Stappenplan beschrijven van informatieobjecten in een informatiemodel

Uit NORA Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit stappenplan kun je gebruiken om AP17 Informatie-objecten systematisch beschreven in de praktijk uit te voeren.

Inhoud

Maak een overzicht van de (types) informatieobjecten die benodigd zijn voor de dienst

Als er meerdere organisaties betrokken zijn bij de dienstverlening moeten deze samen eenduidige afspraken maken over de informatieobjecten die een rol spelen in de dienst.

Zorg ervoor dat al deze informatieobjecten systematisch zijn beschreven, inclusief hun metadata

Er zijn standaarden die aangeven welke metagegevens je wanneer en hoe gebruikt, zoals de Richtlijn Metagegevens Overheidsinformatie van het Nationaal Archief. Gebruik deze standaard metagegevens voor alle aan een dienst gerelateerde informatieobjecten.

Naast de standaard metagegevens kunnen per dienst aanvullende metagegevens opgenomen worden. Voor informatieobjecten die nog nooit eerder zijn gedefinieerd moet je zelf (met alle betrokken organisaties) vaststellen welke metadata relevant zijn en deze beschrijven.

Afwijken van de verplichte standaarden voor metagegevens kan alleen met een goede argumentatie volgens het 'pas-toe-of-leg-uit' systeem. Waar standaarden wel bestaan, maar (nog) niet verplicht zijn wordt sterk geadviseerd hetzelfde te doen. In deze handreiking wordt verwezen naar de in acht te nemen afspraken en standaarden voor gegevensbeschrijvingen. Zie ook de huidige gegevenswoordenboeken

Relateer de informatieobjecten aan bestaande informatiemodellen

  • Neem waar mogelijk beschrijvingen over van de basisregistraties. Andere beschrijvingen zijn te halen uit de informatiemodellen Basis- en Kerngegevens (RSGB) en Zaken (RGBZ) van de GEMMA en de informatiemodellen IMKAD, IMGeo van respectievelijk het Kadaster en Geonovum.
  • Indien er nog geen geschikte informatiemodellen bestaan, vormt het Metamodel voor Informatiemodellering (MIM) een goede basis. Het dient als gemeenschappelijk vertrekpunt voor het opstellen van informatiemodellen. De informatiehuizen van de Digitaal Stelsel Omgevingswet gaan het NIM gebruiken voor het opstellen van informatiemodellen.
  • Zie ook de modellen van bijvoorbeeld de HORA, de ZiRA en het Nationaal Semantisch Vlak.

Publiceer de informatieobjecten digitaal en benoem de vindplaats zodat ze uniek identificeerbaar zijn

Betrokken dienstverleners gebruiken om onderlinge uitwisselbaarheid te garanderen dezelfde identificatiemethode, bijvoorbeeld Uniform Resource Indicator (URI)

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Hulpmiddelen