Expertgroep gegevensmanagement bijeenkomst mei 2026
Informatiebewerken
Op donderdag 28 mei 2026 , van 10:00 tot 12:30, organiseert Expertgroep Gegevensmanagement een online bijeenkomst via: Teamslink.
- Doel
- Verdere uitwerking Thema Gegevensmanagement
- Doelgroep
- Leden en aspirant-leden van de expertgroep
- Contactpersoon
- Arjen Santema
- Gerelateerd aan
- Gegevensmanagement, Onderwerp
- Type
- Kennissessie, Vergadering, Ontmoetingsmoment.
Agenda
Concept agenda:
- 10:00 Welkom en mededelingen
- wie zit deze vergadering voor?
- introductierondje (er zijn wat wisselingen geweest en de vorige keer was lang niet iedereen aanwezig om dat mee te krijgen)
- 10:10 Verslag en actiepunten
- 10:20 Stand van zaken lopende onderwerpen
- CDO Rijk (Wietske)
- Metadata (Eric)
- Semantiek (Jesse)
- Gegevensmodellering/MIM (Niels)
- Duurzame toegankelijkheid (Jasper)
- Gegevenskwaliteitsraamwerk (Danny)
- Federatief datastelsel en GDI (André, Danny)
- 10:35 Datamanagement en Datavolwassenheid (Radboud van der Linden en Sanne van Linde)
- Provincie Zeeland wil graag aan de NORA Expertgroep Gegevensmanagement vertellen hoe zij omgaat met data-volwassenheid in relatie tot haar datamanagement.
- Hoe meten we?
- Hoe vertalen we de meting naar een actieprogramma?
- Wat is onze ervaring ermee?
- Hoe willen we ermee verder?
- Welke ervaring hebben andere expertgroep-leden hiermee?
- 11:15 Voorzitterschap & onderwerpen volgende vergaderingen
- 11:30 W.v.t.t.k.
- 12:00 Afsluiting
Welkom en mededelingenbewerken
Arjen treedt op als dagvoorzitter.
Vervolgens stelt Gerald Groot Roessink zich voor. Na zijn pensionering wil hij actief betrokken blijven bij het vakgebied. Vanuit zijn eerdere werkzaamheden bij onder andere DUO en zijn betrokkenheid bij onderwerpen als ROSA, DCAT en MIM wil hij zijn kennis en ervaring blijven inzetten om gegevensmanagement verder te brengen.
Omdat er de afgelopen periode verschillende wisselingen zijn geweest binnen de expertgroep, volgt een voorstelronde waarin alle aanwezigen zich kort voorstellen en hun huidige werkzaamheden toelichten.
Verslag en actiepunten vorige keerbewerken
Het verslag van de bijeenkomst van april 2026 wordt zonder inhoudelijke opmerkingen vastgesteld.
Vervolgens lopen we de openstaande actiepunten door:
- G49 afgerond. De beschrijving van het voorzitterschap is opgesteld en gepubliceerd op Voorzitterschap van de expertgroep Gegevensmanagement.
- G42, G46 en G47 blijven openstaan.
- G50 afgerond, na opnieuw bespreken van de planning van onderwerpen voor komende bijeenkomsten.
- G51 leidt tot een inhoudelijke discussie. Marjo geeft aan behoefte te hebben aan een kritische blik vanuit niet-architecten op de pagina’s rond gegevensmanagement. De bestaande schema’s zijn inhoudelijk sterk, maar niet altijd eenvoudig te begrijpen voor een breder publiek. Gerald Groot Roessink sluit zich hierbij aan.
We verduidelijken dat het actiepunt betrekking heeft op de pagina’s rond gegevensmanagement, met name daar waar de samenhang tussen standaarden, modellen en architectuur wordt uitgelegd. Jan stelt voor om ook buiten de expertgroep feedback op te halen, bijvoorbeeld bij collega's binnen de politie. Marjo noemt haar ervaringen bij het COA, waar de implementatie van standaarden regelmatig inzicht geeft in welke onderdelen wel en niet begrijpelijk zijn voor gebruikers.
We passen het actiepunt aan. In plaats van een eenmalige actie wordt het een terugkerend aandachtspunt waarbij ervaringen en feedback uit verschillende organisaties worden verzameld en teruggekoppeld aan de expertgroep. Ook Joeri sluit hierbij aan, specifiek vanuit het perspectief van gegevensuitwisseling en het Nationaal Semantisch Vlak. Nieuwe formulering Actie G51: Leden van de expertgroep verzamelen praktijkervaringen en feedback uit hun eigen organisaties over de begrijpelijkheid en toepasbaarheid van pagina’s rond gegevensmanagement en koppelen deze terug aan de expertgroep.
Actie G69: Marieke past de standaardagenda van de Expertgroep Gegevensmanagement aan zodat er structureel ruimte is voor het delen van deze praktijkervaringen en feedback.
- G52 en G58 blijven openstaan. De benodigde afstemming is nog niet afgerond; daarna kunnen de bijbehorende pagina’s worden bijgewerkt.
- G53 blijft openstaan.
- G59 kent geen nieuwe ontwikkelingen.
- G62 afgerond; iedereen heeft gelegenheid gehad om te reageren op de pagina over het voorzitterschap.
- G63 afgerond.
- G64 blijft openstaan. Marieke verwerkt de opbrengsten van G62 en G63 in een publicatiemoment rond het aftreden van Arjen en de zoektocht naar een nieuwe voorzitter.
- G65 blijft openstaan; de zoektocht naar een nieuwe voorzitter loopt door.
- G66 krijgt vervolg op 11 juni. Naast Jesse en Eric zijn ook andere geïnteresseerden welkom.
Vraag van Marjo: wat is de relatie tussen dit actiepunt, de werkgroep MIM en de discussies rond semantiek binnen de expertgroep?
Toelichting: MIM en NL-SBB vertegenwoordigen verschillende kennisdomeinen. Er zijn duidelijke raakvlakken en contactpunten tussen beide standaarden, maar ze overlappen niet volledig. Juist de samenhang tussen deze verschillende perspectieven is een terugkerend thema binnen de expertgroep en hangt samen met meerdere openstaande actiepunten. De werkgroep MIM opereert bovendien buiten de NORA, onder beheer van GeoNovum, terwijl de expertgroep zich richt op de bredere samenhang tussen standaarden, begrippen en gegevensmanagement.
Stand van zakenbewerken
Geen updates behalve wat al is genoemd in het bespreken van de openstaande actiepunten, ivm het omdraaien van de agenda en enkele afwezigen.
Datamanagement en Datavolwassenheidbewerken
Radboud van der Linden en Sanne van Linde verzorgen een presentatie over datavolwassenheid binnen de provincie Zeeland.
Sanne stelt zich voor als coördinator datamanagement bij de provincie Zeeland en lid van de vakgroep datamanagement. Radboud is Chief Data Officer van de provincie Zeeland en was eerder voorzitter van de Expertgroep Gegevensmanagement en haar voorganger binnen de gemeentelijke wereld.
Radboud deelt een voor publicatie aangepaste versie van de presentatie met de groep. Centraal staat de vraag hoe je als organisatie kunt bepalen waar je staat op het gebied van datamanagement en hoe je die inzichten kunt gebruiken om gericht te verbeteren.
Binnen de provincie Zeeland wordt data gezien als een onmisbare grondstof voor dienstverlening, managementinformatie, sturingsinformatie en beleidsinformatie. Die positionering is ook vastgelegd in het coalitieakkoord van de provincie.
Aanpak provincie Zeelandbewerken
Voor het bepalen van de datavolwassenheid heeft de provincie gekozen voor een pragmatische aanpak. Aanvankelijk bestond het idee om meerdere volwassenheidsmodellen naast elkaar toe te passen, zodat vergelijking met andere organisaties eenvoudiger zou worden. In de praktijk bleek echter dat het invullen van één volwassenheidsscan al een aanzienlijke investering vraagt in tijd en aandacht. Daarom is besloten om te concentreren op één methode.
Volgens Radboud zit de grootste waarde niet zozeer in de uiteindelijke score, maar in het gesprek dat ontstaat tijdens het invullen van de vragen. Het interpreteren van de vragen, het bespreken van verschillende opvattingen en het gezamenlijk bepalen van een score levert vaak meer inzicht op dan het eindresultaat zelf.
De provincie heeft in 2024 een eerste meting uitgevoerd vanuit een relatief kleine groep datamanagementspecialisten. In 2025 volgde een tweede meting, waarbij verschillende datadomeinen zijn betrokken. Voor 2026 staat een bredere uitvraag gepland, waarbij via een enquête meer medewerkers uit de organisatie worden betrokken.
Radboud merkt daarbij op dat één organisatiebrede score ook beperkingen kent. Verschillende organisatieonderdelen kunnen sterk verschillen in volwassenheid, werkwijze en inrichting. Een enkele score kan daardoor een te grof beeld geven van de werkelijkheid.
Resultaten en toepassingbewerken
De gebruikte methode onderscheidt vijf volwassenheidsniveaus:
- Initieel
- Herhaalbaar
- Gedefinieerd
- Aantoonbaar (managed)
- Geoptimaliseerd
Radboud benadrukt dat een lage score niet automatisch slecht is. Een niveau 1-organisatie werkt vaak al succesvol, maar processen zijn nog weinig geborgd. Op niveau 2 zijn werkwijzen herhaalbaar, maar vaak nog sterk afhankelijk van individuele medewerkers. Niveau 3 richt zich op borging in processen, niveau 4 op aantoonbare sturing en monitoring, en niveau 5 op verankering in de cultuur van de organisatie.
De resultaten worden onder meer weergegeven in een spinnenwebdiagram waarin verschillende onderdelen van datamanagement afzonderlijk worden beoordeeld, zoals metadata, datakwaliteit, security en ethiek. Dit maakt zichtbaar waar sterke punten liggen en waar verdere ontwikkeling gewenst is.
Om de uitkomsten te vertalen naar concrete verbeteringen werkt de provincie met een visuele planning waarin activiteiten rond de verschillende DAMA-thema’s over de tijd worden uitgezet. Daarmee ontstaat overzicht over lopende en geplande verbeteracties en kan eenvoudiger worden bijgestuurd wanneer prioriteiten veranderen.
Radboud plaatst daarbij een belangrijke kanttekening: de focus moet niet te veel op de score zelf komen te liggen. Zodra een getal centraal komt te staan, bestaat het risico dat de aandacht verschuift van daadwerkelijke verbetering naar het behalen van een hogere score. Volgens hem draait datavolwassenheid uiteindelijk om borging, groei en continue verbetering van de organisatie.
Vragen en discussiebewerken
Vraag: hebben jullie voor de volwassenheidsscan de hele organisatie onderzocht of slechts een deel daarvan?
Antwoord: Zeeland heeft de volledige DAMA-scan gebruikt, inclusief alle onderdelen die daarbij horen. Tegelijk blijkt dat verschillende organisatieonderdelen sterk van elkaar verschillen. Daardoor kan één organisatiebrede score een te grof beeld geven van de werkelijke situatie.
Opmerking van Lennart: wij hebben bewust gekozen voor business data stewards binnen de verschillende domeinen, omdat een centrale afdeling nooit alle inhoudelijke kennis kan bezitten. Daarbij gebruiken wij de term 'kennishouders' in plaats van 'data stewards', om te benadrukken dat het niet alleen om data gaat maar vooral om kennis van het domein.
Antwoord: Zeeland gebruikt wel de term data, maar benadrukt eveneens dat gegevens altijd gecombineerd moeten worden met kennis vanuit het domein om tot betekenisvolle informatie te komen. Data op zichzelf is onvoldoende; interpretatie en context vanuit de business blijven noodzakelijk.
Opmerking: let niet te veel op de score.
Radboud onderschrijft dit. Het gevaar bestaat dat management zich gaat richten op het getal zelf, terwijl de werkelijke waarde zit in de groei en verbetering die achter dat getal schuilgaat. Tegelijk ziet Zeeland wel dat de aandacht voor datavolwassenheid ook daadwerkelijk heeft geleid tot hogere scores in opeenvolgende metingen.
Vraag: hoe verhoudt de volwassenheidsscan zich tot architectuurproducten zoals informatiemodellen?
Aanleiding voor de vraag is een schema waarin verschillende activiteiten als gekleurde bollen zijn weergegeven.
Antwoord: de bollen staan niet voor architectuurproducten of modellen, maar voor activiteiten die uitgevoerd moeten worden, zoals het benoemen van datarollen, het uitwerken van processen of het implementeren van maatregelen. De architectuur zelf is niet als afzonderlijk object opgenomen in het schema, wel de activiteiten die nodig zijn om die architectuur te realiseren.
Vraag: kan het schema ook gebruikt worden voor audits of kwaliteitsmetingen?
Antwoord: het schema laat zien welke activiteiten gepland of uitgevoerd zijn, maar zegt niets over de kwaliteit van het resultaat. Het is nadrukkelijk een hulpmiddel voor planning en voortgang, niet voor auditing.
Vraag van Jan: is er een relatie aantoonbaar tussen een hogere datavolwassenheid en betere resultaten voor de organisatie?
Antwoord: Zeeland meet die relatie momenteel niet. Er wordt geen directe koppeling gelegd tussen de investering in datavolwassenheid en concrete organisatiedoelen of businessresultaten. De rechtvaardiging voor de investering zit vooral in de overtuiging dat beter datamanagement noodzakelijk is voor een goed functionerende organisatie.
Jan merkt op dat een aantoonbaar effect op organisatiedoelen het makkelijker zou maken om investeringen los te krijgen.
Opmerking van Gerald: misschien kan het meten van FAIR-principes helpen om zichtbaarder te maken wat een organisatie daadwerkelijk verbetert.
Vraag: wordt er ook gekeken naar risico's die ontstaan doordat de datavolwassenheid nog onvoldoende ontwikkeld is?
Antwoord: deels wel. Binnen de provincie verschuift datamanagement steeds dichter richting control. Risicomanagement richt zich momenteel vooral op financiële risico's en veiligheidsrisico's; risico's rond datakwaliteit krijgen nog minder aandacht dan gewenst.
Vraag: moeten organisaties alle volwassenheidsniveaus achtereenvolgens doorlopen, of kun je op specifieke onderdelen sneller groeien door aan te sluiten bij urgente ontwikkelingen?
Antwoord: voor de organisatie als geheel is dat lastig, maar op afzonderlijke onderdelen kan urgentie wel degelijk leiden tot versnelling. Niet elk onderdeel hoeft zich noodzakelijk in hetzelfde tempo te ontwikkelen.
Opmerking: de verbinding met programma's zoals IBDS en met ontwikkelingen rond AI maakt dit onderwerp extra relevant. Goede data vormen immers een belangrijke voorwaarde voor betrouwbare analyses en toepassingen van AI.
Vraag van Joeri: mag ik deze presentatie delen in de interbestuurlijke werkgroep rond datavolwassenheid waar ik in zit? We zoeken naar voorbeelden van een concrete aanpak binnen de overheid. De presentatie wordt gedeeld, zonder de daadwerkelijke resultaten van de scan.
Vraag: waarom scoort datamodellering relatief laag binnen de provincie, terwijl het juist een belangrijk fundament vormt voor gegevensmanagement?
Antwoord: voor modelleren ontbreekt momenteel voldoende capaciteit. Daardoor blijft de aandacht vooral gericht op andere onderdelen van het programma. Overigens zou je in de spinnenweb-grafiek ook als extra data op kunnen nemen waar je zou willen staan - daaruit blijken dan je prioriteiten beter.
Richard herkent dit beeld. Ook binnen zijn organisatie krijgen activiteiten zoals verticale datalineage en modellering niet altijd de prioriteit die ze inhoudelijk verdienen.
Lennart merkt op dat veel organisaties snel resultaat willen laten zien met dashboards, gegevensuitwisseling en KPI's, terwijl de onderliggende modellen en begrippenkaders vaak minder aandacht krijgen. Volgens hem vormt juist die basis de verbinding tussen alle andere onderdelen van gegevensmanagement.
Sanne herkent dit. Organisaties proberen zoveel mogelijk aan te sluiten op bestaande landelijke modellen, maar lopen tegen problemen aan wanneer die ontbreken. Daardoor ontstaat het risico dat gegevens worden ontsloten en gebruikt zonder voldoende zicht op de onderliggende structuur en betekenis.
Radboud sluit af met de observatie dat de kracht van een volwassenheidsmodel juist zit in het gezamenlijk bekijken van alle onderdelen van het gegevensmanagementdomein en de samenhang daartussen.
Voorzitterschap & onderwerpen volgende vergaderingenbewerken
We bespreken de reacties op het stuk over het voorzitterschap van de expertgroep. Hoewel iedereen gelegenheid heeft gehad om het stuk te bekijken, zijn er nog relatief weinig reacties binnengekomen.
Jan geeft aan dat hij binnen de politie heeft rondgevraagd of er belangstelling bestaat voor het voorzitterschap. Daarbij blijkt dat de eerste vraag niet is of iemand de rol interessant vindt, maar of de organisatie voldoende waarde ziet in de expertgroep om tijd te investeren in een voorzittersrol.
Dat leidt tot een bredere discussie over missie en visie. Het stuk beschrijft volgens Jan goed wat de expertgroep doet, maar minder duidelijk wat de groep uiteindelijk wil bereiken. Gaat het vooral om kennisdeling, om het verbinden van initiatieven, om het ontwikkelen van producten voor de NORA, of om het verspreiden van kennis tussen organisaties? Zolang dat niet scherp genoeg is, blijft het lastig om binnen organisaties uit te leggen waarom deelname en voorzitterschap belangrijk zijn.
Richard herkent dit vraagstuk. Vanuit zijn betrokkenheid bij verschillende overleggen rond gegevensmanagement ziet hij dat de expertgroep op meerdere niveaus waarde toevoegt. Aan de ene kant draagt de groep bij aan referentiearchitectuur, standaarden en kennisontwikkeling. Aan de andere kant biedt zij deelnemers een netwerk, een klankbord en een plek om ervaringen uit te wisselen. Juist die combinatie maakt de groep waardevol.
Gerald ziet daarbij een duidelijke relatie met de NORA. De expertgroep is volgens hem niet alleen een plek om kennis vast te leggen, maar ook om organisaties te helpen bij het nemen van beslissingen. Dat aspect zou volgens hem nadrukkelijker terug mogen komen in de missie en visie.
Marjo wijst op de toenemende samenwerking tussen verschillende initiatieven, waaronder IBDS. Volgens haar zit de waarde van de expertgroep niet alleen in kennisdeling, maar ook in het versnellen van lopende projecten. Door ervaringen en expertise van anderen te benutten kunnen organisaties sneller vooruit. De combinatie van ontmoetingen in de expertgroep en de beschikbare kennis op noraonline helpt daarbij.
Daarnaast wordt besproken welke eigenschappen een toekomstige voorzitter zou moeten hebben. Daarbij wordt opgemerkt dat enthousiasme en energie waarschijnlijk belangrijker zijn dan formele positie of organisatieachtergrond. Tegelijk klinkt de wens om de voorzittersrol bij voorkeur vanuit een uitvoeringsorganisatie ingevuld te zien.
De discussie leidt tot de conclusie dat het verder uitwerken van missie, visie en toekomstbeeld van de expertgroep een belangrijke volgende stap is. Inmiddels is hiervoor een eerste concept opgesteld op Leden en voorzitter Expertgroep Gegevensmanagement, waarin ook de opbrengsten van de reacties op het eerdere stuk van Arjen over het voorzitterschap zijn verwerkt.
Actie G67: Werk de Expertgroep-pagina, de missie en visie van de expertgroep en een korte, goed deelbare oproep voor een nieuwe voorzitter verder uit tot een samenhangend geheel. Iedereen kan hieraan bijdragen via SmartComments of rechtstreeks in de tekst.
Voor toekomstige bijeenkomsten worden verschillende mogelijke onderwerpen genoemd:
- de uitwerking en samenhang van standaarden;
- het tekort aan gegevensmodelleurs;
- DMBOK en AI;
- gemeenschappelijke bronontsluiting;
- kennisoverdracht tussen ervaren en nieuwe gegevensprofessionals;
- en een verkenning van actuele vraagstukken waar organisaties in de praktijk tegenaan lopen.
Gerald geeft aan wat extra tijd nodig te hebben om zijn gedachten over nieuwe onderwerpen op een rijtje te zetten en die per mail te delen. Actie G68: Gerald werkt zijn ideeën voor toekomstige onderwerpen van de expertgroep verder uit en deelt deze per e-mail met de groep.
Actiepunt: Werk de Expertgroep-pagina, de missie en visie van de expertgroep en een korte, goed deelbare oproep voor een nieuwe voorzitter verder uit tot een samenhangend geheel. Iedereen kan hieraan bijdragen via SmartComments of rechtstreeks in de tekst.
Openstaande actiepunten na afloop van dit overlegbewerken
- G42 – Jesse en Toine Schijvenaar onderzoeken of NL-SBB kan worden ingebracht bij EU-initiatieven.
- G46 – Inge Willemsen en Adriaan Hondelink maken, zodra zij een beter beeld hebben van het werk van de expertgroep, concrete afspraken over inhoudelijke afstemming tussen het programma Grip op Informatie (VNG) en de expertgroep.
- G47 – Iedereen maakt een NORA-account aan en vult het gebruikersprofiel.
- G51 – Leden van de expertgroep verzamelen praktijkervaringen en feedback uit hun eigen organisaties over de begrijpelijkheid en toepasbaarheid van pagina’s rond gegevensmanagement en koppelen deze terug aan de expertgroep.
- G52 – Wietske koppelt terug hoe het Rijksbreed Gegevensdelingsbeleid landt en wat dit betekent voor de pagina Gegevensleveringsovereenkomst.
- G53 – De expertgroep brengt in kaart welke bestaande initiatieven, werkgroepen en gremia zich bezighouden met de samenhang en positionering van standaarden en informatiemodellen; leden melden relevante initiatieven bij nora@ictu.nl.
- G58 – Wietske past de pagina Gegevensleveringsovereenkomst aan met een korte aanvullende inleiding waarin de verhouding tussen GDB, FDS, GLO en GLP wordt verduidelijkt.
- G59 – Arjen verkent hoe de architectuurschets voor AI-governance breder kan worden gedeeld en koppelt dit terug in de expertgroep.
- G64 – Marieke organiseert, op basis van de uitgewerkte missie, visie en oproep voor een nieuwe voorzitter, een publicatiemoment rond het aftreden van Arjen en de zoektocht naar een nieuwe voorzitter. Dit omvat ten minste een nieuwsbericht op noraonline en oproepen via LinkedIn en Mastodon die leden kunnen delen binnen hun eigen netwerk.
- G65 – De leden zoeken actief naar een persoon die de voorzittersrol kan invullen, of hiervan een deel wil invullen in samenwerking met een andere kandidaat.
- G66 – Jesse organiseert samen met Eric en eventueel anderen een vervolgoverleg om een opzet te maken voor de positionering van semantiek, begrippenkaders en NL-SBB binnen de expertgroep en op noraonline.
- G67 – Werk de Expertgroep-pagina, de missie en visie van de expertgroep en een korte, goed deelbare oproep voor een nieuwe voorzitter verder uit tot een samenhangend geheel. Iedereen kan hieraan bijdragen via SmartComments of rechtstreeks in de tekst.
- G68 – Gerald werkt zijn ideeën voor toekomstige onderwerpen van de expertgroep verder uit en deelt deze per e-mail met de groep.
- G69 – Pas de standaardagenda van de Expertgroep Gegevensmanagement aan zodat er structureel ruimte is voor het delen van praktijkervaringen en feedback op de toepasbaarheid en begrijpelijkheid van producten, standaarden en pagina's rond gegevensmanagement.
10 juni 2026 08:21:01
13 oktober 2025 14:18:47
10 juni 2026 08:21:01
10
Informatief
13 oktober 2025