4.2 Architectuurprincipes

Architectuurprincipes zijn richtinggevende uitspraken die vooral uiting geven aan een streven. Ze bestaan uit een stelling die uiting geeft aan de overtuiging die eraan ten grondslag ligt, een rationale die meer informatie geeft over de drijfveren en implicaties die de consequenties beschrijven. Architectuurprincipes moeten als argument worden meegenomen in het maken van keuzes. De architectuurprincipes zijn in de domeinarchitectuur waar mogelijk gekoppeld aan de relevante wet- en regelgeving waar ze invulling aan geven en aan de functies die ingericht moeten zijn om ze te implementeren. Er is in de bijlagen ook een mapping opgenomen van deze architectuurprincipes op de uitgangspunten in de Architectuur Digitale Overheid 2030 en de principes en implicaties in NORA. Deze geeft een verdere onderbouwing en verdieping van de architectuurprincipes.

Principe 1.1. Gegevens die kunnen worden gedeeld zijn vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaarbewerken

Rationale

Het beschikbaar stellen van gegevens voor hergebruik leidt tot meer transparantie, efficiëntie en innovatie. De wet open overheid onderstreept het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische samenleving. Voor het kunnen hergebruiken van gegevens zijn hun vindbaarheid, toegankelijkheid, interoperabiliteit en herbruikbaarheid zoals bedoeld met de FAIR-principes essentieel. Zij zorgen ervoor dat anderen in staat zijn om te begrijpen wat eigenschappen van de gegevens zijn, wat ze betekenen en of ze bruikbaar zijn voor hun eigen doeleinden. Ze zorgen er ook voor dat de gegevens eenvoudig verkregen kunnen worden.

Implicaties

  1. Gegevens zijn voorzien van metagegevens, en zijn gepubliceerd in relevante catalogi; gegevens die landelijk waardevol zijn, zijn landelijk vindbaar (vindbaar).
  2. Gegevens en hun metagegevens zijn voorzien van wereldwijd unieke en stabiele identificaties (vindbaar).
  3. Metagegevens zijn rijk en bevatten ook informatie over de context, het oorspronkelijke gebruiksdoel, kwaliteit en karakteristieken van gegevens (vindbaar).
  4. Gegevens kunnen worden benaderd via standaard, open en algemeen implementeerbare protocollen (toegankelijk).
  5. Gegevens zijn beschreven in een gegevensmodel waarin hun syntax en betekenis zijn gedefinieerd en dat beschikbaar is een gestandaardiseerd open formaat zoals MIM (interoperabel).
  6. Metagegevens beschrijven gebruiksbeperkingen, -rechten en -plichten en de herkomst van de gegevens (herbruikbaar).

Principe 1.2. Gegevensuitwisseling is gebaseerd op open standaardenbewerken

Rationale

Het tot stand brengen van uitwisseling van gegevens kost vaak veel inspanning, doordat gegevens ontworpen zijn in een eigen context en er allerlei vertalingen nodig zijn om ze bruikbaar te maken in een andere context. Door gebruik te maken van uitwisselstandaarden wordt de variatie beperkt en zijn er minder vertalingen nodig. Open standaarden zorgen er ook voor dat leveranciersafhankelijkheden zoveel mogelijk worden voorkomen. In Nederland is het sturen op standaarden geformaliseerd in Forum Standaardisatie, die veel energie stopt in het aanwijzen van standaarden die breed zouden moeten worden ingezet. In de Wet digitale overheid is beschreven dat in algemene maatregelen van bestuur bepaalde standaarden ook wettelijk verplicht kunnen worden gesteld.

Implicaties

  1. De standaarden op de “pas toe of leg uit” lijst van Forum Standaardisatie worden als eis meegegeven bij de selectie of ontwikkeling van systemen en gegevensuitwisselingen (of er wordt expliciet uitgelegd waarom ze niet van toepassing zijn).
  2. De standaarden op de lijst van aanbevolen standaarden worden serieus overwogen en de overweging tot al dan niet gebruik van de aanbevolen standaarden wordt vastgelegd.
  3. De standaarden zoals beschreven in de streefbeeldafspraken worden per direct doorgevoerd op alle ICT-systemen en -diensten.
  4. Als er in een specifieke context geen toepasbare standaarden op de lijsten van Forum Standaardisatie staan, dan wordt gebruik gemaakt van internationale standaarden, of anders nationale standaarden en wordt overwogen deze aan te melden bij Forum Standaardisatie.
  5. Nederlandse standaarden zijn voorbereid op gebruik in andere landen en er wordt onderzocht of deze kunnen worden ingebracht in internationale standaardisatie-organisaties.
  6. Als er nog geen standaard bestaat voor een specifiek gebied, dan wordt onderzocht of er zelf een standaard kan worden ontwikkeld.

Principe 1.3 De kwaliteit van gegevens is afgestemd op het gebruikbewerken

Rationale

Het is belangrijk dat gebruikers beschikken over gegevens die optimaal aansluiten bij hun eigen behoeften en gebruik. Daarbij is de kunst om een balans te vinden tussen kwaliteit en kosten. Een hele hoge kwaliteit leidt al snel tot onacceptabele kosten. De vraag is dus wat nodig is in een specifieke context. Dit vraagt vooral bewuste afwegingen. Als slechts een klein deel van de gebruikersgroep hoge eisen stelt, dan is de vraag of dat hogere kosten voor alle gebruikers rechtvaardigt. Daarnaast zijn er ook eisen waar bronhouders gewoonweg niet aan kunnen voldoen. Het terugmelden van mogelijke fouten is een belangrijke maatregel voor het verhogen van de gegevenskwaliteit. In meer algemene zin is afstemming tussen bronhouders en afnemers essentieel.

Implicaties

  1. Bronhouders onderzoeken structureel en pro-actief welke eisen en wensen m.b.t. kwaliteit bestaan bij huidige en potentiële afnemers.
  2. De eisen die gebruikers stellen aan de kwaliteit van gegevens worden door de (afnemer)organisatie gebundeld en expliciet gemaakt in elke gebruikscontext.
  3. Als afnemers specifieke kwaliteitseisen stellen en overeenkomen met de bronhouder dan worden deze vastgelegd in een overeenkomst met de aanbieder.
  4. De huidige kwaliteit van gegevens wordt expliciet gemeten en inzichtelijk gemaakt in de metagegevens, op een voor gebruikers begrijpelijke wijze.
  5. Aanbieders bieden de mogelijkheid om vermoedelijke fouten in registraties terug te melden (ook aan burgers en bedrijven) en routeren meldingen naar de verantwoordelijke bronhouder.
  6. Als er een verschil is tussen de eisen die worden gesteld vanuit gebruik en de huidige kwaliteit dan vindt hierover afstemming tussen bronhouder en afnemers plaats en wordt een afweging tussen kosten en baten van mogelijke maatregelen gemaakt.
  7. Er is periodieke afstemming tussen bronhouders en afnemers over de mate waarin gegevens (blijven) voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen.

Er is een Stappenplan Gegevenskwaliteit beschikbaar dat dit principe concretiseert

Principe 1.4. Gegevensdiensten zijn afgestemd op de behoeften van afnemersbewerken

Rationale

Afnemers willen worden ondersteund in hun specifieke informatie- of gegevensbehoefte. Ze willen deze bij voorkeur met een zo klein mogelijke inspanning ontvangen en gegevens liever ook niet zelf combineren en vertalen, als andere partijen dat voor ze kunnen doen tegen dezelfde of lagere kosten. Ze ontvangen gegevens bij voorkeur ook in hun eigen taal en in een formaat dat ze zelf direct kunnen gebruiken. Ze willen ook niet geconfronteerd worden met gegevens die ze niet nodig hebben. Dat sluit ook niet aan bij het principe van dataminimalisatie zoals beschreven in de AVG en levert alleen maar extra complexiteit en afhankelijkheden. Tegelijkertijd is ook de herbruikbaarheid van gegevensdiensten belangrijk en zal er dus een balans moeten worden gevonden tussen generiek en specifiek. Als slechts een klein deel van de afnemers specifieke eisen stelt dan is het de vraag of dat hogere kosten voor alle afnemers rechtvaardigt.

Implicaties

  1. Aanbieders onderzoeken structureel en pro-actief welke eisen en wensen m.b.t. de gegevens bestaan bij huidige en potentiële afnemers.
  2. De inhoud, omvang, taal, formaat en protocol van gegevensdiensten zijn afgestemd op de informatie- of gegevensbehoeften van groepen van afnemers.
  3. Als meerdere afnemers een soortgelijke informatie- of gegevensbehoefte hebben dan wordt onderzocht of hiervoor een gemeenschappelijke gegevensdienst kan worden ingericht.
  4. Als meerdere afnemers gegevens willen in een andere taal, formaat of protocol dan de aanbieder kan of wil leveren dan wordt onderzocht of een intermediair deze kan leveren.

Principe 1.5. Gegevens worden in de bron beheerd en worden via een bijbehorend verstrekkingspunt verkregen op het moment dat ze nodig zijnbewerken

Rationale

De juistheid van gegevens kan alleen worden geborgd als wijzigingen worden aangebracht op de plaats waar de gegevens worden beheerd en geraadpleegd. Gegevens bij een verstrekkingspunt halen voorkomt het gebruik van niet meer actuele gegevens. Hun authenticiteit is dan ook duidelijk en ze zijn eenvoudiger te beperken tot wat nodig is voor een specifieke afnemer en gebruik (dataminimalisatie). Toegangscontrole bij de aanbieder van de bron borgt de controle van autorisatieregels voordat toegang wordt verschaft

Implicaties

  1. Bronhouders en aanbieders begrijpen de eisen en verantwoordelijkheden die voortvloeien uit het halen bij de bron en zijn hierop aanspreekbaar.
  2. Afnemers en gebruikers begrijpen en accepteren dat het verkrijgen van gegevens bij een. verstrekkingspunt de afhankelijkheid van anderen verhoogt en dat het maken van afspraken nodig is.
  3. Er zijn in onderling overleg en verstrekkingspunten aangewezen voor specifieke gegevens.
  4. Gegevens worden via verstrekkingspunten aangeboden conform eisen en met afnemers gemaakte afspraken, zoals over kwaliteit en serviceniveau.
  5. Verstrekkingspunten controleren of afnemers toegang mogen krijgen tot gegevens.
  6. Het verwijzen naar een bron heeft de voorkeur boven het maken van een kopie van gegevens uit die bron.
  7. Bij elk gebruik van gegevens bepalen de gebruiksdoelen en kwaliteitseisen hoe gegevens worden verzameld, opgeslagen, bewerkt en uitgewisseld.
  8. Afnemers kunnen zich abonneren op wijzigingen in gegevens in bronnen, zodat zij op basis daarvan relevante processen kunnen starten.
  9. Als er een kopie wordt gemaakt van gegevens dan zijn hiervoor belangrijke argumenten en worden er duidelijke afspraken over gemaakt.
  10. Als gegevens niet direct uit de bron worden verkregen dan is duidelijk hoe zij tot stand zijn gekomen.
  11. De bron is in staat de formele historie van de gegevens te reproduceren, zodat afnemers geen kopie hoeven te maken ten behoeve van historie.
  12. Er is duidelijk hoelang de gegevens beschikbaar blijven in de bron, zodat afnemers weten of ze voor archiefdoeleinden een kopie moeten maken.

Er is een Handreiking data bij de bron beschikbaar dat dit principe concretiseert

Principe 1.6. Burgers en organisaties hebben regie over hun eigen gegevensbewerken

Rationale

De Europese datastrategie stelt dat mensen meer invloed moeten krijgen over hun gegevens en dat zij daarom middelen en bevoegdheden nodig hebben om te beslissen wat er met hun gegevens gebeurt, als er geen wettelijke grondslag is voor hun verwerking. Voor burgers zijn rechten bij de verwerking van persoonsgegevens voor een deel al geborgd in de AVG. In de herziene eIDAS-verordening krijgen burgers en organisaties de mogelijkheid om hun gegevens via eigen wallets te verstrekken aan partijen. Dat is met name relevant voor private dienstverleners, omdat overheidsorganisaties vanuit hun wettelijke taak gegevens direct mogen uitwisselen. Datasoevereiniteit is een belangrijk uitgangspunt bij dataspaces en betekent dat organisaties zelf willen kunnen bepalen aan wie ze hun gegevens verstrekken.

Implicaties

  1. Private afnemers (dienstverleners) bieden burgers of organisaties de keuzemogelijkheid om gegevens over henzelf via een wallet aan te leveren.
  2. Publieke afnemers die gegevens over burgers of organisaties nodig hebben, die nog niet bekend zijn bij de overheid bieden de keuzemogelijkheid om gegevens via een wallet aan te leveren.
  3. Aanbieders bieden burgers en organisaties de mogelijkheid om hun gegevens te downloaden inclusief een verifieerbare verklaring, zodat ze deze zelf kunnen delen met partijen of opnemen in hun wallet.
  4. Burgers (en liefst ook organisaties) kunnen hun gegevens inzien en hebben inzicht in wanneer, met wie en waarom gegevens over henzelf zijn uitgewisseld.
  5. Organisaties zorgen dat toegang tot gevoelige gegevens alleen mogelijk is nadat de daaraan gerelateerde autorisatieregels zijn gecontroleerd.

Principe 1.7. Gevoelige gegevens zijn beschermd bij het uitwisselen van gegevensbewerken

Rationale

De Europese datastrategie stelt dat het belang van de burger altijd op de eerste plaats moet komen, in overeenstemming met de Europese waarden, grondrechten en regels. Het is belangrijk om te voldoen aan eisen rondom privacy en informatiebeveiliging bij het uitwisselen van gegevens. Daarbij vragen met name persoonsgegevens aandacht omdat deze inherent privacygevoelig zijn en de uitwisseling alleen onder specifieke condities mogelijk is. Anderzijds wordt privacy vaak onterecht als blokkade gezien voor de uitwisseling van gegevens. Eisen aan de bescherming van persoonsgegevens (en daarmee privacy) zijn gesteld in de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Implicaties

  1. De wettelijke grondslag en doelbinding van de gegevensuitwisseling zijn expliciet gemaakt door de afnemer, die deze op een later moment ook kan aantonen.
  2. Voorafgaand aan het uitwisselen van gegevens vindt expliciete toetsing op privacy (door afnemer) en informatiebeveiliging plaats.
  3. Gegevensdiensten die gevoelige gegevens ontsluiten zijn alleen toegankelijk voor geauthenticeerde en geautoriseerde afnemers.
  4. Gegevens die worden uitgewisseld zijn geclassificeerd (in termen van beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid) en op basis van deze classificatie zijn relevante maatregelen genomen.
  5. De persoonsgegevens die worden uitgewisseld zijn geanonimiseerd, gepseudonimiseerd of versleuteld (kan ook op transportniveau).
  6. De persoonsgegevens die worden uitgewisseld zijn beperkt tot het hoogst noodzakelijke.
  7. Waar mogelijk en waardevol wordt gebruik gemaakt van Privacy Enhancing Technologies om privacy te borgen.

Principe 1.8. Vertrouwen in gegevensuitwisseling is gebaseerd op verifieerbare verklaringenbewerken

Rationale

Digitale gegevensuitwisseling vereist dat partijen kunnen vertrouwen op uitspraken over bijvoorbeeld identiteiten, bevoegdheden en gegevens. Daarom moet gegevensuitwisseling, waar nodig, gebruik maken van verifieerbare verklaringen die onafhankelijk controleerbaar zijn. Verifieerbare verklaringen bestaan er in verschillende vormen, maar bouwen typisch op cryptografische mechanismen. Binnen Europa is hiervoor een stelsel van afspraken, standaarden en vertrouwensdiensten in het kader van eIDAS. Verifieerbare verklaringen spelen daarbij een centrale rol voor uiteenlopende doeleinden, zoals het vaststellen van identiteiten en bevoegdheden, het aantonen van de herkomst en integriteit van gegevens, en het ondersteunen van toezicht, verantwoording en geschilbeslechting.

Implicaties

  1. Partijen gebruiken verifieerbare verklaringen voor het verkrijgen van vertrouwen in identiteiten, bevoegdheden, gegevens, gebeurtenissen en tijdstippen.
  2. Waar passend worden Europese standaarden en vertrouwensdiensten toegepast, zoals bij het gebruik van de persoonlijke of business wallet.
  3. Als uitwisseling van gegevens rechtsgevolgen heeft dan wordt onweerlegbaarheid ervan geborgd door verifieerbare verklaringen in combinatie met logging.
  4. De vereiste mate van verifieerbaarheid is afhankelijk van de context en proportioneel aan het risico en de bijbehorende impact.
  5. Een verklaring wordt alleen vertrouwd als deze valide, integer, authentiek en geldig is.
  6. Verklaringen kunnen ook weer worden ingetrokken en partijen moeten daarom de geldigheid van verklaringen kunnen verifiëren.

Principe 2.1. Gegevensuitwisseling is federatief georganiseerdbewerken

Rationale

De Europese datastrategie beoogt gegevensuitwisseling tussen en binnen sectoren te stimuleren middels dataspaces. Inherent ligt de kennis van specifieke gegevens bij partijen in specifieke domeinen. Het is daarom het meest logisch om domeinen zelf verantwoordelijkheid te geven voor hun eigen gegevens. Binnen domeinen gelden ook specifieke eisen en zijn specifieke afspraken nodig. Tegelijkertijd zouden bepaalde gegevens ook buiten domeinen beschikbaar moeten zijn voor hergebruik. Samenwerkingen in domeinen kunnen starten tussen twee partijen, maar hebben vaak de potentie om te groeien. Voor het creëren van duurzame samenwerkingen is het afstemmen met andere mogelijke partijen belangrijk. Als wordt samengewerkt dan kunnen kosten en baten op een eerlijke manier worden gedeeld en kan worden geprofiteerd van schaalvoordeel. Hierdoor kunnen de drempels tot verdere samenwerking worden verlaagd voor nieuwe spelers.

Implicaties

  1. Gegevens worden decentraal, in domeinen, beheerd door partijen met de inhoudelijke domeinkennis.
  2. Domeinen zijn er zelf voor verantwoordelijk om hun gegevens en metagegevens aan te bieden, conform landelijke afspraken en standaarden voor breder hergebruik.
  3. Binnen domeinen wordt expliciete samenwerking gezocht tussen partijen die behoefte hebben aan dezelfde soorten gegevens.
  4. Er is een domeinregisseur die de leiding neemt in het organiseren van de samenwerking en het maken, monitoren, evalueren en bijstellen van afspraken.
  5. Er wordt breed afgestemd met partijen in het domein om te komen tot samenwerkingsafspraken, zodat deze duurzaam zijn.
  6. Er wordt onderzocht of er binnen de context van specifieke samenwerkingsverbanden specifieke voorzieningen wenselijk zijn die gegevensuitwisseling kunnen vereenvoudigen.
  7. Er zijn binnen specifieke domeinen duidelijke en eerlijke afspraken over wie waarvoor betaalt, zodat bepaalde partijen niet met onevenredig hoge kosten worden geconfronteerd.

Principe 2.2. Voorwaarden en afspraken zijn expliciet en inzichtelijkbewerken

Rationale

Bronhouders willen hun gegevens beschermen. Vanuit de AVG is belangrijk dat een verwerkingsverantwoordelijke duidelijke afspraken maakt met verwerkers in verwerkingsovereenkomsten. In meer algemene zin is belangrijk dat rechten, plichten en aansprakelijkheden goed zijn geborgd. Als bepaalde afspraken generiek kunnen worden gemaakt, landelijk of in de context van een domein, dan heeft dat de voorkeur omdat het de noodzaak tot bilaterale afspraken minimaliseert. Inzicht in overeengekomen gegevensuitwisselingen (gegevensdeelrelaties) is wenselijk om transparantie te bieden over (her)gebruik van gegevens aan partijen binnen en buiten de overheid. Als voorwaarden en afspraken in machineleesbare vorm beschikbaar zijn dan kunnen ze geautomatiseerd worden getoetst.

Implicaties

  1. Bronhouders maken hun voorwaarden (rechten, plichten en beperkingen) expliciet en leggen relevante aspecten ervan vast als metagegevens.
  2. Afspraken worden bij voorkeur generiek gemaakt, landelijk of binnen een domein.
  3. Voorwaarden en aansprakelijkheden zijn in wetten, formele afspraken en/of overeenkomsten geborgd.
  4. Bronhouders en/of aanbieders maken waar nodig specifieke afspraken met afnemers, zoals over specifieke kwaliteitseisen.
  5. Overeengekomen gegevensuitwisselingen worden vastgelegd en publiek inzichtelijk gemaakt (tenzij daar specifieke beperkingen voor gelden).
  6. Waar mogelijk en waardevol worden relevante voorwaarden in machineleesbare vorm omgezet en geautomatiseerd getoetst bij de uitwisseling.
  7. Afspraken worden periodiek door aanbieder en afnemers getoetst aan de realisatie, geëvalueerd en bijgesteld.

Principe 3.1. Gemeenschappelijke begripsvorming is het startpuntbewerken

Rationale

Taal is een belangrijke basis voor het creëren van wederzijds begrip. Het is tevens een essentiële basis voor gegevens, die een concrete invulling geven aan taal. Als we dus niet dezelfde begrippen hanteren of niet weten hoe bepaalde begrippen zich tot elkaar verhouden, dan zullen de gegevens ook niet uitwisselbaar zijn. Afstemming over begrippen zou zo vroeg mogelijk moeten starten, nog voordat wet- en regelgeving wordt opgesteld. Dat wat in de wet- en regelgeving is opgenomen is nu eenmaal de formele basis voor gegevens en informatievoorziening en kan niet eenvoudig van afgeweken worden. Standaardisatie van begrippen is niet altijd haalbaar, omdat ze vaak een specifieke contextuele betekenis hebben.

Implicaties

  1. In alle domeinen worden de daarin gehanteerde begrippen expliciet gemaakt, inclusief de wet- en regelgeving waar zij op gebaseerd zijn.
  2. Begrippen worden gedeeld zodat deze vindbaar en toegankelijk zijn voor anderen.
  3. Begrippen worden gestandaardiseerd waar mogelijk zodat ze alleen van elkaar verschillen als er inherent andere betekenissen bij horen.
  4. Bij de ontwikkeling van wet- en regelgeving wordt multidisciplinair gewerkt aan gemeenschappelijke begripsvorming.
  5. In alle relevante documentatie, ontwerp en modellen in het domein wordt verwezen naar de begrippen, zodat ze beter vindbaar zijn en "by design" met elkaar samenhangen.
  6. Het eigenaarschap van begrippen wordt duidelijk belegd, zodat het beheer ervan geborgd is.

Principe 3.2. Metagegevens zijn begrijpelijk voor mensenbewerken

Rationale

Gebruikers willen op basis van metagegevens bepalen wat gegevens betekenen voor hun eigen gebruik en moeten deze daarvoor kunnen begrijpen. In de praktijk worden gebruikers te vaak te snel doorverwezen naar technische specificaties en ontbreekt een begrijpelijke functionele uitleg. Specialisten hebben daarnaast ook een verantwoordelijkheid voor het onderhouden van metagegevens, en moeten deze metagegevens dus ook kunnen begrijpen om ze te kunnen aanpassen. Bepaalde metagegevens worden gegenereerd uit andere (hoger liggende) metagegevens en zijn daarmee automatisch op een hoger niveau gedocumenteerd. Denk bijvoorbeeld aan schema’s, die worden gegenereerd op basis van een gegevensmodel.

Implicaties

  1. Metagegevens op alle niveaus zijn voorzien van een definitie of omschrijving en als dat niet voldoende is, ook van een aanvullende toelichting en/of voorbeelden.
  2. Metagegevens zijn geformuleerd in begrijpelijke taal, passend bij de doelgroepen.
  3. Metagegevens zijn niet alleen beschikbaar in machineleesbare vorm, maar zijn ook voorzien van begrijpelijke documentatie.
  4. Metagegevens zijn vastgelegd volgens open standaarden, zodat ze een breed herkenbare structuur en betekenis hebben.
  5. Fysieke schema's verwijzen naar gegevensmodellen waarin hun betekenis is gedefinieerd.
  6. Omschrijvingen en toelichtingen in metadata zijn digitaal toegankelijk.

Principe 3.3. Gegevens worden contextrijk vastgelegdbewerken

Rationale

Het is belangrijk om de context en daarmee de herkomst van gegevens te kennen om hun betekenis goed te begrijpen. Dat is in het algemeen het doel van metagegevens. Metagegevens worden echter vaak niet goed vastgelegd omdat gebruikers het nut ervan niet goed begrijpen of omdat het te veel inspanning kost om ze vast te leggen. Door context expliciet en geautomatiseerd vast te leggen in metagegevens wordt de afhankelijkheid van mensen voor het vastleggen van metagegevens beperkt. Het belang van het expliciet maken van context door deze vast te leggen in metagegevens is groter als de afstand tussen inwinning en gebruik groter is.

Implicaties

  1. Er wordt per gebruikscontext expliciet nagedacht welke metagegevens belangrijk zijn en vastgelegd moeten worden.
  2. Metagegevens worden zoveel mogelijk gedurende een bedrijfsproces geautomatiseerd afgeleid uit de context en opgeslagen bij gegevens.
  3. Het vastleggen van metagegevens is geïntegreerd in de reguliere applicaties waar gebruikers mee werken.
  4. Waar mogelijk en waardevol worden metagegevens gegenereerd op basis van kunstmatige intelligentie, bijvoorbeeld om relevante trefwoorden, samenvattingen of toelichtingen te genereren.
  5. Metagegevens die niet automatisch kunnen worden afgeleid, worden expliciet door gebruikers aan de gecreëerde gegevens toegevoegd zoals omschrijvingen.
  6. Er worden in de metagegevens relevante contextgegevens beschikbaar gesteld zoals de organisatie of persoon die de gegevens gecreëerd heeft en welke gebeurtenis en/of activiteit ten grondslag lag aan het vastleggen van de gegevens.
  7. In alle schakels in de keten van bronhouder tot gebruiker wordt relevante context toegevoegd, zoals over de bewerkingen die hebben plaatsgevonden en door wie.

Er is een Handreiking Datalineage beschikbaar dat dit principe concretiseert

Principe 3.4. Metagegevens zijn aan elkaar verbondenbewerken

Rationale

Gegevens hebben metagegevens nodig om betekenis te krijgen en bruikbaar te zijn. Er zijn allerlei soorten metagegevens die verschillende aspecten van gegevens modelleren, zoals metagegevens die de betekenis beschrijven, metagegevens die de structuur beschrijven en metagegevens die beschrijven welke datasets beschikbaar zijn. Dit soort metagegevens moeten in relatie tot elkaar geïnterpreteerd worden, om echt waardevol te zijn.

Implicaties

  1. Modelelementen in informatie- en gegevensmodellen zoals objecttypes en attribuutsoorten refereren expliciet naar de gedefinieerde begrippen die ze representeren.
  2. In informatie- en gegevensmodellen wordt ook gerefereerd naar de beperkingsregels en afleidingsregels die van toepassing zijn.
  3. Bij metagegevens over datasets zijn ook metagegevens beschikbaar over de objecttypen en attribuutsoorten van de in de dataset aanwezige gegevens.
  4. Informatieobjecten zoals documenten en datasets zijn voorzien van begrippen zodat ze beter vindbaar zijn.
  5. Bij gegevens die worden uitgewisseld is een verwijzing aanwezig naar het gebruikte schema.
  6. Gegevenselementen in schema’s verwijzen expliciet naar de objecttypen en attribuutsoorten die ze representeren.
  7. Er is bij de documentatie van diensten of operaties in gegevensdiensten beschreven welke beperkingsregels en afleidingsregels worden toegepast.

Principe 3.5. Metagegevens zijn beschikbaar als Linked Databewerken

Rationale

Het is belangrijk dat metagegevens aan elkaar verbonden zijn om maximaal context te geven aan gegevens en ze echt waardevol te maken. Praktisch is het daarvoor nodig om verbindingen te leggen tussen verschillende vormen van metagegevens. Linked Data standaarden zijn specifiek gericht op het verbinden van gegevens en zijn geoptimaliseerd om gegevens betekenisvol te publiceren op het web. Er zijn allerlei Linked Data standaarden die ook specifiek gericht zijn op metagegevens.

Implicaties

  1. Metagegevens zijn beschikbaar in de wereldwijd veelgebruikte Linked Data vocabulaires voor metagegevens.
  2. Nederlandse standaarden voor metagegevens bieden (ook) een Linked Data vocabulaire.
  3. Voor wereldwijde standaarden voor metagegevens waarvoor geen Linked Data vocabulaires aanwezig zijn wordt een standaard vocabulaire ontwikkeld.
  4. Op de raakvlakken tussen de standaarden wordt middels webadressen (IRI’s) verwezen naar gerelateerde metadatastandaarden.
  5. Metagegevens zijn vindbaar in relevante catalogi zoals data.overheid.nl, developer.overheid.nl en de stelselcatalogus, die deze (ook) als Linked Data ontsluiten.

Principe 3.6. De kwaliteit van gegevens is beschreven conform het landelijke raamwerk gegevenskwaliteitbewerken

Rationale

Het is belangrijk dat gebruikers eenvoudig inzicht kunnen krijgen in de kwaliteit van gegevens, zodat zij begrijpen of deze aansluiten bij hun eigen gebruik. Door de naamgeving en inhoud van dimensies voor gegevenskwaliteit te standaardiseren, zijn deze beter begrijpelijk voor afnemers. Het NORA raamwerk gegevenskwaliteit is gebaseerd op wereldwijde ISO standaarden, breed afgestemd binnen de Nederlandse overheid en is ook de basis voor het Federatief Datastelsel.

Implicaties

  1. In de metagegevens van datasets zijn beschrijvingen van de kwaliteitseisen(normen) en gerealiseerde kwaliteit beschreven conform de structuur van het NORA raamwerk gegevenskwaliteit.
  2. Er is liefst ook een machineleesbare versie van de kwaliteit van de gegevens beschikbaar conform de DQV standaard.

Principe 4.1. Gegevens worden geleverd vanuit herbruikbare gegevensdienstenbewerken

Rationale

Door vanuit hergebruik naar de clustering van functionaliteit en gegevens te kijken wordt voorkomen dat specifieke afnemers eigen specifieke gegevens en gegevensdiensten vragen. Hergebruik van gegevensdiensten is efficiënter en meer beheersbaar dan het gebruik van point-to-point koppelingen omdat het tot minder koppelingen leidt. Tegelijkertijd vraagt dataminimalisatie aandacht, waardoor hergebruik lastiger kan zijn.

Implicaties

  1. Gegevensdiensten leveren gegevens die passen bij de behoeften van een grote hoeveelheid afnemers.
  2. Gegevensdiensten worden kenbaar gemaakt in relevante catalogi zoals developer.overheid.nl, data.overheid.nl en het Nationaal Geo Register.
  3. Aanbieders van gegevensdiensten bieden afnemers testfaciliteiten zoals een testomgeving, testdata en/of testscripts, met name als de gegevensdienst meer behelst dan het ontsluiten van open data.
  4. Gegevensdiensten die zijn gerealiseerd als RESTful API voldoen aan de Nederlandse API-strategie en de REST-API Design Rules.
  5. Er zijn beschrijvingen van de serviceniveaus die gelden voor de gegevensdienst beschikbaar en deze serviceniveaus worden gemonitord door de aanbieder.

Principe 4.2. Registraties bieden historische gegevens aanbewerken

Rationale

Registraties zijn de formele bron voor de gegevens die ze beheren. Formele registraties zoals sector- en basisregistraties zijn een belangrijke basis voor de Nederlandse overheid en er zal op allerlei manieren naar ze worden gerefereerd. Het is belangrijk dat er geen discussie kan ontstaan over welke gegevens er op een bepaald moment onderdeel waren van een registratie, ook in juridische zin. Het beschikbaar stellen van historie voorkomt ook dat afnemers een eigen historische kopie van gegevens moeten bewaren.

Implicaties

  1. Nieuwe formele overheidsregistraties die worden ontwikkeld leggen de formele historie van gegevens vast.
  2. Er wordt expliciet bepaald of er in een gebruikscontext behoefte is aan materiële historie.
  3. Er wordt bij het ontwikkelen van informatie- en gegevensmodellen expliciet rekening gehouden met historie.
  4. Registraties bieden de mogelijkheid om historische gegevens op te vragen.
  5. Gegevens worden niet fysiek verwijderd; als ze niet meer geldig zijn dan wordt alleen vastgelegd dat ze niet meer geldig zijn (tenzij ze om juridische redenen vernietigd moeten worden).
  6. De historische integriteit van gegevens is geborgd; oude gegevens worden niet overschreven.
  7. Gegevens en hun historie kunnen worden overgebracht naar een archief om hun duurzame toegankelijkheid te kunnen garanderen.

Principe 4.3. Organisaties kunnen notificeren over belangrijke gebeurtenissenbewerken

Rationale

Overheidsorganisaties willen worden geïnformeerd over gebeurtenissen waarop zij moeten acteren. Overheidsdienstverlening zou proactief moeten zijn en georganiseerd vanuit het perspectief van burgers en ondernemers o.a. aan de hand van levensgebeurtenissen. Dit betekent dat het belangrijk is om informatie over levensgebeurtenissen te delen.

Implicaties

  1. Organisaties definiëren expliciet welke (levens)gebeurtenissen zij op willen acteren en welke gegevensuitwisselingen met andere organisaties hiervoor nodig zijn.
  2. Organisaties verstrekken notificaties als belangrijke gebeurtenissen plaatsvinden.
  3. Er zijn mechanismen die borgen dat de notificaties daadwerkelijk worden ontvangen door afnemers.

Principe 5.1. Informatieproducten zijn herleidbaar naar de onderliggende gegevens en regelsbewerken

Rationale

Het is belangrijk dat afnemers van informatieproducten weten hoe deze tot stand zijn gekomen. Ze willen weten welke onderliggende brongegevens zijn gebruikt en welke afleidingsregels daarop zijn toegepast. Hierdoor kunnen ze beter inschatten of de resulterende gegevens aansluiten bij hun informatiebehoefte en of ze voldoende betrouwbaar zijn. Het geeft ze vertrouwen in de mate waarin het informatieproduct aansluit bij hun eigen gebruik. De kwaliteit van de onderliggende brongegevens bepalen de kwaliteit van het informatieproduct.

Implicaties

  1. De afleidingsregels (en hun documentatie) die zijn gebruikt voor het creëren van het informatieproduct (vanaf de bron) zijn toegankelijk voor de afnemer.
  2. In metagegevens van informatieproducten is expliciet gemaakt welke administraties zijn gebruikt.
  3. Liefst zijn ook de specifieke onderliggende brongegevens die zijn gebruikt bij de afleiding toegankelijk voor de afnemer (daarbij rekening houdende met privacy).
  4. Afleidingsregels zijn onder versiebeheer zodat ook historisch inzicht kan worden gegeven in hun werking (en de wet- en regelgeving waarop ze gebaseerd zijn).

Principe 6.1. Gegevens worden zo vroeg mogelijk gevalideerdbewerken

Rationale

Het valideren van gegevens borgt dat gegevens valide en consistent zijn en is daarmee een belangrijke maatregel voor het borgen van de kwaliteit van gegevens. Dit is met name relevant als gegevens vervolgens worden doorgeleverd aan anderen zodat een mate van kwaliteit is geborgd in de keten. Bepaalde aspecten van kwaliteit zijn zo belangrijk dat gegevens die daar niet aan voldoen zouden moeten worden afgewezen. Dat gaat in ieder geval over de validiteit (structuur en vorm) en consistentie (samenhangend en vrij van tegenspraak) van gegevens, maar kan bijvoorbeeld ook over actualiteit gaan. Zo is bij het controleren van verifieerbare verklaringen belangrijk om te bepalen of ze nog geldig zijn. Door zo vroeg mogelijk te valideren kan snel een terugkoppeling worden gegeven over fouten en is foutherstel het meest eenvoudig en minder kostbaar dan het herstellen van de fout verderop in de keten.

Implicaties

  1. Bronhouders en aanbieders controleren van gegevens die bij hen worden aangeleverd minimaal de validiteit, consistentie en andere aspecten van kwaliteit die tot afwijzing kunnen leiden, voordat ze worden geaccepteerd.
  2. Validatiediensten worden ook als losse dienst aangeboden zodat partijen zelf kunnen controleren of gegevens voldoen, zonder ze direct ter verwerking aan te bieden.

Volgende pagina: 4.3 Veranderinitiatieven