Beveiligingsaspect Uitvoering

Deze pagina geeft alle ISOR-objecten (Privacyprincipes, Beveiligingsprincipes en Alle Normen) binnen het Beveiligingsaspect Uitvoering weer. Alle objecten binnen dit aspect zijn ook te herkennen aan het onderstaande symbool.

Paars vierkant kader met daarin in wit de eerste letter van Beveiligingsaspect Uitvoering

Deze hoofdletter vind je ook terug in het ID van deze objecten.

Uitleg Beveiligingsaspectenbewerken

Drie paarse rechthoeken met in wit de teksten Beleid, Uitvoering en Control, met daarnaast een kleiner paars vierkant met de eerste letter van deze drie beveiligingsaspecten.Beveiligingsaspect BeleidBeveiligingsaspect UitvoeringBeveiligingsaspect ControlAlle beveiligingsaspecten

De Information Security Object Repository (ISOR) onderscheidt drie verschillende beveiligingsaspecten:

  1. Beleid
  2. Uitvoering
  3. Control


Benamingen en uitleg binnen de SIVA-methodiek

De SIVA-methodiek beschrijft dat de structuur is opgebouwd uit een aantal lagen waarmee de eerste doorsnede van een te onderzoeken gebied wordt weergegeven. Deze lagenstructuur geeft door middel van drie onderkende contexten een indeling in conditionele-, inrichtings- en managementaspecten. Deze aspecten worden hiermee in juiste contextuele samenhang gepositioneerd. De afbeelding SIVA-lagenstructuur en kenmerken geeft een overzicht van de lagenstructuur en enkele bijbehorende relevante kenmerken. De betekenissen die aan de lagen worden toegekend zijn:

SIVA lagenstructuur en kenmerken.
SIVA-lagenstructuur

Beleid

Deze laag bevat elementen die aangeven wat we in organisatiebrede zin willen bereiken en bevat daarom conditionele en randvoorwaardelijke elementen die van toepassing zijn op de overige lagen, zoals doelstellingen, beleid, strategie en vernieuwing, organisatiestructuur en architectuur. Met behulp van de karakterisering van het auditobject en aan de hand van enkele hulpvragen, worden de relevante beleidsaspecten geïdentificeerd. De hulpvragen zijn:

  • Welke processen zouden moeten zijn ingericht?
  • Welke algemene beleidsrichtlijnen zouden moeten zijn uitgevaardigd?
  • Welke algemene organisatorische en technisch-structurele aspecten zijn relevant op het beleidsniveau?

Uitvoering

Deze laag omvat de implementatie van de IT-diensten, zoals webapplicaties, en de hieraan gerelateerde infrastructuur, zoals platform en netwerk. De juiste auditelementen worden geïdentificeerd op basis van enkele hulpvragen, zoals:

  • Welke webapplicatie-componenten spelen een rol?
  • Hoe moeten deze webapplicatie-componenten zijn geïmplementeerd, wat betreft eigenschappen en features-configuratie?
  • Hoe moeten de features van de objecten zijn geconfigureerd?
  • Welke gedrag moeten de betrokken objecten en actoren vertonen?
  • Welke functies dienen te zijn geleverd?
  • Welke specifieke voorschriften en instructies zouden moeten gelden voor de implementatie van het auditobject (business processen of IT componenten)?
  • Hoe moeten objecten zijn samengesteld en vormgegeven?

Control

Deze laag bevat evaluatie- en metingaspecten van webapplicaties. Hiernaast bevat deze laag beheerprocessen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het beveiligingsniveau. De informatie uit de evaluaties en de beheerprocessen zijn niet alleen gericht op het bijsturen van de geïmplementeerde webapplicaties, maar ook om het bijsturen van en/of aanpassen van visie en uitgestippeld beleid, afgesproken capaciteitsbehoefte en de eerder geformuleerde conditionele elementen in de beleidscontext, die gebaseerd zijn op “onzekere” informatie en aannames, De relevante control-aspecten worden geïdentificeerd met behulp van de karakterisering van het auditobject en enkele hulpvragen:

  • Welke beheerprocessen zouden moeten zijn ingericht?
  • Welke specifieke controlerichtlijnen moeten zijn uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat de webapplicatie op de juiste wijze worden gerealiseerd voor het leveren van de juiste diensten?
  • Aan welke (non-)functionele eisen moet binnen de beheerprocessen en bij assesments aandacht worden besteed?
  • Welke organisatorische en technisch-structurele aspecten zijn van toepassing op de webapplicatie?

Deeloverzichten binnen Beveiligingsaspect Uitvoeringbewerken

Elk normenkader kent zijn eigen overzichtspagina van principes en normen binnen dit aspect. In onderstaande tabel is dit weergegeven.

Alle Principes binnen Beveiligingsaspect Uitvoeringbewerken

IDPrincipeCriterium
APO_U.01Wijzigingsbeheerprocedure voor applicaties en systemenWijzigingen in informatieverwerkende faciliteiten en informatiesystemen behoren onderworpen te zijn aan procedures voor wijzigingsbeheer'.
APO_U.02Beperking software-installatie applicatieontwikkelingEr behoren procedures en maatregelen te worden geïmplementeerd om het installeren van software op operationele systemen op beveiligde wijze te beheren.
APO_U.03Richtlijn programmacodeVoor het ontwikkelen van de (programma)code zijn specifieke regels van toepassing en behoort gebruik te zijn gemaakt van specifieke best practices.
APO_U.04Analyse en specificatie informatiesysteemDe functionele eisen die verband houden met nieuwe informatiesystemen of voor uitbreiding van bestaande informatiesystemen behoren te worden geanalyseerd en gespecificeerd.
APO_U.05Informatiebeveiliging in projectmangementInformatiebeveiliging behoort te worden geïntegreerd in projectmanagement.
APO_U.06Applicatie-ontwerpHet applicatieontwerp behoort gebaseerd te zijn op informatie, die is verkregen uit verschillende invalhoeken, zoals: business-vereisten en reviews, omgevingsanalyse en (specifieke) beveiliging.
APO_U.07ApplicatiefunctionaliteitInformatiesystemen behoren zo te worden ontworpen, dat de invoerfuncties, verwerkingsfuncties en uitvoerfuncties van gegevens (op het juiste moment) in het proces worden gevalideerd op juistheid, tijdigheid en volledigheid om het bedrijfsproces optimaal te kunnen ondersteunen.
APO_U.08ApplicatiebouwDe bouw van applicaties inclusief programmacode behoort te worden uitgevoerd met (industrie) good practice en door individuen die beschikken over de juiste vaardigheden en tools en behoort te worden gereviewd.
APO_U.09SysteemacceptatietestProcessen voor het testen van de beveiliging behoren te worden gedefinieerd en geïmplementeerd in de ontwikkelcyclus.
APO_U.10Beschermen testgegevensTestgegevensbehoren op passende wijze te worden geselecteerd, beschermd en beheerd.
APO_U.10.01Beschermen testgegevensTestgegevens behoren op passende wijze te worden geselecteerd, beschermd en beheerd.
APO_U.11Scheiding van ontwikkel-, test- en productieomgevingenOntwikkel-, test- en productieomgevingen behoren te worden gescheiden en beveiligd.
APO_U.12ApplicatiekoppelingDe koppelingen tussen applicaties behoren te worden uitgevoerd volgens geaccordeerde koppelingsrichtlijnen.
APO_U.13Logging en monitoringApplicaties behoren faciliteiten te bieden voor logging en monitoring om ongeoorloofde en/of onjuiste activiteiten van medewerkers en storingen binnen de applicatie tijdig te detecteren en vast te leggen.
APO_U.14Applicatie-architectuurDe functionele en beveiligingseisen behoren in een applicatie-architectuur, conform architectuurvoorschriften, in samenhang te zijn vastgelegd.
APO_U.15Tooling ontwikkelmethodeDe ontwikkelmethode moet worden ondersteund door een tool dat de noodzakelijke faciliteiten biedt voor het effectief uitvoeren van de ontwikkelcyclus.
CLD_U.01LeveranciersovereenkomstenRelevante informatiebeveiligingseisen behoren te worden vastgesteld en met elke leverancier op basis van het type leveranciersrelatie te worden overeengekomen, hierbij wordt ook gekeken naar de toeleveringsprocessen van de CSP.
CLD_U.02Retourneren, verplaatsen en verwijderen van bedrijfsmiddelenDe CSP behoort, conform de exitstrategie van de CSC, alle bedrijfsmiddelen van de organisatie die zij in hun bezit hebben bij beëindiging of wijziging van de dienst, contract of overeenkomst te retourneren, te kunnen verplaatsen of op verzoek te verwijderen en biedt hiervoor passende voorzieningen.
CLD_U.03Veilige softwareVoor het veilig ontwikkelen van software en het voorkomen van besmetting met malware zijn regels vastgesteld en toegepast.
CLD_U.04WijzigingsbeheerWijzigingen in de clouddienst behoren onderworpen te zijn aan procedures voor wijzigingsbeheer, zodat het belang van de CSC wordt meegenomen en de CSC van een wijziging op de hoogte is.
... meer resultaten

Alle onderliggende Normen binnen Beveiligingsaspect Uitvoeringbewerken

IDNormStelling
APO_B.09.03Gestructureerde en geautomatiseerde acceptatietesten binnen systeemontwikkeling.Voor acceptatietesten van systemen worden gestructureerde testmethodieken gebruikt. De testen worden bij voorkeur geautomatiseerd uitgevoerd.
APO_U.01.01Voor het wijzigingsbeheer gelden de algemeen geaccepteerde beheer frameworksWijzigingsbeheer vindt plaats op basis van een algemeen geaccepteerd beheerraamwerk.
APO_U.01.02Medewerkers (programmeurs) krijgen de juiste autorisatie om werkzaamheden te kunnen uitvoerenIn het wijzigingsbeheerproces is minimaal aandacht besteed aan:
  • het administreren van wijzigingen, met de resultaten van het testplan;
  • een risicoafweging van mogelijke gevolgen van de wijzigingen, inclusief een beschreven rollbackplan;
  • de goedkeuringsprocedure voor wijzigingen.
APO_U.01.03Nieuwe systemen en belangrijke wijzigingen aan bestaande systemen volgen een formeel wijzigingsprocesDe procedure voor wijzigingsbeheer omvat onder meer:
  • een formeel proces voor nieuwe systemen en belangrijke wijzigingen, inclusief documentatie, specificatie, impactbeoordeling, testen, kwaliteitscontrole en beheerde implementatie;
  • toegewezen verantwoordelijkheden en handhaving om beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid te waarborgen gedurende de gehele levenscyclus;
  • integratie van wijzigingsbeheer voor ICT-infrastructuur en -software waar mogelijk;
  • planning en beoordeling van impact (inclusief afhankelijkheden), autorisatie, communicatie naar belanghebbenden, testen en acceptatie, implementatie met inzet- en terugvalprocedures, registratie van wijzigingen, actualisatie van bedieningsdocumentatie, gebruikersprocedures en continuïteitsplannen.
  • APO_U.01.04Elementen van de procedures voor wijzigingsbeheerEnkele elementen van procedures voor wijzigingsbeheer zijn:
  • Alle wijzigingsverzoeken/Request for Changes (RFC’s) verlopen volgens een formele wijzigingsprocedure (ter voorkoming van ongeautoriseerde wijzigingsaanvragen).
  • Het generieke wijzigingsproces heeft aansluiting met functioneel beheer.
  • Wijzigingen worden doorgevoerd door bevoegde medewerkers.
  • Van elk wijzigingsverzoek wordt de impact op de geboden functionaliteit beoordeeld.
  • Uitvoering en bewaking van de verantwoordelijkheden/taken zijn juist belegd.
  • Aanvragers van wijzigingen worden periodiek geïnformeerd over de status van hun wijzigingsverzoek.
  • APO_U.02.01Beleid ten aanzien van het type software dat mag worden geïnstalleerdDe procedures en maatregelen voor het installeren van software op operationele systemen omvatten onder meer:
  • installatie en updates van operationele software uitsluitend door geautoriseerde en opgeleide beheerders;
  • installatie van alleen goedgekeurde uitvoerbare code;
  • installatie en updates van software pas na uitgebreide en geslaagde tests, inclusief een roll-backstrategie;
  • gebruik van configuratiebeheer en auditlogging voor alle wijzigingen;
  • archivering van oude versies voor noodtoegang tot gegevens;
  • risicoafweging bij upgrades, patches, niet-ondersteunde (open source) en verouderde software;
  • monitoring en beheersing van extern geleverde software;
  • beperkte en gemonitorde toegang voor leveranciers;
  • strikte rolgebaseerde regels voor gebruikersinstallaties op basis van least privilege, met vastlegging van toegestane en verboden softwaretypen.
  • APO_U.02.02Het toekennen van rechten om software te installeren vindt plaats op basis van 'Least Privilege'Het risico van installatie door gebruikers van niet-geautoriseerde software moet worden beheerst.
    APO_U.02.03De rechten verleend op basis van de rollen van het typen gebruikers en ontwikkelaarsDe rechten worden verleend met de rollen van de type gebruikers en ontwikkelaars.
    APO_U.03.01De programmacode voor functionele specificaties is reproduceerbaarDe programmacode voor functionele specificaties is reproduceerbaar, waarbij aandacht wordt besteed aan:
  • gebruikte tools;
  • gebruikte licenties;
  • versiebeheer;
  • documentatie van code ontwerp, omgeving, afhankelijkheden, dev/ops en gebruikte externe bronnen.
  • APO_U.03.02Programmacode wordt aantoonbaar veilig gecreëerdDe (programma)code wordt aantoonbaar veilig gecreëerd.
    APO_U.03.03Programmacode is effectief, veranderbaar en testbaarDe (programma)code is effectief, veranderbaar en testbaar waarbij gedacht kan worden aan:
  • het juist registreren van bugs in de code;
  • het voorkomen van herintroductie van bugs in de code;
  • het binnen 72 uur corrigeren van beveiligingsfixes;
  • het vastleggen van afhankelijkheden van development en operations (dev/ops) van applicatie (relatie tussen software-objecten);
  • het adequaat documenteren van software-interface, koppelingen en Application Programming Interfaces (API’s).
  • APO_U.03.04Over het gebruik van vocabulaire, applicatieframework en toolkits zijn afspraken gemaaktOver het gebruik van de vocabulaire, applicatie-framework en toolkits zijn afspraken gemaakt.
    APO_U.03.05Voor het ontwikkelen van programmacode wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde vocabulaireVoor het ontwikkelen van programmacode wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde vocabulaire zoals de NEN-ISO/IEC 25010 Systems and software Quality Requirements and Evaluation (SQuaRE) - System and software quality models.
    APO_U.03.06Ontwikkelaars hebben kennis van algemene en vastgelegde beveiligingsfoutenOntwikkelaars hebben kennis van algemene beveiligingsfouten, vastgelegd in een extern Common Vulnerability and Exposures (CVE)- systeem.
    APO_U.03.07Gebruik van programmacode uit externe programmabibliothekenHet gebruik van programmacode uit externe programmabibliotheken mag pas worden gebruikt na getest te zijn.
    APO_U.04.01Functionele eisen van nieuwe informatiesystemen worden geanalyseerd en in Functioneel Ontwerp vastgelegdDe functionele eisen worden geanalyseerd en bepaald met verschillende invalshoeken (zoals stakeholders, business en wet- en regelgeving) en vastgelegd in een functioneel ontwerp.
    APO_U.04.02Het Functioneel Ontwerp wordt gereviewd waarna verbeteringen en/of aanvullingen plaatsvindenHet functioneel ontwerp wordt gereviewd, waarna verbeteringen en of aanvullingen op het functioneel ontwerp plaatsvinden.
    APO_U.04.03Op basis van een goedgekeurd Functioneel Ontwerp wordt een Technisch Ontwerp vervaardigdMet een goedgekeurd functioneel ontwerp wordt een technisch ontwerp vervaardigd dat ook ter review wordt aangeboden aan de kwaliteitsfunctionaris en beveiligingsfunctionaris.
    APO_U.04.04Alle vereisten worden gevalideerd door peer review of prototypingAlle vereisten worden gevalideerd door een peer review of prototyping (Agile-ontwikkelmethode).
    APO_U.04.05Acceptatie-eisen worden vastgelegd parallel aan het Functioneel Ontwerp en Technisch OntwerpParallel aan het vervaardigen van het functioneel ontwerp en technisch ontwerp worden acceptatie-eisen vastgelegd.
    ... meer resultaten