Stelsel van het heden (visie op het stelsel)

Uit NORA Online
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo van het subthema stelselarchitectuur.

Onderdeel van de Stelselarchitectuur.
van het Stelsel van Basisregistraties
Status: DEFINITIEF
Auteurs: Andre van Brussel, Wim Bakkeren, Anton van Weel, Ronald Slomp, Arnoud Quanjer

Feedback pagina: Andre.vanBrussel@ictu.nl

Doel van het stelsel[bewerken]

Het programma Stroomlijning Basisgegevens (SBG 1, 1999 - 2000) was het eerste landelijke programma dat een aanzet gaf tot het Stelsel van Basisregistraties. Aanleiding voor het programma was de constatering dat de gegevenshuishouding van de overheid structurele verbetering behoefde. Kamerstuk 26 387 nummer 11 (17 oktober 2001)[1] zegt:

In toenemende mate blijkt dat de gegevenshuishouding van de overheid structurele verbetering behoeft. Problemen manifesteren zich:

  • bij de handhaving, doordat gegevens niet voor alle betrokken partijen beschikbaar zijn, onvolledig zijn, niet actueel zijn of onderling strijdig zijn.
  • bij fraude- en criminaliteitsbestrijding, doordat objecten (personen, bedrijven, gebouwen e.d.) niet uniek identificeerbaar zijn, doordat gegevens over deze objecten onjuist blijken, of doordat gewenste gegevenskoppelingen falen door gebrek aan standaardisatie.
  • bij het verminderen van de administratieve lastendruk, i.e. bij het door het kabinet gevoerde beleid om burgers en bedrijven niet steeds opnieuw dezelfde gegevens aan de overheid te laten verstrekken.
  • bij de modernisering van de publieke dienstverlening, waar invoering van de één-loket-gedachte via het programma Overheidsloket 2000 en pro-actieve dienstverlening slechts gedeeltelijk kunnen worden gerealiseerd zolang de daarvoor benodigde gegevens in de back-office van de overheid over vele plaatsen versnipperd zijn.
  • bij het efficiënt inrichten van de interne bedrijfsvoering van de overheid, doordat dezelfde gegevens door meerdere organisaties worden verzameld en beheerd, waardoor onnodige kosten worden gemaakt en schaarse ICT-deskundigheid onvoldoende efficiënt wordt ingezet.
  • bij beleidsvorming, -monitoring en -verantwoording (VBTB), waar betrouwbare en breed geaccepteerde sturingsgegevens en kengetallen nog (te) vaak ontbreken.
— Kamerstuk 26 387 nummer 11 (17 oktober 2001)

De destijds voorgestelde oplossing voor deze problemen was een overheidsbrede, organisatie-onafhankelijke maar flexibele gegevensinfrastructuur. Kamerstuk 26 387 nummer 18 (3 maart 2003)[2] zegt:

Uitgangspunt voor het programma [SBG] vormde de constatering dat bij nagenoeg alle vraagstukken waarvoor de overheid zich gesteld ziet, het kunnen beschikken over adequate gegevens een cruciale rol vervult: beheersing van asielzoekersstromen, voedselveiligheid, wachtlijsten in de zorg, integratie, openbare orde en veiligheid, uitbraak van veeziekten, illegale onderhuur van woonruimte, waterbeheer, criminaliteit, enzovoort. Nagenoeg al deze dossiers vergen bovendien een intensieve samenwerking van een groot aantal betrokken organisaties, die op al deze dossiers effectief en flexibel (dat wil zeggen in wisselende samenstelling) met elkaar moeten kunnen samenwerken en daartoe snel en zonder problemen gegevens moeten kunnen uitwisselen, die bovendien betrouwbaar en actueel moeten zijn. Dat kan alleen als er – tenminste voor de meest essentiële gegevens – sprake is van een overheidsbrede, organisatie-onafhankelijke, maar flexibele gegevensinfrastructuur. Zogenaamde authentieke registraties voorzien daarin.

— Kamerstuk 26 387 nummer 18 (3 maart 2003)

En verder:

[…] De streefsituatie is dat burgers en bedrijven een overheidsinstantie geen gegevens hoeven te verstrekken indien deze gegevens reeds aantoonbaar binnen de overheid beschikbaar zijn (tenzij er zwaarwegende argumenten zijn die zich daartegen verzetten, b.v. in de sfeer van de privacybescherming). Dat mes snijdt aan meerdere kanten. Door het eenmalig verzamelen van gegevens worden niet alleen de administratieve lasten voor burgers en bedrijven beperkt, maar worden tegelijkertijd forse kwaliteitsverbeteringen en kostenbesparingen voor de overheid zelf gerealiseerd. Deze eenmalige gegevensverzameling resulteert in zogenaamde authentieke registraties, die overheidsbreed fungeren als unieke bron van gegevens, zoals de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens en de Kadastrale Registratie nu al in hoge mate fungeren als unieke bron van persoons- en onroerende zakengegevens. Doel van het programma Stroomlijning Basisgegevens was het geven van een onomkeerbare impuls aan de totstandkoming van authentieke registraties binnen de overheid. Centraal daarbij stonden de zogenaamde basisgegevens, die kunnen worden beschouwd als de spil van de gegevenshuishouding van de overheid, t.w. personen, bedrijven, gebouwen, onroerende zaken, geografische basiskaarten en adressen.

— Kamerstuk 26 387 nummer 18 (3 maart 2003)

De realisatie van deze authentieke registraties met daarin de zogenaamde basisgegevens werd beschouwd als onmisbare randvoorwaarde voor een moderne en slagvaardige overheid. Kamerstuk 26 387 nummer 18[3] zegt hierover:

In de tussenrapportage over het programma van 17 oktober 2001 (Kamerstukken II, 2001–2002, 26 387, nr. 11) is het programma [SBG] reeds gepositioneerd als een onmisbare voorwaarde voor een moderne en slagvaardige overheid:

  • die niet naar de bekende weg vraagt, dat wil zeggen die ernst maakt met vermindering van de administratieve lasten voor burgers en bedrijven;
  • die klantgericht is: door vraaggestuurd te werken en haar diensten snel, adequaat en waar mogelijk proactief te verlenen;
  • die zich niet voor de gek laat houden: die fraude en criminaliteit effectief bestrijdt en die haar taken op het vlak van toezicht en handhaving serieus neemt;
  • die weet waarover ze het heeft, dat wil zeggen een gedegen informatiepositie heeft als het gaat om beleidsvorming, -monitoring en -verantwoording;
  • die haar zaken op orde heeft en niet meer kost dan nodig is, onder meer door haar eigen werkprocessen zo efficiënt mogelijk uit te voeren.
— Kamerstuk 26 387 nummer 18

De ‘Visie op het Stelsel van Basisregistraties’ (maart 2010)[4] formuleert in lijn hiermee een aantal jaren later de volgende doelen waar het stelsel aan bijdraagt:

# Het verbeteren van de overheidsdienstverlening aan burgers en bedrijven door eenmalig inwinnen/verzamelen en meervoudig gebruiken van informatie, bewaking van de kwaliteit, de mogelijkheid van terugmelding/correctie en borging.

  1. Het verlagen van de administratieve lasten (o.a. eenmalig opvragen van gegevens) voor burgers, bedrijven en overheden (professionals).
  2. Het vergroten van transparantie voor de burger.
  3. Het verbeteren van fraudebestrijding, handhaving en toezicht.
  4. Het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige informatiehuishouding zoals dat van een moderne overheid verwacht mag worden.
  5. Efficiëntere besteding van gemeenschapsgelden.
  6. Goede bepaling, uitvoering en evaluatie van overheidsbeleid en afname van bestuurlijke drukte.
— Visie op het Stelsel van Basisregistraties, versie 1.1, maart 2010, bijlage bij kamerbrief 296 362, nummer 176

Definitie van het stelsel[bewerken]

Het Stelsel van Basisregistraties draagt dus bij aan een effectieve en efficiënte overheid. Het is de voor een moderne en slagvaardige overheid onmisbare gegevensinfrastructuur. De ‘Visie op het Stelsel van Basisregistraties’ definieert het stelsel als volgt:[5]

Het geheel van afspraken, standaarden[6] en voorzieningen gericht op het doelmatige en efficiënte beheer van een beperkt aantal gegevens, die nodig zijn voor de uitvoering van de taken van de overheid, vastgelegd in gegevensverzamelingen met een wettelijke basis (de basisregistraties), inclusief hun onderlinge samenhang en de gemeenschappelijke voorzieningen die nodig zijn voor verzameling, verspreiding en gebruik.

— Visie op het Stelsel van Basisregistraties, versie 1.1, maart 2010, bijlage bij kamerbrief 296 362, nummer 176

Inrichtingsprincipes voor het stelsel[bewerken]

Aan de inrichting van het stelsel ligt een aantal essentiële keuzes, of inrichtingsprincipes, ten grondslag, namelijk:

  1. Het stelsel bestaat uit een beperkt aantal registraties voor die gegevens die door de hele overheid heen de meest voorkomende zijn.
  2. Basisregistraties zijn beperkt tot een compacte en daarmee ook beheersbare basisgegevensset.
  3. Per basisregistratie is bij wet vastgesteld wat het doel, het werkingsgebied van de registratie en de daaraan gestelde kwaliteitseisen zijn, alsook hoe de autorisatie van het gebruik, de kwaliteitsborging en de financiering zijn geregeld.
  4. Uitgangspunt voor de realisatie van een basisregistratie is gebruikmaking van bestaande organisatorische en informatie-infrastructuren.
  5. Uitgangspunt is laagdrempelige beschikbaarstelling van de gegevens, voor zover specifieke wetgeving zich daar niet tegen verzet.
  6. Basisregistraties dienen de naleving van de privacywetgeving door de overheid actief te ondersteunen, moeten voor de burger transparant maken hoe de overheid met zijn persoonsgegevens omgaat en moeten hem in staat stellen hierop invloed uit te oefenen.
  7. Het stelsel gedraagt zich naar afnemers als één geheel.

In lijn met deze inrichtingsprincipes bestaat het stelsel uit een beperkt aantal basisregistraties. Conform het vierde inrichtingsprincipe sluiten deze basisregistraties aan bij reeds bestaande organisatie- en informatie-infrastructuren van de overheid.

De eerste zes principes zijn gebaseerd op de essentiële keuzes zoals beschreven in kamerbrief 26 387, nummer 11.[7] Het zevende principe is afkomstig uit het i-NUP Programmaplan 2012 – 2014.[8]

Kamerbrief 26 387 nummer 11[9] omschrijft de essentiële keuzes die de basis zijn voor de eerste zes principes als volgt:

* [M.b.t. principe 1]: […] Deze keuze voor een beperkt aantal basisregistraties en het gebruik van die term zijn ingegeven door de constatering dat de zojuist genoemde gegevens door de hele overheid heen de meest vóórkomende zijn en dat eenduidigheid met betrekking daartoe de uitwisselbaarheid tussen bestaande registraties al enorm vergroot. Een relatief overzichtelijke inspanning sorteert aldus een groot effect, zo is niet alleen op grond van eigen analyse gebleken, maar ook op grond van de praktijkervaringen in met name Denemarken, alwaar een stelsel van de door het kabinet geselecteerde basisregistraties inmiddels een aantal jaren operationeel is;

  • [M.b.t. principe 2]: zowel bij de genoemde basisregistraties als bij andere registraties, wordt gestreefd naar registraties die zijn beperkt tot een compacte en daarmee ook beheersbare basisgegevensset. Voor de objecten personen, bedrijven en gebouwen wordt uitgegaan van een minimaal aantal gegevens per object, waaronder een uniek identificatienummer, adresgegevens, verwijsgegevens naar andere registraties (zoals inkomens, dienstverbanden, vergunningen) en autorisatiegegevens ten behoeve van de gebruikers van het register.
  • [M.b.t. principe 3]: teneinde te bereiken dat authentieke registraties daadwerkelijk door de gehele overheid heen worden gebruikt als gezaghebbende en unieke bron voor bepaalde gegevens en als zodanig (kunnen) worden geaccepteerd, wordt per authentieke registratie bij wet vastgesteld wat het doel, het werkingsgebied van de registratie en de daaraan gestelde kwaliteitseisen zijn, alsook hoe de autorisatie van het gebruik, de kwaliteitsborging en de financiering zijn geregeld. […]
  • [M.b.t. principe 4]: de realisatie van een authentieke registratie betekent dat vergelijkbare gegevensbestanden worden geïntegreerd tot één register, waarin overlap en strijdigheden zijn geëlimineerd en witte vlekken zijn opgevuld. Het resultaat kan zowel een fysiek centraal als gedistribueerd register zijn. Uitgangspunt daarbij is gebruikmaking van bestaande organisatorische en informatie-infrastructuren waardoor desinvesteringen vermeden worden.
  • [M.b.t. principe 5]: bij de realisatie van authentieke registraties wordt in lijn met het door het kabinet vastgestelde beleidskader ‘Naar optimale beschikbaarheid van overheidsinformatie (Kamerstukken II, 1999–2000, 26 387, nr. 7) uitgegaan van laagdrempelige beschikbaarstelling van de betreffende gegevens, uiteraard voorzover specifieke wetgeving (onder meer met betrekking tot privacy) zich daar niet tegen verzet. Toegang tot de gegevens van de overheid geeft de burger een potentieel krachtig instrument in handen om de overheid te controleren, bijvoorbeeld waar het gaat om vergunningen van bedrijven en gebouwen. Tevens wordt daarmee bedrijven de mogelijkheid geboden om basisgegevens van de overheid te gebruiken als hoogwaardige grondstof voor de ontwikkeling van nieuwe [producten] en diensten, bijvoorbeeld op het terrein van de geo-informatie.
  • [M.b.t. principe 6]: authentieke registraties dienen de naleving van de privacywetgeving door de overheid actief te ondersteunen, moeten voor de burger transparant maken hoe de overheid met zijn persoonsgegevens omgaat en moeten hem in staat stellen hierop invloed uit te oefenen. Dit betekent (onder meer) dat per registratie inzichtelijk wordt gemaakt welke persoonsgebonden gegevens op welke formele grond worden verzameld en aan welke derden deze worden verstrekt. […].
— Kamerbrief 26 387 nummer 11

In aanvulling op de toelichting op principe 1 zegt de ‘Visie op het Stelsel van Basisregistraties’ het volgende over het eventueel uitbreiden van het stelsel:[10]

Het stelsel van basisregistraties kan altijd uitgebreid worden met registraties die aan de “12 eisen” voldoen en als de toegevoegde waarde bestuurlijk wordt gezien. De toegevoegde waarde van het stelsel ligt niet alleen in de gegevensverzamelingen (basisregistraties) zelf, maar vooral ook in hun onderlinge samenhang, relaties, koppelingen en afspraken op het niveau van het stelsel als geheel.

— Visie op het Stelsel van Basisregistraties, versie 1.1, maart 2010, bijlage bij kamerbrief 296 362, nummer 176

De in dit citaat genoemde ‘twaalf eisen’ zijn beschreven in het onderdeel Twaalf eisen aan basisregistraties van deze architectuur.

In aanvulling op de toelichting op principe 4 zegt Handreiking 1 van het programma SBG:[11]

[Het] is géén uitgangspunt, dat de hoofdstructuur van de Nederlandse overheid moet worden aangepast en/of dat moet worden getornd aan de verantwoordelijkheid van iedere minister voor zijn eigen beleidsgebied(en). Authentieke registraties komen tot stand onder de verantwoordelijkheid van de minister die daarvoor, gezien de inhoud van de registratie, het eerst in aanmerking komt.

— Handreiking 1 - Een intelligente, geen alwetende overheid - Het beleid achter Stroomlijning Basisgegevens, Stroomlijning Basisgegevens, 2002

De toelichting hierboven op principe 6 stelt dat per registratie inzichtelijk moet worden gemaakt aan welke derden de persoonsgebonden gegevens uit die registratie worden verstrekt. Die verplichting is niet van toepassing op persoonsgegevens in openbare registraties zoals de kadastrale registratie. Voor openbare registraties geldt de plicht om de persoonsgegevens aan eenieder te verstrekken.

De eerste zes principes zijn, zoals gezegd, afkomstig uit kamerbrief 26 387, nummer 11[12]. Principe 7 is geformuleerd in het i-NUP Programmaplan 2012-2104[13]. Het principe geeft invulling aan de nadruk die dat programmaplan legt op het bevorderen van het gebruik van de basisregistraties. Het principe weerspiegelt het toenemende belang van stelselregie: de regie die er voor moet zorgen dat het stelsel zowel op strategisch, tactisch als operationeel niveau samenhang vertoont en aansluit bij de behoeften van de afnemers. Hoofdstuk Stelselregie voor coördinatie van de ontwikkeling van het stelsel, gaat nader in op ‘stelselregie’.

De ontwikkeling van (het denken over) het stelsel[bewerken]

Het denken over het stelsel is in de loop van de jaren mee veranderd met de ontwikkeling van het stelsel zelf. In het begin was er vooral aandacht voor de afzonderlijke registraties en de daarvoor noodzakelijke, juridische en organisatorische voorwaarden. Daarna ging de aandacht vooral uit naar het daadwerkelijk realiseren van de eerste basisregistraties. Vervolgens ontstond er meer aandacht voor het gebruik van de basisregistraties en de daarvoor benodigde samenhang tussen die basisregistraties en de afstemming op de behoeften van de afnemers.

Het belang van registraties voor overheidstaken is al lang geleden onderkend. Registraties zoals die van het Kadaster en van de Kamer van Koophandel, de gemeentelijke basisadministraties en het kentekenregister hebben een lange historie. De burgerlijke stand legde al in de 19e eeuw eenmalig gebeurtenissen vast. Het verbinden van dergelijke registraties onderling en het gebruik van de registraties door andere partijen dan de bronhouders zelf is een ontwikkeling die eind 20ste eeuw duidelijk zichtbaar werd. Het idee van een stelsel van kernregistraties binnen één organisatie ontstaat met de introductie van computernetwerken en databasemanagementsystemen. Eind 20ste eeuw ontstaan de eerste ideeën voor een dergelijk stelsel van kernregistraties voor de gehele overheid. Het programma Stroomlijning Basisgegevens (SBG 1, 1999 - 2000) is het eerste landelijke programma om in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) een aanzet te geven voor dit Stelsel van Basisregistraties. De focus van SBG 1 en het vervolg daarop, SBG 2 (2004 - 2006), ligt vooral op de authentieke registraties (de basisregistraties) zelf, als de elementaire bouwsteen van de gewenste gegevensinfrastructuur voor de overheid.

Rond 2006 ontstaat er meer aandacht voor de samenhang van de gegevens in het stelsel. In opdracht van BZK wordt onder de vlag van het Kenniscentrum onder andere gewerkt aan de overkoepelende gegevensarchitectuur van het stelsel en de semantische kern daarin. Het Artikel ‘Samenhang in het stelsel’[14] beschrijft een pragmatische benadering: het leggen van relaties tussen de gegevens die daadwerkelijk in de basisregistraties beschikbaar zijn. Dit is de wijze waarop vandaag de dag de verbindingen tussen gegevens in de verschillende basisregistraties grotendeels zijn, en deels nog worden, gerealiseerd.

In 2008 komt er met het ‘Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en e-Overheid’ (NUP, 2008 - 2011) meer aandacht voor de samenhang in de ontwikkeling van alle elektronische diensten van de overheid en de basisvoorzieningen voor die elektronische diensten. Ook de ontwikkelingen rond de basisregistraties vallen hieronder. Het programma Overheidsdienstenplatform (ODP, 2007 – 2009) focust op de samenhang in het stelsel en de zogenaamde stelselvoorzieningen, tegenwoordig bekend als Digikoppeling, Digilevering, Digimelding en Stelselcatalogus. Deze vier generieke voorzieningen voor het hele stelsel moesten er voor zorgden dat het aansluiten op het stelsel voor afnemers makkelijker werd. De aandacht ging vooral uit naar het realiseren van de stelselvoorzieningen zelf, ondanks het besef dat er voor daadwerkelijk gebruik van de basisregistraties meer nodig is dan alleen een aantal generieke technische voorzieningen.[15] Ook zaken als harmonisatie van productaanbod en aansluitvoorwaarden, ondersteuning bij aansluiting en een loket voor het melden van problemen en knelpunten zijn nodig. BZK zette in het programma RENOIR de lijn van het realiseren van de stelselvoorzieningen voort.

Met de instelling van de Programmaraad Stelsel van Basisregistraties (PSB, 2011)[16] en de start van het i-NUP-programma (i-NUP, 2012 – 2014)[17] kwam er een hernieuwde oriëntatie op de afnemer en op gebruik van de basisregistraties. Vooral nieuw was dat de PSB een bestuurlijk gremium was waarin gezamenlijke richtinggevende afspraken gemaakt konden worden. Het i NUP-programma was de overheidsbrede implementatie-agenda dienstverlening e-overheid en kende vier hoofdlijnen waaronder een hoofdlijn voor het Stelsel van Basisregistraties. Doel van deze hoofdlijn was een werkend Stelsel van Basisregistraties eind 2014 dat als één geheel wordt ervaren. De instelling van de PSB en de start van het i-NUP-programma zorgden voor meer aandacht voor het behalen van maatschappelijke baten door het bevorderen van het daadwerkelijk gebruik van de basisregistraties. Het doel verschoof hiermee naar, zoals het programmaplan i-NUP het zegt, ‘het creëren van een (beleids)omgeving die gebruik bevordert’. Zo’n omgeving bestaat niet alleen uit een aantal stelselvoorzieningen maar uit een stelsel dat zich op strategisch, tactisch en operationeel niveau in samenhang ontwikkelt en waarbij afnemers op alle niveaus inbreng hebben: een stelsel dat zich naar de afnemers gedraagt als één geheel.

Tijdens i-NUP is, in opdracht van de PSB, de Visie op het Stelsel van Overheidsgegevens opgesteld (maart 2014).[18] Dat visie-document duidt, op basis van de op dat moment actuele beleidsvisies, de veranderende context en de positie van het Stelsel van Basisregistraties in die veranderende context. Het dient als een vergezicht voor het stelsel. Het schetst een toekomstbeeld waarin basisgegevens nog steeds een centrale rol spelen, maar waarin de organisatie van hergebruik van gegevens binnen de scope van uitvoeringsdomeinen wordt georganiseerd. Zoals de Visie zegt:

Rondom elk uitvoeringsdomein ontstaat een samenhangend stelsel van gegevensvoorzieningen; een informatielaan met digitale voorzieningen en informatiehuizen, gericht op de verschillende onderdelen van het uitvoeringsdomein.

— Visie op het Stelsel van Overheidsgegevens opgesteld (maart 2014)

En verder:

Het Stelsel van Basisregistraties heeft zich [in de toekomst] ontwikkeld tot een Stelsel van Overheidsgegevens. Uitwisseling van gegevens wordt steeds belangrijker voor het functioneren van de overheid. Een gemeenschappelijke rotonde waarover de informatielanen hun gegevens, laagdrempelig, betrouwbaar en flexibel voor veranderende behoeftes met elkaar uitwisselen is hiervoor essentieel. Deze rotonde bestaat uit de knooppunten van de informatielanen en een basisinfrastructuur van gemeenschappelijke afspraken en voorzieningen. Na jaren van opbouw en implementatie is de focus definitief verschoven naar gebruik en uitnutting van alle investeringen die in de loop der jaren zijn gedaan.

— Visie op het Stelsel van Overheidsgegevens opgesteld (maart 2014)

In 2014 is ook de Nationaal Commissaris Digitale Overheid (NCDO, ook wel Digicommissaris) ingesteld.[19] De Digicommissaris heeft:

de opdracht beleidsontwikkeling en vernieuwing aan te jagen, daarmee de totstandkoming van (voorzieningen voor) de Digitale Overheid te bevorderen, het beheer van essentiële voorzieningen te borgen en het gebruik van die voorzieningen te stimuleren. De NCDO stuurt op het realiseren en op een effectief gebruik (baten) van de generieke digitale infrastructuur (GDI). De Nationaal Commissaris stelt de GDI samen uit bestaande en in ontwikkeling zijnde voorzieningen, standaarden, basisregistraties en producten die essentieel zijn voor zowel het functioneren van de overheid als voor haar (digitale) dienstverlening aan burgers en bedrijven.

— Kamerstuk 26 643

De Digicommissaris regisseert het opstellen en het uitvoeren van het Digiprogramma: het nationaal meerjarig, interbestuurlijk programma Digitale Overheid. Het Digiprogramma is een belangrijk middel om te komen tot een gedragen visie en aanpak voor het bereiken van het volgende doel:[20]

Burgers en bedrijven in staat stellen om op een veilige, betrouwbare en eenvoudige manier, digitaal zaken te doen met de overheid. Nu en in de toekomst.

— Digiprogramma 2015

Vanwege het einde van i-NUP en de instelling van de Digicommissaris is eind 2014 de PSB opgeheven. De basisregistraties en de vier stelselvoorzieningen maken met de instelling van de Digicommissaris onderdeel uit van de GDI. Dit heeft erin geresulteerd dat er een overheidsbreed gegevenslandschap is geschetst. Begin 2018 is vastgesteld dat de vier stelselvoorzieningen kunnen worden doorontwikkeld naar breed inzetbare functionaliteiten van melden, bevragen en leveren voor niet alleen gegevens uit basisregistraties maar ook voor andere registraties zoals sectorregistraties.[21] In maart 2018 werd het tijdperk van de Digicommisaris beëindigd.

Onderstaande figuur vat de historische ontwikkeling van het denken over het stelsel samen.

Weergave van de historische ontwikkeling van het denken over het stelsel, peildatum 31 december 2020.

Het architectuurbeeld van het stelsel[bewerken]

De figuur hieronder toont het architectuurbeeld dat de ‘stelselarchitectuur uit de periode tot 2015’ hanteert. De basisregistraties zijn de kern van het stelsel maar dit architectuurbeeld voegt hier de onderdelen ‘stelselregie’ en ‘stelseldiensten’ aan toe. Stelselregie dient er voor te zorgen dat het stelsel zich op strategisch, tactisch en operationeel niveau in samenhang ontwikkelt en dat afnemers op alle niveaus inbreng hebben. ‘Stelselregie’ is beschreven in hoofdstuk Stelselregie voor coördinatie van de ontwikkeling van het stelsel. De ‘stelseldiensten’ zijn de stelselbrede diensten die het gebruik van de basisregistraties ondersteunen. De vier stelselvoorzieningen Digikoppeling, Digilevering, Digimelding en de Stelselcatalogus maken deel uit van deze verzameling stelselbrede diensten. Het architectuurbeeld in de figuur hieronder laat tevens zien dat niet alleen bestuursorganen met een publiekrechtelijke taak een doelgroep van het stelsel zijn maar ook knooppunten en de maatschappij als geheel.

Het Stelsel van Basisregistraties bestaat momenteel uit:

  1. Tien Basisregistraties de elementaire bouwstenen van het stelsel.
  2. Een zestal Stelseldiensten[22] : ter ondersteuning van het gebruik van het stelsel.
  3. Stelselregie: voor de coördinatie van de ontwikkeling van het stelsel.

Weergave van het architectuurbeeld van het stelsel uit 2014


Voetnoten

  1. Kamerstuk 26 387 nummer 11, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/33527/kst-26387-11.html
  2. Kamerstuk 26 387 nummer 18, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26387-18.html
  3. Kamerstuk 26 387 nummer 18, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26387-18.html
  4. Visie op het Stelsel van Basisregistraties, versie 1.1, maart 2010, bijlage bij kamerbrief 296 362, nummer 176 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-67295
  5. Visie op het Stelsel van Basisregistraties, versie 1.1, maart 2010, bijlage bij kamerbrief 296 362, nummer 176, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-67295
  6. De uitbreiding met standaarden is toegevoegd vanwege het beleidskader digtiale basisinfrastructuur waar gesproken wordt over: afspraken, standaarden en voorzieningen.
  7. Kamerbrief 26 387 nummer 11, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/33527/kst-26387-11.html
  8. I-NUP Programmaplan Stelsel van Basisregistraties 2012-2014 Versie 1.0, https://wiki.stelselvanbasisregistraties.nl/xwiki/bin/view/document/programmaplan+2012-2014
  9. Kamerbrief 26 387 nummer 11, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/33527/kst-26387-11.html
  10. Visie op het Stelsel van Basisregistraties, versie 1.1, maart 2010, bijlage bij kamerbrief 296 362, nummer 176, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-67295
  11. Handreiking 1 - Een intelligente, geen alwetende overheid - Het beleid achter Stroomlijning Basisgegevens, Stroomlijning Basisgegevens, 2002.
  12. Kamerbrief 26 387, nummer 11, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/33527/kst-26387-11.html
  13. I-NUP Programmaplan Stelsel van Basisregistraties 2012-2014 Versie 1.0, https://wiki.stelselvanbasisregistraties.nl/xwiki/bin/view/document/programmaplan+2012-2014
  14. van ir. R.P.E. van Rossem in Geo-Info, maart 2008
  15. Startarchitectuur GOB, Versie 1.0 3 oktober 2008
  16. Instellingsbesluit voor de instelling van een dagelijks bestuur van de Bestuurlijke Regiegroep Dienstverlening en e-Overheid, van de Programmaraad e-Overheid voor Burgers en van de Programmaraad Stelsel van Basisregistraties (Instellingsbesluit Sturing e-Overheid). https://wiki.stelselvanbasisregistraties.nl/xwiki/bin/view/document/instellingsbesluit+sturingeoverheid
  17. I-NUP Programmaplan Stelsel van Basisregistraties 2012-2014 Versie 1.0, https://wiki.stelselvanbasisregistraties.nl/xwiki/bin/view/document/programmaplan+2012-2014
  18. De ‘Visie op het Stelsel van Overheidsgegevens’ is beschikbaar op https://wiki.stelselvanbasisregistraties.nl/xwiki/bin/view/document/Visie+op+het+Stelsel+van+Overheidsgegevens
  19. Kamerstuk 26 643, https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-26643-314.html
  20. Digiprogramma 2015, http://www.digicommissaris.nl/files/Digiprogramma_2015_versie_2.0.pdf
  21. Vastgestelde Visie op Stelseldiensten, Afnemersraad Stelseldiensten januari 2018
  22. Waaronder de vier Stelselvoorzieningen: Digikoppeling, Digilevering, Digimelding en Stelselcatalogus.