Conceptueel informatiemodel van de RMO

Op deze pagina vind je een Bedrijfsobjectenmodel (BOM) en een Conceptueel Informatiemodel (CIM) van de RMO 3.0 conform de standaard MIM voor informatiemodellen. Dat is geenszins een triviale omzetting, aangezien de RMO 3.0 is opgesteld in een format waarbij geen rekening is gehouden met de beschrijving van informatiemodellen conform MIM. We gaan daarom stap voor stap een verbetering aanbrengen.

Als eerste is het RMO Bedrijfsobjectenmodel opgenomen. Dit model is een extract van de RMO 3.0. Daarbij zijn de definities zo letterlijk mogelijk overgenomen. De relaties tussen de klassen die uit deze definities volgen, zijn opgenomen in het diagram. In de tabel onder het diagram zijn de definities uit de RMO 3.0 overgenomen, zodat het een zelfstandig te lezen geheel is.

Noot: Dit BOM is een eerste opzet die is gemaakt op basis van een interpretatie van de RMO 3.0 tekst; het is geenszins een goed BOM. Daarvoor moet nog veel kennis geëliciteerd worden uit de betrokken experts.

Als tweede is het RMO Conceptueel Informatiemodel opgenomen. Ook dit model is een extract van de RMO 3.0. Het CIM geeft op een gestructureerde wijze een indicatie van de metagegevens die in het RMO worden genoemd. In deze versie is zo veel mogelijk de structuur aangehouden van de RMO.

Noot: Bij het opstellen van dit BOM zijn er enkele vragen gerezen ten aanzien van de betekenis en samenhang van verschillende begrippen die worden gebruikt in de RMO. Deze zijn aan het einde toegevoegd.

Heb je op korte termijn belang bij een actuele uitwerking? Meld je dan even aan via nora@ictu.nl

Visualisatie van het BOM van de RMObewerken

Toelichting bij de visualisatie

  1. Elk bedrijfsobjecttype is als een blokje weergegeven.
  2. Bij elk bedrijfsobjecttype is er een relatie met andere bedrijfsobjecten getekend als dat uit de definitie van het bedrijfsobject volgt.
  3. Als in de definitie van een bedrijfsobjecttype andere (verder niet gedefinieerde) objecttypen zijn genoemd, dan zijn deze - voor betere begripsvorming - opgenomen als blokjes in het blok van het bedrijfsobjecttype.

Beschrijving van de bedrijfsobjecttypenbewerken

Actor
Een persoon, werkgroep, organisatie of informatiesysteem die, of dat verantwoordelijk is voor, of betrokken is bij het creëren van Informatieobjecten, of het gebruik van Informatieobjecten bij Bedrijfsactiviteiten.

Bedrijfsactiviteit
Alle functies, activiteiten en transacties van een organisatie en haar medewerkers.
Aggregatieniveaus van de NEN-ISO 15489-1 :

  • bedrijfsfunctie
  • bedrijfsactiviteit
  • werkproces
  • transactie.

Informatieobject
Een op zichzelf staand geheel van gegevens met een eigen identiteit.

Mandaat
Het geheel van formele of informele gronden voor een Actor om een Bedrijfsactiviteit uit te voeren.

Visualisatie van het CIM van de RMObewerken

Legenda bij de visualisatie

  1. Bij elk klasse zijn de RMO meta-elementen opgenomen. Deze meta-elementen zijn niet altijd direct kenmerken. Zie volgende punt.
  2. Waar een meta-element een klasse van kenmerken benoemd, is de naam tussen spekhaken ( '[' en ']') gezet. Zo duidt [plaats] bij Actor erop dat dit een klasse van kenmerken is waar onder meer de kenmerken bezoekadres, postadres, e-mailadres, internetadres, plaatsnaam en coördinaten exemplaren van zijn.
  3. Waar de mogelijke waarden van een meta-element gekozen moet worden uit een, te definiëren, set aan referentie-objecten is dat aangegeven door een pijl en de naam van de klasse van referentie-objecten.

Legenda bij de beschrijving van de bedrijfsobjectenbewerken

Per bedrijfsobject is een beschrijving opgenomen waarbij ook is aangegeven welke meta-elementen relevant zijn. De metadata-elementen zijn ook summier beschreven. Bij die beschrijving gaan we uit van MIM / UML en beperken we ons (voorlopig) tot slechts enkele beschrijvende meta-gegevens.

Bedrijfsobjecten (MIM: objecttypen) worden beschreven met de kenmerken:

Attributen (MIM: attribuutsoort) worden beschreven met de kenmerken:

Beschrijving van de klassenbewerken

Informatieobject
Een op zichzelf staand geheel van gegevens met een eigen identiteit.

  • [aggregatieniveau]
  • [classificatie]
  • [identificatiekenmerk]
  • [naam]
  • [omschrijving]
  • [plaats]
  • [ruimtelijke dekking]
  • gebeurtenis in het verleden
  • geplande gebeurtenis

Bedrijfsactiviteit
Alle functies, activiteiten en transacties van een organisatie en haar medewerkers.

  • [aggregatieniveau]
  • [classificatie]
  • [identificatiekenmerk]
  • [naam]
  • [omschrijving]
  • [plaats]
  • [ruimtelijke dekking]
  • gebeurtenis in het verleden
  • geplande gebeurtenis

Actor
Een persoon, werkgroep, organisatie of informatiesysteem die, of dat verantwoordelijk is voor, of betrokken is bij het creëren van Informatieobjecten, of het gebruik van Informatieobjecten bij Bedrijfsactiviteiten.

  • [aggregatieniveau]
  • [classificatie]
  • [identificatiekenmerk]
  • [naam]
  • [omschrijving]
  • [plaats]
  • [ruimtelijke dekking]
  • gebeurtenis in het verleden
  • geplande gebeurtenis

Mandaat
Het geheel van formele of informele gronden voor een Actor om een Bedrijfsactiviteit uit te voeren.

  • [aggregatieniveau]
  • [classificatie]
  • [identificatiekenmerk]
  • [naam]
  • [omschrijving]
  • [plaats]
  • [ruimtelijke dekking]
  • gebeurtenis in het verleden
  • geplande gebeurtenis

Beschrijving van de attributenbewerken

[aggregatieniveau]
Een aggregatieniveau waarop het object zich bevindt binnen een aggregatieschema, d.w.z. een classificatieschema gebaseerd op samenvoeging.
Referentielijst: Aggregatieschema

[classificatie]
Een classificatie van het object volgens een classificatieschema. Een classificatieschema is een ordening, groepering of indeling in bepaalde klassen of groepen van afzonderlijke objecten vanuit een specifiek (en vaak inhoudelijk) gezichtspunt.
Referentielijst: Classificatieschema

[identificatiekenmerk]
Een term of combinatie van termen - binnen een afsprakenstelsel over identificatie - waarmee uniform en ondubbelzinnig duidelijk gemaakt kan worden welke exemplaar uit een klasse wordt bedoeld.
Referentielijst: IdentificatieGegevens

[naam]
Een, betekenisvolle en voor mensen leesbare, term of combinatie van termen waarmee uniform en ondubbelzinnig duidelijk gemaakt kan worden welke exemplaar uit een klasse wordt bedoeld.
Datatype: string

[omschrijving]
Een kernachtige nadere toelichting of beschrijving van het object.
Datatype: string

[plaats]
Een ruimtelijke of virtuele locatie waar een object zich bevindt.
Referentielijst: Locatie

[ruimtelijke dekking]
Een gebied waarover het object wat zegt of te zeggen heeft.
Referentielijst: Gebied

gebeurtenis in het verleden
Een gebeurtenis waarbij het object betrokken was.
Referentielijst: Gebeurtenis

geplande gebeurtenis
Een een toekomstige gebeurtenis die nodig is voor het beheren van een object.
Referentielijst: Gebeurtenis

Uitzoekpuntenbewerken

Sommige uitzoekpunten zullen leiden tot een aanpassing/uitbreiding van het RMO.

  1. Informatieobject wordt abstract gedefinieerd. Adhv de voorbeelden in de tekst van het RMO kan een informatieobject een brief, een bestand, een pdf, een website, een afbeelding, een tekstblok etc. zijn. Vergelijkbaar met Functional Requirements for Bibliographic Records (FRBR) kunnen hier echter nog verschillende abstractieniveaus worden onderscheiden. Van een afbeelding (één informatieobject) kan ik een jpg en een png variant hebben (twee andere informatieobjecten). Van een rapport, zijn er meerdere versies en van elke versie zijn er meerder kopieën op verschillende plaatsen.
  2. Idem voor Bedrijfsactiviteit. We kunnen spreken over personeelsmanagement t.o.v. personeelsmanagement van de Politie; maar ook van bijvoorbeeld de sollicitatieprocedure, de sollicitatieprocedure van de Politie, de sollicitatieprocedure van mij bij de Politie. Dat zijn geen aggregatieniveaus, maar abstractieniveaus. Moet dat niet explicieter worden gemaakt.
  3. Eenzelfde generalisatie is toegepast bij Functie (binnen een organisatie=taakverdeling), Rol (binnen een zaak/proces) en Persoon binnen Actor.
  4. Wat is de relatie tussen Gebeurtenis en Bedrijfsactiviteit?
  5. De rationale van de kenmerken is niet expliciet gemaakt en ligt - als je tussen de regels door leest - grotendeels bij de archivering, maar dat je ook andere metagegevens hebt voor andere functies komt niet naar boven. Bijvoorbeeld:
    • (MIM-) modellen voor gestructureerde (getypeerde) bestanden
    • ontologieën gekoppeld aan de termen in een tekst om zoeken te vergemakkelijken
    • de vragen over context: wie, wanneer, wat, waar, welke wijze (hoe), waarmee en waarom, komen niet allemaal aan bod. Waarom niet? Voor bestanden is vaak ook relevant met welke programma's je deze leesbaar voor mensen kunt maken, dit technisch-type van een digitaal bestand lijkt me onmisbaar voor DUTO.
  6. Als de tijd verstrijkt worden geplande gebeurtenissen gebeurtenissen in het verleden, moet dan ook de relatie niet anders worden?
  7. Waarom zijn de datum of periode waarin een gebeurtenis (bedrijfsactiviteit) plaatsvindt niet opgenomen bij de kenmerken?
  8. Wat is de relatie tussen de classificatie en het aggregatieniveau? Is aggregatieniveau niet een speciaal soort classificatie?
  9. Wat is de relatie tussen de samenstelling van een informatieobject en het aggregatieniveau?
  10. Om meer scherpte in de definities te krijgen en eenduidige te worden over de betekenis lijkt een ontologie de aangewezen weg.
  11. Mandaat lijkt een rol van een verzameling van wetten en regels t.a.v. een activiteit. Wet en regelgeving ook opnemen in het BOM? Wat is een 'informele grond'?
  12. In de tekst komen her en der ook andere kenmerken voor die relevant lijken te zijn voor de bedrijfsobjecten. Die zijn echter niet opgenomen in de meta-elementen, waarom niet?