Housing Control

Uit NORA Online
ISOR:Housing Control
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze informatie is onderdeel van [[{{{Heeft bron}}}]].

Meer lezen

Bron niet opgegeven
Alle normenkaders
Beveiligingsaspecten
Invalshoeken
ISOR (Information Security Object Repository)

Doelstelling[bewerken]

{{{Doelstelling}}}

Risico's[bewerken]

{{{Risico}}}



Principes uit de {{{Heeft bron}}} binnen dit aspect[bewerken]

IDPrincipeCriterium
APO_B.01Beleid voor (beveiligd) ontwikkelenVoor het ontwikkelen van software en systemen behoren regels te worden vastgesteld en op ontwikkelactiviteiten binnen de organisatie te worden toegepast.
APO_B.02Systeem-ontwikkelmethodeOntwikkelactiviteiten behoren te zijn gebaseerd op een gedocumenteerde systeem-ontwikkelmethode, waarin onder andere standaarden en procedures voor de applicatieontwikkeling, het toepassen van beleid en wet- en regelgeving en een projectmatige aanpak zijn geadresseerd.
APO_B.03Classificatie van informatieInformatie behoort te worden geclassificeerd met betrekking tot wettelijke eisen, waarde, belang en gevoeligheid voor onbevoegde bekendmaking of wijziging.
APO_B.04Engineeringsprincipe voor beveiligde systemenPrincipes voor de engineering van beveiligde systemen behoren te worden vastgesteld, gedocumenteerd, onderhouden en toegepast voor alle verrichtingen betreffende het implementeren van informatiesystemen.
APO_B.05Business Impact Analyse (BIA)De BIA behoort te worden uitgevoerd vanuit verschillende perspectieven, zich te richten op verschillende scenario’s en vast te stellen welke impact de aspecten beschikbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid en controleerbaarheid hebben op de organisatie.
APO_B.06Privacy en bescherming persoonsgegevens applicatieontwikkelingBij het ontwikkelen van applicaties behoren privacy en bescherming van persoonsgegevens, voor zover van toepassing, te worden gewaarborgd volgens relevante wet- en regelgeving.
APO_B.07KwaliteitsmanagementsysteemDe doelorganisatie behoort conform een uitgestippeld ontwikkel- en onderhoudsbeleid een kwaliteitsmanagementsysteem in te richten, dat ervoor zorgt dat applicatieontwikkeling en -onderhoud wordt uitgevoerd en beheerst.
APO_B.08Toegangsbeveiliging op programmacodeToegang tot de programmabroncodebibliotheken behoren te worden beperkt.
APO_B.09ProjectorganisatieBinnen de (project-)organisatie behoort een beveiligingsfunctionaris te zijn benoemd die het systeem-ontwikkeltraject ondersteunt in de vorm van het bewaken van beveiligingsvoorschriften en die inzicht verschaft in de samenstelling van het applicatielandschap.
APO_C.01Richtlijn evaluatie-ontwikkelactiviteitenDe projectorganisatie behoort richtlijnen voor de controle-activiteiten en rapportages te hebben geformuleerd, gericht op de evaluaties van ontwikkelactiviteiten, zoals requirements, specificaties en programmacode.
APO_C.02Versiebeheer applicatieontwikkkelingDe projectorganisatie behoort in het systeem-ontwikkeltraject versiebeheer procesmatig en efficiënt ingericht te hebben.
APO_C.03Patchmanagement applicatieontwikkelingPatchmanagement behoort procesmatig en procedureel zodanig uitgevoerd te worden, dat van de gebruikte code tijdig vanuit externe bibliotheken informatie wordt ingewonnen over technische kwetsbaarheden, zodat tijdig de laatste (beveiligings)patches kunnen worden geïnstalleerd.
APO_C.04(Software)configuratiebeheerDe inrichting van het configuratiebeheer behoort waarborgen te bieden dat de vastgelegde gegevens van de softwareconfiguratie-items in de configuratie-administratie (CMDB) juist en volledig zijn en blijven.
APO_C.05Quality assuranceDe projectorganisatie behoort een quality assurance-proces te hebben ingericht, waarmee zij de betrouwbare werking van het ontwikkel- en onderhoudsproces voor de applicatieontwikkeling kan vaststellen.
APO_C.06Compliance-managementDe projectorganisatie behoort een compliance-managementproces ingericht te hebben, waarmee zij de implicaties uit wet- en regelgeving en verplichtingen voortvloeiend uit overeenkomsten en beleid kan vaststellen.
APO_C.07Technische beoordeling informatiesystemenBij veranderingen van besturingsplatforms behoren bedrijfskritische toepassingen te worden beoordeeld en getest om te waarborgen dat er geen nadelige impact ontstaan op de activiteiten of de beveiliging van de organisatie.
APO_C.08Beheersorganisatie applicatieontwikkelingDe projectverantwoordelijke behoort voor de software-ontwikkelprojecten een beheersorganisatie te hebben ingericht waarin de structuur van de beheersprocessen en van de betrokken functionarissen de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn vastgesteld.
APO_U.01Wijzigingsbeheerprocedure voor applicaties en systemenWijzigingen aan systemen binnen de levenscyclus van de ontwikkeling behoren te worden beheerst door het gebruik van formele procedures voor wijzigingsbeheer.
APO_U.02Beperking software-installatie applicatieontwikkelingVoor het door gebruikers/ontwikkelaars installeren van software behoren regels te worden vastgesteld en te worden geïmplementeerd.
APO_U.03Richtlijn programmacodeVoor het ontwikkelen van de (programma)code zijn specifieke regels van toepassing en behoort gebruik te zijn gemaakt van specifieke best practices.
APO_U.04Analyse en specificatie informatiesysteemDe functionele eisen die verband houden met nieuwe informatiesystemen of voor uitbreiding van bestaande informatiesystemen behoren te worden geanalyseerd en gespecificeerd.
APO_U.05Analyse en specificatie informatiebeveiligingseisenDe beveiligingseisen die verband houden met informatiebeveiliging behoren te worden opgenomen in de eisen voor nieuwe informatiesystemen en voor uitbreidingen van bestaande informatiesystemen.
APO_U.06Applicatie-ontwerpHet applicatieontwerp behoort gebaseerd te zijn op informatie, die is verkregen uit verschillende invalhoeken, zoals: business-vereisten en reviews, omgevingsanalyse en (specifieke) beveiliging.
APO_U.07ApplicatiefunctionaliteitInformatiesystemen behoren zo te worden ontworpen, dat de invoerfuncties, verwerkingsfuncties en uitvoerfuncties van gegevens (op het juiste moment) in het proces worden gevalideerd op juistheid, tijdigheid en volledigheid om het bedrijfsproces optimaal te kunnen ondersteunen.
APO_U.08ApplicatiebouwDe bouw van applicaties inclusief programmacode behoort te worden uitgevoerd met (industrie) good practice en door individuen die beschikken over de juiste vaardigheden en tools en behoort te worden gereviewd.
APO_U.09Testen systeembeveiligingTijdens ontwikkelactiviteiten behoren zowel bedrijfsfunctionaliteiten als de beveiligingsfunctionaliteiten te worden getest.
APO_U.10SysteemacceptatietestVoor nieuwe informatiesystemen, upgrades en nieuwe versies behoren programma’s voor het uitvoeren van acceptatietests en gerelateerde criteria te worden vastgesteld.
APO_U.11Beschermen testgegevensTestgegevens behoren zorgvuldig te worden gekozen, beschermd en gecontroleerd.
APO_U.12Beveiligde ontwikkelomgevingOrganisaties behoren beveiligde ontwikkelomgevingen vast te stellen en passend te beveiligen voor verrichtingen op het gebied van systeemontwikkeling en integratie en die betrekking hebben op de gehele levenscyclus van de systeemontwikkeling.
APO_U.13ApplicatiekoppelingDe koppelingen tussen applicaties behoren te worden uitgevoerd met geaccordeerde koppelingsrichtlijnen om de juiste services te kunnen leveren en de informatiebeveiliging te kunnen waarborgen.
APO_U.14Logging en monitoring applicatieontwikkelingApplicaties behoren faciliteiten te bieden voor logging en monitoring om ongeoorloofde en/of onjuiste activiteiten van medewerkers en storingen binnen de applicatie tijdig te detecteren en vast te leggen.
APO_U.15Applicatie-architectuurDe functionele en beveiligingseisen behoren in een applicatie-architectuur, conform architectuurvoorschriften, in samenhang te zijn vastgelegd.
APO_U.16Tooling ontwikkelmethodeDe ontwikkelmethode moet worden ondersteund door een tool dat de noodzakelijke faciliteiten biedt voor het effectief uitvoeren van de ontwikkelcyclus.
CLD_B.01Wet- en regelgeving ClouddienstenAlle relevante wettelijke, statutaire, regelgevende, contractuele eisen en de aanpak van de CSP om aan deze eisen te voldoen behoren voor elke clouddienst en de organisatie expliciet te worden vastgesteld, gedocumenteerd en actueel gehouden.
CLD_B.02CloudbeveiligingsstrategieDe CSP behoort een cloudbeveiligingsstrategie te hebben ontwikkeld die samenhangt met de strategische doelstelling van de CSP en die aantoonbaar de informatieveiligheid ondersteunt.
CLD_B.03Exit-strategie clouddienstenIn de clouddienstenovereenkomst tussen de CSP en CSC behoort een exit-strategie te zijn opgenomen waarbij zowel een aantal bepalingen1 over exit zijn opgenomen, als een aantal condities1 die aanleiding kunnen geven tot een exit.
CLD_B.04ClouddienstenbeleidDe CSP behoort haar informatiebeveiligingsbeleid uit te breiden met een cloud-beveiligingsbeleid om de voorzieningen en het gebruik van cloud-services te adresseren.
CLD_B.05TransparantieDe CSP voorziet de CSC in een systeembeschrijving waarin de clouddiensten inzichtelijk en transparant worden gespecificeerd en waarin de jurisdictie, onderzoeksmogelijkheden en certificaten worden geadresseerd.
CLD_B.06RisicomanagementDe Cloud Service Provider (CSP) behoort de organisatie en verantwoordelijkheden voor het risicomanagementproces voor de beveiliging van clouddiensten te hebben opgezet en onderhouden.
CLD_B.07IT-functionaliteitIT-functionaliteiten behoren te worden verleend vanuit een robuuste en beveiligde systeemketen van de Cloud Service Provider (CSP) naar de Cloud Service Consumer (CSC).
CLD_B.08BedrijfscontinuïteitsmanagementDe CSP behoort haar BCM-proces adequaat te hebben georganiseerd, waarbij de volgende aspecten zijn geadresseerd: verantwoordelijkheid voor BCM, beleid en procedures, bedrijfscontinuïteitsplanning, verificatie en updaten en computercentra.
CLD_B.09Privacy en bescherming persoonsgegevens clouddienstenDe Cloud Service Provider (CSP) behoort, ter bescherming van bedrijfs- en persoonlijke data, beveiligingsmaatregelen te hebben getroffen vanuit verschillende dimensies: beveiligingsaspecten en stadia, toegang en privacy, classificatie/labelen, eigenaarschap en locatie.
CLD_B.10Beveiligingsorganisatie clouddienstenDe CSP behoort een beveiligingsfunctie te hebben benoemd en een beveiligingsorganisatie te hebben ingericht, waarin de organisatorische positie, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de betrokken functionarissen en de rapportagelijnen zijn vastgesteld.
CLD_B.11ClouddienstenarchitectuurDe CSP heeft een actuele architectuur vastgelegd die voorziet in een raamwerk voor de onderlinge samenhang en afhankelijkheden van de IT-functionaliteiten.
CLD_C.01Servicemanagementbeleid en evaluatierichtlijnDe Cloud Service Provider (CSP) heeft voor clouddiensten een servicemanagementbeleid geformuleerd met daarin richtlijnen voor de beheersingsprocessen, controle-activiteiten en rapportages.
CLD_C.02Risico-controlRisicomanagement en het risico-assessmentproces behoren continu te worden gemonitord en gereviewd en zo nodig te worden verbeterd.
CLD_C.03Compliance en assuranceDe CSP behoort regelmatig de naleving van de cloud-beveiligingsovereenkomsten op compliancy te beoordelen, jaarlijks een assurance-verklaring aan de CSC uit te brengen en te zorgen voor onderlinge aansluiting van de resultaten uit deze twee exercities.
CLD_C.04Technische kwetsbaarhedenbeheer clouddienstenInformatie over technische kwetsbaarheden van gebruikte informatiesystemen behoort tijdig te worden verkregen; de blootstelling aan dergelijke kwetsbaarheden dienen te worden geëvalueerd en passende maatregelen dienen te worden genomen om het risico dat ermee samenhangt aan te pakken.
CLD_C.05Security-monitoringsrapportageDe performance van de informatiebeveiliging van de cloud-omgeving behoort regelmatig te worden gemonitord en hierover behoort tijdig te worden gerapporteerd aan verschillende stakeholders.
CLD_C.06Beheersorganisatie clouddienstenDe CSP heeft een beheersorganisatie ingericht waarin de processtructuur en de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de betrokken functionarissen zijn vastgesteld.
CLD_U.01Standaarden voor clouddienstenDe CSP past aantoonbaar relevante nationale standaarden en internationale standaarden toe voor de opzet en exploitatie van de diensten en de interactie met de CSC.
CLD_U.02Risico-assessmentDe Cloud Service Provider (CSP) behoort een risico-assessment uit te voeren, bestaande uit een risico-analyse en risico-evaluatie met de criteria en de doelstelling voor clouddiensten van de CSP.
CLD_U.03BedrijfscontinuïteitsservicesInformatie verwerkende faciliteiten behoren met voldoende redundantie te worden geïmplementeerd om aan continuïteitseisen te voldoen.
CLD_U.04Herstelfunctie voor data en clouddienstenDe herstelfunctie van de data en clouddiensten, gericht op ondersteuning van bedrijfsprocessen, behoort te worden gefaciliteerd met infrastructuur en IT-diensten, die robuust zijn en periodiek worden getest.
CLD_U.05DataprotectieData (‘op transport’, ‘in verwerking’ en ‘in rust’) met de classificatie BBN2 of hoger behoort te worden beschermd met cryptografische maatregelen en te voldoen aan Nederlandse wetgeving.
CLD_U.06Dataretentie en gegevensvernietigingGearchiveerde data behoort gedurende de overeengekomen bewaartermijn, technologie-onafhankelijk, raadpleegbaar, onveranderbaar en integer te worden opgeslagen en op aanwijzing van de CSC/data-eigenaar te kunnen worden vernietigd.
CLD_U.07DatascheidingCSC-gegevens behoren tijdens transport, bewerking en opslag duurzaam geïsoleerd te zijn van beheerfuncties en data van en andere dienstverlening aan andere CSC’s, die de CSP in beheer heeft.
CLD_U.08Scheiding dienstverleningDe cloud-infrastructuur is zodanig ingericht dat de dienstverlening aan gebruikers van informatiediensten zijn gescheiden.
CLD_U.09Malwareprotectie clouddienstenTer bescherming tegen malware behoren beheersmaatregelen te worden geïmplementeerd voor detectie, preventie en herstel in combinatie met een passend bewustzijn van de gebruikers.
CLD_U.10Toegang IT-diensten en dataGebruikers behoren alleen toegang te krijgen tot IT-diensten en data waarvoor zij specifiek bevoegd zijn.
CLD_U.11CryptoservicesGevoelige data van de CSC behoort conform het overeengekomen beleid inzake cryptografische maatregelen tijdens transport via netwerken en bij opslag bij CSP te zijn versleuteld.
CLD_U.12KoppelvlakkenDe onderlinge netwerkconnecties (koppelvlakken) in de keten van de CSC naar de CSP behoren te worden bewaakt en beheerst om de risico’s van datalekken te beperken.
CLD_U.13Service-orkestratieService-orkestratie biedt coördinatie, aggregatie en samenstelling van de servicecomponenten van de cloud-service die aan de CSC wordt geleverd.
CLD_U.14Interoperabiliteit en portabiliteitCloud-services zijn bruikbaar (interoperabiliteit) op verschillende IT-platforms en kunnen met standaarden verschillende IT-platforms met elkaar verbinden en data overdragen (portabiliteit) naar andere CSP’s.
CLD_U.15Logging en monitoring clouddienstenLogbestanden waarin gebeurtenissen die gebruikersactiviteiten, uitzonderingen en informatiebeveiliging gebeurtenissen worden geregistreerd, behoren te worden gemaakt, bewaard en regelmatig te worden beoordeeld.
CLD_U.16ClouddienstenarchitectuurDe clouddienstenarchitectuur specificeert de samenhang en beveiliging van de services en de interconnectie tussen de CSC en de CSP en biedt transparantie en overzicht van randvoorwaardelijke omgevingsparameters, voor zowel de opzet, de levering en de portabiliteit van CSC-data.
CLD_U.17Multi-tenantarchitectuurBij multi-tenancy wordt de CSC-data binnen clouddiensten, die door meerdere CSC’s worden afgenomen, in rust versleuteld en gescheiden verwerkt op gehardende (virtuele) machines.
CVZ_B.01Beleid en procedures voor informatietransportTer bescherming van het informatietransport, dat via allerlei soorten communicatiefaciliteiten verloopt, behoren formele beleidsregels, procedures en beheersmaatregelen voor transport van kracht te zijn.
CVZ_B.02Overeenkomst voor informatietransportOvereenkomsten behoren betrekking te hebben op het beveiligd transporteren van bedrijfsinformatie tussen de organisatie en externe partijen.
CVZ_B.03Cryptografiebeleid voor communicatieTer bescherming van informatie behoort een cryptografiebeleid voor het gebruik van cryptografische beheersmaatregelen te worden ontwikkeld en geïmplementeerd.
CVZ_B.04Organisatiestructuur netwerkbeheerIn het beleid behoort te zijn vastgesteld dat een centrale organisatiestructuur gebruikt wordt voor het beheren van netwerken (onder andere Local Area Network (LAN) en Virtual Local Area Network (VLAN)) en zo veel mogelijk van de hardware en softwarecomponenten daarvan.
CVZ_C.01Naleving richtlijnen netwerkbeheer en evaluatiesRichtlijnen voor de naleving van het netwerkbeveiligingsbeleid behoren periodiek getoetst en geëvalueerd te worden.
CVZ_C.02Compliance-toets netwerkbeveiligingDe naleving van een, conform het beveiligingsbeleid, veilige inrichting van netwerk(diensten), behoort periodiek gecontroleerd te worden en de resultaten behoren gerapporteerd te worden aan het verantwoordelijke management (compliancy-toetsen).
CVZ_C.03Evalueren robuustheid netwerkbeveiligingDe robuustheid van de beveiligingsmaatregelen en de naleving van het netwerkbeveiligingsbeleid behoren periodiek getest en aangetoond te worden.
CVZ_C.04Evalueren netwerkgebeurtenissen (monitoring)Toereikende logging en monitoring behoren te zijn ingericht, om detectie, vastlegging en onderzoek mogelijk te maken van gebeurtenissen, die mogelijk van invloed op of relevant kunnen zijn voor de informatiebeveiliging.
CVZ_C.05Beheersorganisatie netwerkbeveiligingAlle verantwoordelijkheden bij informatiebeveiliging behoren te worden gedefinieerd en toegewezen.
CVZ_U.01Richtlijn voor netwerkbeveiligingOrganisaties behoren hun netwerken te beveiligen met richtlijnen voor ontwerp, implementatie en beheer 1.
CVZ_U.02Beveiligde inlogprocedureIndien het beleid voor toegangsbeveiliging dit vereist, behoort toegang tot (communicatie)systemen en toepassingen te worden beheerst door een beveiligde inlogprocedure.
CVZ_U.03NetwerkbeveiligingsbeheerNetwerken behoren te worden beheerd en beheerst om informatie in systemen en toepassingen te beschermen.
CVZ_U.04Vertrouwelijkheids- of geheimhoudingsovereenkomstEisen voor vertrouwelijkheids- of geheimhoudingsovereenkomsten die de behoeften van de organisatie, betreffende het beschermen van informatie weerspiegelen, behoren te worden vastgesteld, regelmatig te worden beoordeeld en gedocumenteerd.
CVZ_U.05Beveiliging netwerkdienstenBeveiligingsmechanismen, dienstverleningsniveaus en beheereisen voor alle netwerkdiensten behoren te worden geïdentificeerd en opgenomen in overeenkomsten betreffende netwerkdiensten. Dit geldt zowel voor diensten die intern worden geleverd als voor uitbestede diensten.
CVZ_U.06Zonering en filteringGroepen van informatiediensten, -gebruikers en -systemen behoren in netwerken te worden gescheiden (in domeinen).
CVZ_U.07Elektronische berichtenInformatie die is opgenomen in elektronische berichten behoort passend te zijn beschermd.
CVZ_U.08Toepassingen via openbare netwerkenInformatie die deel uitmaakt van uitvoeringsdiensten en die via openbare netwerken wordt uitgewisseld, behoort te worden beschermd tegen frauduleuze activiteiten, geschillen over contracten en onbevoegde openbaarmaking en wijziging.
CVZ_U.09Gateways en firewallsDe filterfuncties van gateways en firewalls behoren zo te zijn geconfigureerd, dat inkomend en uitgaand netwerkverkeer wordt gecontroleerd en dat daarbij in alle richtingen uitsluitend het vanuit beveiligingsbeleid toegestaan netwerkverkeer wordt doorgelaten.
CVZ_U.10Virtual Private Network (VPN)Een VPN behoort een strikt gescheiden end-to-end-connectie te geven, waarbij de getransporteerde informatie die over een VPN wordt getransporteerd, is ingeperkt tot de organisatie die de VPN gebruikt.
CVZ_U.11Cryptografische servicesTer bescherming van de vertrouwelijkheid en integriteit van de getransporteerde informatie behoren passende cryptografische beheersmaatregelen te worden ontwikkeld, geïmplementeerd en ingezet.
CVZ_U.12Draadloze toegangDraadloos verkeer behoort te worden beveiligd met authenticatie van devices, autorisatie van gebruikers en versleuteling van de communicatie.
CVZ_U.13NetwerkconnectieAlle gebruikte routeringen, segmenten, verbindingen en aansluitpunten van een bedrijfsnetwerk behoren bekend te zijn en te worden bewaakt.
CVZ_U.14NetwerkauthenticatieAuthenticatie van netwerk-nodes behoort te worden toegepast om onbevoegd aansluiten van netwerkdevices (sniffing) te voorkomen.
CVZ_U.15NetwerkbeheeractiviteitenNetwerken behoren te worden beheerd en beheerst om informatie in systemen en toepassingen te beschermen.
CVZ_U.16Logging en monitoring communicatievoorzieningenLogbestanden van informatiebeveiligingsgebeurtenissen in netwerken, behoren te worden gemaakt en bewaard en regelmatig te worden beoordeeld (op de ernst van de risico’s).
CVZ_U.17NetwerkbeveiligingsarchitectuurDe beveiligingsarchitectuur behoort de samenhang van het netwerk te beschrijven en structuur te bieden in de beveiligingsmaatregelen, gebaseerd op het vigerende bedrijfsbeleid, de leidende principes en de geldende normen en standaarden.
HVI_B.01Huisvesting informatievoorzieningenbeleidTen behoeve van het huisvesting IV-beleid behoort een reeks beleidsregels te worden gedefinieerd, goedgekeurd door de directie, gepubliceerd en gecommuniceerd aan medewerkers en relevante externe partijen.
HVI_B.02Wet- en regelgeving Huisvesting IVAlle relevante wettelijke statutaire, regelgevende, contractuele eisen en de aanpak van de huisvesting informatievoorzieningen (IV)-organisatie om aan deze eisen te voldoen behoren voor elke huisvestingsdienst en de organisatie expliciet te worden vastgesteld, gedocumenteerd en actueel gehouden.
HVI_B.03Eigenaarschap Huisvesting IVHuisvesting IV-bedrijfsmiddelen die in het inventarisoverzicht worden bijgehouden, behoren een eigenaar te hebben.
HVI_B.04CertificeringHuisvesting IV van de leverancier behoort gecertificeerd te zijn conform de gangbare standaarden.
HVI_B.05ContractmanagementHuisvesting IV die worden verworven, behoren te voldoen aan kwalitatieve en kwantitatieve eisen die zijn vastgelegd in overeenkomsten met de betreffende leveranciers.
HVI_B.06Service Level ManagementHet management van huisvesting IV behoort diensten te leveren conform een dienstenniveau-overeenkomst (Service Level Agreement).
HVI_B.07In- en externe bedreigingenTegen natuurrampen, kwaadwillige aanvallen of ongelukken behoort fysieke bescherming te worden ontworpen en toegepast.
HVI_B.08Training en bewustwordingAlle medewerkers van de organisatie en, voor zover relevant, contractanten behoren een passende bewustzijnsopleiding en -training te krijgen en regelmatige bijscholing van beleidsregels en procedures van de organisatie, voor zover relevant voor hun functie.
HVI_B.09Organisatiestructuur huisvesting IVDe huisvesting IV-organisatie behoort voor de te realiseren huisvesting IV een adequate organisatiestructuur in te richten en de aan functionarissen toe te wijzen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden vast te stellen.
HVI_C.01Controle-richtlijnen huisvesting IVBedrijfsmiddelen behoren periodiek te worden gecontroleerd met formeel vastgestelde richtlijnen en geconstateerde bevindingen dienen tijdig aan het management te worden gerapporteerd.
HVI_C.02OnderhoudsplanVoor iedere locatie van huisvesting IV behoort een onderhoudsplan te zijn opgesteld met een risicoafweging en onderhoudsbepalingen.
HVI_C.03ContinuïteitsbeheerContinuïteitbeheer behoort procesmatig voor de gehele organisatie te zijn ingericht, zodat na het plaatsvinden van een calamiteit de hosting services zo snel mogelijk worden hersteld en voortgezet.
HVI_C.04Beheersorganisatie huisvesting IVDe stakeholder van huisvesting IV behoort een beheersorganisatie te hebben ingericht waarin de processtructuur, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de betrokken functionarissen zijn vastgesteld.
HVI_U.01Richtlijn gebieden en ruimtenVoor het werken in beveiligde gebieden behoren richtlijnen te worden ontwikkeld en toegepast1.
HVI_U.02Bedrijfsmiddelen-inventarisBedrijfsmiddelen die samenhangen met informatie en informatie-verwerkende faciliteiten behoren te worden geïdentificeerd, en van deze bedrijfsmiddelen behoort een inventaris te worden opgesteld en onderhouden.
HVI_U.03Fysieke zoneringFysieke beveiligingszones behoren te worden gedefinieerd en gebruikt om gebieden te beschermen die gevoelige of essentiële informatie en informatie verwerkende faciliteiten bevatten.
HVI_U.04BeveiligingsfaciliteitenVoor het beveiligen van ruimten behoren faciliteiten te worden ontworpen en toegepast1.
HVI_U.05NutsvoorzieningenApparatuur behoort te worden beschermd tegen stroomuitval en andere verstoringen die worden veroorzaakt door ontregelingen in nutsvoorzieningen.
HVI_U.06Apparatuur-positioneringApparatuur behoort zo te worden geplaatst en beschermd, dat risico's van bedreigingen en gevaren van buitenaf, alsook de kans op onbevoegde toegang worden verkleind.
HVI_U.07Apparatuur-onderhoudApparatuur behoort op een correcte wijze te worden onderhouden.
HVI_U.08Apparatuur-verwijderingAlle onderdelen van de apparatuur die opslagmedia bevatten, behoren te worden geverifieerd om te waarborgen dat gevoelige gegevens en in licentie gegeven software voorafgaand aan verwijdering of hergebruik zijn verwijderd of betrouwbaar veilig zijn overschreven.
HVI_U.09BedrijfsmiddelenverwijderingInformatieverwerkende bedrijfsmiddelen, uitgezonderd daarvoor bestemde mobiele apparatuur, behoren niet van de locatie te worden verwijderd zonder voorafgaande goedkeuring.
HVI_U.10Laad- en loslocatieToegangspunten zoals laad- en loslocaties en andere punten waar onbevoegde personen het terrein kunnen betreden, behoren te worden beheerst, en zo mogelijk te worden afgeschermd van IT-voorzieningen.
HVI_U.11BekabelingVoedings- en telecommunicatiekabels voor het versturen van gegevens of die informatiediensten ondersteunen, behoren te worden beschermd tegen interceptie, verstoring of schade.
HVI_U.12Huisvesting IV-architectuurVoor het implementeren en onderhouden van huisvestingsvoorzieningen behoren architectuurvoorschriften en benodigde documentatie beschikbaar te zijn.
PRIV_B.01Privacy Beleid geeft duidelijkheid en sturingDe organisatie heeft privacybeleid en procedures ontwikkeld en vastgesteld waarin is vastgelegd op welke wijze persoonsgegevens worden verwerkt en invulling wordt gegeven aan de wettelijke beginselen AVG Art. 5 lid 1 'Beginselen inzake verwerking van persoonsgegevens'.
PRIV_B.02Organieke inbeddingDe verdeling van de taken en verantwoordelijkheden, de benodigde middelen en de rapportagelijnen zijn door de organisatie vastgelegd en vastgesteld.
PRIV_B.03Risicomanagement, Privacy by Design en de DPIADe verwerkingsverantwoordelijke draagt zorg voor het beoordelen van de privacyrisico's, het treffen van passende maatregelen en het kunnen aantonen van het passend zijn van deze maatregelen.
PRIV_C.01Intern toezichtDoor of namens de verwerkingsverantwoordelijke vindt evaluatie plaats van de gegevensverwerkingen en is de rechtmatigheid aangetoond.
PRIV_C.02Toegang gegevensverwerking voor betrokkenenDe verwerkingsverantwoordelijke biedt de betrokkene informatie over de verwerking van persoonsgegevens en doet dit tijdig en in een passende vorm, zodat de betrokkene zijn rechten kan uitoefenenAVG Art. 12, tenzij er een specifieke uitzonderingsgrond geldt.
PRIV_C.03Meldplicht DatalekkenDe verwerkingsverantwoordelijke meldt een datalek binnen de daaraan gestelde termijn aan de Autoriteit Persoonsgegevens, documenteert de inbreuk, en informeert de betrokkene, tenzij hiervoor een uitzondering geldt.
PRIV_U.01Doelbinding gegevensverwerkingDe verwerkingsverantwoordelijke heeft van alle verzamelingen en verwerkingen van persoonsgegevens tijdig, welbepaald en uitdrukkelijk omschreven:
  • De doeleinden, en:
  • De rechtvaardigingsgronden voor:
  1. De verdere verwerking op grond van de verenigbaarheid met de oorspronkelijke gerechtvaardigde doeleinden;
  2. De geautomatiseerde besluitvorming;
  3. De bijzondere categorieën persoonsgegevens;
  4. De persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten;
  5. Het nationaal identificerend nummer;
  6. De persoonsgegevens ten behoeve van wetenschappelijk of historisch onderzoek met een statistisch oogmerk en archivering in het algemeen belang.
PRIV_U.02Register van verwerkingsactiviteitenDe verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker hebben hun gegevens over de gegevensverwerkingen in een register vastgelegd, daarbij biedt het register een actueel en samenhangend beeld van de gegevensverwerkingen, processen en technische systemen die betrokken zijn bij het verzamelen, verwerken en doorgeven van persoonsgegevens.
PRIV_U.03KwaliteitsmanagementDe verwerkingsverantwoordelijke heeft kwaliteitsmanagement ingericht ten behoeve van de bewaking van de juistheid en nauwkeurigheid van persoonsgegevens. De verwerking is zo ingericht dat de persoonsgegevens kunnen worden gecorrigeerd, gestaakt of overgedragen. Indien dit gebeurt op verzoek van betrokkene dan wordt deze over de status van de afhandeling geïnformeerd.
PRIV_U.04Beveiligen van de verwerking van persoonsgegevensDe verwerkingsverantwoordelijke en de verwerker treffen technische en organisatorische maatregelen voor verwerking van persoonsgegevens op een passend beveiligingsniveauAVG Art. 32.
PRIV_U.05Informatieverstrekking aan betrokkene bij verzameling persoonsgegevensDe verwerkingsverantwoordelijke stelt bij elke verzameling van persoonsgegevens tijdig en op een vastgelegde en vastgestelde wijze informatie aan de betrokkene beschikbaar, zodat de betrokkene, tenzij een uitzondering geldt, toestemming kan geven voor de verwerkingAVG Art. 14.
PRIV_U.06Bewaren van persoonsgegevensDoor het treffen van de nodige maatregelen hanteert de organisatie voor persoonsgegevens een bewaartermijn die niet wordt overschreden.
PRIV_U.07Doorgifte persoonsgegevensBij doorgifte aan een andere verwerkingsverantwoordelijke zijn de onderlinge verantwoordelijkheden duidelijk en bij de doorgifte aan een verwerker zijn er afdoende garanties.

Bij de doorgifte naar buiten de EU:

  • Is er een vertegenwoordiger, en:
  • Is geen sprake van uitzonderingsgronden, en:
  • Geldt een door de Europese Commissie genomen adequaatheidsbesluit, of:
  • Zijn er passende waarborgenAVG Art. 44, of:
  • Geldt een afwijking voor een specifieke situatie.
SVP_B.01Beleid voor beveiligde inrichting en onderhoudVoor het beveiligd inrichten en onderhouden van het serverplatform behoren regels te worden vastgesteld en binnen de organisatie te worden toegepast.
SVP_B.02Inrichtingsprincipes voor serverplatformPrincipes voor het inrichten van beveiligde servers behoren te worden vastgesteld, gedocumenteerd, onderhouden en toegepast voor alle verrichtingen betreffende het inrichten van servers.
SVP_B.03Serverplatform-architectuurDe functionele eisen, beveiligingseisen en architectuurvoorschriften van het serverplatform zijn in samenhang in een architectuurdocument vastgelegd.
SVP_C.01Richtlijn evaluatie ontwikkelactiviteitenRichtlijnen behoren te worden vastgesteld om de implementatie en beveiliging van servers en besturingssystemen te controleren waarbij de bevindingen tijdig aan het management worden gerapporteerd.
SVP_C.02Beoordeling technische serveromgevingTechnische serveromgevingen behoren regelmatig te worden beoordeeld op naleving van de beleidsregels en normen van de organisatie voor servers en besturingssystemen.
SVP_C.03Logbestanden beheerdersActiviteiten van systeembeheerders en -operators behoren te worden vastgelegd en de logbestanden behoren te worden beschermd en regelmatig te worden beoordeeld.
SVP_C.04LoggingLogbestanden van gebeurtenissen die gebruikersactiviteiten, uitzonderingen en informatiebeveiligingsgebeurtenissen registreren, behoren te worden gemaakt, bewaard en regelmatig te worden beoordeeld.
SVP_C.05MonitoringDe organisatie reviewt/analyseert regelmatig de logbestanden om onjuist gebruik en verdachte activiteiten op servers en besturingssystemen vast te stellen en bevindingen aan het management te rapporteren.
SVP_C.06Beheersorganisatie servers en serverplatformsBinnen de beheerorganisatie is een beveiligingsfunctionaris benoemd die de organisatie ondersteunt in de vorm van het bewaken van beveiligingsbeleid en die inzicht verschaft in de inrichting van de servers en het serverplatform.
SVP_U.01BedieningsprocedureBedieningsprocedures behoren te worden gedocumenteerd en beschikbaar te worden gesteld aan alle gebruikers die ze nodig hebben.
SVP_U.02Standaarden voor serverconfiguratieHet serverplatform is geconfigureerd volgens gedocumenteerde standaarden.
SVP_U.03Malwareprotectie serverplatformTer bescherming tegen malware behoren beheersmaatregelen voor preventie, detectie en herstel te worden geïmplementeerd, in combinatie met het stimuleren van een passend bewustzijn van gebruikers.
SVP_U.04Technische kwetsbaarhedenbeheer serverplatformInformatie over technische serverkwetsbaarheden1 behoort tijdig te worden verkregen, de blootstelling van de organisatie aan dergelijke kwetsbaarheden dient te worden geëvalueerd en passende maatregelen moeten worden genomen om het risico dat ermee samenhangt aan te pakken.
SVP_U.05Patchmanagement serverplatformPatchmanagement is procesmatig en procedureel opgezet en wordt ondersteund door richtlijnen zodat het zodanig kan worden uitgevoerd dat op de servers de laatste (beveiligings)patches tijdig zijn geïnstalleerd.
SVP_U.06Beheer op afstandRichtlijnen en ondersteunende beveiligingsmaatregelen behoren te worden geïmplementeerd ter beveiliging van beheer op afstand van servers.
SVP_U.07Server-onderhoudServers behoren correct te worden onderhouden om de continue beschikbaarheid en integriteit te waarborgen.
SVP_U.08Verwijderen of hergebruiken serverapparatuurAlle onderdelen van servers die opslagmedia bevatten, behoren te worden geverifieerd om te waarborgen dat gevoelige gegevens en in licentie gegeven software voorafgaand aan verwijdering of hergebruik zijn verwijderd of betrouwbaar veilig zijn overschreven.
SVP_U.09Hardenen serverVoor het beveiligen van een server worden overbodige functies en ongeoorloofde toegang uitgeschakeld.
SVP_U.10ServerconfiguratieServerplatforms behoren zo geconfigureerd te zijn, dat zij functioneren zoals het vereist is en zijn beschermd tegen ongeautoriseerd en incorrecte updates.
SVP_U.11Virtualisatie serverplatformVirtuele servers behoren goedgekeurd te zijn en toegepast te worden op robuuste en veilige fysieke servers (bestaande uit hypervisors en virtuele servers) en behoren zodanig te zijn geconfigureerd dat gevoelige informatie in voldoende mate is beveiligd.
SVP_U.12Beperking software-installatie serverplatformVoor het door gebruikers (beheerders) installeren van software behoren regels te worden vastgesteld en te worden geïmplementeerd.
SVP_U.13KloksynchronisatieDe klokken van alle relevante informatieverwerkende systemen binnen een organisatie of beveiligingsdomein behoren te worden gedocumenteerd en gesynchroniseerd met één referentietijdbron.
SVP_U.14OntwerpdocumentHet ontwerp van een serverplatform behoort te zijn gedocumenteerd.
SWP_B.01Verwervingsbeleid softwarepakkettenVoor het verwerven van software behoren regels te worden vastgesteld en op verwervingsactiviteiten binnen de organisatie te worden toegepast.
SWP_B.02Informatiebeveiligingsbeleid voor leveranciersrelatiesMet de leverancier behoren de informatiebeveiligingseisen en een periodieke actualisering daarvan te worden overeengekomen.
SWP_B.03Exit-strategie softwarepakkettenIn de overeenkomst tussen de klant en leverancier behoort een exit-strategie te zijn opgenomen, waarbij zowel een aantal bepalingen over exit zijn opgenomen, als een aantal condities die aanleiding kunnen geven tot een exit.
SWP_B.04Bedrijfs- en beveiligingsfunctiesDe noodzakelijke bedrijfs- en beveiligingsfuncties binnen het veranderingsgebied behoren te worden vastgesteld met organisatorische en technisch uitgangspunten.
SWP_B.05Cryptografie SoftwarepakkettenTer bescherming van de communicatie en opslag van informatie behoort een beleid voor het gebruik van cryptografische beheersmaatregelen te worden ontwikkeld en geïmplementeerd.
SWP_B.06BeveiligingsarchitectuurDe klant behoort het architectuurlandschap in kaart te hebben gebracht waarin het softwarepakket geïntegreerd moet worden en beveiligingsprincipes te hebben ontwikkeld.
SWP_C.01Evaluatie leveranciersdienstverleningDe klant behoort regelmatig de dienstverlening van softwarepakketleveranciers te monitoren, te beoordelen en te auditen.
SWP_C.02Versiebeheer softwarepakkettenWijzigingen aan het softwarepakket binnen de levenscyclus van de ontwikkeling behoren te worden beheerst door het gebruik van formele procedures voor wijzigingsbeheer.
SWP_C.03Patchmanagement softwarepakkettenPatchmanagement behoort procesmatig en procedureel uitgevoerd te worden, dat tijdig vanuit externe bibliotheken informatie wordt ingewonnen over technische kwetsbaarheden van de gebruikte code, zodat zo snel mogelijk de laatste (beveiligings-)patches kunnen worden geïnstalleerd.
SWP_U.01Levenscyclusmanagement softwarepakkettenDe leverancier behoort de klant te adviseren met marktontwikkelingen en kennis van (de leeftijd van) applicaties en technische softwarestack over strategische ontwikkeling en innovatieve keuzes voor het ontwikkelen en onderhouden van informatiesystemen in het applicatielandschap.
SWP_U.02Beperking wijziging softwarepakketWijzigingen aan softwarepakketten behoren te worden ontraden, beperkt tot noodzakelijke veranderingen en alle veranderingen behoren strikt te worden gecontroleerd.
SWP_U.03BedrijfscontinuïteitDe leverancier behoort processen, procedures en beheersmaatregelen te documenteren, te implementeren en te handhaven.
SWP_U.04Input-/output-validatieHet softwarepakket behoort mechanismen te bevatten voor normalisatie en validatie van invoer en voor schoning van de uitvoer.
SWP_U.05SessiebeheerSessies behoren authentiek te zijn voor elke gebruiker en behoren ongeldig gemaakt te worden na een time-out of perioden van inactiviteit.
SWP_U.06GegevensopslagTe beschermen gegevens worden veilig opgeslagen in databases of bestanden, waarbij zeer gevoelige gegevens worden versleuteld. Opslag vindt alleen plaats als noodzakelijk.
SWP_U.07CommunicatieHet softwarepakket past versleuteling toe op de communicatie van gegevens die passend bij het classificatieniveau is van de gegevens en controleert hierop.
SWP_U.08AuthenticatieSoftwarepakketten behoren de identiteiten van gebruikers vast te stellen met een mechanisme voor identificatie en authenticatie.
SWP_U.09ToegangsautorisatieHet softwarepakket behoort een autorisatiemechanisme te bieden.
SWP_U.10AutorisatiebeheerDe rechten die gebruikers hebben binnen een softwarepakket (inclusief beheerders) zijn zo ingericht dat autorisaties kunnen worden toegewezen aan organisatorische functies en scheiding van niet verenigbare autorisaties mogelijk is.
SWP_U.11LoggingHet softwarepakket biedt signaleringsfuncties voor registratie en detectie die beveiligd zijn ingericht.
SWP_U.12Application Programming Interface (API)Softwarepakketten behoren veilige API’s te gebruiken voor import en export van gegevens.
SWP_U.13GegevensimportSoftwarepakketten behoren mechanismen te bieden om niet-vertrouwde bestandsgegevens uit niet-vertrouwde omgevingen veilig te importeren en veilig op te slaan.
TBV_B.01ToegangsbeveiligingsbeleidEen toegangbeveiligingsbeleid behoort te worden vastgesteld, gedocumenteerd en beoordeeld op basis van bedrijfseisen en informatiebeveiligingseisen.
TBV_B.02Eigenaarschap toegangsbeveiligingHet eigenaarschap en de verantwoordelijkheden voor logische toegangsbeveiligingssystemen en de verantwoordelijkheden voor fysieke toegangsbeveiligingssystemen behoren te zijn vastgelegd.
TBV_B.03BeveiligingsfunctieEen gespecialiseerde beveiligingsfunctie dient te zijn vastgesteld die de verantwoordelijk is voor het bevorderen van toegangsbeveiliging binnen de gehele organisatie.
TBV_B.04Cryptografie toegangsbeveiligingTer bescherming van authenticatie-informatie behoort een beleid voor het gebruik van cryptografische beheersmaatregelen te worden ontwikkeld en geïmplementeerd.
TBV_B.05Beveiligingsorganisatie toegangsbeveiligingDe organisatie moet een beveiligingsorganisatie gedefinieerd hebben waarin de organisatorische positie, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden (TVB) van de betrokken functionarissen en de rapportagelijnen zijn vastgesteld.
TBV_B.06ToegangsbeveiligingsarchitectuurDe organisatie behoort met organisatorische eisen en wensen de technische inrichting beschreven te hebben en behoort in een toegangsbeveiligingsarchitectuur te zijn vastgelegd.
TBV_C.01BeoordelingsprocedureOm het gebruik van toegangsbeveiligingsvoorzieningen te (kunnen) controleren, behoren er procedures te zijn vastgesteld.
TBV_C.02Beoordeling toegangsrechtenEigenaren van bedrijfsmiddelen behoren toegangsrechten van gebruikers regelmatig te beoordelen.
TBV_C.03Logging en monitoring toegangsbeveiligingLog-bestanden van gebeurtenissen die gebruikersactiviteiten, uitzonderingen en informatiebeveiligingsgebeurtenissen registreren, behoren te worden gemaakt, bewaard en regelmatig te worden beoordeeld.
TBV_C.04Beheersorganisatie toegangsbeveiligingDe eigenaar van het toegangsbeveiligingssysteem en toegangsmiddelen dient een beheersingsorganisatie ingericht hebben waarin de processtructuur, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de betrokken functionarissen zijn vastgesteld.
TBV_U.01RegistratieprocedureEen formele registratie- en afmeldprocedure behoort te worden geïmplementeerd om toewijzing van toegangsrechten mogelijk te maken.
TBV_U.02ToegangsverleningsprocedureEen formele gebruikerstoegangsverleningsprocedure behoort te worden geïmplementeerd om toegangsrechten voor alle typen gebruikers en voor alle systemen en diensten toe te wijzen of in te trekken.
TBV_U.03InlogprocedureAls het beleid voor toegangsbeveiliging dit vereist, moet de toegang tot systemen en toepassingen worden beheerst met behulp van een beveiligde inlogprocedure.
TBV_U.04AutorisatieprocesEen formeel autorisatieproces dient geïmplementeerd te zijn voor het beheersen van de toegangsrechten van alle medewerkers en externe gebruikers tot informatie en informatieverwerkende faciliteiten.
TBV_U.05WachtwoordenbeheerSystemen voor wachtwoordbeheer behoren interactief te zijn en sterke wachtwoorden te waarborgen.
TBV_U.06Speciale toegangsrechtenbeheerHet toewijzen en gebruik van speciale toegangsrechten behoren te worden beperkt en beheerst.
TBV_U.07FunctiescheidingConflicterende taken en verantwoordelijkheden behoren te worden gescheiden om de kans op onbevoegd of onbedoeld wijzigingen of misbruik van de bedrijfsmiddelen van de organisatie te verminderen.
TBV_U.08Geheime authenticatie-informatieHet toewijzen van geheime authenticatie-informatie behoort te worden beheerst via een formeel beheersproces.
TBV_U.09AutorisatieToegang (autorisatie) tot informatie en systeemfuncties van toepassingen behoren te worden beperkt in overeenstemming met het toegangsbeveiligingsbeleid.
TBV_U.10AutorisatievoorzieningTer ondersteuning van autorisatiebeheer moeten binnen de daartoe in aanmerking komende applicaties technische autorisatievoorzieningen, zoals: een personeelsregistratiesysteem, een autorisatiebeheersysteem en autorisatiefaciliteiten, beschikbaar zijn.
TBV_U.11Fysieke toegangsbeveiligingBeveiligde gebieden behoren te worden beschermd door passende toegangsbeveiliging om ervoor te zorgen dat alleen bevoegd personeel toegang krijgt.

Normen uit de {{{Heeft bron}}} binnen dit aspect[bewerken]

IDStellingNorm
APO_B.01.01De gangbare principes rondom ‘security by design’ zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van software en systemen.De gangbare principes rondom Security by Design als uitgangspunt voor softwareontwikkeling
APO_B.01.02De handreiking: Grip op Secure Software Development (SSD) is uitgangspunt voor de ontwikkeling van software en systemen.Grip op Secure Software Development' als uitgangspunt voor softwareontwikkeling
APO_B.01.03In het beleid voor beveiligd ontwikkelen zijn de volgende aspecten in overweging genomen:
  • beveiliging van de ontwikkelomgeving;
  • richtlijnen over de beveiliging in de levenscyclus van softwareontwikkeling:
    • beveiliging in de software-ontwikkelmethodologie;
    • beveiligde coderingsrichtlijnen voor elke gebruikte programmeertaal;
  • beveiligingseisen in de ontwikkelfase;
  • beveiligingscontrolepunten binnen de mijlpalen van het project;
  • beveiliging van de versiecontrole;
  • vereiste kennis over toepassingsbeveiliging;
  • het vermogen van de ontwikkelaar om kwetsbaarheden te vermijden, te vinden en te repareren.
Overwegingen bij het beleid voor beveiligd ontwikkelen van software
APO_B.01.04Technieken voor beveiligd programmeren worden gebruikt voor nieuwe ontwikkelingen en hergebruik van code uit andere bronnen.Technieken voor beveiligd programmeren
APO_B.02.01Een formeel vastgestelde ontwikkelmethodologie wordt toegepast, zoals Structured System Analyses and Design Method (SSADM) of Scrum (Agile-ontwikkeling).Software wordt ontwikkeld conform een formeel vastgestelde ontwikkelmethodologie
APO_B.02.02Softwareontwikkelaars zijn getraind om de ontwikkelmethodologie toe te passen.Softwareontwikkelaars zijn getraind om de ontwikkelmethodologie toe te passen
APO_B.02.03Adoptie van ontwikkelmethodologie wordt gemonitord.Adoptie van ontwikkelmethodologie wordt gemonitord
APO_B.02.04Standaarden en procedures worden toegepast voor:
  • het specificeren van requirements;
  • het ontwikkelen, bouwen en testen;
  • de overdracht van de ontwikkelde applicatie naar de productie-omgeving;
  • de training van softwareontwikkelaars.
  • Software wordt ontwikkelen conform standaarden en procedures
    APO_B.02.05De systeem-ontwikkelmethode ondersteunt de vereiste dat te ontwikkelen applicaties voldoen aan:
  • de eisen uit wet- en regelgeving inclusief privacy;
  • de contactuele eisen;
  • het informatiebeveiligingsbeleid van de organisatie;
  • de specifieke beveiligingseisen vanuit de business;
  • het classificatiemodel van de organisatie.
  • De systeemontwikkelmethode ondersteunt dat de te ontwikkelen applicaties voldoen aan de vereisten
    APO_B.02.06Het ontwikkelen van een applicatie wordt projectmatig aangepakt. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan:
  • het melden van de start van het project bij de verantwoordelijke voor de beveiligingsfunctie;
  • het gebruik van een classificatiemodel;
  • het toepassen van een assessment voor beschikbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid en controleerbaarheid;
  • het creëren van een risicoregister;
  • het registreren van belangrijke details in een bedrijfsapplicatieregister.
  • Het softwareontwikkeling wordt projectmatig aangepakt
    APO_B.03.01De handreiking: BIO-Dataclassificatie is het uitgangspunt voor de ontwikkeling van software en systemen.Dataclassificatie als uitgangspunt voor softwareontwikkeling
    APO_B.03.02De informatie in alle informatiesystemen is door middel van een expliciete risicoafweging geclassificeerd, zodat duidelijk is welke bescherming nodig is.Informatie in alle informatiesystemen is conform expliciete risicoafweging geclassificeerd
    APO_B.03.03Bij het ontwikkelen van applicaties is informatie beschermd conform de vereisten uit het classificatieschema.Bij applicatieontwikkeling is informatie beschermd conform de vereisten uit het classificatieschema
    APO_B.03.04In het classificatieschema wordt rekening gehouden met de verplichtingen uit wet- en regelgevingen (onder andere privacy), organisatorische en technische requirements.Verplichtingen uit wet en regelgeving en organisatorische en technische requirements
    APO_B.04.01De gangbare principes rondom ‘security by design’ zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van software en systemen.Security by Design als uitgangspunt voor softwareontwikkeling
    APO_B.04.02Voor het beveiligen van informatiesystemen zijn de volgende principes van belang:
  • Defence in depth (beveiliging op verschillende lagen)
  • Secure by default
  • Default deny
  • Fail secure
  • Input van externe applicaties wantrouwen
  • Secure in deployment
  • Bruikbaarheid en beheersbaarheid
  • Principes voor het beveiligen van informatiesystemen
    APO_B.04.03Beveiliging wordt als een integraal onderdeel van systemontwikkeling behandeld.Beveiliging is integraal onderdeel van systeemontwikkeling
    APO_B.04.04Ontwikkelaars zijn getraind om veilige software te ontwikkelen.Ontwikkelaars zijn getraind om veilige software te ontwikkelen
    APO_B.05.01Bij de business impact analyse worden onder andere de volgende perspectieven in beschouwing genomen:
  • de relevante stakeholders (business owners, business- en IT-specialisten);
  • de scope van de risico-assessment;
  • het profiel van de ‘doelomgeving’;
  • de aanvaardbaarheid van risico’s in de doelomgeving.
  • Perspectieven bij de Business Impact Analyse
    APO_B.05.02De business impact analyse richt zich op verschillende scenario’s met aandacht voor:
  • de hoeveelheid mensen die nadelig beïnvloed worden;
  • de hoeveelheid systemen die out-of-running kan raken;
  • een realistische analyse en een analyse van worst-case situaties.
  • Scenario's voor de Business Impact Analyse
    APO_B.05.03Met de business impact analyse wordt vastgesteld op welke wijze een eventuele inbreuk op de aspecten beschikbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid- en controleerbaarheid invloed hebben op de financiën van de organisatie in termen van:
  • Verlies van orders en contracten en klanten
  • Verlies van tastbare assets
  • Onvoorziene kosten
  • Verlies van managementcontrol
  • Concurrentie
  • Late leveringen
  • Verlies van productiviteit
  • Compliance
  • Reputatie
  • Vaststelling op welke wijze een eventueel compromitteren invloed heeft op de financiën van de organisatie
    APO_B.06.01Om privacy en gegevensbeschermingsmaatregelen vooraf in het ontwerp mee te nemen, is een Privacy Impact Assessment (PIA) uitgevoerd.GEB om vooraf in het ontwerp de privacy en gegevensbeschermingsmaatregelen mee te nemen
    APO_B.06.02Voor het uitvoeren van een Privacy Impact Assessment (PIA) en voor het opvolgen van de uitkomsten is een procesbeschrijving aanwezig.Procesbeschrijving voor uitvoeren GEB's en voor opvolgen uitkomsten
    APO_B.06.03Een tot standaard verheven Privacy Impact Assessment (PIA)-toetsmodel wordt toegepast. Dit model voldoet aan de in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) gestelde eisen.Een tot standaard verheven GEB-toetsmodel wordt toegepast; dit model voldoet aan de in de AVG gestelde eisen
    APO_B.06.04Privacy by design en de Privacy Impact Assessment (PIA) maken onderdeel uit van een tot standaard verheven risicomanagementaanpak.Privacy by Design en GEB als onderdeel van een tot standaard verheven risicomanagement aanpak
    APO_B.06.05De risicomanagementaanpak wordt aantoonbaar toegepast, bijvoorbeeld door in de vorm van een plan van aanpak aantoonbaar opvolging te geven aan de aanbevelingen/verbetervoorstellen.Risicomanagement aanpak aantoonbaar toegepast
    APO_B.06.06Conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) worden bij het ontwerp/ontwikkelen van applicaties de principes privacy by design en privacy by default gehanteerd.Op basis van de AVG worden de principes Privacy by Design en Privacy by Default gehanteerd
    APO_B.07.01De doelorganisatie beschikt over een ontwikkel- en onderhoudsbeleid.De doelorganisatie beschikt over een ontwikkel en onderhoudsbeleid
    APO_B.07.02De doelorganisatie beschikt over een quality qssurance-methodiek en Quality Security Management-methodiek.De doelorganisatie beschikt over QA- en KMS-methodiek
    APO_B.07.03De ontwikkel- en onderhoudsactiviteiten worden in samenhang georganiseerd en geïmplementeerd.De ontwikkel en onderhoudsactiviteiten worden in samenhang georganiseerd en geïmplementeerd
    APO_B.07.04Er zijn informatie- en communicatieprocessen ingericht.Voor informatie- en communicatie zijn processen ingericht
    APO_B.07.05Op de ontwikkel- en onderhoudsactiviteiten worden kwaliteitsmetingen en inspecties uitgevoerd.Op de ontwikkel- en onderhoudsactiviteiten worden kwaliteitsmetingen en inspecties uitgevoerd
    APO_B.07.06Aan het management worden evaluatierapportages verstrekt.Aan het management worden evaluatierapportages verstrekt
    APO_B.07.07De processen voor de inrichting van de applicatieontwikkeling en het -onderhoud (impactanalyse, ontwerp, realisatietesten en beheer) zijn beschreven en maken onderdeel uit van het kwaliteitsmanagementsysteem.Applicatieontwikkeling- en onderhoudsprocessen zijn beschreven en maken onderdeel uit van KMS
    APO_B.08.01Om de toegang tot broncodebibliotheken te beheersen en zo de kans op het corrupt raken van computerprogramma’s te verkleinen, worden de volgende richtlijnen in overweging genomen:
  • De broncodebibliotheken worden niet in operationele systemen opgeslagen.
  • De programmacode en de broncodebibliotheek behoren te worden beheerd conform vastgestelde procedures.
  • Ondersteunend personeel heeft geen onbeperkte toegang tot broncodebibliotheken.
  • Het updaten van de programmacode en samenhangende items en het verstrekken van de programmacode aan programmeurs vinden alleen plaats na ontvangst van een passend autorisatiebewijs.
  • Programma-uitdraaien worden in een beveiligde omgeving bewaard.
  • Van elke toegang tot broncodebibliotheken wordt een registratie bijgehouden in een auditlogbestand.
  • Onderhoud en het kopiëren van programmacode in bibliotheken zijn aan strikte procedures voor wijzigingsbeheer onderworpen.
  • Om de toegang tot broncode bibliotheken te beheersen worden richtlijnen in overweging genomen
    APO_B.08.02Als het de bedoeling is dat de programmabroncode wordt gepubliceerd, behoren aanvullende beheersmaatregelen die bijdragen aan het waarborgen van de integriteit ervan (bijvoorbeeld een digitale handtekening) te worden overwogen.Aanvullende beheersmaatregelen wanneer programmabroncode wordt gepubliceerd
    APO_B.09.01De beveiligingsfunctionaris zorgt onder andere voor:
  • de actualisatie van beveiligingsbeleid;
  • een afstemming van het beveiligingsbeleid met de afgesloten overeenkomsten met onder andere de ketenpartijen;
  • de evaluatie van de effectiviteit van de beveiliging van de ontwikkelde systemen;
  • de evaluatie van de beveiligingsmaatregelen ten aanzien van de bestaande risico’s;
  • de bespreking van beveiligingsissues met ketenpartijen.
  • Taken van de beveiligingsfunctionaris
    APO_B.09.02De beveiligingsfunctionaris geeft onder andere inzicht in:
  • het beheer en integratie van ontwikkel- en onderhoudsvoorschriften (procedureel en technisch);
  • specifieke beveiligings- en architectuurvoorschriften;
  • afhankelijkheden tussen informatiesystemen.
  • Inzicht gegeven door de beveiligingsfunctionaris
    APO_C.01.01De projectorganisatie beschikt over controlerichtlijnen voor de evaluatie van de producten die uit de ontwikkelfasen voortvloeien, zoals een requirementsanalyse en de specificatie van software.Controle richtlijnen voor de evaluatie van de producten die uit de ontwikkelfasen voorvloeien
    APO_C.01.02De projectorganisatie beschikt over evaluatierichtlijnen voor het evalueren van intern ontwikkelde en extern verworven code die zijn opgeleverd tijdens de ontwikkelfasen: requirementsanalyse, specificatie en programmacode.Evaluatierichtlijnen voor het evalueren van intern ontwikkelde en extern verworven code
    APO_C.01.03De projectorganisatie beschikt over controlerichtlijnen die binnen de relevante beheerprocessen, versiebeheer, quality assurance en quality control worden toegepast voor het evalueren van de ontwikkelactiviteiten.Controle richtlijnen die binnen de relevante beheerprocessen worden toegepast
    APO_C.01.04De projectorganisatie beschikt over een kwaliteitshandboek waarin procedures zijn opgenomen voor het toepassen van quality assurance- en quality control-methodiek en reviewrichtlijnen voor de ontwikkelde producten.Het kwaliteitshandboek bevat procedures voor Quality Control en Quality Assurance methodiek en reviewrichtlijnen
    APO_C.01.05De quality assurance-methodiek wordt conform de richtlijnen nageleefd.De Quality Assurance methodiek wordt conform de richtlijnen nageleefd
    APO_C.01.06De projectorganisatie voert controle-activiteiten uit over de ontwikkelactiviteiten en beheerprocessen gerelateerd aan het ontwikkelproces en stelt hierover rapportages op.Controleactiviteiten en rapportages over de ontwikkelactiviteiten en bijbehorende beheerprocessen
    APO_C.01.07Periodiek worden het applicatieontwikkelingsproces, de testcycli en de kwaliteit van de programmacode beoordeeld conform de opgestelde richtlijn.Het applicatieontwikkelproces, de testcyclus en programmacodekwaliteit worden periodiek beoordeeld
    APO_C.02.01Het versiebeheerproces is beschreven, vastgesteld door het management en toegekend aan een verantwoordelijke functionaris.Versiemanagement is beschreven, vastgesteld en toegekend aan een verantwoordelijke functionaris
    APO_C.02.02In het versiebeheerproces is vastgelegd welke applicatie-objecten in het ondersteunend tool, zoals het functioneel en technisch ontwerp en resultaten van sprints bij Agile-ontwikkeling, worden vastgelegd.Versiemanagement beschrijft welke applicatieobjecten in het ondersteunend tool worden vastgelegd
    APO_C.02.03Het versiebeheerproces wordt ondersteund met procedures en werkinstructies.Versiemanagement wordt ondersteund met procedures en werkinstructies
    APO_C.02.04Een versiebeheertool wordt toegepast die onder andere:
  • het vastleggen van versies van ontwikkelproducten ondersteunt;
  • het vastleggen van versies van programmacode ondersteunt;
  • het vastleggen van versies voorkomend in verschillende omgevingen (zoals Ontwikkel, Test, Acceptatie en Productie (OTAP)) ondersteunt;
  • toegangsmogelijkheden voor verschillende rollen ondersteunt.
  • Ondersteuning vanuit het toegepaste versiebeheertool
    APO_C.03.01Het patchmanagementproces en de noodzakelijke patchmanagementprocedures zijn beschreven, vastgesteld door het management en bekendgemaakt aan de ontwikkelaars.Patchmanagement en noodzakelijke patchmanagement procedures zijn beschreven, vastgesteld en bekendgemaakt
    APO_C.03.02De ontwikkelaars zijn bekend met hun formeel vastgelegde verantwoordelijkheden voor patchmanagement.Ontwikkelaars zijn wat betreft patchmanagement bekend met hun formeel vastgelegde verantwoordelijkheden
    APO_C.03.03Het al dan niet uitvoeren van patches voor programmacode is geregistreerd.Het al dan niet uitvoeren van de verworven patches voor programmacode is geregistreerd
    APO_C.03.04Het beheer van technische kwetsbaarheden in de code uit externe bibliotheken omvat minimaal een risicoanalyse van de kwetsbaarheden en eventueel penetratietests en patching.Het beheer van technische kwetsbaarheden in code uit externe bibliotheken
    APO_C.03.05Bij het ontwikkelen van code installeert de ontwikkelaar, tenzij risicoanalyses anders uitwijzen, alle noodzakelijke patches en fixes die door fabrikanten beschikbaar worden gesteld.Installeren van alle noodzakelijke door de leveranciers beschikbaar patches en fixes
    APO_C.03.06Updates/patches voor kwetsbaarheden waarvan de kans op misbruik en ontstane schade hoog is, worden zo spoedig mogelijk doorgevoerd.Updates en patches voor kwetsbaarheden waarvan de kans op misbruik en ontstane schade hoog is
    APO_C.04.01Softwareconfiguratie-items worden conform procedures en met hulpmiddelen vastgelegd.Software configuratiescomponenten worden conform procedures vastgelegd
    APO_C.04.02De configuratie-administratie is alleen toegankelijk voor hiertoe geautoriseerd personeel.De configuratie administratie is alleen toegankelijk voor hiertoe geautoriseerd personeel
    APO_C.04.03Wijzigingen in softwareconfiguratie-items worden volgens een gestandaardiseerd proces vastgelegd in de Configuration Management Database (CMDB).Wijzigingen in softwareconfiguratie conform gestandaardiseerd proces vastgelegd in de CMDB
    APO_C.05.01De projectorganisatie beschikt over een quality assurance-methodiek voor de ontwikkelde softwareproducten en ziet toe op de naleving van deze methodiek.Het compliance management proces is gedocumenteerd en vastgesteld
    APO_C.05.02Conform de quality assurance-methodiek is een quality assurance-proces ingericht voor het uitvoeren van quality assurance-activiteiten gedurende alle fasen van de ontwikkelcyclus en waarbij aandacht wordt besteed aan:
  • het evalueren van de requirementsanalyse, het ontwerp, de bouw, het testen en het opleveren van software;
  • het evalueren of de beveiligingscontrols (beleid, methoden en geprogrammeerde mechanismen voor de betrouwbaarheid, integriteit, vertrouwelijkheid en controleerbaarheid) zoals overeengekomen tijdens het risico-assessment zijn ontwikkeld en adequaat functioneren;
  • het vaststellen of de ontwikkelmethodologie is opgevolgd.
  • De noodzakelijke eisen voor het compliance proces samengevat en vastgelegd
    APO_C.05.03De resultaten uit de quality assurance-onderzoeken worden geapporteerd aan de verantwoordelijken die verbetermaatregelen initiëren.Rapportage van de resultaten uit de QA-onderzoeken aan verbetermaatregelen initiërende verantwoordelijken
    APO_C.05.04Toetsingsafspraken en -resultaten zijn beknopt en Specifiek, Meetbaar, Realistisch en Tijdgebonden (SMART) vastgelegd.Toetsingsafspraken en resultaten zijn beknopt en SMART vastgelegd
    APO_C.06.01Het compliance-managementproces, bestaande uit de sub-processen planning, evaluatie, rapportering en correctie/implementatie is gedocumenteerd en vastgesteld door het management.De Quality Assurancemethodiek voor de ontwikkelde software producten wordt nageleefd
    APO_C.06.02Voor het compliance-proces hebben de desbetreffende stakeholders de noodzakelijke eisen uit de verschillende bronnen samengevat en vastgelegd. Hierbij is aandacht geschonken aan:
  • wet- en regelgeving (Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), wet Computercriminaliteit, Encryptie e.d.) die invloed hebben op het ontwikkelen van applicaties;
  • het vertalen van de wet- en regelgeving en het overeengekomen informatiebeveiligingsbeleid, de architectuur en de standaarden tot concrete maatregelen binnen het ontwikkelproces;
  • het rapporteren van de evaluatie van compliance-checks op wet- en regelgeving en overeengekomen beleid, architectuur en standaarden die beschikbaar zijn gesteld aan het management;
  • het vastleggen van de verplichtingen voor security-compliance in een autorisatiematrix.
  • Gedurende alle fasen van het ontwikkelcyclus worden Quality Assurance activiteiten uitgevoerd
    APO_C.07.01Bij verandering van besturingssystemen wordt onder andere het volgende getest:
  • de toepassingscontrole procedures;
  • het vaststellen of de veranderingen aan het besturingssysteem een permanente karakter hebben;
  • het vaststellen of de veranderingen invloed hebben op de beschikbaarheid van de functionaliteiten van de applicatie en invloed hebben op de beveiliging van de applicatie;
  • het vaststellen dat de juiste veranderingen plaatsvinden aan de bedrijfscontinuïteitsplannen.
  • Testen bij verandering van besturingssystemen
    APO_C.08.01De samenhang van de beheersprocessen wordt met een processtructuur vastgelegd.De samenhang van de beheersprocessen wordt door middel van een processtructuur vastgelegd
    APO_C.08.02De belangrijkste functionarissen (stakeholders) voor de beheerorganisatie zijn benoemd en de onderlinge relaties zijn met een organisatieschema inzichtelijk gemaakt.De belangrijkste functionarissen en hun onderlinge relaties zijn inzichtelijk
    APO_C.08.03De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de beheerprocessen zijn aan een specifieke functionaris toegewezen en vastgelegd.De verantwoordelijkheden zijn aan een specifieke functionaris toegewezen en vastgelegd
    APO_C.08.04De projectorganisatie heeft de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor het uitvoeren van de evaluatie- en beheerswerkzaamheden beschreven en de bijbehorende bevoegdheden vastgelegd in een autorisatiematrix.De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de evaluatie- en beheerwerkzaamheden zijn beschreven
    APO_U.01.01Wijzigingsbeheer vindt plaats op basis van algemeen geaccepteerde beheerframeworks, zoals Information Technology Infrastructure Library (ITIL), Application Services Library (ASL), Business Information Services Library (BiSL), Scrum, Software Improvement Group (SIG) en Secure Software Development (SSD).Voor het wijzigingsbeheer gelden de algemeen geaccepteerde beheer frameworks
    APO_U.01.02Het wijzigingsproces voor applicaties is zodanig ingericht dat medewerkers (programmeurs) de juiste autorisatie krijgen om hun werkzaamheden te kunnen uitvoeren.Medewerkers (programmeurs) krijgen de juiste autorisatie om werkzaamheden te kunnen uitvoeren
    APO_U.01.03Nieuwe systemen en belangrijke wijzigingen aan bestaande systemen volgen een formeel proces van indienen, prioriteren, besluiten, impactanalyse, vastleggen, specificeren, ontwikkelen, testen, kwaliteitscontrole en implementeren.Nieuwe systemen en belangrijke wijzigingen aan bestaande systemen volgen een formeel wijzigingsproces
    APO_U.01.04Enkele elementen van procedures voor wijzigingsbeheer zijn:
  • Alle wijzigingsverzoeken/Request for Changes (RFC’s) verlopen volgens een formele wijzigingsprocedure (ter voorkoming van ongeautoriseerde wijzigingsaanvragen).
  • Het generieke wijzigingsproces heeft aansluiting met functioneel beheer.
  • Wijzigingen worden doorgevoerd door bevoegde medewerkers.
  • Van elk wijzigingsverzoek wordt de impact op de geboden functionaliteit beoordeeld.
  • Uitvoering en bewaking van de verantwoordelijkheden/taken zijn juist belegd.
  • Aanvragers van wijzigingen worden periodiek geïnformeerd over de status van hun wijzigingsverzoek.
  • Elementen van de procedures voor wijzigingsbeheer
    APO_U.02.01De organisatie heeft een strikt beleid gedefinieerd voor de software die ontwikkelaars mogen installeren.Beleid ten aanzien van het type software dat mag worden geïnstalleerd
    APO_U.02.02Het toekennen van rechten om software te installeren vindt plaats met ‘least privilege’.Het toekennen van rechten om software te installeren vindt plaats op basis van 'Least Privilege'
    APO_U.02.03De rechten worden verleend met de rollen van de type gebruikers en ontwikkelaars.De rechten verleend op basis van de rollen van het typen gebruikers en ontwikkelaars
    APO_U.03.01De programmacode voor functionele specificaties is reproduceerbaar, waarbij aandacht wordt besteed aan:
  • gebruikte tools;
  • gebruikte licenties;
  • versiebeheer;
  • documentatie van code ontwerp, omgeving, afhankelijkheden, dev/ops en gebruikte externe bronnen.
  • De programmacode voor functionele specificaties is reproduceerbaar
    APO_U.03.02De (programma)code wordt aantoonbaar veilig gecreëerd.Programmacode wordt aantoonbaar veilig gecreëerd
    APO_U.03.03De (programma)code is effectief, veranderbaar en testbaar waarbij gedacht kan worden aan:
  • het juist registreren van bugs in de code;
  • het voorkomen van herintroductie van bugs in de code;
  • het binnen 72 uur corrigeren van beveiligingsfixes;
  • het vastleggen van afhankelijkheden van development en operations (dev/ops) van applicatie (relatie tussen software-objecten);
  • het adequaat documenteren van software-interface, koppelingen en Application Programming Interfaces (API’s).
  • Programmacode is effectief, veranderbaar en testbaar
    APO_U.03.04Over het gebruik van de vocabulaire, applicatie-framework en toolkits zijn afspraken gemaakt.Over het gebruik van vocabulaire, applicatieframework en toolkits zijn afspraken gemaakt
    APO_U.03.05Voor het ontwikkelen van programmacode wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde vocabulaire zoals de NEN-ISO/IEC 25010 Systems and software Quality Requirements and Evaluation (SQuaRE) - System and software quality models.Voor het ontwikkelen van programmacode wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde vocabulaire
    APO_U.03.06Ontwikkelaars hebben kennis van algemene beveiligingsfouten, vastgelegd in een extern Common Vulnerability and Exposures (CVE)- systeem.Ontwikkelaars hebben kennis van algemene en vastgelegde beveiligingsfouten
    APO_U.03.07Het gebruik van programmacode uit externe programmabibliotheken mag pas worden gebruikt na getest te zijn.Gebruik van programmacode uit externe programmabibliotheken
    APO_U.04.01De functionele eisen worden geanalyseerd en bepaald met verschillende invalshoeken (zoals stakeholders, business en wet- en regelgeving) en vastgelegd in een functioneel ontwerp.Functionele eisen van nieuwe informatiesystemen worden geanalyseerd en in Functioneel Ontwerp vastgelegd
    APO_U.04.02Het functioneel ontwerp wordt gereviewd, waarna verbeteringen en of aanvullingen op het functioneel ontwerp plaatsvinden.Het Functioneel Ontwerp wordt gereviewd waarna verbeteringen en/of aanvullingen plaatsvinden
    APO_U.04.03Met een goedgekeurd functioneel ontwerp wordt een technisch ontwerp vervaardigd dat ook ter review wordt aangeboden aan de kwaliteitsfunctionaris en beveiligingsfunctionaris.Op basis van een goedgekeurd Functioneel Ontwerp wordt een Technisch Ontwerp vervaardigd
    APO_U.04.04Alle vereisten worden gevalideerd door een peer review of prototyping (Agile-ontwikkelmethode).Alle vereisten worden gevalideerd door peer review of prototyping
    APO_U.04.05Parallel aan het vervaardigen van het functioneel ontwerp en technisch ontwerp worden acceptatie-eisen vastgelegd.Acceptatie-eisen worden vastgelegd parallel aan het Functioneel Ontwerp en Technisch Ontwerp
    APO_U.05.01Bij nieuwe informatiesystemen en bij wijzigingen op bestaande informatiesystemen moet een expliciete risicoafweging worden uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen van de beveiligingseisen, uitgaande van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO).Een expliciete risicoafweging wordt uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen van de beveiligingseisen
    APO_U.05.02De Handreikingen: Risicoanalysemethode en Risicomanagement ISO 27005 zijn uitgangspunt voor de ontwikkeling van software en systemen.De Handreikingen: "Risicoanalysemethode" en "Risicomanagement ISO-27005
    APO_U.05.03Informatiebeveiligingseisen zijn al in de ontwerpfase afgeleid uit:
  • beleidsregels en wet- en regelgeving;
  • context- en kwetsbaarheidsanalyse van de te ondersteunen bedrijfsprocessen;
  • afspraken met en afhankelijkheden van ketenpartijen.
  • Informatiebeveiligingseisen
    APO_U.05.04Voor informatiesystemen worden onder andere de volgende informatiebeveiligingseisen in overweging genomen:
  • authenticatie eisen van gebruikers;
  • toegangsbeveiligingseisen;
  • eisen over beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid;
  • eisen afgeleid uit bedrijfsprocessen;
  • eisen gerelateerd aan interfaces voor het registreren en monitoren van systemen.
  • Overwogen informatiebeveiligingseisen
    APO_U.06.01Het ontwerpen van applicaties is gebaseerd op eisen voor verschillende typen informatie, zoals:
  • gebruikers-, beveiligings- en kwaliteitseisen;
  • business-vereisten (onder andere nut, noodzaak en kosten);
  • eisen die voortvloeien uit risico-assessments, dreigingsanalyse en prioritering ervan en technische beveiligingsreviews (en de prioritering daarvan);
  • eisen die voortvloeien uit de Business Impact Analyse (BIA) en Privacy Impact Assessment (PIA).
  • Het ontwerpen van applicaties is gebaseerd op eisen voor verschillende typen informatie
    APO_U.06.02Bij het ontwerp van applicaties is informatie verkregen uit verschillende mogelijke connecties met de te ontwerpen applicatie, zoals:
  • mogelijke invoerbronnen voor data en connecties met andere applicaties (componenten);
  • connecties tussen modules binnen de applicatie en connecties met andere applicaties;
  • gebruik van opslagmechanisme voor informatie, toegang tot databases en ander type storage;
  • uitvoer van informatie naar andere applicaties en beveiliging hiervan;
  • mogelijke transmissie van data tussen applicaties.
  • Bij het ontwerp is informatie verkregen uit connecties met de te ontwerpen applicatie
    APO_U.06.03Het ontwerp is mede gebaseerd op een beveiligingsarchitectuur, waarin aandacht is besteed aan: performance, capaciteit, continuïteit, schaalbaarheid, connectiviteit en comptabiliteit.Het ontwerp is mede gebaseerd op een beveiligingsarchitectuur
    APO_U.07.01Bereikcontroles worden toegepast en gegevens worden gevalideerd.Bereikcontroles worden toegepast en gegevens worden gevalideerd
    APO_U.07.02Geprogrammeerde controles worden ondersteund.Geprogrammeerde controles worden ondersteund
    APO_U.07.03Het uitvoeren van onopzettelijke mutaties wordt tegengegaan.Het uitvoeren van onopzettelijke mutaties wordt tegengegaan
    APO_U.07.04Voorzieningen voor het genereren van een fout- en uitzonderingsrapportage zijn beschikbaar.Voorzieningen voor het genereren van fouten- en uitzonderingsrapportage zijn beschikbaar
    APO_U.07.05Voorzieningen voor het achteraf vaststellen van een betrouwbare verwerking (JVT) zijn beschikbaar (onder andere audit trail).Voorzieningen voor het achteraf vaststellen van een betrouwbare verwerking zijn beschikbaar
    APO_U.07.06Opgeleverde/over te dragen gegevens worden gevalideerd.Opgeleverde en over te dragen gegevens worden gevalideerd
    APO_U.07.07De controle op de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de input (ontvangen gegevens) en op de verwerking en de output van gegevens (versterkte gegevens) worden uitgevoerd.Controle op de juistheid, volledigheid en tijdigheid van input en op de verwerking en output van gegevens
    APO_U.07.08Met vastgestelde en geautoriseerde procedures wordt voorkomen dat gegevens buiten de applicatie om (kunnen) worden benaderd.Voorkomen wordt dat gegevens buiten de applicatie om (kunnen) worden benaderd
    APO_U.07.09Gegevens worden conform vastgestelde beveiligingsklasse gevalideerd op plausibiliteit, volledigheid en bedrijfsgevoeligheid.Gegevens worden conform vastgestelde beveiligingsklasse gevalideerd
    APO_U.08.01Gedocumenteerde standaarden en procedures worden beschikbaar gesteld voor het bouwen van programmacode die ook het volgende specificeren:
  • dat een goedgekeurde methode voor applicatiebouw wordt gehanteerd;
  • dat mechanismen worden gebruikt waarmee zekerheid wordt verkregen dat de applicatie voldoet aan good practices voor applicatiebouw (methode voor het ontwikkelen van veilige programmacode).
  • Voor het bouwen van programmacode worden gedocumenteerde standaarden en procedures beschikbaar gesteld
    APO_U.08.02Veilige methodes worden toegepast om te voorkomen dat veranderingen kunnen worden aangebracht in de basiscode of in software-packages.Veilige methodes ter voorkoming van veranderingen in basis code of in software packages
    APO_U.08.03Voor het creëren van programmacode wordt gebruik gemaakt van best practices (gestructureerde programmering).Voor het creëren van programma code wordt gebruik gemaakt van good practices
    APO_U.08.04Het gebruik van onveilig programmatechnieken is niet toegestaan.Geen gebruik van onveilig programmatechnieken
    APO_U.08.05De programmacode is beschermd tegen ongeautoriseerde wijzigingen.(Applicatie)code is beschermd tegen ongeautoriseerde wijzigingen
    APO_U.08.06Activiteiten van applicatiebouw worden gereviewd.Activiteiten van applicatiebouw worden gereviewd
    APO_U.08.07De ontwikkelaars zijn adequaat opgeleid en zijn in staat om binnen het project de noodzakelijke en in gebruik zijnde tools te hanteren.De ontwikkelaars zijn adequaat opgeleid en in staat de noodzakelijke en gebruikte tools te hanteren
    APO_U.09.01Vanuit de interne optiek van de organisatie richten bepaalde type functionarissen zich tijdens de ontwikkelactiviteiten en in relatie tot de beveiligingseisen op het testen van functionele requirements (onder andere business rules).Functionarissen testen functionele requirements
    APO_U.09.02De functionaliteiten worden na integratie van de ontwikkelde software (nogmaals) specifiek vanuit beveiligingsoptiek getest in de infrastructuur.In de infrastructuur wordt specifiek getest vanuit beveiligingsoptiek
    APO_U.10.01Voor acceptatietesten van (informatie)systemen worden gestructureerde testmethodieken gebruikt. De testen worden bij voorkeur geautomatiseerd worden uitgevoerd.Voor acceptatietesten van (informatie)systemen worden gestructureerde testmethodieken gebruikt
    APO_U.10.02Van de resultaten van de testen wordt een verslag gemaakt.Van de resultaten van de testen wordt een verslag gemaakt
    APO_U.10.03Testresultaten worden formeel geëvalueerd en door de betrokken informatiesysteemeigenaar beoordeeld, waarna - na te zijn goedgekeurd - overgegaan wordt naar de volgende fase.Testresultaten worden formeel geëvalueerd en beoordeeld
    APO_U.10.04Acceptatietesten worden uitgevoerd in een representatieve acceptatie-testomgeving. Deze omgeving is vergelijkbaar met de toekomstige productieomgeving.Acceptatietesten worden uitgevoerd in een representatieve acceptatietest omgeving
    APO_U.10.05Voordat tot acceptatie in de productieomgeving wordt overgegaan, worden acceptatiecriteria vastgesteld en passende testen uitgevoerd.Vastgestelde acceptatiecriteria en passend uitgevoerde tests voorafgaand aan acceptatieproductie overgang
    APO_U.10.06Tenzij geanonimiseerd worden productiegegevens niet gebruikt als testgegevens.Tenzij geanonimiseerd worden productiegegevens niet gebruikt als testgegevens
    APO_U.10.07Bij de acceptatietest wordt getoetst of het geleverde product overeenkomt met hetgeen is afgesproken. Hierbij is de testfocus onder andere gericht is op:
  • het testen van de functionele requirements;
  • het testen van de business rules voor de betrokken bedrijfsprocessen;
  • de beveiligingseisen die verband houden met betrokken bedrijfsprocessen.
  • Bij acceptatietest wordt getoetst of het geleverde product overeenkomt met hetgeen is afgesproken
    APO_U.11.01De volgende richtlijnen worden toegepast om operationele gegevens die voor testdoeleinden worden gebruikt, te beschermen:
  • de toegangsbeveiligingsprocedures die gelden voor besturingssystemen gelden ook voor testsystemen;
  • voor elke keer dat besturingsinformatie naar een testomgeving wordt gekopieerd, wordt een afzonderlijke autorisatie verkregen;
  • besturingsinformatie wordt onmiddellijk na voltooiing van het testen uit een testomgeving verwijderd;
  • van het kopiëren en gebruiken van besturingsinformatie wordt verslaglegging bijgehouden om in een audittraject te voorzien.
  • Richtlijnen worden toegepast om operationele gegevens die voor testdoeleinden worden gebruikt te beschermen
    APO_U.12.01Systeemontwikkelomgevingen worden passend beveiligd op basis van een expliciete risicoafweging. Deze afweging heeft zowel de ontwikkelomgeving als ook het te ontwikkelen systeem in scope.Uitgangspunt voor systeemontwikkeling trajecten is een expliciete risicoafweging
    APO_U.12.02De organisatie heeft logische en/of fysieke scheidingen aangebracht tussen de ontwikkel-, test-, acceptatie- en productie-omgeving, elk met een eigen autorisatiestructuur en werkwijze, zodat sprake is van een beheerst ontwikkel- en onderhoudsproces.Logisch en/of fysiek gescheiden Ontwikkel, Test, Acceptatie en Productie omgevingen
    APO_U.12.03De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de betrokken functionarissen in de ontwikkel-, test-, acceptatie- en productie- omgevingen worden uitgevoerd conform onderkende rollen.De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden worden uitgevoerd conform de onderkende rollen
    APO_U.12.04Voor remote-werkzaamheden is een werkwijze vastgelegd.Voor remote werkzaamheden is een werkwijze vastgelegd
    APO_U.12.05Ontwikkelaars hebben geen toegang tot de productieomgeving.Ontwikkelaars hebben geen toegang tot productieomgeving
    APO_U.12.06Voor het kopiëren/verplaatsen van configuratie-items tussen de omgevingen gelden overdrachtsprocedures.Overdrachtsprocedures voor het kopiëren/verplaatsen van configuratie items tussen de omgevingen
    APO_U.12.07De overdracht van de ontwikkel- naar de testomgeving vindt gecontroleerd plaats met een implementatieplan.De overdracht van Ontwikkel- naar de Testomgeving vindt gecontroleerd plaats
    APO_U.12.08De overdracht van de test- naar de acceptatie-omgeving vindt procedureel door daartoe geautoriseerde personen plaats.De overdracht van de Test- naar de Acceptatieomgeving vindt procedureel plaats
    APO_U.12.09De overdracht naar de productie-omgeving vindt procedureel plaats door daartoe geautoriseerde personen.De overdracht naar de Productieomgeving vindt gecontroleerd plaats
    APO_U.13.01Koppelingen tussen applicaties worden uitgevoerd met vastgestelde procedures en richtlijnen.Koppelingen tussen applicaties worden uitgevoerd volgens vastgestelde procedures en richtlijnen
    APO_U.13.02Van het type koppelingen is een overzicht aanwezig.Van het type koppelingen is een overzicht aanwezig
    APO_U.13.03Koppelingen worden uitgevoerd via geautoriseerde opdrachten.Koppelingen worden uitgevoerd op basis van geautoriseerde opdrachten
    APO_U.13.04De uitgevoerde koppelingen worden geregistreerd.De uitgevoerde koppelingen worden geregistreerd
    APO_U.14.01Welke ongeoorloofde en onjuiste activiteiten gelogd moeten worden, is vastgelegd.Vastgelegd is welke ongeoorloofde en onjuiste activiteiten gelogd moeten worden
    APO_U.14.02Informatie over autorisatie(s) wordt vastgelegd.Informatie ten aanzien van autorisatie(s) wordt vastgelegd
    APO_U.14.03De loggegevens zijn beveiligd.De loggegevens zijn beveiligd
    APO_U.14.04De locatie van de vastlegging van de loggegevens is vastgesteld.De locatie van de vastlegging van de loggegevens is vastgesteld
    APO_U.14.05De applicatie geeft signalen aan de beveiligingsfunctionarissen dat loggegevens periodiek geëvalueerd en geanalyseerd moeten worden.De applicatie geeft signalen dat loggegevens periodiek geëvalueerd en geanalyseerd moet worden
    APO_U.14.06De frequentie (wanneer) van monitoring en het rapporteren hierover (aan wie wat) is vastgelegd.De frequentie (wanneer) van monitoring en het rapporteren hierover is vastgelegd
    APO_U.15.01De architect heeft een actueel document van het te ontwikkelen informatiesysteem opgesteld. Het document:
  • heeft een eigenaar;
  • is voorzien van een datum en versienummer;
  • bevat een documenthistorie (wat is wanneer en door wie aangepast);
  • is actueel, juist en volledig;
  • is door het juiste (organisatorische) niveau vastgesteld/geaccordeerd.
  • De architect heeft een actueel document van het te ontwikkelen informatie systeem opgesteld
    APO_U.15.02Het architectuurdocument wordt actief onderhouden.Het architectuur document wordt actief onderhouden
    APO_U.15.03De voorschriften, methoden en technieken voor applicatiearchitectuur worden toegepast.De voorschriften en de methoden en technieken ten aanzien van applicatie architectuur worden toegepast
    APO_U.15.04Tussen in- en uitstroom van gegevens en de inhoud van de gegevensberichten bestaat een aantoonbare samenhang.Samenhang tussen in- en uitstroom van gegevens en de inhoud van gegevensberichten
    APO_U.15.05Het is aantoonbaar dat de onderliggende infrastructuurcomponenten beveiligd zijn met beveiligingsbaselines (onder andere uitschakeling van overbodige functionaliteiten).Dat de onderliggende infrastructuurcomponenten beveiligd zijn op basis van security baselines aantoonbaar
    APO_U.15.06De relatie tussen de persoonsgegevens die gebruikt worden binnen de applicatie en de persoonsgegevens, van interne en externe ontvangers van de door de applicatie opgeleverde gegevens, is inzichtelijk.De relatie tussen de persoonsgegevens is inzichtelijk
    APO_U.16.01Het tool ondersteunt alle fasen van het ontwikkelproces voor het documenteren van analyses, specificaties, programmatuur, testen en rapportages.Het tool ondersteunt alle fasen van het ontwikkelproces
    APO_U.16.02Het tool biedt een bepaald framework voor het structureren van de ontwikkelfasen en het bewaken van afhankelijkheden.Framework voor het structuren van de ontwikkelfasen en het bewaken van afhankelijkheden
    APO_U.16.03Het tool beschikt over faciliteiten voor versie- en releasebeheer.Het tool beschikt over faciliteiten voor versie- en releasebeheer
    APO_U.16.04Het tool beschikt over faciliteiten voor:
  • het registreren van eisen en wensen;
  • het afhandelen van fouten;
  • het beveiligen van registraties (programmacode);
  • het continu integreren van componenten;
  • het kunnen switchen tussen de fasen: specificeren, ontwikkelen en testen.
  • Faciliteiten van het tool
    APO_U.16.05Het tool beschikt over faciliteiten voor de koppelingen met externe bronnen.Het tool beschikt over faciliteiten voor de koppelingen met externe bronnen
    CLD_B.01.01De Cloud Service Provider (CSP) informeert de Cloud Service Consumer (CSC) welke wet- en regelgeving van toepassing is op clouddiensten.Informeren welke wet- en regelgeving van toepassing is op clouddiensten
    CLD_B.01.02De Cloud Service Provider (CSP) identificeert haar eigen relevante wettelijke eisen (zoals Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)-eisen en encryptietoepassing) om persoonsgegevens te kunnen beschermen.Selecteren relevante wettelijke eisen ter bescherming van persoonsgegevens
    CLD_B.01.03De voor de Cloud Service Consumer (CSC) van toepassing zijnde vereisten die voortvloeien uit wet- en regelgeving zijn geïdentificeerd, vooral waar het gaat om geografische gedistribueerde verwerkingen, opslag en communicatie waarvoor verschillende wetgeving bestaat, zoals maatregelen die voortvloeien uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).Identificeren vereisten die van toepassing zijn
    CLD_B.01.04De Cloud Service Provider (CSP) voorziet de Cloud Service Consumer (CSC) van zekerheid (op bewijs gebaseerde compliancy-rapportage) over (het voldoen aan) de van toepassing zijnde wettelijke eisen en contractuele vereisten.Voorzien zekerheid over van toepassing zijnde wettelijke eisen en contractuele vereisten
    CLD_B.01.05Voor clouddiensten zijn, om aan de wettelijke en contractuele eisen te kunnen voldoen, specifieke maatregelen getroffen en verantwoordelijkheden benoemd.Treffen van maatregelen en benoemen verantwoordelijkheden om te voldoen aan gestelde eisen
    CLD_B.01.06De Cloud Service Provider (CSP) heeft, om aan de eisen van de Cloud Service Consumer (CSC) te kunnen voldoen, alle wet- en regelgeving die op haar van toepassing is op de clouddienstverlening vastgesteld.Vaststellen alle van toepassing zijnde wet- en regelgeving
    CLD_B.02.01De cloudbeveiligingsstrategie van de Cloud Service Provider (CSP) geeft aan op welke wijze zij de bedrijfsdoelstellingen van Cloud Service Consumer (CSC)(’s) ondersteunt door onder andere te beschrijven:
  • een evenwichtige set van beveiligingsmaatregelen, waarin aandacht wordt besteed aan risicomanagement;
  • hoe (functioneel) cloud-beveiliging de weerbaarheid tegen hoge impactincidenten bewerkstelligt.
  • Aangeven hoe cloudbeveiligingsstrategie bedrijfsdoelstellingen ondersteunt
    CLD_B.02.02De cloudbeveiligingsstrategie van de Cloud Service Provider (CSP):
  • geeft onder andere aan hoe zij Cloud Service Consumers (CSC’s) tegen bedreigingen beschermt;
  • besteedt aandacht aan de huidige beveiligingscontext van de CSP, inclusief vaardigheden, capaciteiten en informatiebeveiligingsfunctie.
  • Aangeven hoe te beschermen tegen bedreigingen en aandacht te besteden aan beveiligingscontext
    CLD_B.02.03De samenhang van beveiligingsmaatregelen van de Cloud Service Provider (CSP) ondersteunt het behalen van de bedrijfsdoelen van de Cloud Service Consumer (CSC). Hierin wordt aangegeven:
  • in welke mate de cloudbeveiligingsstrategie van de CSP in lijn is met de organisatiebrede doelstellingen van de CSC;
  • hoe de cloud-beveiligingsgovernance van de CSC wordt ondersteund door het management van de CSP;
  • dat de clouddiensten gedocumenteerd zijn en regelmatig worden gereviewd.
  • Ondersteunen in behalen van bedrijfsdoelen door samenhang van beveiligingsmaatregelen
    CLD_B.03.01De Cloud Service Consumer (CSC) legt in de overeenkomst een aantal bepalingen over de exit-regeling vast, zoals:
  • De exit-bepaling geldt zowel bij het einde van de overeenkomst als om valide redenen aangedragen door de CSC (zie conformiteitsindicator Condities).
  • De overeenkomst (en eventuele verwerkersovereenkomst) duurt voort totdat de exit-regeling helemaal is uitgevoerd.
  • De opzegtermijn geeft voldoende tijd om te kunnen migreren.
  • Data en configuratiegegevens (indien relevant) mogen pas na succesvolle migratie verwijderd worden.
  • Door een onafhankelijke partij wordt gecontroleerd en vastgesteld dat alle data is gemigreerd.
  • De exit-regeling wordt aangepast/anders ingevuld als de software die gebruikt wordt voor de clouddienst is gewijzigd.
  • Vastleggen bepalingen over exit-regeling
    CLD_B.03.02De Cloud Service Consumer (CSC) kan buiten het verstrijken van de contractperiode besluiten over te gaan tot exit als sprake is van aspecten die gerelateerd zijn aan:
  • Contracten:
    • niet beschikbaarheid zijn van afgesproken performance;
    • eenzijdige wijziging door de Cloud Service Provider (CSP) van de Service Level Agreement (SLA);
    • prijsverhoging.
  • Geleverde prestatie/ondersteuning:
    • onvoldoende compensatie voor storingen;
    • niet leveren van de afgesproken beschikbaarheid of performance;
    • gebrekkige support.
  • Clouddienst(en):
    • nieuwe eigenaar of nieuwe strategie;
    • end-of-life van clouddienst(en);
    • achterwege blijvende features.
  • Overgaan tot exit buiten verstrijken contractperiode
    CLD_B.04.01Het cloud-beveiligingsbeleid bevat:
  • Organische georiënteerde maatregelen:
    • informatiebeveiligingsvereisten die van toepassing zijn bij het ontwerp en de implementatie van cloud-services;
    • communicatie met de Cloud Service Consumer (CSC) in relatie tot en tijdens wijzigingen;
    • communicatie van beveiligingsinbreuken en het delen van informatie;
    • richtlijnen voor de ondersteuning van (forensische) onderzoeken;
    • compliancy-maatregelen op wet- en regelgeving.
  • Technisch georiënteerde maatregelen:
    • multi-tenancy en isolatie van de CSC;
    • toegangsprocedures, bijvoorbeeld sterke authenticatie voor toegang tot cloud-services;
    • toegang tot en protectie van de data van de CSC;
    • levenscyclusmanagement van CSC-accounts;
    • risico’s gerelateerd aan niet geautoriseerde insiders;
    • virtualisatie beveiliging;
    • beveiligingsarchitectuur en -maatregelen voor het beschermen van data, applicaties en infrastructuur.
  • Bevatten organisatorisch en technische georiënteerde maatregelen in cloudbeveiligingsbeleid
    CLD_B.05.01De systeembeschrijving bevat de volgende aspecten:
  • typen en scope van clouddiensten weergegeven met Service Level Agreements (SLA’s);
  • principes, procedures en maatregelen om ontwikkeling en operationalisering weer te geven;
  • beschrijving van de infrastructuurcomponenten die deel uitmaken van het ontwikkelen en operationaliseren van clouddiensten;
  • hoe met beveiligingsincidenten wordt omgegaan;
  • rollen en verantwoordelijkheden van de Cloud Service Provider (CSP) en Cloud Service Consumer (CSC), inclusief de verplichting om samen te werken;
  • (welke) onderdelen van de clouddiensten en/of functies toegekend of uitbesteed zijn aan sub-contractanten.
  • Bevatten diverse aspecten in systeembeschrijving
    CLD_B.05.02De Service Level Agreement (SLA) of systeembeschrijving voorziet in een specificatie van jurisdictie over dataopslag, verwerking en back-up-locatie, ook als deze (of delen hiervan) uitbesteed is aan subcontractors.SLA/systeembeschrijving bevat specificatie van jurisdictie inzake data-opslag, verwerking en back-up-locatie
    CLD_B.05.03De Service Level Agreement (SLA) of systeembeschrijving voorziet in een specificatie voor publicatievereisten en onderzoeksmogelijkheden.SLA/systeembeschrijving bevat specificatie voor publicatie-vereisten en onderzoeksmogelijkheden
    CLD_B.05.04De Service Level Agreement (SLA) of systeembeschrijving voorziet in een specificatie over het beschikbaar zijn van valide certificaten.SLA/systeembeschrijving bevat specificatie met betrekking tot beschikbaar zijn van valide certificaten
    CLD_B.06.01De verantwoordelijkheden van de Cloud Service Provider (CSP) zijn onder andere het:
  • ontwikkelen van het risicomanagementproces voor informatiebeveiliging dat toegespitst is op de omgeving van de CSP;
  • identificeren van analyses van de stakeholders;
  • definiëren van de rollen en verantwoordelijkheden van in- en externe partijen;
  • vaststellen van de vereiste relaties tussen de eigen organisatie en stakeholders en de relatie met de hoog niveau risicomanagementfunctie en met relevante projecten of activiteiten.
  • Hebben CSP-verantwoordelijkheden
    CLD_B.06.02De organisatie van het risicomanagementproces is goedgekeurd door managers van de Cloud Service Provider (CSP).Goedkeuren organisatie van risicomanagementproces
    CLD_B.06.03Het risicomanagementproces is systematisch beschreven met aandacht voor beleid, procedures en richtlijnen voor activiteiten over communiceren, adviseren, vaststellen van de context van onderzoeken, behandelen, monitoren, reviewen, vastleggen en rapporteren van risico’s.Beschrijven risicomanagementproces
    CLD_B.07.01Voor de beveiliging van IT-functionaliteiten (verwerking, opslag, transport en opvraag van informatie) zijn beschikbaarheids-, integriteits- en vertrouwelijkheidsmaatregelen getroffen.Treffen maatregelen voor beveiliging IT-functionaliteiten
    CLD_B.07.02Technische beveiligingsmaatregelen in de vorm van sterke toegangsbeveiliging, encryptie en data-analysemethoden zijn getroffen tegen bescherming van de infrastructuur.Treffen technische beveiligingsmaatregelen tegen bescherming van infrastructuur
    CLD_B.07.03De IT-infrastructuur wordt, om veilige clouddiensten te kunnen verlenen, continue bewaakt en beheerst ter bescherming tegen bedreigingen.Bewaken en beheersen IT-infrastructuur
    CLD_B.07.04De infrastructuur wordt ingericht met betrouwbare hardware- en softwarecomponenten.Inrichten infrastructuur met betrouwbare hardware- en software-componenten
    CLD_B.07.05Er zijn gedocumenteerde standaarden en procedures om geavanceerde cyberaanvallen het hoofd te bieden.Hebben van gedocumenteerde standaarden en procedures om hoofd te bieden tegen cyberaanvallen
    CLD_B.08.01De Cloud Service Provider (CSP) heeft een proceseigenaar voor het Bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM)-proces benoemd en hem verantwoordelijk gegeven voor het vormgeven van BCM en compliancy met het uitgestippeld beleid.Benoemen proceseigenaar voor BCM-proces en geven verantwoordelijkheden
    CLD_B.08.02De verantwoordelijke voor bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) stelt zeker dat adequate resources beschikbaar zijn voor het uitvoeren van een effectief BCM-proces.Zeker stellen adequate resources voor uitvoeren van BCM-proces
    CLD_B.08.03Het management van de Cloud Service Provider (CSP) committeert zich aan de vastgestelde bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM)-vereisten.Committeren aan vastgestelde BCM-vereisten
    CLD_B.08.04Het bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM)-beleid en beleid voor business impact analyses zijn vastgesteld en gecommuniceerd.Vaststellen en communiceren BCM- en BIA-beleid
    CLD_B.08.05Het beleid en de procedures voor het vaststellen van de impact van storingen van cloud-services zijn gedocumenteerd en gecommuniceerd, waarbij aandacht wordt besteed aan:
  • beschikbaarheid van data en functionaliteit in relatie tot vendor lock-in en transitie naar andere Cloud Service Providers (CSP's) of exit-strategie (voor de mogelijke op risicoanalyse gebaseerde scenario’s);
  • identificatie van kritische producten en services;
  • identificaties van afhankelijkheden, processen, en business partners en derde partijen;
  • consequenties van verstoringen;
  • schattingen van vereiste resources voor herstel.
  • Documenteren en communiceren beleid en procedures voor vaststellen van storingsimpact van cloudservices
    CLD_B.08.06De Cloud Service Provider (CSP) beschikt over een gedocumenteerd raamwerk voor het plannen van bedrijfscontinuïteit waarin onder andere aandacht wordt besteed aan:
  • definiëren van de scope waarbij rekening wordt gehouden met de afhankelijkheden;
  • toegankelijkheid van deze plannen voor verantwoordelijke functionarissen;
  • toewijzen van een verantwoordelijke voor de review, update en goedkeuring;
  • definiëren van communicatiekanalen;
  • herstelprocedures;
  • methode voor het implementeren van het bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM)-plan;
  • continu verbeteringsproces van het BCM-plan;
  • relaties met beveiligingsincidenten.
  • Beschikken over gedocumenteerd raamwerk voor plannen van bedrijfscontinuïteit
    CLD_B.08.07Business impact analyses en continuïteitsplannen worden geverifieerd, geactualiseerd en regelmatig getest.Verifiëren, actualiseren en testen business impact analyses en continuïteitsplannen
    CLD_B.08.08Bij het testen wordt aandacht besteed aan de beïnvloeding van Cloud Service Consumers (CSC’s) (tenants) en derde partijen.Besteden aandacht aan beïnvloeden van CSC’s (tenants) en derde partijen bij testen
    CLD_B.08.09De voorzieningen van de computercentra zijn veilig gesteld en worden gemonitord (bewaakt), onderhouden en regelmatig getest.Veiligstellen, monitoren, onderhouden en testen computercentra-voorzieningen
    CLD_B.09.01Voor de opslag, de verwerking en het transport van data zijn beschikbaarheids-, integriteits- en vertrouwelijkheidsmaatregelen getroffen.Treffen maatregelen voor opslag, verwerking en transport van data
    CLD_B.09.02Ter bescherming van data en privacy zijn beveiligingsmaatregelen getroffen, in de vorm van data-analyse, Data Privacy Impact Assessment (DPIA), sterke toegangsbeveiliging en encryptie.Treffen maatregelen zoals data-analyse, DPIA, sterke toegangsbeveiliging en encryptie
    CLD_B.09.03Aan data en middelen waarin/waarop zich data bevindt, wordt door de verwerkingsverantwoordelijke een classificatie toegekend gebaseerd op het datatype, de waarde, de gevoeligheid en het kritische gehalte voor de organisatie.Toekennen classificatie aan data en middelen waarin/waarop zich data bevindt
    CLD_B.09.04Data gerelateerd aan e-commerce en verstuurd via publieke netwerken is adequaat geclassificeerd en beschermd tegen fraude, ongeautoriseerde toegang en aantasten/corrumperen van data.Classificeren en beschermen data gerelateerd aan e-commerce en verstuurd via publieke netwerken
    CLD_B.09.05De Cloud Service Provider (CSP) past een uniforme classificatie toe voor informatie en middelen die relevant is voor de ontwikkeling en het aanbieden van clouddiensten.Toepassen informatie- en middelenclassificatie, relevant voor ontwikkelen en aanbieden van clouddiensten
    CLD_B.09.06Het eigenaarschap van de middelen die deel uitmaken van de clouddiensten is vastgesteld.Vaststellen eigenaarschap van middelen die deel uitmaken van clouddiensten
    CLD_B.09.07In de overeenkomst tussen de Cloud Service Provider (CSP) en de Cloud Service Consumer (CSC) is bij het beëindigen van de clouddienst het eigenaarschap vastgelegd rond het gebruik, het retourneren en het verwijderen van data (data objects) en de fysieke middelen die data bevatten.Vastleggen eigenaarschap in overeenkomst tussen CSP en CSC bij beëindigen van clouddienst
    CLD_B.09.08De Cloud Service Provider (CSP) specificeert en documenteert op welke locatie (in welk land) de data worden opgeslagen.Specificeren en documenteren opslag op welke locatie data
    CLD_B.10.01De beveiligingsfunctie, die geleid wordt door een Chief Security Officer (CSO), ondersteunt de Cloud Service Provider (CSP) voor het bewerkstelligen en promoten van het cloud-beveiligingsbeleid door het:
  • ontwikkelen en onderhouden van een beveiligingsstrategie en het -beleid;
  • ontwikkelen van beveiligingsstandaarden, procedures en richtlijnen;
  • definiëren van een set beveiligingsdiensten;
  • coördineren van beveiliging door de gehele organisatie;
  • monitoren van de effectiviteit van clouddienstreglementen;
  • bieden van overzicht van en het doen van onderzoeken naar beveiligingsdiensten.
  • Bewerkstelligen en promoten cloudbeveiligingsbeleid
    CLD_B.10.02De beveiligingsfunctie voorziet in proactieve ondersteuning van:
  • activiteiten van cloud-risicoassessment;
  • classificeren van informatie en systemen;
  • gebruik van encryptie;
  • beveiligen van gerelateerde projecten;
  • ontwikkelen van bedrijfscontinuïteitsprogramma en beveiligingsaudits.
  • Voorzien beveiligingsfunctie in proactieve ondersteuning van bepaalde processen/middelen
    CLD_B.10.03De Cloud Service Provider (CSP) heeft de informatiebeveiligingsorganisatie een formele positie binnen de gehele organisatie gegeven.Geven positie van informatiebeveiligingsorganisatie binnen organisatie
    CLD_B.10.04De Cloud Service Provider (CSP) heeft de verantwoordelijkheden bij informatiebeveiliging voor het definiëren, coördineren en evalueren beschreven en toegewezen aan specifieke functionarissen.Benoemen functionarissen voor informatiebeveiliging en onderlinge relaties inzichtelijk maken
    CLD_B.10.05De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn vastgelegd in een autorisatiematrix.Toewijzen verantwoordelijkheden voor definiëren, coördineren en evalueren van informatiebeveiliging
    CLD_B.10.06De belangrijkste functionarissen (stakeholders) voor informatiebeveiliging zijn benoemd en de onderlinge relaties zijn met een organisatieschema inzichtelijk gemaakt.Vastleggen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden in autorisatiematrix
    CLD_B.10.07De verantwoordings- en rapportagelijnen tussen de betrokken functionarissen zijn vastgesteld.Vaststellen verantwoordings- en rapportagelijnen tussen betrokken functionarissen
    CLD_B.10.08Het type, de frequentie en de eisen voor de inhoudelijke rapportages zijn vastgesteld.Vaststellen type, frequentie en eisen voor inhoudelijke rapportages
    ... meer resultaten