Expertgroep gegevensmanagement bijeenkomst januari 2026

Informatiebewerken

Op donderdag 15 januari 2026 , van 10:00 tot 12:30, organiseert Expertgroep Gegevensmanagement een online bijeenkomst via: Teamslink.

Doel
Verdere uitwerking Thema Gegevensmanagement
Doelgroep
Leden en aspirant-leden van de expertgroep
Contactpersoon
Arjen Santema
Gerelateerd aan
Gegevensmanagement, Onderwerp
Type
Kennissessie, Vergadering, Ontmoetingsmoment.


Agenda

Concept agenda:

  1. 10:00 Welkom en mededelingen
    • afmeldingen: Niels, Trudy, Hans
    • presentatie Dama/DMBOK door Radboud schuift door naar een volgende keer
    • pagina Gegevensleveringsovereenkomst moet nog worden bijgewerkt. Komt de volgende keer op de agenda
    • Vraag vanuit Forum Standaardisatie: 'Momenteel voeren wij een volledig expertonderzoek uit voor de aangemelde standaard DCAT-AP-NL 3.0. Meer informatie hierover vindt u in het intakeadvies. Graag nodigen wij één lid uit om namens de NORA Expertgroep Gegevensmanagement deel te nemen aan de expertgroep.
  2. 10:05 Verslag Expertgroep gegevensmanagement november 2025 en actiepunten:
    • G27 – Relatie functieprofielen en rollen gegevensmanagement (zie agendapunt 4).
    • G42 – Jesse en Toine Schijvenaar onderzoeken of NL-SBB kan worden ingebracht bij EU-initiatieven.
    • G47 – Iedereen een NORA-account laten aanmaken en het gebruikersprofiel laten invullen.
  3. Stand van zaken lopende onderwerpen
    • CDO Rijk (Wietske afwezig)
    • Metadata (Eric)
    • Semantiek (Jesse)
    • Gegevenskwaliteitsraamwerk (Danny)
    • Datalineage (Danny)
    • Gegevensmodellering/MIM
  4. 10:15 Rollen binnen gegevensmanagement (Danny)
  5. 11:00 Datalineage (zie ook Handreiking Datalineage) (Danny)
  6. 11:45 Een meer machineleesbare en bovendien strakker gespecificeerde versie van de RMO (Eric)
  7. 12:15 W.v.t.t.k.
  8. 12:30 Afsluiting

Verslagbewerken

Welkom en mededelingenbewerken

  • Profiel voor voorzitterschap is nog niet gedeeld, voorlopig rouleren de leden de voorzittersrol in de vergadering. Dit keer is dat Danny.
  • De geplande presentatie over DAMA/DMBOK door Radboud wordt doorgeschoven naar een volgende bijeenkomst.
  • De pagina Gegevensleveringsovereenkomst moet nog worden bijgewerkt en komt een volgende keer terug op de agenda.
  • Vanuit Forum Standaardisatie komt de vraag of één lid van de NORA Expertgroep Gegevensmanagement deel kan nemen aan de expertgroep in een lopend onderzoek naar DCAT-AP-NL 3.0. Het expertonderzoek is onderdeel van de aanmeldingingsprocedure van standaarden, meer informatie is te vinden in het intakeadvies op forumstandaardisatie.nl. Het beste zou zijn als het iemand is die zelf in deze groep zit (dus geen collega), maar die daar niet al een rol heeft vanuit het voortraject met de eigen organisatie. Dat voorkomt dubbele petten. Voorlopig is hier nog geen logische kandidaat voor.

Verslag vorige bijeenkomst en actiepuntenbewerken

Het verslag van Expertgroep gegevensmanagement november 2025 is goedgekeurd zonder opmerkingen.

  • G27 – Relatie functieprofielen en rollen gegevensmanagement. Staat vandaag op de agenda.
  • G42 – Inbrengen van NL-SBB bij EU-initiatieven. Contact is gestart, maar er zijn nog geen noemenswaardige resultaten.
  • G47 – NORA-accounts en invullen gebruikersprofielen.

Stand van zaken lopende onderwerpenbewerken

CDO Rijkbewerken

Korte update: Het (Besluit CDO-stelsel (wetten.overheid.nl) is recent gepubliceerd, met o.a. de taken en verantwoordelijkheden van de CDO. Daarnaast wordt er Rijksbreed gewerkt aan beleid over Gegevensdeling, dat is al in de afstemmingsfase. Daarna wordt ook gestart met de ontwikkeling van een Rijksbreed Gegevenskwaliteitsbeleid. Hiervoor vindt binnenkort een startbijeenkomst plaats; Wietske zal de uitnodiging delen zodat geïnteresseerden uit de expertgroep kunnen aansluiten.

Metadatabewerken

Eric geeft een integrale stand van zaken rond metadata. Ook de ontwikkelingen rond de Richtlijn Metagegevens Overheidsinformatie (RMO) hebben we onder dit punt besproken en niet als afzonderlijk agendapunt behandeld.

De RMO is vernieuwd en beschikbaar via NORA. De wettelijke grondslag is vastgelegd in: Richtlijn Metagegevens Overheidsinformatie (wetten.overheid.nl).

Eric licht toe dat de RMO is bedoeld als overheidsbrede richtlijn voor metagegevens, met een brede scope: metagegevens in alle processen, inclusief bedrijfsvoering. Daarmee is de richtlijn breder dan kaders zoals MDTO, die primair gericht zijn op archivering, opslag en uitwisseling van informatieobjecten (documenten, bestanden, berichten e.d.). De RMO richt zich juist op de metagegevens die nodig zijn om informatie over de hele keten heen betekenisvol, herleidbaar en bruikbaar te houden.

We bespreken de diverse standaarden op het gebied van metadata zoals MDTO, MIM, NL-SBB en het Metagegevens Referentie Model (MRM) (zie nationalearchief.nl/metagegevensschema nationaalarchief/metagegevensschema). Het is bijvoorbeeld belangrijk om voor ogen te houden dat MDTO en RMO niet één-op-één samenvallen: het zijn verschillende kaders met een andere focus. Expliciet toelichten van de samenhang expliciet toe te lichten kan voor gebruikers bijdragen aan begrip en toepasbaarheid.

Nu steeds meer organisaties standaarden daadwerkelijk gaan toepassen, komt op veel plekken dezelfde vraag op tafel: hoe verhouden deze standaarden zich tot elkaar? Samenhang tussen standaarden zou niet telkens opnieuw lokaal hoeven te worden vastgesteld, maar idealiter expliciet en herbruikbaar worden beschreven. Daarbij wordt opgemerkt dat dit eigenlijk onderdeel zou moeten zijn van het proces van standaardontwikkeling zelf: nieuwe standaarden zouden zich expliciet moeten positioneren ten opzichte van bestaande standaarden en kaders, vanuit het principe ‘hergebruik, tenzij’. Wanneer hergebruik niet mogelijk is, hoort daar een duidelijke toelichting bij over waarom dat zo is en hoe de nieuwe standaard zich verhoudt tot wat er al bestaat.

De vraag naar samenhang staat voor deze expertgroep op de agenda voor september - het is goed om eerst eens bij elkaar te leggen op welke plekken mensen al werken aan dit issue zodat we samen op kunnen trekken. Actie: De expertgroep brengt gezamenlijk in kaart welke initiatieven, werkgroepen en gremia zich bezighouden met de samenhang en positionering van standaarden en informatiemodellen, om samen op te kunnen trekken. Actiehouder: alle leden.

Meewerken aan een meer machineleesbare en strakker gespecificeerde RMObewerken

Marco Aarts licht toe dat met de publicatie van de Richtlijn Metagegevens Overheidsinformatie (RMO) een belangrijke stap is gezet, maar dat dit nadrukkelijk geen eindpunt is. De RMO is bedoeld als een dynamisch document. De vorige versie dateerde uit 2019; de huidige versie is het resultaat van een open review vorig jaar, waarbij de richtlijn circa 5.000 keer is bekeken op het Kennis- en Informatieplatform (KIO) en waarop veel reacties zijn binnengekomen en verwerkt.

Bij de review is ook een aantal aandachtspunten op een “parkeerlijst” gezet. Eén daarvan betreft de behoefte aan een strakkere specificatie van velden en subvelden. De huidige RMO is vooral mens-leesbaar (en nog als pdf beschikbaar), terwijl er expliciet behoefte is aan een meer formele, machineleesbare specificatie. Deze stap is bewust nog niet gezet, maar staat wel op de agenda.

Marco geeft aan dat de ambitie is om de RMO uit te drukken in Linked Data, conform onder meer MIM. Dit staat gepland voor 2026. In de praktijk blijkt echter dat veel betrokkenen vanuit DIV en bedrijfsvoering wel met de RMO werken, maar beperkte kennis hebben van ontologieën en Linked Data. Eric tipte hem dat binnen (of via) deze expertgroep wel degelijk mensen te vinden zijn met die expertise.

Vraag aan de expertgroep: wie kan expertise inbrengen en actief meedenken aan het uitwerken van de RMO tot een formele, machineleesbare specificatie (Linked Data, in samenhang met MIM)?

  • Het is goed om betrokkenheid vanuit het MIM te organiseren, eventueel via Frank van de Sande of Niels Hofman.
  • Jan geeft aan dat de vraag om te beschrijven volgens MIM mede vanuit hem is ingebracht en dat hij zich daarom ook verantwoordelijk voelt om hieraan bij te dragen. Hij wijst erop dat MIM zelf in doorontwikkeling is en dat het waardevol zou zijn om de uitwerking van de RMO expliciet samen met de MIM-werkgroep op te pakken. Daarmee kan de RMO dienen als een concreet voorbeeld van een standaard die conform MIM is uitgewerkt.

De expertgroep nodigt Marco uit om, als het qua timing haalbaar is, later in het jaar de uitgewerkte RMO te presenteren.

Actie: Jan (en evt anderen uit de expertgroep met de nodige expertise) sluiten aan bij de doorontwikkeling van de RMO. De resultaten worden wanneer het zover is in deze Expertgroep gepresenteerd.

Semantiekbewerken

Jesse geeft een korte update vanuit het semantiekspoor. Binnen verschillende trajecten (waaronder NL-SBB en MIM) wordt gewerkt aan het beter expliciteren van semantische samenhang, met name nu standaarden vaker daadwerkelijk worden toegepast.

In de discussie wordt opgemerkt dat semantiek steeds vaker een knelpunt wordt op het moment dat modellen en standaarden in de praktijk samenkomen. Vragen over betekenis, herkomst en context van gegevens blijken dan niet vanzelfsprekend beantwoord. Dit onderstreept het belang van duidelijke semantische positionering van standaarden en van herbruikbare afspraken over begrippen.

De expertgroep herkent dat dit nauw samenhangt met de eerdere discussie over samenhang tussen standaarden en informatiemodellen en ziet semantiek nadrukkelijk als een verbindend thema tussen metadata, modellering en gegevensuitwisseling.

Gegevenskwaliteitsraamwerkbewerken

Danny geeft een korte update over het Raamwerk gegevenskwaliteit. Het raamwerk is inhoudelijk stabiel en wordt inmiddels op meerdere plekken gebruikt als referentie voor gesprekken over gegevenskwaliteit.

In aansluiting op de update vanuit CDO Rijk wordt opgemerkt dat het raamwerk mogelijk ook een rol kan spelen in het aankomende Rijksbrede Gegevenskwaliteitsbeleid. De expertgroep ziet dit als een kans om bestaande inhoud en ervaring vanuit de community in te brengen in Rijksbrede beleidsvorming.

Datalineagebewerken

Danny licht toe dat de Handreiking Datalineage inmiddels is gepubliceerd op noraonline en dat het traject binnen de werkgroep is afgerond. De handreiking is onder de aandacht gebracht bij verschillende gremia ter kennisname.

In de discussie wordt benoemd dat datalineage in de praktijk snel raakt aan vragen over transformaties, herkomst en verantwoordelijkheid. Er wordt gewezen op bestaande initiatieven waarbij transformaties expliciet worden beschreven (bijvoorbeeld via queries of documentatie), en op het spanningsveld tussen technische beschrijvingen voor machines en uitlegbare beschrijvingen voor mensen.

De expertgroep herkent hier een bredere behoefte aan samenhangende beschrijvingen van datastromen en transformaties, mogelijk ondersteund door onderliggende ontologieën. Dit onderwerp wordt niet verder uitgewerkt in deze bijeenkomst, maar sluit aan bij eerdere discussies over semantiek en samenhang tussen standaarden.

Gegevensmodellering / MIMbewerken

We staan kort stil bij de stand van zaken rond MIM. De doorontwikkeling richting MIM 2.0 loopt door. In eerdere trajecten zijn al stappen gezet richting Linked Data-uitwerkingen van modellen, maar dit is nog niet overal uitgekristalliseerd.

In de discussie wordt benadrukt dat MIM, NL-SBB en andere semantische en metadata-standaarden steeds vaker samenkomen in concrete toepassingen. Dit vergroot de behoefte aan duidelijke uitleg over hun onderlinge samenhang, rol en scope. De expertgroep ziet dit als een terugkerend thema dat in samenhang met metadata en semantiek verder moet worden opgepakt.

Rollen binnen gegevensmanagementbewerken

De pagina's Rollen binnen gegevensmanagement en Rollen van organisaties bij gegevensmanagement worden allebei geactualiseerd. Het onderscheid tussen rollen van organisaties en rollen van individuen is praktisch, maar in de toelichting moet dit wel heel helder worden (en naar elkaar verwijzen).

Wietske heeft voor Rollen binnen gegevensmanagement al het een en ander aan feedback binnengekregen per mail en heeft een aantal bespreekpunten. Danny is aan de slag gegaan met de Rollen van organisaties bij gegevensmanagement en vertelt dat de GDI architectuurwerkgroep gegevensuitwisseling al naar de pagina gekeken heeft.

Rollen organisatiesbewerken

Danny leidt ons in de vergadering door de pagina heen, opmerkingen zet hij direct om in SmartComments op de pagina zelf. Je kunt je eigen comments toe blijven voegen en alle comments lezen door in de werkbalk rechtsboven SmartComments van 'Uit' naar 'Aan' te schakelen. Iedereen die ingelogd is op noraonline kan dit doen.

In de discussie komen zowel inhoudelijke opmerkingen over specifieke rollen aan bod als bredere observaties en zorgen. Zo is het nog niet direct duidelijk uit de tekst of rollen elkaar uitsluiten of dat je meerdere rollen in een enkele organisatie aantreft. En bepaalde termen worden op dit moment nog verschillend gebruikt in verschillende contexten, waarbij harmonisatie onwaarschijnlijk lijkt.

Danny belooft de opmerkingen mee te nemen en met een nieuwe versie te komen ter review door de expertgroep.

Rollen individubewerken

De versie die Wietske rondgestuurd heeft is grotendeels gebaseerd op het Kwaliteitsraamwerk Informatievoorziening (KWIV). Ze wil graag bespreken of dat terecht is, of te veel wringt om waarde te hebben. Het KWIV gebruikt 'profielen', maar de termen lijken vooral op competenties te slaan, waarbij een individu meerdere competenties kan hebben. Het wordt herkend als een NL versie van het Europese E-competence Framework, maar dat maakt onderscheid in competenties enerzijds en rollen/profielen anderszijds. Een aantal van de gewenste rollen zijn wel te vinden als je in het KWIV doorklikt naar rollen binnen een profiel. De voorlopige conclusie is dat wat we hier doen een aanvulling kan zijn op het KWIV, waarbij we termen overnemen waar dat kan, waar dat inhoudelijk niet kan afwijken met duiding van de afwijking, en aanvullen waar KWIV nog niets over zegt. Vraag: moeten we alle rollen opnemen zoals die er nu zijn, of alle rollen zoals wij die zinnig vinden om te onderscheiden? Uiteindelijk willen we een good practice (of desnoods enkele) delen. Er moet dus ruimte zijn er in je eigen praktijk een draai aan te geven, maar wel in de ingeslagen richting. Een volledig complete lijst met alle bestaande rollen is dus niet nodig, maar een idee van wat er zoal bestaat is wel essentieel om de uiteindelijke set goed te bepalen. Actie: Stuur rollen die je uit de eigen omgeving kent maar mist in dit concept, met of zonder beschrijving, naar Wietske. Uiteindelijk moet in de tekst duidelijk zijn waarom we deze rollen onderscheiden en wat we proberen te bereiken.

Vraag: we hebben het net gehad over de verwarring wanneer de een in competenties praat en de andere in rollen of profielen, maar is het niet ook nodig om de verhouding tot functies te beschrijven? Dat maakt het extra complex, omdat aan functie ook weer andere annotaties hangen. We moeten ergens in de tekst duidelijk maken wat we beschrijven en wat niet en waarom we dat doen. Juist omdat functies, functionarissen, profielen, rollen, competenties en misschien nog wel meer termen elkaar overlappen moet je dat ook benoemen en duiden.

Datalineagebewerken

Danny geeft een presentatie over de Handreiking Datalineage en de totstandkoming daarvan. De handreiking is inmiddels gepubliceerd (als webtekst en als pdf) op noraonline. In de handreiking worden achtereenvolgens de basis van het onderwerp toegelicht, relevante standaarden beschreven, verschillende “manifestaties” (patronen) van datalineage onderscheiden en een aantal patronen verder uitgewerkt in een voorbeeld. Op basis van die uitwerking is een standaard profiel opgesteld: een generieke manier om datalineage als Linked Data te beschrijven, met aanvullend een set adviezen voor organisaties die ermee aan de slag willen.

Wat is datalineage en waar begint het?bewerken

Datalineage wordt in de handreiking benaderd als inzicht in de herkomst, verplaatsing en (vooral) transformatie van gegevens: hoe data van bron naar afgeleide producten en toepassingen “reist”, en wat er onderweg mee gebeurt. Danny verwijst naar twee belangrijke bronnen:

  • Een (overheidsgerichte) definitie uit onderzoek van het WODC, waarin nadruk ligt op bewegingen en transformaties, maar waarin ook relaties met dataconcepten op hoger niveau worden genoemd.
  • Het W3C-perspectief op data provenance: het vastleggen van een “record” van de oorsprong en geschiedenis van data (of breder: entiteiten), inclusief betrokken actoren en activiteiten.

In de discussie wordt verkend dat deze termen deels overlappen maar ook andere accenten leggen: data provenance redeneert vaak vanuit één gegeven/entiteit (“waar komt dit vandaan?”), terwijl datalineage al snel het bredere landschap en de keten in beeld brengt (“hoe hangt dit samen en hoe beweegt het door het geheel?”). Daarbij wordt opgemerkt dat provenance in PROV expliciet breder is dan data (het kan ook gaan over fysieke objecten), wat de bruikbaarheid vergroot maar ook abstract maakt.

Horizontale en verticale lineagebewerken

Een belangrijk inhoudelijk gesprekspunt is het onderscheid tussen:

  • horizontale lineage: de keten van verwerkingen en transformaties tussen bronnen, afgeleiden en producten;
  • verticale lineage: de samenhang tussen niveaus van beschrijving (conceptueel/logisch/fysiek) en de betekenislaag: hoe gegevens die in systemen bestaan gerelateerd zijn aan modellen en begrippen.

De groep constateert dat (zeker in de praktijk en in sommige definities) het zwaartepunt vaak bij horizontale lineage ligt, historisch afkomstig uit BI/datawarehousing. Tegelijk wordt benoemd dat verticale lineage minstens zo relevant is wanneer je de stap wilt maken van “weten waar iets vandaan komt” naar “begrijpen wat het betekent en hoe het is gemodelleerd”. In de handreiking is daarom nadrukkelijk geprobeerd beide dimensies mee te nemen: niet alleen de keten van bewerkingen, maar ook de koppeling naar modellen en begrippen waar dat mogelijk en zinvol is.

Waarom dit belangrijk is: vertrouwen, transparantie en ‘bewijsvoering’bewerken

Danny positioneert datalineage als bouwsteen voor vertrouwen: meer inzicht in herkomst en totstandkoming maakt dat gegevens beter beoordeeld kunnen worden op betrouwbaarheid en geschiktheid voor gebruik. Dit raakt meerdere perspectieven:

  • transparantie richting burgers (begrijpelijkheid en verantwoording);
  • naleving en aantoonbaarheid in het licht van regelgeving (zoals AVG, Archiefwet, Woo), en vergelijkbare verplichtingen in andere domeinen;
  • praktisch nut voor professionals: foutanalyse, impactanalyse en kwaliteitsverbetering worden eenvoudiger wanneer bekend is waar data vandaan komt en welke transformaties zijn uitgevoerd.

Een terugkerend inzicht is dat “volledige lineage overal” onhaalbaar is: het detailniveau moet gestuurd worden door concrete informatiebehoeften van stakeholders en door risicoprofielen, complexiteit en impact van transformaties. In de handreiking is daarom aandacht besteed aan criteria/argumenten om te bepalen wanneer meer detail zinvol is.

Standaarden: PROV als ruggengraat, maar niet als compleet antwoordbewerken

De werkgroep kiest voor het W3C PROV-model als belangrijkste fundament, omdat het generiek en stapelbaar is (agents–activiteiten–entiteiten) en omdat het goed aansluit bij de Linked Data-werkwijze waarin vocabularia op elkaar voortbouwen. Tegelijk wordt besproken dat juist die generieke aard een spanning oproept:

  • PROV is zeer bruikbaar als upper ontology voor provenance, maar mist domeinspecifieke scherpte voor typische lineage-vragen (zoals expliciete modellering van transformaties).
  • In de presentatie wordt transformatie daarom in PROV gemapt op het generieke concept plan. Er blijkt geen breed gebruikte ontologie te zijn waarin transformaties ook expliciet zijn benoemd en waarnaar kan worden verwezen.

Als illustratie wordt ook de relatie met andere standaarden besproken:

  • DCAT bevat haakjes om provenance/lineage-informatie aan datasets te koppelen (van een eenvoudige tekstuele duiding tot verwijzingen naar PROV-gebaseerde beschrijvingen).
  • Andere initiatieven zoals OpenLineage leggen juist nadruk op ETL-jobs en zijn daarmee bruikbaar in specifieke technische contexten, maar minder generiek.

De discussie benadrukt dat stapelen van standaarden voordelen heeft (hergebruik, interoperabiliteit) maar ook het risico van overlap en complexiteit met zich meebrengt. De handreiking kiest er daarom voor om te laten zien “hoe het kan”, zonder normatief te bepalen “hoe het moet”.

Patronen en detailniveaus: lineage is meer dan één dingbewerken

Een inhoudelijke kern van de handreiking is dat datalineage zich in meerdere vormen manifesteert. Danny licht toe dat de werkgroep daarom een reeks patronen heeft onderscheiden, variërend van relatief eenvoudige provenance van één object tot steeds gedetailleerdere beschrijving van totstandkoming van gegevensproducten. Met name de patronen waarin de stap van “datasetniveau” naar “elementniveau” wordt gezet, vragen veel inspanning maar leveren ook het meest expliciete inzicht.

Daarnaast wordt het perspectief van verantwoording over verwerkingen onderscheiden, in lijn met standaarden zoals Logboek Dataverwerkingen. Dit perspectief kan goed laten zien “welke verwerking raakt welke gegevens en hoe hangen verwerkingen samen”, maar is minder geschikt om exact te reconstrueren hoe één gegevenselement uit andere gegevenselementen is afgeleid.

Voorbeelduitwerking: van dataset naar transformatie naar gegevenselementbewerken

Danny laat een voorbeeld zien waarin een informatieproduct (bijvoorbeeld een afgeleide dataset) expliciet wordt verbonden met:

  • de activiteit die het product genereert (op een bepaald moment uitgevoerd);
  • de bron-dataset(s) waarop dit is gebaseerd;
  • de (herbruikbare) beschrijving van het type activiteit en de transformatie (als “plan”), inclusief ruimte voor zowel mens-leesbare toelichting als verwijzing naar uitvoerbare regels;
  • de koppeling naar verticale lineage via modellen: gegevenselementen op fysiek niveau worden verbonden aan logische definities (bijvoorbeeld via property shapes), zodat de stap tussen “wat is uitgevoerd” en “wat betekent dit gegeven” zichtbaar wordt.

De groep herkent dat dit soort uitwerking snel technisch wordt, maar waardeert dat het concreet maakt wat er nodig is om lineage werkelijk machineleesbaar en herbruikbaar te beschrijven.

Federatief organiseren: een atlas in plaats van één totaalmodelbewerken

In de reflectie wordt benadrukt dat datalineage niet in één totaalmodel te vangen is. Het vergt meerdere “kaarten” op verschillende schaal- en abstractieniveaus (een atlas): van domein-/datasetoverzicht tot detailbeschrijvingen waar dat nodig is. Daarbij hoort ook een organisatorisch perspectief: wie is verantwoordelijk voor het in kaart brengen en actueel houden van lineage binnen een gegevensdomein, en hoe verbind je dat aan eigenaarschap en governance? Dit sluit aan bij de federatieve benadering die in bronnen en in de handreiking terugkomt: eerst betekenisvolle verbindingen op hoofdniveau (zoals datasetniveau) en alleen verdiepen wanneer er een concrete behoefte en autorisatie is.

Vervolg en statusbewerken

De handreiking is opgeleverd en gepubliceerd; de werkgroep heeft daarmee haar opdracht afgerond. In lijn met die afronding wordt datalineage niet langer als afzonderlijk lopend onderwerp binnen de stand-van-zaken geagendeerd. Wel wordt benoemd dat verdere stappen in de praktijk nodig zijn, onder meer om use cases te concretiseren en om te bepalen of en hoe een meer specifieke ontologie of invulling voor transformaties wenselijk is.

W.v.t.t.k.bewerken

Er zijn geen verdere opmerkingen.

Agenda volgende vergaderingbewerken

In november hadden we voor vergadering van 12 februari als onderwerpen genoemd: Gegevensmanagement & AI, Grip op Gegevens. Met als betrokkenen: Arjen, vertegenwoordiger VNG. Voorzittersrol voor die bijeenkomst: Arjen.
Het verhaal van Radboud over DAMA-DMBOK zou deze vergadering (januari) op de agenda staan, maar is vanwege de afwezigheid van Radboud verschoven. Het is aan Radboud en Arjen om even af te stemmen of dit er in februari bijpast op de agenda.

Actiepuntenbewerken

  • G27 – Relatie functieprofielen en rollen gegevensmanagement.
  • G42 – Jesse en Toine Schijvenaar onderzoeken of NL-SBB kan worden ingebracht bij EU-initiatieven.
  • G43 – Danny (GDI) en André (FDS) onderzoeken de rollen van organisaties; Wietske (KWIV) en Nita (BZK) kijken naar functies/rollen van individuen.
  • G46 – Opvolger van Jeroen Jonkers bij Grip op Gegevens geeft uitleg in de expertgroep.
  • G47 – Iedereen maakt een NORA-account aan en vult het gebruikersprofiel.
  • G48 – Lucien deelt het concept van het Afwegingskader datagovernance per mail met de expertgroep; leden leveren feedback.
  • G49 – Arjen zet de beschrijving van het voorzitterschap op papier, inclusief motivatie en oproep.
  • G50 – De groep werkt Plan B verder uit: indeling van onderwerpen per vergadering en wie deze voorbereidt.
  • G51 – Anne, Eric en Arjen kijken samen hoe het verhaal toegankelijk en praktisch bruikbaar kan worden gemaakt voor niet-architecten.
  • G52 – Wietske koppelt terug hoe het Rijksbreed Gegevensdelingsbeleid landt en wat dit betekent voor de pagina Gegevensleveringsovereenkomst.
  • G53 – De expertgroep brengt gezamenlijk in kaart welke initiatieven, werkgroepen en gremia zich bezighouden met de samenhang en positionering van standaarden en informatiemodellen, om samen op te kunnen trekken.
  • G54 – Jan (en eventueel andere leden met relevante expertise) sluiten aan bij de doorontwikkeling van de Richtlijn Metagegevens Overheidsinformatie (RMO) richting een formele, machineleesbare specificatie (Linked Data, in samenhang met MIM). De resultaten worden in de expertgroep gepresenteerd.
  • G55 – Leden sturen rollen die zij in de eigen praktijk kennen maar missen in het concept Rollen binnen gegevensmanagement (met of zonder beschrijving) naar Wietske.
  • G56 – Danny verwerkt de gemaakte opmerkingen (via SmartComments en uit de discussie) op Rollen van organisaties bij gegevensmanagement en komt met een nieuwe versie ter review door de expertgroep.
  • G57 – Danny deelt de slides van de presentatie over de Handreiking Datalineage, zodat deze ook breder gedeeld kunnen worden.