Types architecturen in NORA-familie

Uit NORA Online
Ga naar: navigatie, zoeken

De verschillende architecturen van de NORA-familie kun je indelen in verschillende types. Dit onderscheid is geen waardeoordeel of formele indeling, maar kan het gemakkelijker maken te begrijpen waar architecturen overeenkomen en waar ze verschillen. Een aantal veelgebruikte onderscheiden zijn:

Domein/ketenarchitecturen en Bestuurlijke dochters

Domein- en ketenarchitecturen kijken niet vanuit één bepaalde organisatie, maar maken juist de interactie van organisaties op een bepaald inhoudelijk domein of binnen een bepaalde keten mogelijk. Er zijn grote verschillen in aanpak, scope en volwassenheid tussen de verschillende domein- en keten-architecturen. Die verschillen komen, net als de gemaakte architectuurkeuzes, voort uit de context waarbinnen ze zijn opgesteld. Voorbeelden van domeinarchitecturen zijn LIDA (Langdurige-zorg InformatieDomeinArchitectuur) en HORA (Hoger Onderwijs Referentie Architectuur), voorbeelden van ketenarchitecturen zijn KarWeI (Ketenarchitectuur Werk en Inkomen) en de Referentiearchitectuur Jeugdketens

'Bestuurlijke dochters' van de NORANederlandse Overheid ReferentieArchitectuur zijn de architecturen die horen bij de vier Nederlandse bestuurslagen:

De invalshoek van deze architecturen is de positie van de organisatie waar ze voor gemaakt zijn. Elk project dat te maken krijgt met een specifieke bestuurslaag doet er goed aan te kijken wat de impact van deze architectuurEen beschrijving van een complex geheel, en van de principes die van toepassing zijn op de ontwikkeling van het geheel en zijn onderdelen. gaat zijn. Om projecten die met meerdere bestuurslagen te maken hebben te helpen proberen de vier bestuurlijke dochters samen op te trekken en gelijke keuzes te maken. Tegelijk kan er een belangrijke reden zijn waarom twee bestuurslagen een andere architectuurkeuze maken: de architectuurEen beschrijving van een complex geheel, en van de principes die van toepassing zijn op de ontwikkeling van het geheel en zijn onderdelen. moet aansluiten bij de bestaande organisatie, taken, beschikbare middelen en maatschappelijke omgeving. De vier bestuurlijke dochters zijn openbaar toegankelijk via een wiki, net als de NORANederlandse Overheid ReferentieArchitectuur.

Volgens de visie op dienstverlening zouden overheidsdiensten niet gebonden moeten zijn aan individuele overheidsorganisaties, maar aan de overheid als geheel. Voor de architectuurEen beschrijving van een complex geheel, en van de principes die van toepassing zijn op de ontwikkeling van het geheel en zijn onderdelen. van de overheid betekent dit, dat domein- en ketendienst-architecturen naast de invalshoek "de dienst aan de burger en het bedrijf" ook de invalshoek "het samenwerken van de organisaties" moet kennen en dat overheidsorganisaties hun Enterprise Architectuur verbinden aan die domein- en ketendienstarchitecturen.

Referentie- en Modelarchitecturen versus Enterprise en Concernarchitecturen

Het overgrote deel van de architecturen die traditioneel tot de NORANederlandse Overheid ReferentieArchitectuur familie gerekend worden zijn referentie- of modelarchitecturen. Dat betekent dat ze een vrij hoog abstractieniveau hebben en bedoeld zijn om als model of referentie gebruikt te worden bij het opstellen van meer concrete architecturen. Referentie- en modelarchitecturen concentreren zich doorgaans op de interoperabiliteitInteroperabiliteit is het vermogen van organisaties (en hun processen en systemen) om effectief en efficiënt informatie te delen met hun omgeving tussen organisaties en wat daar voor nodig is.

Enterprise en Concernarchitecturen zijn een stap concreter. Ze richten zich op een enkele organisatie (de Enterprise of het Concern) en vullen daarvoor de bovenliggende modelarchitectuur in voor de eigen processen, systemen en omgeving.

In de praktijk is het onderscheid een kwestie van gradatie: referentiearchitecturen worden concreter en voor grote organisaties is ook de Enterprise architectuurEen beschrijving van een complex geheel, en van de principes die van toepassing zijn op de ontwikkeling van het geheel en zijn onderdelen. nog redelijk abstract, met daaronder weer concretere architecturen. Voor het Rijk is de referentiearchitectuur MARIJ dan ook opgevolgd door de EAR (EnterpriseArchitectuur Rijksdienst), vanuit de gedachte dat de Rijksdienst één Enterprise vormt.

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Hulpmiddelen