Code goed openbaar bestuur

Uit NORA Online
Ga naar: navigatie, zoeken
 
NORA is gebaseerd op bestaand overheidsbeleid (nationaal en Europees) en op de instrumenten die in het kader van dat beleid zijn ontwikkeld, zoals wetten, regels, kamerstukken en bestuursakkoorden.

Eigenschappen

BeschrijvingDe Code goed openbaar bestuur beschrijft hoe een overheidsbestuur hoort te werken. Zo weten burgers wat zij van de overheid kunnen verwachten. Bijna alle besturen van het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en politie werken via de code goed openbaar bestuur.
ToelichtingBeginselen van de democratische rechtsstaat vormen in Nederland het kader van ons functioneren. Burgers en overheid moeten er samen invulling aan geven. De overheid kan dit niet zonder de burgers; de burgers kunnen dit niet zonder de overheid. In die wederkerigheid is een juiste balans nodig van rechten en plichten van de burger enerzijds, en van de overheid anderzijds.

De rechten en plichten van burgers liggen vast in formele wetten en regels. Daarnaast doet het Handvest verantwoordelijk burgerschap een informeel, moreel beroep op burgers om actief en verantwoordelijk in de maatschappij te staan. Er zijn ook veel formele wetten en regels die het functioneren van het openbaar bestuur vastleggen. Deze wetten en regels nodigen – juist door hun formele karakter – niet per se uit tot zelfreflectie. Daardoor zouden we bijna uit het oog verliezen waarom we al die wetten en regels hebben: om te voorzien in maatschappelijke behoeften binnen het kader van de democratische rechtsstaat.

In deze code voor goed openbaar bestuur is te vinden wat de basale beginselen van goed openbaar bestuur zijn in onze democratische rechtsstaat. Het is een informeel instrument dat een beroep doet op de eigen verantwoordelijkheid van besturen om een gewetensvolle invulling te geven aan hun taken en verantwoordelijkheden in het openbaar bestuur. Het nodigt uit tot zelfreflectie en vertaling naar de dagelijkse praktijk.

Volgens de Code goed openbaar bestuur moet elk overheidsbestuur zich houden aan de volgende regels:

1. Openheid en integriteit
Het bestuur is open en integer, zowel binnen de eigen organisatie als naar andere overheidsorganisaties.
Het bestuur geeft duidelijke informatie over procedures en besluiten.

2. Participatie
Het bestuur weet wat er leeft in de samenleving.
Het bestuur luistert naar vragen en ideeën van burgers bij onderwerpen die hen aangaan.
Het bestuur legt verantwoording af aan burgers over wat er met hun ideeën is gedaan.

3. Behoorlijke contacten met burgers
Het bestuur zorgt ervoor dat de organisatie altijd te bereiken is via meerdere kanalen: de telefoon, internet en balie.
Het bestuur maakt duidelijk wat de burger mag verwachten.

4. Doelgerichtheid en doelmatigheid
Het bestuur maakt de doelen van de organisatie bekend.
Het bestuur neemt beslissingen die nodig zijn om deze doelen te behalen.

5. Legitimiteit
Het bestuur neemt alleen beslissingen en maatregelen waartoe het bevoegd is.
Het bestuur leeft de daarbij geldende wet- en regelgeving na.
Het bestuur kan alle beslissingen altijd rechtvaardigen.

6. Lerend en zelfcorrigerend vermogen
Het bestuur leert van fouten en andere ervaringen om de prestaties te verbeteren.
Het bestuur kijkt en leert van de manier van werken bij andere overheidsorganisaties.
Het bestuur laat zich controleren.

7. Verantwoording

Het bestuur legt aan de omgeving verantwoording af over het beleid.
Externe verwijzinghttps://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kwaliteit-en-integriteit-overheidsinstanties/gedragscode-openbaar-bestuur
OrganisatieBZK
Laag binnen vijflaagsmodel1
Status actualiteitActueel
Publicatiedatum2009/06/01

Relaties

VertrekpuntRelatieEindpunten

Afgeleide relaties

VertrekpuntRelatieEindpunt
Betrouwbaar (Doel) (Kwaliteitsdoel)Is uitwerking vanCode goed openbaar bestuur
Betrouwbaar (Doel) (Kwaliteitsdoel)Vindt grondslag inCode goed openbaar bestuur