Begrippenkader

Uit NORA Online
Ga naar: navigatie, zoeken
Begrip als element in het kennismodel

Dit begrippenkader betreft de architectuur-begrippen die we gebruiken om op uniforme wijze de architectuur van de Nederlandse overheid te beschrijven. Overeenstemming over de betekenis van deze begrippen is van belang, omdat zij de betekenis en reikwijdte van NORA bepalen. Tenzij anders aangegeven (middels “niet vastgesteld”), zijn de definities van deze begrippen normatief. Dochter-architecturen worden dan ook opgeroepen deze definities over te nemen en eventuele toevoegingen in te dienen. Het begrippenkader van verschillende dochters is te vinden onderaan deze pagina.

In het Kennismodel NORA is op hoofdlijnen aangegeven welke relaties zijn onderkend tussen de architectuur-begrippen van de NORA. De Basiselementen zijn daarin herkenbaar.

NB: De betekenis van begrippen die gebruikt worden in de processen en diensten van de overheid, zijn te vinden in de verschillende gegevenswoordenboeken.

Begrippen NORA[bewerken]

  • Actualiteit: De mate waarin gegevens recent genoeg zijn. ()
  • Afnemer: De persoon of organisatie die een dienst in ontvangst neemt. Dit kan een burger, een (medewerker van een) bedrijf of instelling dan wel een collega binnen de eigen of een andere organisatie zijn. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Afspraak (begrip): Overeenkomst binnen de overheid of een deel (domein of sector) over de inrichting en het toepassen van bepaalde voorzieningen of standaarden. ()
  • Architectuur: Een beschrijving van een complex geheel, en van de principes die van toepassing zijn op de ontwikkeling van het geheel en zijn onderdelen. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Architectuurprincipe (begrip): Een stelling over een gewenste, generieke, kwalitatieve eigenschap waar architectuur invulling aan moet geven in de publieke sector. ()
  • Architectuurproducten: Normatieve en descriptieve documenten die huidige/toekomstige architectuur van een organisatie/domein schetsen. ()
  • Authenticatie: Het aantonen dat degene die zich identificeert ook daadwerkelijk degene is die zich als zodanig voorgeeft: ben je het ook echt? Authenticatie noemt men ook wel verificatie van de identiteit. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Authenticiteit: Een kwaliteitsattribuut van een informatieobject. Het toont aan dat het informatieobject is wat het beweert te zijn, dat het is gemaakt of verzonden door de persoon of organisatie die beweert het te hebben gemaakt of verzonden en dat het is gemaakt en verzonden op het tijdstip als aangegeven bij het informatieobject. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Authentiek gegeven: In een basisregistratie opgenomen gegeven dat bij wettelijk voorschrift als authentiek is aangemerkt (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Autorisatie: Het proces van het toekennen van rechten voor de toegang tot geautomatiseerde functies en/of gegevens in ICT voorzieningen (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Baseline: Een gemeenschappelijk normenstelsel binnen een organisatie, waaruit passende maatregelen kunnen worden afgeleid. Een type baseline is de baseline kwaliteit, dat wil zeggen een organisatiebreed normenkader waarin de organisatie ook alle concrete maatregelen beschrijft die de kwaliteit van de diensten waarborgen. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Basisgegeven: Een in een basisregistratie opgenomen gegeven. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • Basisregistratie: Een bij wet als basisregistratie aangemerkte registratie. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • Begrijpelijkheid: De mate waarin gegevens eenvoudig gelezen en geïnterpreteerd kunnen worden door gebruikers. ()
  • Beheerst (begrip gegevensmanagement): in een omgeving die vooraf gedefinieerd is en volgens wetgeving en referentiearchitectuur is ingericht. Het is een structurele aanpak. (Expertgroep Gegevensmanagement)
  • Beschikbaarheid (begrip gegevensmanagement): gegevens worden opgeslagen volgens duurzame normen en afhankelijk van de organisatiekeuze beschikbaar gesteld aan verschillende afnemers. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in technische, privacy afgeschermde, digitale, open of gesloten vormen. (Expertgroep Gegevensmanagement)
  • Betrouwbaarheid: De mate waarin de organisatie zich voor de informatievoorziening kan verlaten op een informatiesysteem. De betrouwbaarheid van een informatiesysteem is daarmee de verzamelterm voor de begrippen beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Bouwsteen (Begrip): Voorziening die deel uitmaakt van de infrastructuur van de e-overheid. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Bronregistratie: De plaats waar een gegeven of document voor de eerste keer is vastgelegd (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Capability: Synoniem voor 'Generieke functie' ()
  • Cloud computing (begrip): Cloud computing is een model voor het mogelijk maken van alomtegenwoordige, handige, on-demand netwerktoegang tot een gedeelde pool van configureerbare computerbronnen (bijvoorbeeld netwerken, servers, opslag, applicaties en diensten) die snel kunnen worden geleverd en vrijgegeven met een minimale beheersinspanning of interactie met de serviceprovider. ()
  • Compleetheid: De mate waarin gegevens aanwezig zijn. ()
  • Conceptueel informatiemodel: Een van de vier typen modellen zoals gedefinieerd in het MIM (Metamodel voor informatiemodellen). (MIM 1.0 paragraaf 1.5)
  • Consistentie: De mate waarin gegevens vrij van tegenspraak zijn en samenhang vertonen met andere gegevens. ()
  • Cyclisch proces (Begrip): Een proces met een vast en regelmatig terugkerend patroon. (Nog niet vastgesteld)
  • Dienst: Een afgebakende prestatie van een persoon of organisatie (de dienstverlener), die voorziet in een behoefte van haar omgeving (de afnemers). (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Dienstverlener: De persoon of organisatie die voorziet in het leveren van een afgebakende prestatie (dienst) aan haar omgeving (de afnemers) (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Doelarchitectuur: Beschrijving van de gewenste situatie in architectuur ("Soll"). Kan van toepassing zijn op een domein of organisatie en is de tegenhanger van de beschrijving van "gestolde" architectuur ("Ist"-situatie). ()
  • EIF: The European Interoperability Framework (EIF) is a commonly agreed approach to the delivery of European public services in an interoperable manner. It defines basic interoperability guidelines in the form of common principles, models and recommendations. (Europese Commissie, Communication (COM(2017)134))
  • Enterprise-architectuur: Architectuur die de huidige en toekomstige organisatiehuishouding en het transformatiepad daartussen beschrijft (“van Ist naar Soll”). (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Fysiek of technisch gegevens- of datamodel: Een van de vier typen modellen zoals gedefinieerd in het MIM (Metamodel voor informatiemodellen). (MIM 1.0 paragraaf 1.5)
  • GIS: Een Geografisch InformatieSysteem (meestal afgekort tot GIS) is een informatiesysteem waarmee (ruimtelijke) gegevens of informatie over geografische objecten, zogeheten geo-informatie kan worden opgeslagen, beheerd, bewerkt, geanalyseerd, geïntegreerd en gepresenteerd. ()
  • Gebruiker: Iedere persoon, organisatie of functionele eenheid die gebruik maakt van een informatiesysteem (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Gegeven: Weergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Gegevens (begrip gegevensmanagement): Weergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat. Het betreft hier alle vormen van gegevens, zowel data uit informatiesystemen als records en documenten, in alle vormen zoals gestructureerd als ongestructureerd (Expertgroep Gegevensmanagement)
  • Gegevensbeschrijving: Ook wel 'metagegeven': beschrijving van de inhoud van een gegeven. ()
  • Gegevensmanagement (begrip): Gegevensmanagement betreft het integraal en beheerst verwerken van gegevens in een organisatie zowel op strategisch tactisch als operationeel niveau met als doel de gewenste kwaliteit en beschikbaarheid te realiseren. (Expertgroep Gegevensmanagement)
  • Gemeenschappelijk gegevensgebruik: Gegevens worden in beginsel slechts eenmalig verzameld en vervolgens meervoudig bij uitvoering van verschillende wetten gebruikt. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • Generieke functie (begrip): Iets wat meerdere overheidsorganisaties moeten kunnen voor het uitvoeren van hun taken. ()
  • Geo-informatie: Alle informatie-objecten die een plaatsgebonden kenmerk hebben: gegevens met een directe of indirecte referentie naar een plaats op het aardoppervlak. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Gerede twijfel: Er is sprake van gerede twijfel bij een afnemer over de juistheid van een gegeven als er voldaan wordt aan de volgende criteria:
  • er is een sterk vermoeden dat een (authentiek) gegeven onjuist is,
  • dat vermoeden is gebaseerd op kennis en kunde van de eigen processen en doelgroep van de afnemer (een combinatie van kennis, kunde en gezond verstand),
  • de afnemer kent de definitie van dit (authentiek) gegeven. De afnemer moet weten wat de definitie van een gegeven in een basisregistratie is om te kunnen beoordelen of het niet klopt. (niet vastgesteld)
  • Gewenste kwaliteit (begrip gegevensmanagement): alle aspecten van gegevens die voor de afnemer van belang zijn, bijvoorbeeld actualiteit, juistheid of detail, op het niveau dat de afnemer verwacht. Dat kan leiden tot kwaliteit van het hoogste niveau of kwaliteit van het gegeven dat slechts indicatief is als de afnemer dat wenst. (Expertgroep Gegevensmanagement)
  • Gezamenlijk gegevensgebruik: Gegevens worden in beginsel slechts eenmalig verzameld en vervolgens meervoudig bij de uitvoering van verschillende wetten gebruikt. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • IAM (begrip): Identity and Access Management (IAM) is vrij vertaald het beheer om er voor te zorgen dat de juiste "identiteiten" (denk daarbij vooral aan personen of computers), voor de juiste redenen en op het juiste moment toegang krijgen tot de juiste faciliteiten. (Expertgroep IAM)
  • Identificatie: Het bekend maken van de identiteit van personen, organisaties of IT-voorzieningen. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • In control statement: Een verklaring dat de hoogste leiding ‘in control’ is. ‘In Control’ kan gedefinieerd worden als ‘de wijze van sturen, beheersen en toezicht houden, gericht op een effectieve en efficiënte realisatie van strategische en operationele doelstellingen alsmede het hierover op een open wijze communiceren en verantwoording afleggen ten behoeve van belanghebbenden’. In het statement wordt verwezen naar een set van normen waaraan de mate van beheersing getoetst is. Tevens zijn in het statement de aangetroffen tekortkomingen ten aanzien van de beheersing en de in de processen opgenomen internal controls, de oorzaken ervan en de voorgenomen maatregelen om de knelpunten op te lossen, opgenomen.

Oorspronkelijke bron: Drs. A.J.G. Driessen RO CIA en drs. R. Kamstra, "Grip op bedrijfsprocessen met het ‘In Control Statement’" (NORA 2.0)

  • Informatie: Betekenisvolle gegevens. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Informatie-object: Een op zichzelf staand geheel van gegevens met een eigen identiteit. Bijvoorbeeld: document, databasegegeven, emailbericht (met bijlagen), (zaak) dossier, internetsite (of een deel ervan),foto/afbeelding, geluidopname, wiki, blog enz. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Informatiebeveiliging: Het proces van vaststellen van de vereiste betrouwbaarheid van informatiesystemen in termen van vertrouwelijkheid, beschikbaarheid en integriteit alsmede het treffen, onderhouden en controleren van een samenhangend pakket van bijbehorende maatregelen. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Informatiebeveiligingsbeleid: Het informatiebeveiligingsbeleid verbindt de bedrijfsdoelstellingen met beveiligingsdoelstellingen. Met de beveiligingsdoelstellingen geeft een organisatie aan op welke wijze – door het treffen van beveiligingsmaatregelen – de bedrijfsdoelstellingen nagestreefd worden. (Nog niet vastgesteld)
  • Informatiehuishouding: Het totaal aan regels en voorzieningen gericht op de informatiestromen en –opslag of archivering ter ondersteuning van de primaire processen. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Informatiesysteem: Een samenhangend geheel van gegevensverzamelingen en de daarbij behorende personen, procedures, processen en programmatuur alsmede de voor het informatiesysteem getroffen voorzieningen voor opslag, verwerking en communicatie. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Integraal (begrip gegevensmanagement): een benadering waarbij bijvoorbeeld organisatie, beleid, architectuur, processen gegevensbeheer, en producten onderling verbonden en afgestemd zijn. (Expertgroep Gegevensmanagement)
  • Interoperabiliteit: Interoperabiliteit is het vermogen van organisaties (en hun processen en systemen) om effectief en efficiënt informatie te delen met hun omgeving (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Juistheid: De mate waarin gegevens de echte waarde goed weergeven. ()
  • Kanaal: Communicatiekanaal dat bij de dienstverlening wordt gebruikt. Elk kanaal kent verschillende vormen waarin informatie kan worden gedeeld. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Klantbeeld: Een overzicht van de voorkeuren en behoeften van de klant op basis van geagregeerde klancontactinformatie (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Knooppunt: een voorziening of organisatie die het afnemers makkelijk maakt aan te sluiten op beschikbare gegevensbronnen, waaronder de basisregistraties. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • Landelijke gegevens: Die gegevens die in één van de landelijke basisregistraties zijn opgeslagen. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • Leveringsvoorwaarden: De op schrift gestelde voorwaarden op basis waarvan standaard de levering van diensten plaatsvindt. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Logisch informatie- of gegevensmodel: Een van de vier typen modellen zoals gedefinieerd in het MIM (Metamodel voor informatiemodellen). (MIM 1.0 paragraaf 1.5)
  • Lokale gegevens: Die gegevens die binnen één overheidsorganisatie gebruikt en beheerd worden. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • Metagegevens (Begrip): Gegevens die context, inhoud, structuur en vorm van informatie en het beheer ervan door de tijd heen beschrijven. ()
  • Model van begrippen: Een van de vier typen modellen zoals gedefinieerd in het MIM (Metamodel voor informatiemodellen). (MIM 1.0 paragraaf 1.5)
  • NORA: Nederlandse Overheid Referentie Architectuur ()
  • NORA-conformiteit: De mate aan waarin een (geplande) dienst inclusief de onderliggende processen en systemen) aantoonbaar voldoet (of gaat voldoen) aan de NORA-principes (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • NORA-principe: Een kenmerk waaraan een dienst (geleverd door de overheid) geacht wordt te voldoen, om de interoperabiliteit van die dienst te vergroten. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Onweerlegbaarheid: Begrip dat gebruikt wordt bij elektronische berichtuitwisseling en dat inhoudt dat de zender van een bericht niet kan ontkennen een bepaald bericht te hebben verstuurd en dat de ontvanger van een bericht niet kan ontkennen het bericht van de zender in de oorspronkelijke staat te hebben ontvangen. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Op strategisch tactisch en operationeel niveau (begrip gegevensmanagement): op alle niveaus van bestuurlijk tot aan de uitvoering zijn verantwoordelijkheden rondom gegevensmanagement te vinden. Visie en beleid worden uitgewerkt in architectuur en processen en leiden tot verwerking van gegevens. (Expertgroep Gegevensmanagement)
  • Organisatie (begrip gegevensmanagement): de (interne en externe) partijen die met elkaar verbonden zijn om de gegevensverwerking tot stand te brengen, bijvoorbeeld overheidsinstanties en de samenwerkende partners in een keten en bijvoorbeeld ook commerciële partners aan wie een verwerkersovereenkomst wordt voorgelegd. (Expertgroep Gegevensmanagement)
  • Overheidsorganisatie: NORA doelt met het begrip 'overheidsorganisaties' zowel op overheden als op semi-overheid- en private organisaties met een publieke taak. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • PDCA-cyclus: Plan-Do-check-Act-cyclus, een regelkringprincipe voor procesbesturing (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Plausibiliteit: De mate waarin gegevens worden beschouwd als waar en geloofwaardig door gebruikers. ()
  • Precisie: De mate waarin gegevens exact of onderscheidend genoeg zijn. ()
  • Processpecifieke gegevens: Gegevens die zelfs binnen een organisatie niet gedeeld worden en alleen voor dat ene proces gebruikt worden. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • Publicatiedatum: Datum waarop document het laatst is gepubliceerd (http://standaarden.overheid.nl/owms/4.0/doc/eigenschappen/dcterms.modified) (NORA kennismodel)
  • Publieke taak: Een taak die het bestuursorgaan uitvoert voor de behartiging van een publiek of algemeen belang. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • Redactionele wijzigingsdatum: Datum waarop de laatste versie is geïmplementeerd of de laatste wijziging is aangebracht. (NORA kennismodel)
  • Registraties: Dit zijn systematische en meestal in een informatiesysteem opgeslagen beschrijvingen van instanties van concepten. ()
  • Sectorale gegevens: Gegevens die binnen een bepaald domein van de overheid voor meerdere organisaties relevant zijn en die ook binnen zo'n domein voor meerdere organisaties op één plek beheerd worden. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • Semantiek (Begrip): Leer van de betekenis van woorden en woordgroepen (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Service-register: Register waar overheidsorganisaties hun diensten registreren en diensten van anderen kunnen terugvinden (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Solution-architectuur: Beschrijving van de gewenste oplossing van een specifiek probleem, of het eindresultaat van een project. ()
  • Standaard (Begrip): Een document dat een set van regels bevat die beschrijven hoe mensen materialen, producten, diensten, technologieën, taken, processen en systemen dienen te ontwikkelen en beheren (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Standaard (begrip): Overeenkomst binnen de overheid of een deel (domein of sector) over de inrichting en het toepassen van bepaalde voorzieningen of standaarden. ()
  • Stelsel: Een systeem waarbinnen organisaties via afspraken en voorzieningen samenwerken om bepaalde functionaliteit te realiseren. ()
  • Stelsel van Basisregistraties (Begrip): Het geheel van afspraken en voorzieningen gericht op het doelmatige en efficiënte beheer van een beperkt aantal gegevens, die nodig zijn voor de uitvoering van de taken van de overheid, vastgelegd in gegevensverzamelingen met een wettelijke basis (de basisregistraties), inclusief hun onderlinge samenhang en de gemeenschappelijke voorzieningen die nodig zijn voor verzameling, verspreiding en gebruik. (Stelselarchitectuur van het Heden)
  • Toegankelijkheid: Houdt in dat informatie vindbaar, interpreteerbaar en uitwisselbaar is. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Toepassingsgebied: De omschrijving van het functionele gebruik van de voorziening ()
  • Traceerbaarheid: De mate waarin de totstandkoming en het gebruik van gegevens zijn vastgelegd. ()
  • Transparantie: Inzicht in de werkwijze die de overheid hanteert. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Validiteit: De mate waarin gegevens voldoen aan de verwachte structuur en opslagvorm. ()
  • Verwerken (begrip gegevensmanagement): een bewerking of een geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens of een geheel van persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedés, zoals het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan, bijwerken of wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op andere wijze ter beschikking stellen, aligneren of combineren, afschermen, wissen of vernietigen van gegevens. (Expertgroep Gegevensmanagement)
  • Verwijsindex: Een overzicht waarin vermeld staat in welke andere bronnen welke soort gegevens over deze persoon of deze zaak te vinden zijn. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Viewpoints: Dwarsdoorsnede van NORA voor een specifiek publiek of doel. Een viewpoint bestaat uit een selectie van elementen en relaties tussen elementen. Een viewpoint het kan een subset van de elementtypen uit het kennismodel bevatten (bv alleen beleidskaders en basisprincipes), maar ook een selectie binnen een elementtype (bv alleen elementen die over beveiliging gaan). ()
  • Vindbaarheid: Houdt in dat informatie binnen redelijke termijn kan worden gevonden. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Volledigheid: Betekent dat alle procesgebonden informatie is vastgelegd en wordt beheerd die aanwezig zou moeten zijn conform het beheerregime dat voor dat proces is vastgesteld. (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)
  • Voorziening (begrip): Groepering van services die aan afnemers worden aangeboden, met als doel het bevorderen van uniformiteit en efficiëntie binnen de overheid. ()
  • Werkingsgebied: Het domein (organisatorisch, taakvelden) binnen de overheid waarin het element (principe, standaard, voorziening..) wordt of kan worden toegepast. Bijvoorbeeld: gemeenten, provincies, waterschappen, Rijk, zorginstellingen, primair onderwijs. ()
  • Zaak: Een samenhangende hoeveelheid werk met een welgedefinieerde aanleiding en een welgedefinieerd eindresultaat, waarvan kwaliteit en doorlooptijd bewaakt moeten worden (NORA 3.0 Principes voor samenwerking en dienstverlening)

Begrippen dochters[bewerken]

Begrippen van specifieke onderwerpen[bewerken]