BIO Thema Serverplatform

Uit NORA Online
BIO Thema Serverplatform
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo ISOR (vier hangsloten die in elkaar geklikt zitten met de tekst Information Security Object Repository)

Dit Normenkader is deel van ISOR.


Inhoud




Binnen dit normenkader

Relatie tussen principes en onderliggende normen

schema van een themaprincipe met daaronder een aantal conformiteitsindicatoren en onder elke conformiteitsindicator een aantal normen.
Een themaprincipe is een richtinggevende uitspraak binnen een bepaald thema, zoals beveiliging of privacy. Een themaprincipe is vaak nog vrij breed, maar valt uiteen in een aantal deelonderwerpen, die met trefwoorden zijn aangegeven: de conformiteitsindicatoren. Onder elk trefwoord vallen een aantal normen, concrete aanbevelingen die je uit kunt voeren om dat deel van het principe te realiseren. Conformeer je je aan alle normen, dan conformeer je je aan de indicator en uiteindelijk aan het principe.


Stel dat het thema Gezondheid onderdeel uitmaakte van de NORANederlandse Overheid ReferentieArchitectuur. Dan zou een gezondheidsprincipe kunnen zijn: de volwassene eet gezond en in gepaste hoeveelheden. Logischerwijs valt dat uiteen in een aantal trefwoorden, de conformiteitsindicatoren: eet gezond en gepaste hoeveelheden. Iemand kan immers heel gezond eten naar binnen werken, maar veel te veel of juist te weinig. Of de juiste hoeveelheid calorieën binnenkrijgen uit eenzijdige voeding en zo toch niet gezond eten. In de praktijk heb je aan deze kernwoorden nog niets: je hebt normen nodig die uitwerken hoe je dit realiseert en meet. De normen die gepaste hoeveelheid concretiseren zouden bijvoorbeeld betrekking kunnen hebben op de afmeting van de volwassene, de hoeveelheid beweging en de calorische waarde van het eten.


Klik verder voor alle eigenschappen van themaprincipes, conformiteitsindicatoren en normen.


Indelingen binnen BIO Thema Serverplatform

Alle onderdelen van BIO Thema Serverplatform zijn ingedeeld volgens de SIVA-methode. Dat betekent dat alle principes en onderliggende normen zijn ingedeeld in één van drie aspecten: Beleid, Uitvoering of Control (B, U of C). Binnen normenkaders die geheel volgens de SIVA-methode zijn opgesteld herken je bovendien een tweede indeling, in de invalshoeken Intentie of Functie of Gedrag of Structuur (I, F, G of S). Deze indeling heeft binnen SIVA tot doel om lacunes te ontdekken in de objectanalyse die leidt tot normen. Voor de Privacy Baseline geldt een uitzondering. Daar heeft IFGS geen rol gespeeld bij de samenstelling van het 'normenkader'. De IFGS-aanduiding is hier achteraf toegevoegd als indicatie van het handelingsperspectief.

De principes en onderliggende normen van BIO Thema Serverplatform zijn op basis hiervan in een aantal overzichten gezet:

Principes uit BIO Thema Serverplatform

In deze tabel staan alle principes uit BIO Thema Serverplatform, met het unieke ID, Criterium en de trefwoorden die verder zijn uitgewerkt in normen. Gebruik de pijltjes bovenaan de kolommen om de sortering aan te passen en klik op een principe om alle eigenschappen te zien en de onderliggende normen te bekijken. Deze tabellen zijn ook beschikbaar als csv-download (alle beveiligingsaspecten / beleid / uitvoering / Control) en in uitgebreide versie met alle bestaande eigenschappen.

Beleid

csv principes beleid

ID   Criterium
SERV_B.01 Beleid voor beveiligde inrichting en onderhoud Voor het beveiligd inrichten en onderhouden van het serverplatform behoren regels te worden vastgesteld en binnen de organisatie te worden toegepast.
SERV_B.02 Principes voor inrichten van beveiligde servers De principes voor het inrichten van beveiligde servers behoren te worden vastgesteld, gedocumenteerd, onderhouden en toegepast voor alle verrichtingen betreffende het inrichten van servers.
SERV_B.03 Serverplatform architectuur De functionele eisen, beveiligingseisen en architectuurvoorschriften van het serverplatform zijn in samenhang in een architectuurdocument vastgelegd.

Uitvoering

csv principes uitvoering

ID   Criterium
SERV_U.01 Bedieningsprocedures Bedieningsprocedures behoren te worden gedocumenteerd en beschikbaar gesteld aan alle gebruikers die ze nodig hebben.
SERV_U.02 Standaarden voor configuratie van servers Het serverplatform is geconfigureerd in overeenstemming met gedocumenteerde standaarden.
SERV_U.03 Malwareprotectie Ter bescherming tegen malware behoren beheersmaatregelen voor preventie, detectie en herstel te worden geïmplementeerd, in combinatie met het stimuleren van een passend bewustzijn van gebruikers.
SERV_U.04 Beheer van serverkwetsbaarheden InformatieBetekenisvolle gegevens. over technische serverkwetsbaarheden (Zie Handreiking:4.42 Penetratietesten) behoort tijdig te worden verkregen, de blootstelling van de organisatie aan dergelijke kwetsbaarheden dient te worden geëvalueerd en passende maatregelen moeten worden genomen om risico’s die hiermee samenhangen aan te pakken.
SERV_U.05 Patchmanagement Patchmanagement is procesmatig en procedureel opgezet wordt ondersteund door richtlijnen zodat het zodanig kan worden uitgevoerd dat op de servers de laatste (beveiligings)patches tijdig zijn geïnstalleerd.
SERV_U.06 Beheer op afstand Richtlijnen en ondersteunende beveiligingsmaatregelen behoren te worden geïmplementeerd ter beveiliging van beheer op afstand van servers.
SERV_U.07 Onderhoud van servers Servers behoren correct te worden onderhouden om de continue beschikbaarheidgegevens worden opgeslagen volgens duurzame normen en afhankelijk van de organisatiekeuze beschikbaar gesteld aan verschillende afnemers. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in technische, privacy afgeschermde, digitale, open of gesloten vormen. en integriteit te waarborgen.
SERV_U.08 Veilig verwijderen of hergebruiken van serverapparatuur Alle onderdelen van servers met opslagmedia behoren te worden geverifieerd, om te waarborgen dat gevoelige gegevensWeergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat. Het betreft hier alle vormen van gegevens, zowel data uit informatiesystemen als records en documenten, in alle vormen zoals gestructureerd als ongestructureerd en in licentie gegevenWeergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat software voorafgaand aan verwijdering of hergebruik zijn verwijderd of betrouwbaar veilig zijn overschreven.
SERV_U.09 Hardenen van servers Voor het beveiligen van servers worden overbodige functies en ongeoorloofde toegang uitgeschakeld.
SERV_U.10 Serverconfiguratie Serverplatforms behoren zo geconfigureerd te zijn, dat zij functioneren zoals het vereist is en zijn beschermd tegen ongeautoriseerd en incorrecte updates.
SERV_U.11 Beveiliging Virtueel serverplatform Virtuele servers behoren goedgekeurd te zijn en toegepast te worden op robuuste en veilige fysieke servers (bestaande uit hypervisor en virtuele servers) en behoren zodanig te zijn geconfigureerd dat gevoelige informatie in voldoende mate is beveiligd.
SERV_U.12 Beperking van software-installatie Voor het door gebruikers (beheerders) installeren van software behoren regels te worden vastgesteld en te worden geïmplementeerd.
SERV_U.13 Kloksynchronisatie De klokken van alle relevante informatie verwerkende systemen binnen een organisatie of beveiligingsdomein zijn gedocumenteerd en gesynchroniseerd op één referentietijdbron.
SERV_U.14 Ontwerpdocumentatie Het ontwerp van een serverplatform behoort te zijn gedocumenteerd.

Control

csv control

ID   Criterium
SERV_C.01 Evaluatie richtlijnen servers en besturingssystemen Er behoren richtlijnen te worden vastgesteld om de implementatie en beveiliging van servers en besturingssystemen te controleren waarbij de bevindingen tijdig aan het management worden gerapporteerd.
SERV_C.02 Beoordeling technische serveromgeving Technische serveromgevingen behoren regelmatig te worden beoordeeld op naleving van de beleidsregels en normen van de organisatie voor serverplatforms.
SERV_C.03 Beheerderactiviteiten vastgelegd in logbestanden Activiteiten van systeembeheerders en -operators behoren te worden vastgelegd en de logbestanden behoren te worden beschermd en regelmatig te worden beoordeeld.
SERV_C.04 Registratie gebeurtenissen Logbestanden van gebeurtenissen die gebruikersactiviteiten, uitzonderingen en informatiebeveiligingsgebeurtenissen registreren, behoren te worden gemaakt, bewaard en regelmatig te worden beoordeeld.
SERV_C.05 Monitoren van servers en serverplatforms De organisatie reviewt/analyseert regelmatig de logbestanden om onjuist gebruik en verdachte activiteiten aan servers en besturingssystemen vast te stellen en bevindingen aan het management te rapporteren.
SERV_C.06 Beheerorganisatie servers en serverplatforms Binnen de beheerorganisatie is een beveiligingsfunctionaris benoemd die de organisatie ondersteunt in de vorm van het bewaken van beveiligingsbeleid en die inzicht verschaft in de inrichting van de servers en het serverplatform.

Onderliggende normen

ℹ️Toon uitleg relaties themaprincipe, conformiteitindicator en norm

schema van een themaprincipe met daaronder een aantal conformiteitsindicatoren en onder elke conformiteitsindicator een aantal normen.
Een themaprincipe is een richtinggevende uitspraak binnen een bepaald thema, zoals beveiliging of privacy. Een themaprincipe is vaak nog vrij breed, maar valt uiteen in een aantal deelonderwerpen, die met trefwoorden zijn aangegeven: de conformiteitsindicatoren. Onder elk trefwoord vallen een aantal normen, concrete aanbevelingen die je uit kunt voeren om dat deel van het principe te realiseren. Conformeer je je aan alle normen, dan conformeer je je aan de indicator en uiteindelijk aan het principe.


Stel dat het thema Gezondheid onderdeel uitmaakte van de NORANederlandse Overheid ReferentieArchitectuur. Dan zou een gezondheidsprincipe kunnen zijn: de volwassene eet gezond en in gepaste hoeveelheden. Logischerwijs valt dat uiteen in een aantal trefwoorden, de conformiteitsindicatoren: eet gezond en gepaste hoeveelheden. Iemand kan immers heel gezond eten naar binnen werken, maar veel te veel of juist te weinig. Of de juiste hoeveelheid calorieën binnenkrijgen uit eenzijdige voeding en zo toch niet gezond eten. In de praktijk heb je aan deze kernwoorden nog niets: je hebt normen nodig die uitwerken hoe je dit realiseert en meet. De normen die gepaste hoeveelheid concretiseren zouden bijvoorbeeld betrekking kunnen hebben op de afmeting van de volwassene, de hoeveelheid beweging en de calorische waarde van het eten.


Klik verder voor alle eigenschappen van themaprincipes, conformiteitsindicatoren en normen.

In deze tabel staan alle normen uit BIO Thema Serverplatform. Van links tot rechts zie je het unieke ID van de norm, welk trefwoord van het bovenliggende principe de norm realiseert, de tekst van de norm en een link naar de aparte pagina van die norm. Gebruik de pijltjes bovenaan de kolommen om de sortering aan te passen en klik op een principe om alle eigenschappen te zien en de onderliggende normen te bekijken. Deze tabel is ook beschikbaar als csv-download (alle beveiligingsaspecten / beleid / uitvoering / control) en in uitgebreide versie.

Beleid

csv normen beleid

ID trefwoord Stelling Norm
SERV_B.01.01 regels De gangbare principes rondom Security by design zijn uitgangspunt voor het onderhouden van servers. Gangbare principes rondom security by design zijn uitgangspunt voor het onderhouden van server
SERV_B.01.02 regels In het beleid voor beveiligd inrichten en onderhouden zijn de volgende aspecten in overweging genomen:
  1. het toepassen van richtlijnen/standaarden voor configuratie van servers en operating systemen;
  2. het gebruik van hardeningsrichtlijnen;
  3. het toepassen van standaard images;
  4. het beperken van toegang tot krachtige faciliteiten en host parameter settings;
  5. het beschermen tegen ongeautoriseerde toegang.
Overwegingen betreffende het beleid voor beveiligd inrichting en onderhoud
SERV_B.02.01 principes De gangbare principes rondom Security by design zijn uitgangspunt voor het inrichten van servers. Gangbare principes rondom Security by design zijn uitgangspunt voor het inrichten van servers
SERV_B.02.02 principes Voor het beveiligd inrichten van servers zijn de volgende beveiligingsprincipes van belang:
  • defense in depth (beveiliging op verschillende lagen);
  • secure by default;
  • least privilege (minimale toegangsniveau);
  • fail secure, waarbij informatie in geval van een systeemfout niet toegankelijk is voor onbevoegde personen en niet kan worden gemanipuleerd of gewijzigd;
  • eenduidige naamgevingconventie;
  • minimalisatie van Single points of failure.
Beveiligingsprincipes voor het beveiligd inrichten van servers
SERV_B.03.01 architectuurdocument Van het in te richten serverplatform is een actueel architectuurdocument opgesteld; het document:
  • heeft een eigenaar;
  • is voorzien van een datum en versienummer;
  • bevat een documenthistorie (wat is wanneer en door wie aangepast);
  • is actueel, juist en volledig;
  • is door het juiste (organisatorische) niveau vastgesteld/geaccordeerd;
  • wordt actief onderhouden.
Eisen aan het architectuurdocument van het in te richten van het serverplatform
SERV_B.03.02 architectuurdocument In het architectuurdocument is vastgelegd welke uitgangspunten, principes, beveiligingsvoorschriften, eisen en overwegingen gelden voor het inrichten van servers platformen. In het architectuurdocument voor servers platforms vastgelegde inrichtings eisen

Uitvoering

csv normen uitvoering

ID trefwoord Stelling Norm
SERV_U.01.01 bedieningsprocedures Voor bedieningsactiviteiten die samenhangen met informatieverwerking en communicatiefaciliteiten, zoals de procedures voor het starten en afsluiten van de computer, back-up, onderhoud van apparatuur, zijn gedocumenteerde procedures opgesteld. Gedocumenteerde procedures voor bedieningsactiviteiten
SERV_U.01.02 bedieningsprocedures Wijzigingen aan bedieningsprocedures voor systeemactiviteiten worden formeel door hoger management goedgekeurd. Formele goedkeuring vereist voor wijzigingen aan bedieningsprocedures voor systeemactiviteiten
SERV_U.01.03 bedieningsprocedures In de bedieningsprocedures zijn de bedieningsvoorschriften opgenomen, onder andere voor:
  1. de installatie en configuratie van systemen;
  2. de verwerking en behandeling van informatie, zowel geautomatiseerd als handmatig;
  3. de back-up;
  4. de eisen ten aanzien van de planning, met inbegrip van onderlinge verbondenheid met andere systemen;
  5. de voorschriften voor de afhandeling van fouten of andere uitzonderlijke omstandigheden die tijdens de uitvoering van de taak kunnen optreden, waaronder beperkingen ten aanzien van het gebruik van systeemhulpmiddelen;
  6. de ondersteunings- en escalatiecontacten, waaronder externe ondersteuningscontacten in geval van onverwachte bedienings- of technische moeilijkheden;
  7. het beheer van audit- en systeemlog bestandinformatie;
  8. de procedures voor het monitoren van activiteiten.
In de bedieningsprocedures opgenomen bedieningsvoorschriften
SERV_U.02.01 standaarden De documentatie conform de standaarden omvat:
  1. het bieden van gestandaardiseerde firmware-configuraties;
  2. het gebruik van gestandaardiseerde en vooraf bepaalde server-images voor het bouwen/configureren van servers;
  3. het wijzigen van de standaardwaarden van leverancier- en andere beveiligingsparameters;
  4. het uitschakelen of beperken van onnodige functies en services;
  5. het beperken van de toegang tot krachtige beheerhulpmiddelen en host-parameter instellingen (bijvoorbeeld Windows 'Register-editor');
  6. het beschermen tegen ongeoorloofde toegang;
  7. het uitvoeren van standaard beveiligingsbeheer praktijken.
Eisen aan de "gedocumenteerde standaarden"
SERV_U.03.01 preventie Een formeel beleid wordt toegepast waarin het gebruik van ongeautoriseerde gebruik van software is verboden. In beleid vastgelegd formeel verbod op het ongeautoriseerde gebruik van software
SERV_U.03.02 preventie Procedures zijn beschreven en verantwoordelijkheden benoemd voor de bescherming tegen malware. Gebruikers zijn voorgelicht over risico’s van surfgedrag en klikken op onbekende links
SERV_U.03.03 preventie Severs zijn voorzien van (up-to-date) software die malware opspoort en daartegen beschermt. Het downloaden van bestanden is beheerst en beperkt
SERV_U.03.04 preventie Gebruikers zijn voorgelicht over de risico's ten aanzien van surfgedrag en het klikken op onbekende links. Servers zijn voorzien van up-to-date anti-malware software
SERV_U.03.05 preventie Het downloaden van bestanden is beheerstin een omgeving die vooraf gedefinieerd is en volgens wetgeving en referentiearchitectuur is ingericht. Het is een structurele aanpak. en beperkt op basis van een risicoanalyse en van het principe "need-of-use". Voor de bescherming tegen malware zijn procedures beschreven en verantwoordelijkheden benoemd
SERV_U.03.06 detectie Servers en hiervoor gebruikte media worden als voorzorgsmaatregel routinematig gescand op malware. De uitgevoerde scan omvat alle bestanden die op de server zijn opgeslagen. Servers en hiervoor gebruikte media worden routinematig gescand op malware
SERV_U.03.07 detectie De malware scan wordt op alle omgevingen uitgevoerd. De malware scan wordt op alle omgevingen uitgevoerd
SERV_U.03.08 herstel Software die malware opspoort en bijbehorende herstelsoftware zijn geïnstalleerd en worden regelmatig geüpdate. De anti-malware software wordt regelmatig geüpdate
SERV_U.04.01 technische serverkwetsbaarheden Als de kans op misbruik en de verwachte schade beide hoog zijn (NCSC-classificatie kwetsbaarheidwaarschuwingen), worden patches zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen een week geïnstalleerd. In de tussentijd worden op basis van een expliciete risicoafweging mitigerende maatregelen getroffen. Eisen aan het installeren van patches en tussentijdse mitigerende maatregelen
SERV_U.04.02 technische serverkwetsbaarheden Voor een doeltreffende kwetsbaarhedenanalyse van serverplatform en servers is informatie aanwezig over beschikbaarheidgegevens worden opgeslagen volgens duurzame normen en afhankelijk van de organisatiekeuze beschikbaar gesteld aan verschillende afnemers. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in technische, privacy afgeschermde, digitale, open of gesloten vormen. van:
  • (onderlinge)afhankelijkheden;
  • software t.a.v. versienummers, toepassingsstatus;
  • verantwoordelijken voor de software.
Informatie-eisen voor het uitvoeren van een doeltreffende kwetsbaarhedenanalyse
SERV_U.04.03 technische serverkwetsbaarheden Om een doeltreffend beheerproces voor technische kwetsbaarheden vast te stellen, zijn:
  • de rollen en verantwoordelijkheden in samenhang met beheer van technische kwetsbaarheden vastgesteld;
  • de middelen om technische kwetsbaarheden te bepalen vastgesteld.
Verantwoordelijkheden - rollen en middelen om technische kwetsbaarheden te beheren
SERV_U.04.04 technische serverkwetsbaarheden Met betrekking tot de technische kwetsbaarheden zijn voor een doeltreffend beheerproces, de activiteiten afgestemd op het incident. De activiteiten zijn afgestemd op het incident beheerproces
SERV_U.04.05 technische serverkwetsbaarheden Het proces Kwetsbaarhedenbeheer wordt uitgevoerd ten behoeve van:
  • identificatieHet bekend maken van de identiteit van personen, organisaties of IT-voorzieningen. van bekende technische kwetsbaarheden;
  • high-level inzicht in de kwetsbaarheden in de technische infrastructuur van de organisatie;
  • relevantie, gericht op de mate waarin het serverplatform en de servers kunnen worden blootgesteld aan bedreigingen;
  • prioriteit geven aan herstel van onderkende kwetsbaarheden.
Het kwetsbaarheden beheerproces
SERV_U.04.06 technische serverkwetsbaarheden Technische kwetsbaarheden worden via de processen 'Patch management en of Wijzigingsbeheer' hersteld. Procesmatig herstel van technische kwetsbaarheden
SERV_U.04.07 geëvalueerd Het kwetsbaarheden beheerproces wordt regelmatig gemonitord en geëvalueerd. Het kwetsbaarheden beheerproces wordt regelmatig gemonitord en geëvalueerd
SERV_U.05.01 procesmatig Het patchmanagement proces is beschreven, goedgekeurd door het management en toegekend aan een verantwoordelijke functionaris. Patchmanagement is beschreven goedgekeurd en toegekend
SERV_U.05.02 procesmatig Een technisch mechanisme zorgt voor (semi-) automatische updates. Een technisch mechanisme zorgt voor (semi-)automatische updates
SERV_U.05.03 procesmatig Configuratiebeheer geeft het inzicht op basis waarvan de servers worden gepatcht. Op basis van inzicht vanuit configuratiebeheer worden de servers gepatcht
SERV_U.05.04 procesmatig Het Patchmanagement proces bevat methoden om:
  1. patches te testen en te evalueren voordat ze worden geïnstalleerd;
  2. patches te implementeren op servers die niet toegankelijk zijn via het bedrijfsnetwerk;
  3. om te gaan met de mislukte of niet uitgevoerde patches;
  4. te rapporteren over de status van het implementeren van patches;
  5. acties te bepalen, ingeval een technische kwetsbaarheid niet met een patch kan worden hersteld, of een beschikbare patch niet kan worden aangebracht.
Eisen aan het Patchmanagement proces
SERV_U.05.05 procedureel De patchmanagement procedure is actueel en beschikbaar. De Patchmanagement procedure is actueel en beschikbaar
SERV_U.05.06 procedureel De rollen en verantwoordelijkheden voor patchmanagement zijn vastgesteld. De rollen en verantwoordelijkheden voor Patchmanagement zijn vastgesteld
SERV_U.05.07 procedureel De volgende aspecten van een patch worden geregistreerd:
de beschikbare patches;
  • hun relevantie voor de systemen / bestanden;
  • het besluit tot wel/niet uitvoeren;
  • de testdatum en het resultaat van de patchtest;
  • de datum van implementatie; en
  • het patchresultaat.
Registratie van de aspecten van een patch
SERV_U.05.08 richtlijnen Ter ondersteuning van de patchactiviteiten is op het juiste (organisatorische) niveau een opgestelde patchrichtlijn vastgesteld en geaccordeerd. Een patchrichtlijn is opgesteld - vastgesteld en geaccordeerd
SERV_U.05.09 richtlijnen Alleen beschikbare patches van een legitieme (geautoriseerde) bron mogen worden geïmplementeerd. Alleen beschikbare patches van een legitieme (geautoriseerde) bron worden geïmplementeerd
SERV_U.05.10 richtlijnen De risico's die verbonden zijn aan het installeren van de patch worden beoordeeld (de risico's die worden gevormd door de kwetsbaarheid worden vergeleken met risico's als gevolg van het installeren van de patch. De risico’s verbonden aan het installeren van de patch worden beoordeeld
SERV_U.05.11 richtlijnen Wanneer voor een gepubliceerde technische kwetsbaarheid geen patch beschikbaar is, worden andere beheersmaatregelen overwogen, zoals:
  • het uitschakelen van functionaliteiten en/of diensten;
  • het aanpassen of toevoegen van toegangsbeveiligingsmaatregelen, bijv. firewalls, rond de grenzen van netwerken;
  • het vaker monitoren om de werkelijke aanvallen op te sporen;
  • het kweken van bewustzijn omtrent de kwetsbaarheid.
Wanneer een niet patch beschikbaar is worden andere beheersmaatregelen overwogen
SERV_U.06.01 richtlijnen Toegang tot kritieke systemen voor beheer op afstand door externe personen wordt beheerd door middel van:
  1. het definiëren en overeenkomen van de doelstellingen en reikwijdte van de geplande werkzaamheden;
  2. het autoriseren van individuele sessies;
  3. het beperken van toegangsrechten (binnen doelstellingen en reikwijdte);
  4. het loggen van alle ondernomen activiteiten;
  5. het gebruiken van unieke authenticatieHet aantonen dat degene die zich identificeert ook daadwerkelijk degene is die zich als zodanig voorgeeft: ben je het ook echt? Authenticatie noemt men ook wel verificatie van de identiteit. referenties voor elke implementatie;
  6. het toewijzen van toegangsreferenties aan individuen in plaats van gedeeld;
  7. het intrekken van toegangsrechten en het wijzigen van wachtwoorden onmiddellijk nadat het overeengekomen onderhoud is voltooid;
  8. het uitvoeren van een onafhankelijke beoordeling van onderhoudsactiviteiten op afstand.
Toegang tot kritieke systemen voor beheer op afstand door externe personen wordt beheerd
SERV_U.06.02 richtlijnen Het op afstand onderhouden van servers wordt strikt beheerd door middel van:
  1. het verifiëren van de bron van de verbinding op afstand;
  2. het bepalen van de toestemming voordat toegang wordt verleend voor de connectiviteit;
  3. het beperken van het aantal gelijktijdige externe verbindingen;
  4. het bewaken van activiteiten gedurende de gehele duur van de verbinding;
  5. het uitschakelen van de verbinding zodra de geautoriseerde activiteit voltooid is.
Het op afstand onderhouden van servers wordt strikt beheerd
SERV_U.06.03 richtlijnen Het serverplatform is zodanig ingericht, dat deze op afstand kan worden geconfigureerd en beheerd en dat automatisch kan worden gecontroleerd of vooraf gedefinieerde parameters en drempelwaarden worden aangetast of overschreden. Het serverplatform is zodanig ingericht dat deze op afstand wordt geconfigureerd en beheerd
SERV_U.06.04 richtlijnen Handmatige interventie wordt niet toegepast, tenzij geautoriseerd en gedocumenteerd. Handmatige interventie wordt niet toegepast tenzij geautoriseerd en gedocumenteerd
SERV_U.06.05 richtlijnen Alle externe toegang tot servers vindt versleuteld plaats. Alle externe toegang tot servers vindt versleuteld plaats
SERV_U.07.01 onderhouden Het onderhoud van servers wordt uitgevoerd op basis van richtlijnen die invulling geven aan de volgende eisen:
  1. onderhoud wordt uitgevoerd in overeenstemming met de door de leverancier aanbevolen intervallen voor servicebeurten;
  2. alleen bevoegd onderhoudspersoneel voert reparaties en onderhoudsbeurten uit;
  3. van alle vermeende en daadwerkelijke fouten en van al het preventieve en correctieve onderhoud wordt registratie bijgehouden;
  4. voor onderhoud vanuit interne of externe locaties worden passende maatregelen getroffen;
  5. voordat servers na onderhoud weer in bedrijf worden gesteld, vindt een inspectie plaats om te waarborgen dat niet is geknoeid met de server en dat deze nog steeds of weer goed functioneert.
Het onderhoud van servers wordt uitgevoerd op basis van richtlijnen
SERV_U.08.01 opslagmedia de server(s):
  1. wordt informatie welke niet meer benodigd is, vernietigd door middel van het verwijderen of overschrijven gebruikmakend van technieken die het onmogelijk maken de oorspronkelijke informatie terug te halen;
  2. worden opslagmedia die niet meer benodigd zijn en die vertrouwelijke of door auteursrecht beschermde informatie bevatten fysiek vernietigd.
Niet meer benodigde opslagmedia en informatie van servers worden vernietigd
SERV_U.08.02 geverifieerd Voorafgaand aan verwijdering of hergebruik wordt gecontroleerd of de server opslagmedia bevat en of de informatie is vernietigd. Gecontroleerd wordt of te verwijderen servers nog opslagmedia en/of informatie is bevat
SERV_U.09.01 functies Servers zijn zodanig geconfigureerd dat onderstaande functies zijn verwijderd of uitgeschakeld:
  1. niet-essentiële en overbodige (redundant) services;
  2. het kunnen uitvoeren van gevoelige transacties en scripts;
  3. krachtige beheerhulpmiddelen;
  4. het “run” commando” en “commandprocessors”;
  5. de “auto-run”-functie.
Servers zijn zodanig geconfigureerd dat bepaalde functies zijn verwijderd of uitgeschakeld
SERV_U.09.02 functies Servers zijn zodanig geconfigureerd dat gebruik van onderstaande functies wordt beperkt:
  1. communicatiediensten die inherent vatbaar zijn voor misbruik;
  2. communicatieprotocollen die gevoelig zijn voor misbruik.
Servers zijn zodanig geconfigureerd dat gebruik van bepaalde functies wordt beperkt
SERV_U.09.03 toegang Servers worden beschermd tegen ongeoorloofde toegang doordat:
  1. onnodige of onveilige gebruikersaccounts zijn verwijderd;
  2. belangrijke beveiliging gerelateerde parameters juist zijn ingesteld;
  3. time-out faciliteiten worden gebruikt, die:
    1. automatisch na een vooraf bepaalde periode van inactiviteit sessies sluiten en een blanco scherm tonen op de beheerschermen;
    2. vereisen dat opnieuw wordt ingelogd voordat een beheerscherm zich herstelt.
Servers worden beschermd tegen ongeoorloofde toegang
SERV_U.10.01 geconfigureerd De Servers zijn geconfigureerd in overeenstemming met gedocumenteerde standaarden/procedures en welke betrekking hebben op:
  1. het inrichten van standaard firmware-configuraties;
  2. het gebruik van gestandaardiseerde vooraf bepaalde server-images voor het bouwen/configureren van servers;
  3. het wijzigen van de standaardwaarden en andere beveiligingsparameters van de leverancier(s);
  4. het verwijderen, uitschakelen en/of beperken van onnodige functies en services;
  5. het beperken van de toegang tot krachtige beheerhulpmiddelen en hostparameter instellingen;
  6. het beschermen tegen ongeoorloofde toegang;
  7. het uitvoeren van standaard beveiligingsbeheer.
De Servers zijn geconfigureerd in overeenstemming met gedocumenteerde standaarden/procedures
SERV_U.10.02 geconfigureerd De servers zijn geconfigureerd in overeenstemming met een gestandaardiseerde en vooraf bepaald serverimage. De servers zijn geconfigureerd conform een gestandaardiseerde serverimage
SERV_U.10.03 ongeautoriseerd Toegang tot server parameterinstellingen en krachtige beheerinstrumenten is:
  • beperkt tot een gelimiteerd aantal geautoriseerde personen;
  • beperkt tot specifiek omschreven situaties;
  • gekoppeld aan specifieke en gespecificeerde autorisatieHet proces van het toekennen van rechten voor de toegang tot geautomatiseerde functies en/of gegevens in ICT voorzieningen.
Toegang tot serverparameter instellingen en krachtige beheerinstrumenten is beperkt
SERV_U.11.01 fysieke servers Fysieke servers worden gebruikt om virtuele servers te hosten en worden beschermd tegen:
  • onbeheerde en ad hoc inzet van virtuele servers (zonder juiste procedure aanvraag, creëren en schonen);
  • overbelasting van resources (CPU, geheugen en harde schijf) door het stellen van een limiet voor het aanmaken van het aantal virtuele servers op een fysieke host server.
Fysieke servers worden gebruikt om virtuele servers te hosten en worden beschermd
SERV_U.11.02 hypervisors Hypervisors worden geconfigureerd om:
  • virtuele servers onderling (logisch) te scheiden op basis van vertrouwelijkheidseisen en om te voorkomen dat informatie wordt uitgewisseld tussen discrete omgevingen;
  • de communicatie tussen virtuele servers te coderen;
  • de toegang te beperken tot een beperkt aantal geautoriseerde personen;
  • de rollen van hypervisor administrators te scheiden.
Hypervisors worden geconfigureerd
SERV_U.11.03 virtuele servers Virtuele servers worden ingezet, geconfigureerd en onderhouden conform standaarden en procedures, die de bescherming omvat van:
  • fysieke servers, die worden gebruikt voor het hosten van virtuele servers;
  • hypervisors, die zijn geassocieerd met virtuele servers;
  • virtuele servers die op een fysieke server worden uitgevoerd.
Virtuele servers worden ingezet - geconfigureerd en onderhouden conform standaarden en procedures
SERV_U.11.04 virtuele servers Virtuele servers worden beschermd met standaard beveiligingsmechanismen op hypervisors, waaronder:
  • het toepassen van standaard beveiligingsrichtlijnen ten aanzien van fysieke en logische toegang;
  • het hardenen van de fysieke en virtuele servers;
  • wijzigingsbeheer, malwareprotectie;
  • het toepassen van monitoring en van netwerk gebaseerde beveiliging.
Virtuele servers worden beschermd met standaard beveiligingsmechanismen op hypervisors
SERV_U.12.01 regels Gebruikers (beheerders) kunnen op hun werkomgeving niets zelf installeren, anders dan via de ICT-leverancier wordt aangeboden of wordt toegestaan (white-list). Op de werkomgeving kan niets zelf worden geïnstalleerd anders dan wordt aangeboden of toegestaan
SERV_U.12.02 regels De organisatie past een strikt beleid toe ten aanzien van het installeren en gebruiken van software. De organisatie past een strikt beleid toe ten aanzien van het installeren en gebruiken van software
SERV_U.12.03 regels Het principe van least-privilege wordt toegepast. Het principe van least-privilege wordt toegepast
SERV_U.12.04 regels De rechten van beheerders worden verleend op basis van rollen. De rechten van beheerders worden verleend op basis van rollen
SERV_U.13.01 gedocumenteerd De systemen zijn met een standaard referentietijd voor gebruik geconfigureerd, zodanig dat gebruik gemaakt wordt van een consistente en vertrouwde datum- en tijdbron en dat gebeurtenislogboeken nauwkeurige tijdstempels gebruiken. De systemen zijn met een standaard referentietijd voor gebruik geconfigureerd
SERV_U.13.02 gesynchroniseerd De interne en externe eisen voor weergave, synchronisatie en nauwkeurigheid van tijd en de aanpak van de organisatie om een referentietijd op basis van externe bron(nen) te verkrijgen en hoe de interne klokken betrouwbaar te synchroniseren zijn gedocumenteerd. De eisen voor synchronisatie, nauwkeurigheid en weergave van tijd zijn gedocumenteerd.

Control

csv normen control

ID trefwoord Stelling Norm
SERV_C.01.01 richtlijnen De organisatie beschikt over richtlijnen voor het beoordelen van de technische omgeving van servers en besturingssystemen. Richtlijnen voor het beoordelen van de technische omgeving van servers en besturingssystemen
SERV_C.01.02 richtlijnen De organisatie beschikt over geautomatiseerde middelen voor effectieve ondersteuning van de controle activiteiten. De organisatie ondersteunt de ontrole activiteiten effectief met geautomatiseerde middelen
SERV_C.01.03 richtlijnen De organisatie beschikt over richtlijnen voor het uitvoeren van registratie, statusmeting, analyse, rapportage en evaluatie. Richtlijnen voor het uitvoeren van registratie - statusmeting - analyse - rapportage en evaluatie
SERV_C.01.04 richtlijnen De organisatie heeft de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden (TVB's) van controle functionarissen vastgelegd. De taken verantwoordelijkheden en bevoegdheden van controle functionarissen zijn vastgelegd
SERV_C.02.01 naleving Technische naleving wordt bij voorkeur beoordeeld met behulp van geautomatiseerde instrumenten die technische rapporten vervaardigen en geïnterpreteerd door een technisch specialist. Eisen aan het vervaardigen en interpreteren van technische naleving
SERV_C.02.02 naleving Periodiek worden, na verkregen toestemming van het management, penetratietests of kwetsbaarheidbeoordelingen uitgevoerd. Periodiek uitvoeren van penetratietests of kwetsbaarheidbeoordelingen
SERV_C.02.03 naleving De uitvoering van dergelijke tests worden gepland en gedocumenteerd en zijn herhaalbaar. Uitvoering van tests worden gepland en gedocumenteerd en zijn herhaalbaar
SERV_C.02.04 naleving Beoordeling van technische naleving wordt uitsluitend uitgevoerd door competente, bevoegde personen of onder toezicht van het management. Eisen aan het beoordelen van technische naleving
SERV_C.03.01 logbestanden De logbestanden worden beschermd tegen ongeautoriseerd manipuleren en worden beoordeeld om vast te stellen wie welke activiteit heeft uitgevoerd. Eisen aan het beschermen van de logbestanden
SERV_C.03.02 logbestanden Speciale gebruikers geven rekenschap over de door hun uitgevoerde beheer activiteiten. Speciale gebruikers geven rekenschap over de door hun uitgevoerde beheer activiteiten
SERV_C.04.01 logbestanden Logbestanden van gebeurtenissen bevatten, voor zover relevant:
  1. gebruikersidentificaties;
  2. systeemactiviteiten;
  3. data, tijdstippen en details van belangrijke gebeurtenissen zoals de registratie van geslaagde en geweigerde pogingen om toegang te krijgen tot het systeem en tot bronnen van informatie;
  4. identiteit of indien mogelijk de locatie van de apparatuur en de systeemidentificatie;
  5. systeemconfiguratie veranderingen;
  6. gebruik van speciale bevoegdheden;
  7. alarmen die worden afgegeven door het toegangsbeveiligingssysteem;
  8. activering en deactivering van beschermingssystemen, zoals antivirus systemen en inbraakdetectie systemen;
  9. verslaglegging van transacties die door gebruikers in toepassingen zijn uitgevoerd.
Eisen aan de inhoud van de logbestanden van gebeurtenissen
SERV_C.05.01 reviewt/analyseert De verantwoordelijke functionaris analyseert periodiek:

De verantwoordelijke functionaris analyseert periodiek:

  • de gelogde gebruikers-, activiteiten gegevensWeergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat. Het betreft hier alle vormen van gegevens, zowel data uit informatiesystemen als records en documenten, in alle vormen zoals gestructureerd als ongestructureerd ten aanzien van servers en serverplatforms;
  • het optreden van verdachte gebeurtenissen en mogelijke schendingen van de beveiligingseisen;
  • eventuele ongeautoriseerde toegang tot en wijzigingen/verwijderen van logbestanden.
NB: Verdachte gebeurtenissen zijn afwijkend en opmerkelijk gedrag ten aanzien gangbare patronen en geldende (beleids)regels.
Eisen aan de periodieke beoordeling van de logbestanden
SERV_C.05.02 reviewt/analyseert De verzamelde loginformatie wordt in samenhang geanalyseerd. De verzamelde loginformatie wordt in samenhang geanalyseerd
SERV_C.05.03 reviewt/analyseert Periodiek worden de geanalyseerde en beoordeelde gelogde (gesignaleerde) gegevensWeergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat. Het betreft hier alle vormen van gegevens, zowel data uit informatiesystemen als records en documenten, in alle vormen zoals gestructureerd als ongestructureerd aan de systeemeigenaren en/of aan het management gerapporteerd. Eisen aan de periodieke rapportage over de analyse van de logbestanden
SERV_C.05.04 reviewt/analyseert De rapportages uit de beheerdisciplines compliancy management, vulnerability assessment, penetratietest en logging en monitoring worden op aanwezigheid van structurele risico's geanalyseerd en geëvalueerd. Analyse en evaluatie van beheer- log- en penetratietest rapportages op structurele risico’s
SERV_C.05.05 rapporteren De analyse bevat informatie over kwetsbaarheden, zwakheden en misbruik en wordt gecommuniceerd met het verantwoordelijk management. Eisen aan de inhoud en verspreiding van de loganalyse rapportage
SERV_C.05.06 rapporteren De eindrapportage bevat, op basis van analyses, verbeteringsvoorstellen gedaan. De eindrapportage bevat verbeteringsvoorstellen op basis van analyses
SERV_C.06.01 beveiligingsfunctionaris De beveiligingsfunctionaris zorgt o.a. voor:
  1. de actualisatie van beveiligingsbeleid ten aanzien servers en besturingssystemen;
  2. de afstemming van het beveiligingsbeleid in de afgesloten overeenkomsten met o.a. de ketenpartijen;
  3. de evaluatie van de effectiviteit van de beveiliging van de ontwikkelde systemen;
  4. de evaluatie van de beveiligingsmaatregelen ten aanzien van de bestaande risico’s;
  5. de bespreking van beveiligingsissues met ketenpartijen;
  6. het verschaffen van inzicht in de afhankelijkheden tussen servers binnen de infrastructuur.
Activiteiten van de beveiligingsfunctionaris
SERV_C.06.02 beveiligingsbeleid Het beveiligingsbeleid geeft ten aanzien van het serverplatform inzicht in:
  1. specifieke beveiligings- en architectuurvoorschriften;
  2. afhankelijkheden tussen servercomponenten;
  3. de inrichting, het onderhoud en het beheer van de servers.
Inhoud van het beveiligingsbeleid
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Hulpmiddelen