Gegevensmanagement/verdieping
Feiten, gegevens en juridische context[bewerken]
Gegevens komen voort uit feiten. Het woord 'feit' of 'feitenverzameling' kan door verschillende partijen anders geïnterpreteerd worden. De essentie van de overheid is dat ze met wet -en regelgeving (spel)regels opstelt over hoe we met elkaar omgaan in de leefomgeving. Dat gaat over wat mag en wat niet mag, ofwel de rechten en plichten van de mensen en organisaties in de samenleving. Ook de overheid zelf moet altijd rechtmatig handelen. Dat betekent dat zowel het verzamelen van gegevens als het nemen van besluiten op basis van die gegevens altijd op basis van een juridische grondslag gebeurt.
Een feit kan betrekking hebben op een ding, c.q. een object of op een gebeurtenis in de werkelijkheid. Voorbeelden van een object zijn een persoon, een bedrijf of een huis. Voorbeeld van een gebeurtenis zijn een geboorte, de oprichting van een bedrijf of de verkoop van een huis. De overheid of een notaris legt juridisch relevante feiten over deze objecten en gebeurtenissen vast in akten zoals een geboorteakte, een oprichtingsakte of een leveringsakte. Een geboorte, de oprichting van een bedrijf of de verkoop van een huis waar je al lang in de praktijk mee bezig was wordt hiermee 'officieel' zoals mensen vaak zeggen. In feite wordt een juridische situatie vastgelegd conform de wetten en regels in onze samenleving.
Van gebeurtenissen verzamelen we gegevens, dat is de neerslag in een administratie van relevante aspecten van deze gebeurtenis (en dus niet het feit of de werkelijkheid zelf). Verschillende organisaties kunnen dan ook verschillende gegevens verzamelen over eenzelfde gebeurtenis. Bij de overdracht van een huis registreert het Kadaster de eigendomsrechten en dergelijke en bepaalt de Belastingdienst de overdrachtsbelasting. Onder andere basisregistraties zijn juist ingericht voor hergebruik. Gegevens over objecten worden vastgelegd in registraties zoals de basisregistratie personen, het handelsregister of de basisregistratie Kadaster. Daarmee ontstaat een administratieve werkelijkheid. Het is handig voor burgers en bedrijven als de overheid niet steeds opnieuw hoeft te vragen naar gegevens die ergens al bekend zijn. Als duidelijk is wie verantwoordelijk is voor deze gegevens is ook duidelijk waar je terecht kunt als gegevens onjuist blijken of als je vragen hebt. Steeds meer worden gegevens ook gebruikt buiten de context waarin ze zijn verzameld. Zo zijn veel gegevens waardevol bij het inventariseren van scenario's voor maatschappelijke opgaven. Daarbij is essentieel ook dat goed wordt uitgelegd wat deze gegevens betekenen. Hierover gaat het Nationaal Semantisch Vlak.
Veel standaarden voor gegevensmanagement zijn ontwikkeld in Europees verband en gepubliceerd op de website van interoperable Europe. Voor de toepassing van die standaarden zijn in Nederland toepassingsprofielen ontwikkeld. Waar de standaard alle relevante concepten rond een bepaald onderwerp beschrijft, schrijft het toepassingsprofiel voor welke elementen echt nodig zijn en hoe je deze invult. De semantische standaarden voor de onderdelen van gegevensmanagement en veel toepassingsprofielen zijn al beschikbaar en zijn opgenomen in of zitten in het proces van opname in de lijst met pas-toe-of-leg-uit standaarden.
In veel organisaties zijn er verschillende specialisten die zich bezighouden met juridische grondslagen (afdeling juridische zaken), met begrippenkaders (afdeling communicatie), met informatiemodellen (informatiearchitecten of -analisten), met kwaliteitsmanagement (afdeling Q&A), met privacy (functionaris gegevensbescherming), met beveiliging (chief information and security officer), algoritmen (functionaris algoritmen), met records management (records manager), et cetera. Integraal gegevensmanagement verbindt de afzonderlijke oplossingen van specialisten uit verschillende vakgebieden. Daarmee wordt dubbel werk voorkomen. Maar bovenal is het de basis voor een afsprakenstelsel waarin gegevens uit verschillende bronnen verantwoord (dat wil zeggen met inachtneming van de context en betekenis) in samenhang kunnen worden gebruikt. Met deze context en betekenis krijgen gegevens meerwaarde, c.q. kunnen gegevens op waarde worden geschat.In de NORA verbindt het onderwerpen die tot voor kort nog als losse thema’s werden behandeld, zoals NORA Begrippenkader, gegevenswoordenboeken, API's, data op het web, duurzame toegankelijkheid, geo, stelsel van basisregistraties en (internationale) standaarden.
NAP10 Neem gegevens als fundament impliceert een gegevensgerichte samenwerking in plaats van de huidige op loshangende deelprocessen ingerichte organisaties. Dit geldt zowel binnen organisaties die (bron)gegevens leveren als voor ketens die samenwerken in afsprakenstelsels. Het resultaat bestaat uit gegevens met sociale waarde, geschikt voor consistent (her)gebruik. Daarbij is het handig als verschillende afsprakenstelsels dezelfde standaarden hanteren. Bij voorbeeld bij de oprichting van een bedrijf heb je te maken met het afsprakenstelsel voor de basisregistraties, maar ook met financiële aspecten zoals een bankrekening, BTW, et cetera. Deze visie op informatiemanagement is ook een basis voor een samenhangend stelsel van (afspraken)stelsels.
Samenhang semantische standaarden[bewerken]
In de workshop van de Expertgroep gegevensmanagement januari 2025 zijn de Nederlandse Standaard voor het Beschrijven van Begrippen (NL-SBB), het Meta Model voor Informatiemodellering (MIM), het Nederlands toepassingsprofiel voor datacatalogi (DCAT-AP-NL), de Metagegevens Duurzaam Toegankelijke Overheidsinformatie (MDTO) en de Thesauri en Ontologieën voor Overheidsinformatie (TOOI) uitgewerkt en onderling met elkaar verbonden. De kennishouders van deze standaarden hebben de hoofdpunten nog eens kort samengevat. Daarbij zijn van iedere standaard de rationale, de groeperende concepten en de belangrijkste overige concepten benoemd. De rationale achter de verschillende bouwstenen is op blauwe post-its beschreven. De groeperende concepten zijn op groene post-its beschreven en de belangrijkste overige concepten op gele post-its.
Vervolgens zijn de de verschillende standaarden met elkaar verbonden. Zo kennen alle standaarden een verwijzing naar begrippen en/of naar een informatiemodel of een objecttype in een informatiemodel. De semantische samenhang tussen de verschillende semantische standaarden op basis van deze eerste workshop is samengevat in onderstaande schets:
Tijdens de eerste workshop op 25 januari is de samenhang van de TOOI standaard met de andere semantische standaarden minder aan de orde geweest. De TOOI concepten staan nog wat verspreid in deze eerste schets. Ook kwam in de eerste workshop aan de orde dat ook het concept 'publieke dienst' een plek moet krijgen. Het Core Public Service Vocabulary(CPSV) is de EU standaard voor het beschrijven van publieke diensten. Dit is in de workshop niet besproken en staat ook nog niet op een van de lijsten van het Forum Standaardisatie. Een eerste aanzet voor een wat verdergaande uitwerking van de samenhang van bovengenoemde semantische standaarden is onderstaande schets. Hierin zijn de verschillende concepten geprojecteerd op de 5 lagen in de NORA architectuur.
- in dit overzicht zijn de TOOI concepten geprojecteerd op de concepten uit de andere standaarden: ontologie op conceptueel informatiemodel, woordenlijst op begrippenkader, informatie op informatieobject.
- de verschillende concepten zijn geprojecteerd op de NORA lagen.
- De beschrijving van wet- en regelgeving op de grondslagenlaag
- het register overheidsorganisaties op de organisatielaag
- conceptueel informatiemodel en begrippenmodel op de informatielaag, net als enkele referentieobjecten uit TOOI en MDTO
- dataset, informatieobject en gegevensmodel op de applicatielaag, net als product/dienst, bestand en productmodel, welke nog wat concreter zijn.
- aan de bovenkant zijn in oranje de concepten 'publieke dienst' (op de parkeerlijst geplaatst met de opmerking 'we hebben eigenlijk nog iets van een publieke dienst nodig') en 'levensgebeurtenis. Levensgebeurtenis, publieke dienst en organisatie zijn centrale concepten in het Core Public Service Vocabulary (CPSV) van de EU.
Een iets andere weergave is onderstaand plaatje, waarin de projectie van de belangrijkste concepten uit de betreffende standaarden nog wat duidelijker op de NORA lagen zijn geprojecteerd. Ook zijn de concepten rond begrippenkader en informatiemodel geprojecteerd op de MIM niveau's van modelleren (zie verderop). Dit plaatje wordt hieronder stap voor stap uitgelegd.
- Bij Begrippenkaders wordt uitgewerkt hoe begrippen worden beschreven op basis van de Nederlandse standaard voor het beschrijven van begrippen (NL-SBB)
- Bij Modellering van gegevens wordt uitgewerkt hoe informatiemodellen op basis van het Metamodel voor informatiemodellering (MIM).
- VoorDuurzame toegankelijkheid gelden de Metagegevens voor duurzaam toegankelijke overheidsinformatie (MDTO).
- Bij Datasets wordt uitgewerkt hoe registraties worden beschreven op basis van het Nederlands toepassingsprofiel voor datacatalogi (DCAT-AP-NL).
- Publieke diensten kunnen worden beschreven op basis van het Europese Core Public Service Vocabulary (CPSV).
14 november 2025 16:20:41
13 november 2025 14:26:04
14 november 2025 16:20:41
2
Informatief
13 november 2025