ‘voorportalen’ in de governance van de Digitale overheid te verminderen (wat het adviesrapport juist ook voorstaat). Een verzwaarde Architectuurraad GDI/DO dreigt in dezelfde val te lopen.

Het succesvolle model van gov.uk onderbouwt de huidige rol van de NORA
Het Bureau Architectuur Digitale Overheid (BADO) van het Ministerie van BZK laat zich al enige tijd adviseren door Public Digital, een consultancy bureau dat nauw betrokken is bij de succesvolle transformatie van gov.uk (de digitale overheid van het Verenigd Koninkrijk). Gov.uk werkt nu met principes als:

  • De behoefte van gebruikers gaat boven beleid.
  • Probeer en leer. Kom niet met de oplossing voor je de behoefte kent.
  • Bestendige interdisciplinaire teams onderhouden, in plaats van programma’s en projecten starten.
  • Dingen overheidsbreed verplichten heeft weinig effect. Maak ze zo eenvoudig dat iedereen zich er uit zichzelf aan wil houden.

Dit zijn precies de grondslagen waarop NORA c.q. de NORA community al 20 jaar werkt, tegenwoordig met het basisconcept van dienstverlening centraal.
In de NORA dragen de gebruikers architectuurprincipes aan vanuit de behoeften en ervaring, en worden deze in een open, transparant proces vastgesteld. NORA architectuurprincipes hebben daardoor draagvlak over de breedte van de overheid. Dit uit zich in de grote groep (70+) "NORA Familie architecturen" die ontwikkeld zijn door de Ministeries, Manifestgroep, Provincies, Gemeenten en Waterschappen.

Er is meer behoefte aan inhoudelijke afstemming
Binnen de NORA Gebruikersraad denken wij daarom dat de discussie zich meer moet richten op de inhoudelijke afstemming van de Architectuur Digitale Overheid, de GDI-domeinarchitecturen en de NORA. Dat is waar architecten in de praktijk behoefte aan hebben; niet aan praten over wie architectuurprincipes goedkeurt, wie er in de Architectuurraad mag zitten en welke kwaliteiten de voorzitter moet hebben.
De architecten zijn namelijk hard aan de slag om binnen hun organisaties de overheidsdiensten te verbeteren en meer te digitaliseren.

Vruchten plukken van verschillende karakteristieken van de betrokken organisaties
Zowel NORA Beheer (ICTU) als Bureau Architectuur Digitale Overheid (BZK) heeft een budget om experts in te huren voor werkzaamheden aan de architectuurfunctie van de Nederlandse overheid. Beide organisaties hebben echter verschillende karakteristieken en kunnen elkaar daardoor versterken. Dit kan voordelen opleveren die in het adviesrapport onvoldoende geadresseerd zijn.
De kracht van de NORA Beheer zit in het organiseren van kennisdeling binnen een brede architectuur community en het transparant en goed toegankelijk publiceren daarvan, hetgeen bijdraagt aan een groot draagvlak voor en gebruik van de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur.
Een kracht die Bureau Architectuur Digitale Overheid kan ontwikkelen is om op bestuurlijk niveau meer duidelijke afspraken te maken met de directies van de overheidsorganisaties over het toepassen van de NORA, de ADO 2030 en de GDI-domeinarchitecturen bij de digitale transitie die zij moeten realiseren en hoe daarbij wordt gestuurd op het verbeteren van de kwaliteit van dienstverlening zoals burgers en bedrijven die ervaren.

De NORA omvat architectuur-uitwerkingen met een sterk good-practise karakter en gaan over een gemeenschappelijke taal en over het WAT en HOE van de overheidsdienstverlening. De governance van de NORA sluit daarop aan.
De mate waarin de kaders m.b.t. het WAT en HOE worden toegepast is -gezien de wettelijke taken- waar de directies van de uitvoeringsorganisaties over gaan.
In het verlengde daarvan hebben de Architectuurraad GDI/DO en BADO wellicht beter zicht op de realisatie van de "één overheidsgedachte".
Dat zijn dus 3, elk op zich goede invalshoeken. Ze behoeven in de praktijk echter een betere onderlinge balans om meer synergie te verkrijgen.

Het volgende gaan wij doen met het advies van Guido Bayens:

  1. We geven prioriteit aan de inhoudelijke afstemming van de overheidsarchitecturen NORA, ADO2030 en de GDI-domeinarchitecturen;
  2. Daarnaast plukken we het laaghangende fruit dat we zijn tegengekomen bij de meer gedetailleerde analyse van het advies.
  3. We gaan de samenwerking tussen NORA Beheer en BADO verduidelijken en versterken. Dat is al een paar keer aan de orde gekomen, omdat er regelmatig verstoringen optreden in de zin dat stukken van bMIDO niet waren afgestemd met de NORA en dat onduidelijkheid bestaat over het beheer van die niet-afgestemde onderdelen van de NORA-wiki.


Verantwoordingbewerken

Een werkgroep van 9 leden van de NORA Gebruikersraad heeft het adviesrapport van Guido Bayens geanalyseerd op impact voor het beheer en inhoud van de NORA en impact op de NORA Gebruikersraad en -community. Hiertoe zijn de volgende stappen doorlopen:

  • 18dec25 de eerste afstemming als werkgroep
  • tijd voor het uitvoeren van inhoudelijke analyses en het delen van reacties
  • 7jan26 een eerste opzetje is voor reactie voorgelegd bij BZK/BADO
  • tijd voor het samenvoegen van de inhoudelijke analyses
  • 12jan26 onze opzet onderling gedeeld
  • tijd waarin we de laatste puntjes op de i zetten
  • 20jan26 bespreking in de NORA Gebruikersraad: Bijeenkomst:NORA Gebruikersraad 2026-01-20

Onze tussenresultaten zijn hieronder te vinden.

Onderliggende bevindingen op hoofdlijnenbewerken

  1. Een lang document, met vooral een sfeer van "wat hebben we het goed gedaan als Architectuurraad en Guido Bayens".
  2. Maar het is een Old school model: een zware (hiërarchische) governance, waarbij alles langs de Architectuurraad zou moeten om een goede status te geven.
  3. Het verplichtend gedeelte zou groter moeten worden, onder aansturing van BADO; dat kan een voordeel hebben qua duidelijkheid, maar is het ook haalbaar?
  4. Zolang er niet 1 gemeenschappelijke keuze is vanuit de besturing van de top van de verschillende ministeries en de grootste uitvoeringsorganisaties, is de koers niet duidelijk en zal de uitvoering slechts best-effort (kunnen) doen.
  5. Het lijkt een verschil van inzicht over top-down vs bottom-up, maar is het niet de bekende discussie over centraal vs decentraal sturen op digitale transitie?
  6. De sfeer van centralisatie spreekt niet aan.
  7. Ontmanteling van het samenwerkingsmandaat van de NORA Gebruikersraad lijkt te worden voorgesteld met overdracht aan de Architectuurraad (waar geen architectuurexpertise aanwezig is).
  8. De NORA is een community die vanuit de uitvoering een enorme kracht heeft: ze werken samen, iedereen kan aanschuiven.
  9. Het advies van Guido Bayens staat haaks op die kracht van de NORA community, helpt niet voor de digitale transities en heeft daarom een groot risico op mislukken.
  10. De aanpak in het VK (NeRDS) is ook agile, modern: minder risico van falende (te grote) ICT projecten.
  11. Een paar aanknopingspunten zijn er in het advies: inspiratie vanuit NORA, samenwerken van werkgroepen e.d.
  12. In tegenstelling tot wat in het advies staat: we zien weinig tot géén hergebruik van NORA bij de ADO2030 en de domeinarchitecturen.
  13. Ook niet het naleven van “Afspraken voor standaarden, voor voorzieningen”: het is te veel advies vanuit voorzieningen en voorschrijvend, ook i.r.t. het CIO-stelsel.
  14. Het is een hele andere beweging dan vanuit de uitvoering wordt gevolgd en nodig is.
  15. Bij de domeinarchitectuur Toegang speelt dit ook, vooral op het niveau van de werkgroep, waardoor het bijvoorbeeld voor de Politie niet werkbaar is.
  16. Resources met elkaar delen is wel goed: meer slagkracht voor NORA als extra handjes.
  17. In de praktijk is het echter andersom: ADO vraagt handjes vanuit het aanbod i.p.v. vanuit de vraagsturing zoals bij NORA.
  18. Experts moeten niet extra gaan werken aan de domeinarchitecturen, maar vooral vraaggestuurd blijven werken voor de eigen transities.
  19. Zo blijft bij het (Rijks)cloudbeleid de autonomie van de departementen bestaan en wordt zelfs explicieter: wat heeft BZK er dan aan dat meer verplichtende inzet wordt gewenst, terwijl tegelijkertijd die autonomie sterker wordt aangezet?
  20. Dat geldt ook voor de keuze voor MS365.
  21. Als de governance geen ruimte geeft aan beide paradigma’s, dan wordt de samenwerking niet beter tussen de NORA community en BADO c.q. zal de afstemming tussen NORA en ADO vertragen of zelfs niet tot stand komen.
  22. Er zijn geen lineaire, simpele, one-size-fits-all-oplossingen voor de huidige transitievraagstukken.
  23. Centrale afspraken en kaders helpen als het helder en gemeenschappelijk is, maar er is ruimte nodig voor de individuele transities van de ca. 1600 overheidsorganisaties.
  24. Overheidsbreed is het nodig om alleen afspraken te maken over wat minimaal nodig is. En dat kan alleen worden bepaald door de uitvoering: het beeld waarheen Nederland als samenleving beweegt kan je beleidsmatig bepalen, maar de digitale transitie ligt in handen van de uitvoering.
  25. Er is een enorme funnel voor de uitvoering ontstaan door de algemene wetgeving vanuit BZK en de EU.
  26. Te veel sturen op de uitvoering vanuit BZK gaat in tegen het advies vanuit WaU: BZK moet mét de uitvoering spreken, niet óver.

Overige aandachtspunten die niet direct geadresseerd zijn aan de NORA of NORA Gebruikersraadbewerken

  1. In het licht van de ambities van de NDS (Nationale DigitaliseringsStrategie) zien we een belangrijke rol weggelegd voor de Architectuurraad om te sturen op samenhang van verschillende overheidsinitiatieven en interoperabiliteit tussen domeinen te bevorderen. De positie van de Architectuurraad verduidelijken in de governance gaat daarbij helpen.
  2. We onderschrijven het advies om de samenstelling van de Architectuurraad te verbreden naar alle bestuurslagen zodat voldoende aandacht voor het brede werkveld geborgd kan worden. Van belang is evenwel dat niet telkens dezelfde personen zitting nemen in de diverse overleggremia. De Architectuurraad kent nu bijvoorbeeld een volledige bemensing uit het CIO Beraad en de CTO Raad. Een programmeringstafel voor de fysieke leefomgeving instellen zoals voorgesteld wordt, naast de bestaande programmeringstafels, brengt die verbreding ook. Voor de digitalisering van integrale gebiedsontwikkeling en gebiedsgebonden maatschappelijke vraagstukken is het essentieel dat alle bestuurslagen aan tafel zitten. Ten slotte is de rol van ‘private partijen/bedrijfsleven’ ook nog een aandachtspunt, zeker bij de programmeringstafel voor de fysieke leefomgeving is hun inbreng belangrijk.
  3. We herkennen de complexiteit van het landschap van standaarden en voorzieningen waar velen door de bomen het bos niet meer zien. Duidelijkere communicatie, richtlijnen en hulp bij duiding wanneer welke standaarden en voorzieningen van toepassing zijn en mogelijk verplicht toegepast dienen te worden is bijzonder waardevol. We vragen hier met name ook aandacht voor de samenhang tussen verschillende standaarden en het sturen op een ontwikkelagenda waarbij standaarden in samenhang door kunnen groeien. Dit is zeker voor de overheidsbrede navolging van bijvoorbeeld de geostandaarden van belang, zodat het locatiegericht relateren van data mogelijk wordt. Daarnaast verdienen de ‘trust’-standaarden speciale aandacht voor een snelle besluitvorming gezien de ontwikkelingen rond dataspaces.
  4. De relatie met Europese ontwikkelingen is onderbelicht. We zien steeds meer wetgeving en daarmee samenhangende standaarden uit Europa komen. Het zou waardevol zijn om de impact hiervan expliciet te maken in de werkwijze van de Architectuurraad. Ook omdat diverse dataspaces op Europees niveau vorm krijgen (denk aan logistiek en mobiliteit). Sturen op standaardisatie van de DSSC componenten is hierbij van groot belang.
  5. Het besef begint een beetje te komen dat er iets in de aanpak van de Architectuurraad moet veranderen maar het is lastig om de werkwijze aan te passen aangezien die vooral gericht is op het realiseren van GDI voorzieningen zonder rekening mee te houden of deze bruikbaar zijn in de domeinen. De werkwijze zou meer gericht moeten zijn op afsprakenstelsels waarbij nadrukkelijk rekening wordt gehouden met overerving. De NORA zou hier een rol kunnen spelen maar dat zou wel concretisering van de NORA afspraken vergen.
  6. Positionering Architectuurraad Digitale Overheid. De architectuurraad is genoemd in het instellingsbesluit governance digitale overheid (art. 11 t/m 13), daarmee heeft het een formele rol. wetten.nl - Regeling - Besluit Sturing Digitale Overheid 2022 - BWBR0046935
  7. De GDI-architectuur is een onderdeel van de MIDO uitwerking (Programma GDI) en heeft daarmee een vaste positie in de GDI-governance, het is benoemd als kader voor de GDI.
  8. Focus Architectuurraad Digitale Overheid. De Architectuurraad heeft primair de focus overheid met NORA als kapstok en daaronder de uitwerkingen van de verschillende bestuurslagen: Rijk – RORA, Gemeenten – Gemma, Provincies – Petra, Waterschappen – Wilma.
  9. Scope Architectuurraad Digitale Overheid. De scope was in eerste instantie beperkt tot de GDI infrastructuur later is dit verbreed tot hele digitale overheid.
  10. Aanpak architectuurraad Digitale Overheid. De aanpak van de architectuurraad hinkt op 2 gedachten: 1. De visie heeft als scope de digitale overheid. De geformuleerde doelen richten zich niet alleen op de dienstverlening van het rijk maar de hele overheid dienstverlening. 2. De uitwerking van de visie gebeurt in 4 domeinarchitecturen die zich vooral richten op de GDI voorzieningen. Bij deze voorzieningen wordt alleen gekeken naar de eisen die het rijk stelt maar de governance is er op gericht om ze ook buiten het rijk verplicht te stellen.
  11. Deze aanpak heeft 2 manco’s: 1. Afspraken gaan boven standaarden gaan boven voorzieningen. Dit is een principe dat uitgangspunt is voor de GDI maar dit wordt niet toegepast. Bij de uitwerkingen zijn de GDI voorzieningen leidend. 2. De architectuur DO hanteert niet het principe van overerving zoals NORA dat wel kent. Met het principe van overerving kunnen op niveau van digitale overheid globale kaders worden opgesteld die in domeinen geconcretiseerd worden. Dit werkt prima bij afsprakenstelsels maar niet als het uitgangspunt is voorzieningen zo veel mogelijk verplicht te maken.
  12. Relatie met de NORA. In de NORA zou gezorgd moeten worden voor het laten aansluiten van de verschillende overheidsarchitecturen. Dit wordt ook beoogd met het overerving principe. Dit wordt ook ondersteund doordat doelen, principes en begrippen zijn gestandaardiseerd. Het is echter niet voldoende om afsprakenstelsels interoperabel te maken.
  13. De 4 GDI-domeinarchitecturen van de ADO2030 richten zich vooral op het Rijk. Binnen bijvoorbeeld OCW zijn vergelijkbare domeinarchitecturen. Binnen de ROSA is het principe van overerving ingebouwd in deze domeinarchitecturen. Als op nationaal niveau ook het principe van overerving wordt gehanteerd kan in de domeinen hierop worden aangesloten. Binnen de NORA zouden dan afspraken over de aanpak gemaakt moeten worden. En dit zou aanpassing vergen van de bestaande domeinarchitecturen van de Digitale Overheid.
  14. NORA is vooral een "vrijwilligers organisatie" met bijdragen vanuit de overheidsorganisaties; de GDI is voor een groter deel voorzien van een permanente bezetting en maakt ook gebruik van vrijwilligers in werkgroepen. Maar voor de vrijwilligers is er wel een verschil in beleving. Wat betekent dit de werkzaamheden van de expertgroepen?
  15. Wat betekent dit voor de consistentie tussen GDI architectuur producten en de NORA? Denk aan het begrippenkader binnen de NORA en het niet gebruiken ervan binnen diverse GDI architectuur producten? Als een GDI architectuur product voor begrip X een definitie geeft die niet voor 100% compliant is met die in de NORA begrippen, welke is dan leidend voor de NL architectuur community?
  16. De beleving bij de GDI-domeinarchitecturen is dat er nauwelijks gerefereerd wordt aan de NORA principes. Er zit onterecht een verschil in het vermeende verplichtend karakter tussen de GDI-domeinarchitecturen en de inhoud van de NORA. Hoe gaat de nieuwe situatie hiermee om? Lopen we hiermee het risico dat vele NORA expertgroepen in de ogen van sommige bestuurders degraderen tot de “beheerders” van het niet-verplichte deel?
  17. In het algemeen heeft het advies een zeer sterke procedurele focus. Met vooral: wie met wie in welke volgorde zou moeten vergaderen en hoe vaak. Het is goed dat iemand daar over nagedacht heeft, maar we kunnen de impact (positief of negatief) van de adviezen niet overzien.
  18. Inhoudelijk lezen we vooral een oproep tot meer centralisatie en standaardisatie, om zo bij te dragen aan één (digitale) overheid. Dit roept de vraag op wat “één digitale overheid” eigenlijk is (visie), en in welke mate standaardisatie en centralisatie aansluit bij a) die visie en b) bij de aard van het werk van de overheid. Het wordt vanzelfsprekend geacht dat centralisatie en standaardisatie zinvolle doelen op zich zijn, maar tegenover centrale regie en coördinatie staat het subsidiariteitsbeginsel, dat stelt dat hogere “bestuurslagen” niets moeten doen wat lagere “bestuurslagen” ook kunnen. Waarom zou dit principe niet relevant zijn als we het over architectuur hebben? Welke soort beslissingen zouden we moeten willen centraliseren, en waarom die? In het stuk wordt in dit kader gesproken over “markante” beslissingen die besproken zouden moeten worden in de Architectuurraad, maar welke beslissingen zijn dan “markant”?
  19. Zonder degelijke inhoud die op dit soort vragen antwoord geeft, blijft het een bureaucratisch verhaal, dat uiteindelijk alleen maar zegt wie met wie moet vergaderen om standaardisatie en centralisatie te bevorderen. En dat is weinig inspirerend, en ook weinig effectief verwachten we.
  20. De leden van de NORA Gebruikersraad bepalen -strikt genomen op basis van hun wettelijke taken- de behoefte vanuit hun achterban (de uitvoeringsorganisaties die overheidsdiensten leveren) en door hen is aangegeven dat het werken met architectuur er niet duidelijker op is geworden door náást de NORA initiatieven te zien als AR/ADO, advies Guido en NeRDS. Ze maken zich zorgen om de koers die gevaren wordt vanuit BZK / DO zónder daar goed -en vóóraf- met hen als vertegenwoordigers van de uitvoering over te spreken en aan te geven hoe de initiatieven op elkaar (kunnen) aansluiten of versterken.
  21. Dat heeft natuurlijk een directe relatie met de inhoud van de NORA: je wilt liefst dat overheidsbrede inhoud op zo min mogelijk verschillende plekken actueel gehouden kan worden en dan her-gebruikt. Dus waar gaan deze beheerders van overheidsarchitecturen zoeken als er bronnen bijkomen die hen niet duidelijk zijn?
  22. Hun taak is niet het inhoudelijke beheer van de NORA maar het beheer van hun overheidsarchitectuur c.q. hun eigen Enterprise Architectuur, die past bij hun domein (of domeinen) waarin zij hun wettelijke taken uitvoeren en waar hun directies de prioriteiten stellen. Velen van hen -en collega’s uit hun achterban- nemen de moeite om hun kennis te delen en van elkaar te her-gebruiken. Dat doen ze omdat ze in het principe van samenwerken en kennisdelen geloven. Maar strikt genomen hoeven ze dat niet te doen.
  23. ICTU / NORA beheer ondersteunt (de achterban van) de leden van de NORA Gebruikersraad al 20 jaar bij het functionele- en inhoudelijke beheer van de NORA. Het zou op zich goed zijn om de teams van BADO en NORA Beheer met elkaar kennis te laten maken en hun samenwerking te laten bespreken. Het is dan wel van belang dat dat gebeurt in een context die bekend is bij en draagvlak heeft bij de leden van de NORA Gebruikersraad.
  24. De transparantie die nodig is voor goede en langdurige samenwerking met de beheerders van overheidsarchitecturen kan worden verkregen door vraagstukken en aanpakken toe te lichten en te bespreken in de NORA Gebruikersraad. Met betrokkenen praten, in plaats van over ze praten. Het níet aankaarten hiervan kan daarentegen juist vragen oproepen 😉

Eerste hoofdlijnen van onze review van het adviesrapport Architectuurfunctie Digitale Overheidbewerken

Er is een duidelijke trend naar meer centrale regie en sturing binnen de overheid, mede omdat het tempo van verandering te laag ligt en bestaande werkwijzen tekortschieten. Het lerend vermogen van organisaties kan omhoog door meer sturing te combineren met het “comply-or-explain”-principe. Dit versnelt het inzicht in knelpunten bij implementatie. De Architectuurraad kan deze uitdagingen adresseren, mits de samenstelling en werkwijze worden aangepast.

Er is namelijk een discrepantie tussen de in het adviesrapport Architectuurfunctie Digitale Overheid uitgesproken ambitie (“één digitale overheid”) en de uitwerking ervan (voorzieningsgedreven, procedureel, centraal).
Uitgangspunten van de NORA, zoals overerving, verbindende architectuurafspraken en semantische consistentie, worden onvoldoende benut wat reeds tot uiting komt in zowel de ADO 2030 als de vier GDI-domeinarchitecturen. Dit brengt significante risico’s met zich mee voor samenhang, legitimiteit en effectiviteit van de overheidsbrede architectuurfunctie en dientengevolge de daaruit voortvloeide architecturen.
Ten slotte dreigt marginalisering van NORA en de NORA-Gebruikersraad.

We onderkennen de volgende verbeterpunten:

1. Onvoldoende uitgewerkte visie op “één digitale overheid” en overmatige procedurele focusbewerken

  • Het adviesrapport Architectuurfunctie Digitale Overheid stuurt sterk op centralisatie en standaardisatie. Echter de visie op wat “één digitale overheid” inhoudt blijft impliciet.
  • Verbreding van de samenstelling van de Architectuurraad is nodig om het brede werkveld te borgen. Alle bestuurslagen moeten betrokken zijn. Het verduidelijken van de positie van de Architectuurraad in de governance-structuur is essentieel.
  • Het subsidiariteitsbeginsel (decentraal wat kan, centraal van moet) wordt niet expliciet besproken.
  • Het advies is sterk bureaucratisch gericht op overlegstructuren, vergaderfrequenties, rollen en procesafspraken. De inhoudelijke impact van deze governance-keuzes blijft echter onduidelijk.

==> Gevolg: De architectuur governance blijft onduidelijk omdat deze wordt beschreven zonder voldoende inhoudelijke ankers. Centralisatie wordt als vanzelfsprekend doel gepresenteerd zonder normatief en inhoudelijk kader.

2. Onduidelijke en asymmetrische governance tussen NORA en ADObewerken

  • Er is sprake van asymmetrie in besluitvorming. “Markante” keuzes van de NORA Gebruikersraad (er wordt niet gespecificeerd wat dit zijn) moeten ter advisering worden voorgelegd aan de Architectuurraad, andersom geldt dit niet.
  • Het is niet duidelijk wat dit betekent voor de kwaliteit, impact en consistentie van de NORA architectuurproducten en daarmee bovenal de positie van de NORA binnen het stelsel.
  • Er is geen helder antwoord op de vraag: welk architectuurkader is leidend bij inconsistenties?

==> Gevolg: Onduidelijke checks-and-balances en machtsverhoudingen in de architectuur governance op overheidsbreed niveau.

3. Onvoldoende toepassing van NORA-mechanismenbewerken

  • Het principe van overerving, een kernmechanisme binnen de NORA om samenhang tussen architectuurniveaus te borgen, wordt niet consequent toegepast binnen de Architectuur Digitale Overheid (ADO 2030) en de GDI.
  • GDI-architectuurproducten refereren slechts aan NORA-architectuur principes. Er worden veelal variaties op deze principes geformuleerd. Hetzelfde geldt voor definities van begrippen die al in de NORA zijn vastgesteld.
  • Daarmee worden de NORA verbindende architectuurafspraken (in het bijzonder de Kwaliteitsdoelen en architectuurprincipes) niet consequent vertaald naar de uitwerking.

==> Gevolg: Overerving vanuit de NORA wordt niet consequent toegepast in uitwerking van concrete architecturen (zoals project- en solution architecturen) wat interoperabiliteit en hergebruik belemmert. Hierdoor ontstaat fragmentatie en wordt aansluiting met bestaande NORA-familieleden (RORA, GEMMA, PETRA, WILMA, ROSA, etc.) bemoeilijkt.

4. Spanning tussen afspraken, standaarden en voorzieningenbewerken

  • Er is behoefte aan duidelijke communicatie, richtlijnen en ondersteuning bij het toepassen van standaarden en voorzieningen.
  • Samenhang tussen standaarden en een ontwikkelagenda voor gezamenlijke groei zijn belangrijk. De relatie met en impact van EU wetgeving en standaarden is onderbelicht in het adviesrapport.
  • Het GDI-principe “afspraken vóór standaarden vóór voorzieningen” wordt in de praktijk echter niet gevolgd.
  • In plaats van NORA kaders die per overheidsarchitectuur worden geconcretiseerd, zijn GDI-domeinarchitecturen en GDI-voorzieningen leidend gemaakt, wat slecht past bij afsprakenstelsels.
  • Voorzieningen worden impliciet verplicht gesteld, terwijl afspraken en standaarden onvoldoende expliciet en leidend zijn.

==> Gevolg: De architectuurbenadering van de GDI / ADO 2030 is voorzieningsgedreven in plaats van kader- en afsprakenstelsel-gedreven. De relatie met ontwikkelingen vanuit de EU is onderbelicht.

5. Risico op marginalisering van de NORAbewerken

  • Als rol van het Bureau Architectuur Digitale Overheid wordt onder meer voorzien in het zorgen voor het faciliteren van de NORA-community, inclusief de NORA-Gebruikersraad en de NORA expertgroepen “zodat kennisuitwisseling en onderhoud van NORA professioneel plaatsvindt”. Hieronder vallen zaken als het onderhoud van NORA Online, het organiseren van bijeenkomsten van de NORA-Gebruikersraad, van thema-sessies en webinars.
  • De NORA heeft in de praktijk een niet-verplichtend karakter, terwijl GDI-architecturen en ADO steeds als verplichting kunnen worden ingezet (hernieuwd CIO-stelsel per 1 januari 2026). Er bestaat het risico dat de NORA verwordt tot een “beheerder van het niet-verplichte deel”.
  • Bovendien is de NORA grotendeels gebaseerd op vrijwilligers, terwijl MIDO en GDI meer structureel zijn bemenst en daarmee meer onderwerpen kunnen oppakken.

==> Gevolg: Scheefgroei tussen impact, invloed, verplichtingen en capaciteit.