Beveiliging Virtueel serverplatform

Uit NORA Online
ISOR:Beveiliging Virtueel serverplatform
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo ISOR themaprincipes (vier hangsloten die in elkaar geklikt zitten met tekst ISOR Beveiliging Principe)

Verwante principes

BIO Thema Serverplatform
Binnen dit normenkader èn beveiligingsaspect
Alle Normenkaders
Alle Beveiligingsprincipes
Alle Normen
Beveiligingsaspecten
ISOR

Server virtualisatie stelt een organisatie in staat om één of meer gescheiden ‘logische’ omgevingen te creëren op één fysieke server. Bij virtualisatie zijn drie soorten componenten betrokken: een fysieke server, een hypervisor en één of meerdere virtuele servers. De hypervisor alloceert resources van de fysieke server naar elke onderliggende virtuele server, inclusief CPU, geheugen, harddisk of netwerk; hiermee zijn de virtuele servers in staat simultaan of geïsoleerd van elkaar te opereren. Deze drie componenten moeten voldoen aan specifieke eisen.

Het beschikbaar stellen van één of meer gescheiden ‘logische’ omgevingen op één fysieke server.

Criterium

Virtuele servers behoren goedgekeurd te zijn en toegepast te worden op robuuste en veilige fysieke servers (bestaande uit hypervisor en virtuele servers) en behoren zodanig te zijn geconfigureerd dat gevoelige informatie in voldoende mate is beveiligd.

Doelstelling

Risico

Indeling binnen ISOR

Dit beveiligingsprincipe:

ℹ️(Klik om uitleg open/dicht te klappen)

De ISOR-wiki bevat normenkaders waarin beveiligings- en privacyprincipes zijn beschreven. Deze themaprincipes zijn conform de SIVA-methode ingedeeld in drie aspecten:Beleid, Uitvoering of Control. Daarnaast zijn ze geordend in invalshoeken: Intentie, Functie, Gedrag, Structuur.

Grondslag

De grondslag voor dit principe is SoGP (Standard of Good Practice) SY 1.3

Onderliggende normen

ID Conformiteitsindicator Stelling Pagina
SERV_U.11.01 fysieke servers Fysieke servers worden gebruikt om virtuele servers te hosten en worden beschermd tegen:
  • onbeheerde en ad hoc inzet van virtuele servers (zonder juiste procedure aanvraag, creëren en schonen);
  • overbelasting van resources (CPU, geheugen en harde schijf) door het stellen van een limiet voor het aanmaken van het aantal virtuele servers op een fysieke host server.
Fysieke servers worden gebruikt om virtuele servers te hosten en worden beschermd
SERV_U.11.02 hypervisors Hypervisors worden geconfigureerd om:
  • virtuele servers onderling (logisch) te scheiden op basis van vertrouwelijkheidseisen en om te voorkomen dat informatie wordt uitgewisseld tussen discrete omgevingen;
  • de communicatie tussen virtuele servers te coderen;
  • de toegang te beperken tot een beperkt aantal geautoriseerde personen;
  • de rollen van hypervisor administrators te scheiden.
Hypervisors worden geconfigureerd
SERV_U.11.03 virtuele servers Virtuele servers worden ingezet, geconfigureerd en onderhouden conform standaarden en procedures, die de bescherming omvat van:
  • fysieke servers, die worden gebruikt voor het hosten van virtuele servers;
  • hypervisors, die zijn geassocieerd met virtuele servers;
  • virtuele servers die op een fysieke server worden uitgevoerd.
Virtuele servers worden ingezet - geconfigureerd en onderhouden conform standaarden en procedures
SERV_U.11.04 virtuele servers Virtuele servers worden beschermd met standaard beveiligingsmechanismen op hypervisors, waaronder:
  • het toepassen van standaard beveiligingsrichtlijnen ten aanzien van fysieke en logische toegang;
  • het hardenen van de fysieke en virtuele servers;
  • wijzigingsbeheer, malwareprotectie;
  • het toepassen van monitoring en van netwerk gebaseerde beveiliging.
Virtuele servers worden beschermd met standaard beveiligingsmechanismen op hypervisors
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Hulpmiddelen