BIO Thema-uitwerking Softwarepakketten
| ID: | SWP |
|---|---|
| Normenkader | |
| Versie: | 1.2 |
| Status: | Actueel |
De BIO Thema-uitwerking Softwarepakketten, hierna genoemd normenkader, is opgesteld door Wiekram Tewarie (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)) en Jaap van der Veen (Centrum Informatiebeveiliging en Privacybescherming (CIP)). De opdrachtgever is de directeur CIP. Professionals uit het CIP-netwerk en het CIP-kernteam hebben versie 1.0 gereviewd. Het CIP-kernteam heeft versie 1.0 en 1.2 van dit normenkader gereviewd. Zodoende valt dit normenkader in het regime ‘becommentarieerde praktijk’.
Considerans
CIP-producten steunen op kennis van professionals uit verschillende organisaties actief in het CIP-netwerk, zowel uit de overheid als de markt. Opmerkingen en aanvullingen kun je melden op cip-overheid.nl/contact.
Leeswijzer
Voorafgaand aan het beleidsdomein, uitvoeringsdomein en control-domein, de kern van dit thema, heeft elke BIO Thema-uitwerking een inleiding met een standaard paragraafindeling.
De volgende leeswijzer geldt voor dit normenkader:
- Voor de aanduiding van personen wordt de mannelijke vorm aangehouden (hij/hem/zijn) ongeacht het geslacht.
- De controls, hierna genoemd criteria, en maatregelen, hierna genoemd normen, vermeld in dit normenkader zijn in het beleids-, uitvoerings- en control-domein georganiseerd, waarmee ze bij de overeenkomstige functionarissen kunnen worden geadresseerd. Deze functionarissen zijn niet benoemd omdat dit organisatie-afhankelijk is.
- Van best practices (open standaarden al dan niet toegankelijk met een licentie), zijn de meest actuele versies afgekort vermeld, tenzij de actuele versie niet toereikend is.
- Voor een overzicht van alle gebruikte best practices, afkortingen en begrippen en een generieke toelichting op de opzet van de thema-uitwerkingen, zie de Structuurwijzer BIO Thema-uitwerkingen.
Binnen dit normenkader
Inleidende teksten
Relatie tussen principes en onderliggende normen

Stel dat het thema Gezondheid onderdeel uitmaakte van de NORA. Dan zou een gezondheidsprincipe kunnen zijn: de volwassene eet gezond en in gepaste hoeveelheden. Logischerwijs valt dat uiteen in een aantal trefwoorden, de conformiteitsindicatoren: eet gezond en gepaste hoeveelheden. Iemand kan immers heel gezond eten naar binnen werken, maar veel te veel of juist te weinig. Of de juiste hoeveelheid calorieën binnenkrijgen uit eenzijdige voeding en zo toch niet gezond eten. In de praktijk heb je aan deze kernwoorden nog niets: je hebt normen nodig die uitwerken hoe je dit realiseert en meet. De normen die gepaste hoeveelheid concretiseren zouden bijvoorbeeld betrekking kunnen hebben op de afmeting van de volwassene, de hoeveelheid beweging en de calorische waarde van het eten.
Klik verder voor alle eigenschappen van themaprincipes, conformiteitsindicatoren en normen.
Indelingen binnen BIO Thema-uitwerking Softwarepakketten
Alle onderdelen van BIO Thema-uitwerking Softwarepakketten zijn ingedeeld volgens de SIVA-methodiek. Dat betekent dat alle principes en onderliggende normen zijn ingedeeld in één van drie beveiligingsaspecten: Beleid (B), Uitvoering (U) of Control (C). Binnen normenkaders die geheel volgens de SIVA-methodiek zijn opgesteld, herken je bovendien een tweede indeling, in de invalshoeken Intentie (I) of Functie (F) of Gedrag (G) of Structuur (S). Deze indeling heeft binnen SIVA tot doel om lacunes te ontdekken in de objectanalyse die leidt tot normen. Voor De Privacy Baseline en Grip op Secure Software Development geldt een uitzondering. Daar heeft de invalshoek geen rol gespeeld bij de samenstelling van het 'normenkader'.
De principes en onderliggende normen van BIO Thema-uitwerking Softwarepakketten zijn op basis hiervan in een aantal overzichten gezet:
Principes uit BIO Thema-uitwerking Softwarepakketten
Beleid (principes)
export principes Beleid als csv
| ID | Principe | Criterium |
|---|---|---|
| SWP_B.01 | Verwervingsbeleid softwarepakketten | Voor het verwerven van software behoren regels te worden vastgesteld en op verwervingsactiviteiten binnen de organisatie te worden toegepast. |
| SWP_B.02 | Informatiebeveiligingsbeleid voor leveranciersrelaties | Met de leverancier behoren de informatiebeveiligingseisen en een periodieke actualisering daarvan te worden overeengekomen. |
| SWP_B.03 | Exit-strategie softwarepakketten | In de overeenkomst tussen de klant en leverancier behoort een exit-strategie te zijn opgenomen, waarbij zowel een aantal bepalingen over exit zijn opgenomen, als een aantal condities die aanleiding kunnen geven tot een exit. |
| SWP_B.04 | Bedrijfs- en beveiligingsfuncties | De noodzakelijke bedrijfs- en beveiligingsfuncties binnen het veranderingsgebied behoren te worden vastgesteld met organisatorische en technisch uitgangspunten. |
| SWP_B.05 | Cryptografie Softwarepakketten | Ter bescherming van de communicatie en opslag van informatie behoort, een beleid voor het gebruik van cryptografische beheersmaatregelen te worden ontwikkeld en geïmplementeerd. |
| SWP_B.06 | Beveiligingsarchitectuur | De klant behoort het architectuurlandschap in kaart te hebben gebracht waarin het softwarepakket geïntegreerd moet worden en beveiligingsprincipes te hebben ontwikkeld. |
Uitvoering (principes)
export principes Uitvoering als csv
| ID | Principe | Criterium |
|---|---|---|
| SWP_U.01 | Levenscyclusmanagement softwarepakketten | De leverancier behoort de klant te adviseren met marktontwikkelingen en kennis van (de leeftijd van) applicaties en technische softwarestack over strategische ontwikkeling en innovatieve keuzes voor het ontwikkelen en onderhouden van informatiesystemen in het applicatielandschap. |
| SWP_U.02 | Beperking wijziging softwarepakket | Wijzigingen aan softwarepakketten behoren te worden ontraden, beperkt tot noodzakelijke veranderingen en alle veranderingen behoren strikt te worden gecontroleerd. |
| SWP_U.03 | Bedrijfscontinuïteit | Voor kritieke softwarepakketten en diensten zijn procedures en een continuïteitsaanpak vastgelegd om verstoringen door uitval van de leverancier te beperken. |
| SWP_U.04 | Input-/output-validatie | Het softwarepakket behoort mechanismen te bevatten voor normalisatie en validatie van invoer en voor schoning van de uitvoer. |
| SWP_U.05 | Sessiebeheer | Sessies behoren authentiek te zijn voor elke gebruiker en behoren ongeldig gemaakt te worden na een time-out of perioden van inactiviteit. |
| SWP_U.06 | Gegevensopslag | Te beschermen gegevens worden veilig opgeslagen in databases of bestanden, waarbij zeer gevoelige gegevens worden versleuteld. Opslag vindt alleen plaats als noodzakelijk. |
| SWP_U.07 | Communicatie | Het softwarepakket past versleuteling toe op de communicatie van gegevens die passend bij het classificatieniveau is van de gegevens en controleert hierop. |
| SWP_U.08 | Authenticatie | Softwarepakketten behoren de identiteiten van gebruikers vast te stellen met een mechanisme voor identificatie en authenticatie. |
| SWP_U.09 | Toegangsautorisatie | Het softwarepakket behoort een autorisatiemechanisme te bieden. |
| SWP_U.10 | Autorisatiebeheer | De rechten die gebruikers hebben binnen een softwarepakket (inclusief beheerders) zijn zo ingericht dat autorisaties kunnen worden toegewezen aan organisatorische functies en scheiding van niet verenigbare autorisaties mogelijk is. |
| SWP_U.11 | Logging | Het softwarepakket biedt signaleringsfuncties voor registratie en detectie die beveiligd zijn ingericht. |
| SWP_U.12 | Application Programming Interface (API) | Softwarepakketten behoren veilige API’s te gebruiken voor import en export van gegevens. |
| SWP_U.13 | Gegevensimport | Softwarepakketten behoren mechanismen te bieden om niet-vertrouwde bestandsgegevens uit niet-vertrouwde omgevingen veilig te importeren en veilig op te slaan. |
Control (principes)
export principes Control als csv
| ID | Principe | Criterium |
|---|---|---|
| SWP_C.01 | Evaluatie leveranciersdienstverlening | De organisatie behoort de informatiebeveiligingspraktijken en de dienstverlening van leveranciers van softwarepakketten en diensten regelmatig te monitoren, beoordelen, evalueren en veranderingen daaraan te beheren. |
| SWP_C.02 | Versiebeheer softwarepakketten | Wijzigingen aan het softwarepakket binnen de levenscyclus van de ontwikkeling behoren te worden beheerst door het gebruik van formele procedures voor wijzigingsbeheer. |
| SWP_C.03 | Patchmanagement softwarepakketten | De organisatie controleert of er een formeel patchmanagementproces is voor softwarepakketten, inclusief tijdige installatie van goedgekeurde patches en updates. |
Onderliggende normen
ℹ️Toon uitleg relaties themaprincipe, conformiteitindicator en norm

Stel dat het thema Gezondheid onderdeel uitmaakte van de NORA. Dan zou een gezondheidsprincipe kunnen zijn: de volwassene eet gezond en in gepaste hoeveelheden. Logischerwijs valt dat uiteen in een aantal trefwoorden, de conformiteitsindicatoren: eet gezond en gepaste hoeveelheden. Iemand kan immers heel gezond eten naar binnen werken, maar veel te veel of juist te weinig. Of de juiste hoeveelheid calorieën binnenkrijgen uit eenzijdige voeding en zo toch niet gezond eten. In de praktijk heb je aan deze kernwoorden nog niets: je hebt normen nodig die uitwerken hoe je dit realiseert en meet. De normen die gepaste hoeveelheid concretiseren zouden bijvoorbeeld betrekking kunnen hebben op de afmeting van de volwassene, de hoeveelheid beweging en de calorische waarde van het eten.
Klik verder voor alle eigenschappen van themaprincipes, conformiteitsindicatoren en normen.
Beleid (normen)
| ID | trefwoord | Stelling | Norm |
|---|---|---|---|
| SWP_B.01.01 | Regels | In het verwervingsbeleid voor softwarepakketten zijn regels vastgesteld die bij de verwerving van softwarepakketten in acht dienen te worden genomen. De regels kunnen onder andere betrekking hebben op:
| Regels voor beleid bij verwerving softwarepakketten |
| SWP_B.01.02 | Regels | De verwerving van een softwarepakket vindt plaats met een business case, waarbij verschillende toepassingsscenario’s worden overwogen:
| Verwerven softwarepakket met business case |
| SWP_B.01.03 | Regels | Bij verwerving van softwarepakketten wordt een risicoanalyse uitgevoerd en worden beveiligingseisen vastgesteld op basis van de classificatie van de informatie en de bedrijfsimpact. | Verwerven softwarepakket met functioneel ontwerp |
| SWP_B.01.04 | Regels | Beveiligingseisen voor de toepassing omvatten ten minste authenticatie, toegangscontrole, segmentatie, bescherming tegen veelvoorkomende aanvallen, encryptie, logging, foutafhandeling, naleving van wet- en regelgeving en privacy. | Leveranciers zijn gecertificeerd |
| SWP_B.01.05 | Regels | Voor transactionele diensten worden aanvullende eisen vastgesteld, waaronder vertrouwen in identiteit, integriteit, onweerlegbaarheid, vertrouwelijkheid van transacties en verzekeringseisen. | Aanvullende beveiligingseisen voor transactionele diensten |
| SWP_B.01.06 | Regels | Leveranciers worden geselecteerd op basis van hun vermogen om beveiligingseisen na te leven en te onderbouwen (bijv. via certificering, audits of borgingsverslagen). | Selectie van leveranciers op aantoonbare naleving van beveiligingseisen |
| SWP_B.02.01 | Informatiebeveiligingseisen | De overeenkomsten en documentatie omvatten afspraken over:
| Overeenkomsten en documentatie omvatten afspraken |
| SWP_B.02.02 | Informatiebeveiligingseisen | Bij verwerving worden beveiligingseisen vastgesteld op basis van een expliciete risicobeoordeling, inclusief authenticatie, toegangscontrole, encryptie, logging, privacy en naleving van wet- en regelgeving. Bij offerteaanvragen waar informatie(voorziening) een rol speelt, zijn informatiebeveiligingseisen waaronder de beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid, onderdeel van het hele pakket aan inkoopeisen. | Vaststelling van beveiligingseisen bij verwerving en inkoop |
| SWP_B.02.03 | Informatiebeveiligingseisen | Risico’s bij leveranciers worden beoordeeld en beheerst, inclusief toegang, monitoring, incidentrespons, veerkracht, beëindiging van relatie en voortdurende geheimhouding. | Beoordeling en beheersing van leveranciersrisico’s |
| SWP_B.02.04 | Informatiebeveiligingseisen | Bij beëindiging of verhuizing worden beveiligingsmaatregelen verwijderd, toegangsrechten ingetrokken, informatie veilig afgevoerd en intellectuele eigendom vastgelegd. | Beveiligingsmaatregelen bij beëindiging of overdracht van leveranciersrelaties |
| SWP_B.03.01 | Bepalingen | De klant legt in de overeenkomst bepalingen over exit vast dat:
| Contractuele borging van exitprocedures en datamigratie bij clouddiensten |
| SWP_B.03.02 | Condities | De klant kan, buiten het verstrijken van de contractperiode, besluiten over te gaan tot exit wanneer sprake is van aspecten die gerelateerd zijn aan:
| Besluiten over te gaan tot exit |
| SWP_B.04.01 | Bedrijfs- en beveiligingsfuncties | Bij de afleiding van de bedrijfsfuncties worden stakeholders uit het veranderingsgebied betrokken. | Betrekken stakeholders bij afleiden bedrijfsfuncties |
| SWP_B.04.02 | Bedrijfs- en beveiligingsfuncties | Voor het afleiden van bedrijfs- en beveiligingsfuncties worden formele methoden voor een gegevensimpactanalyse toegepast, zoals een (Business Impact Analyse) BIA en Data Protection Impact Assessment (DPIA) en wordt rekening gehouden met het informatieclassificatie-beleid. | Toepassen methoden voor gegevensimpactanalyse |
| SWP_B.04.03 | Bedrijfs- en beveiligingsfuncties | Het softwarepakket dekt de eisen van de organisatie zodanig dat geen maatwerk noodzakelijk is. Wanneer de functionaliteit door een SaaS (Software as a Service)-leverancier wordt aangeboden via een app-centre, dan wordt het volgende onderzocht en overeengekomen:
| Afdekken organisatie-eisen voor softwarepakketten |
| SWP_B.04.04 | Bedrijfs- en beveiligingsfuncties | Het softwarepakket biedt de noodzakelijke veilige interne en externe communicatie-, koppelings- (interfaces) en protectiefuncties, bij voorkeur gerelateerd aan open standaarden. | Bieden veilige interne en externe communicatie-, koppelings- (interfaces) en protectiefuncties |
| SWP_B.04.05 | Bedrijfs- en beveiligingsfuncties | De documentatie van het softwarepakket beschrijft alle componenten voor de beveiligingsfuncties die ze bevatten. | Beschrijven componenten voor beveiligingsfuncties |
| SWP_B.05.01 | Communicatie en opslag | Communicatie en opslag van informatie door softwarepakketten is passend bij de classificatie van de gegevens, al dan niet beschermd door versleuteling. | Passende gegevensclassificatie bij informatiecommunicatie en -opslag |
| SWP_B.05.02 | Cryptografische beheersmaatregelen | In het cryptografiebeleid zijn minimaal de volgende onderwerpen uitgewerkt:
| Uitwerken cryptografiebeleid |
| SWP_B.06.01 | Architectuurlandschap | De beveiligingsarchitectuur ondersteunt een bedrijfsbreed proces voor het implementeren van samenhangende beveiligingsmechanismen en tot stand brengen van gemeenschappelijke gebruikersinterfaces en Application Programming Interfaces (API’s), als onderdeel van softwarepakketten. | Ondersteunen proces voor beveilgingsmechnismen |
| SWP_B.06.02 | Beveiligingsprincipes | Er zijn beveiligingsprincipes voorgeschreven waaraan een te verwerven softwarepakket getoetst moet worden, zoals:
| Voorschrijven beveiligingsprincipes |
Uitvoering (normen)
export normen Uitvoering als csv
| ID | trefwoord | Stelling | Norm |
|---|---|---|---|
| SWP_U.01.01 | Adviseren | Tussen de leverancier en klant is een procedure afgesproken voor het tijdig actualiseren/opwaarderen van verouderde softwarepakketten uit de technische stack. | Afspreken procedure voor tijdig actualiseren verouderde software |
| SWP_U.01.02 | Strategische ontwikkeling | De leverancier onderhoudt een registratie van de gebruikte softwarestack. Hierin is de vermelding van de uiterste datum dat ondersteuning plaatsvindt opgenomen, waardoor inzicht bestaat in de door de leverancier ondersteunde versies van de software. | Onderhouden registratie gebruikte softwarestack |
| SWP_U.01.03 | Innovatieve | Technologische innovaties van softwarepakketten worden aan de klant gecommuniceerd en de toepassing daarvan wordt afgestemd met de klant voor implementatie. | Communiceren technologische innovaties van softwarepakketten |
| SWP_U.02.01 | Wijzigingen | Bij nieuwe softwarepakketten en bij wijzigingen op bestaande softwarepakketten moet een expliciete risicoafweging worden uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen van de beveiligingseisen, uitgaande van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). | Uitvoeren expliciete risicoafweging bij nieuwe software |
| SWP_U.02.02 | Wijzigingen | Wijzigingen die door leveranciers worden geleverd, worden waar mogelijk en haalbaar ongewijzigd overgenomen. | Ongewijzigd gebruiken gewijzigde softwarepakketten |
| SWP_U.02.03 | Gecontroleerd | Indien vereist worden de wijzigingen door een onafhankelijke beoordelingsinstantie getest en gevalideerd (dit geldt waarvoor mogelijk ook voor software in de cloud). | Testen en valideren van wijzigingen |
| SWP_U.03.01 | Procedures | Bij verwerving en gebruik van softwarepakketten wordt een risicobeoordeling uitgevoerd op korte- en langetermijncontinuïteitsrisico's. Er worden afspraken gemaakt over disaster recovery, dataherstel, alternatieve locaties en dataoverdraagbaarheid. Daarnaast zijn afspraken over reservecertificaten van een alternatieve leverancier gemaakt als uit de risicoafweging blijkt dat deze noodzakelijk zijn als onderdeel van gereedheid voor bedrijfscontinuïteit. | Adequate risicobeheersing |
| SWP_U.03.02 | Handhaven | De maximale uitvaltijd en hersteltijd (RTO/RPO) voor de functionaliteit en data van het softwarepakket zijn vastgelegd en worden getest in praktijk. | Herstellen data softwarepakket en bedrijfsmatige bewerking gegevens |
| SWP_U.03.03 | Handhaven | Continuïteitsgaranties (inclusief herstelprocedures en uitwijklocaties) zijn contractueel overeengekomen en worden periodiek getest. Bij cloud-leveranciers worden specifieke continuïteitsgaranties vastgelegd en gecontroleerd. | Testen werking herstelprocedures voor disaster recovery |
| SWP_U.04.01 | Normalisatie | Het softwarepakket zorgt dat de invoer in een gestandaardiseerde vorm komt, zodat deze herkend en gevalideerd kan worden. | Zorgen voor gestandaardiseerde vorm |
| SWP_U.04.02 | Validatie | Foute, ongeldige of verboden invoer wordt geweigerd of onschadelijk gemaakt. Het softwarepakket (of Software as a Service (SaaS)) voert deze controle van de invoer uit aan de serverzijde en vertrouwt niet op maatregelen aan de clientzijde. | Weigeren foute, ongeldige of verboden invoer |
| SWP_U.04.03 | Validatie | Het softwarepakket (of Software as a Service (SaaS)) valideert alle invoer die de gebruiker aan het softwarepakket verstrekt. | Valideren verstrekte invoer aan softwarepakket |
| SWP_U.04.04 | Validatie | Binnen het softwarepakket zijn beveiligingsmechanismen ingebouwd om bij import van gegevens, zogenaamde ‘ingesloten’ aanvallen te detecteren. | Ingebouwde mechnismen om aanvallen te detecteren |
| SWP_U.04.05 | Schoning | Alle uitvoer wordt naar een veilig formaat geconverteerd. | Uitvoer naar veilig formaat converteren |
| SWP_U.05.01 | Authentiek | Softwarepakketten hergebruiken nooit sessie-tokens in URL-parameters of foutberichten. | Niet hergebruiken token-sessies |
| SWP_U.05.02 | Authentiek | Softwarepakketten genereren alleen nieuwe sessies met een gebruikersauthenticatie. | Genereren nieuwe sessie met gebruikersauthenticatie |
| SWP_U.05.03 | Time-out | Sessies hebben een specifiek einde en worden automatisch ongeldig gemaakt wanneer:
| Automatisch ongeldig maken sessies |
| SWP_U.06.01 | Te beschermen gegevens | De opdrachtgever specificeert de classificatie van gegevens. | Specificeren gegevensclassificatie |
| SWP_U.06.02 | Te beschermen gegevens | Indien van een gegeven niet de classificatie van vertrouwelijkheid is vastgesteld, wordt het gegeven per default veilig opgeslagen. | Per default velig opslaan gegeven |
| SWP_U.06.03 | Versleuteld | Het softwarepakket voorkomt dat wachtwoorden in leesbare vorm worden opgeslagen door gebruik van hashing in combinatie met salts en minimaal 10.000 rounds of hashing. | Voorkomen opslag wachtwoorden in leesbare vorm |
| SWP_U.06.04 | Versleuteld | Gegevens worden door het softwarepakket deugdelijk versleuteld opgeslagen met passende standaarden voor cryptografie, tenzij door de gegevenseigenaar is gedocumenteerd dat dit niet noodzakelijk is. De sterkte van de cryptografie wordt gebaseerd op de actuele adviezen van het NCSC en de Unit Weerbaarheid van het NBV van de AIVD. | Versleuteld opslaan van gegevens met cryptografiestandaarden |
| SWP_U.06.05 | Noodzakelijk | Te beschermen gegevens worden door het softwarepakket alleen opgeslagen als dat nodig is voor het doel en voor de kortst mogelijke tijd, zijnde de kortste periode tussen het vervullen van de toepassing en de door wet- of regelgeving verplichte periode. | Opslag gegevens als nodig voor doel en korste tijd |
| SWP_U.07.01 | Versleuteling | De sterkte van de cryptografie wordt gebaseerd op de actuele adviezen van het NCSC en de Unit Weerbaarheid van het NBV van de AIVD. | Voldoen aan passende standaarden |
| SWP_U.07.02 | Versleuteling | Het platform waarop het softwarepakket draait, zorgt voor de versleuteling van communicatie tussen de applicatieserver en webserver en tussen de applicatie en database. De webserver forceert versleuteling tussen de webserver en client. | Versleutelen communicatie tussen applicatie- en webserver |
| SWP_U.07.03 | Passend bij het classificatie-niveau | De opdrachtgever specificeert de classificatie van de gegevens die worden uitgewisseld en waarvoor versleuteling plaatsvindt. | Specificeren classificatie van uit te wisselen gegevens |
| SWP_U.07.04 | Controleert | Het softwarepakket zorgt waar mogelijk voor verificatie dat het certificaat:
| Zorgen voor certificaatverificatie |
| SWP_U.07.05 | Controleert | De versleutelde communicatie van het softwarepakket kan zodanig worden geconfigureerd, dat er geen terugval naar niet of onvoldoende versleutelde communicatie ontstaat. | Configureren versleutelde communicatie softwarepakket |
| SWP_U.08.01 | Mechanisme voor identificatie en authenticatie | De authenticiteit wordt bereikt bij het zekerstellen van de volgende twee activiteiten:
| Bereiken authenticiteit |
| SWP_U.08.02 | Mechanisme voor identificatie en authenticatie | De configuratie van de identificatie- en authenticatievoorziening waarborgt dat de geauthentiseerde persoon inderdaad de geïdentificeerde persoon is. | Waarborgen dat geauthentiseerde persoon de geïdentificeerde persoon is |
| SWP_U.08.03 | Mechanisme voor identificatie en authenticatie | Het inlogmechanisme is robuust tegen herhaaldelijke, geautomatiseerde of verdachte pogingen om wachtwoorden te raden (brute-forcing of password spraying en hergebruik van gelekte wachtwoorden). | Robuust zijn tegen wachtwoorden raden |
| SWP_U.09.01 | Autorisatiemechanisme | Het softwarepakket biedt mechanismen, waarmee gebruikers, overeenkomstig hun verleende rechten en rollen, alleen informatie met specifiek belang kunnen inzien en verwerken die ze nodig hebben voor de uitoefening van hun taak. | Bieden mechnismen om informatie in te zien en verwerken voor uitoefening taak |
| SWP_U.09.02 | Autorisatiemechanisme | Beheer(ders)functies van softwarepakketten worden extra beschermd, waarmee misbruik van rechten wordt voorkomen. | Beschermen beheer(ders)functies |
| SWP_U.10.01 | Autorisaties | De rechten voor toegang tot gegevens en functies in het softwarepakket zijn op een beheersbare wijze geordend, gebruik makend van autorisatiegroepen. | Ordenen rechten voor toegang tot gegevens en functies |
| SWP_U.10.02 | Scheiding van niet verenigbare autorisaties | Met taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn verenigbare taken en autorisaties geïdentificeerd. | Identificeren verenigbare taken en autorisaties |
| SWP_U.11.01 | Registratie en detectie | In de architectuur van het softwarepakket zijn detectiemechanismen actief voor het detecteren van aanvallen. | Actief zijn van detectiemechanismen |
| SWP_U.11.02 | Registratie en detectie | De te registreren acties worden centraal opgeslagen. | Centraal opslaan te registreren acties |
| SWP_U.11.03 | Registratie en detectie | Er is vooraf bepaald wat te doen bij het uitvallen van loggingsmechanismen (alternatieve paden). | Bepalen acties bij uitval loggingsmechanismen |
| SWP_U.11.04 | Beveiligd | De (online of offline) bewaartermijn voor logging is vastgesteld en komt tot uitdrukking in de configuratie-instellingen van binnen het softwarepakket. | Vaststellen bewaartermijn voor logging |
| SWP_U.12.01 | Veilige API’s | Het softwarepakket maakt tijdens verwerking gebruik van veilige API’s op basis waarvan additionele gegevens uit externe bronnen kunnen worden ingelezen en verwerkt. | Gebruik maken van veilige API's tijdens verwerking |
| SWP_U.12.02 | Veilige API’s | Application Programming Interface (API)-URL’s geven geen gevoelige informatie, zoals de API-sleutel, sessie-tokens enz. weer. | Niet weergegeven van gevoelige informatie |
| SWP_U.12.03 | Veilige API's | Het softwarepakket maakt gebruik van veilige Application Programming Interfaces (API’s), die (automatisch) gebruikersdata scheiden van applicatiecode, waarmee injectie kwetsbaarheden zoals Structured Query Language (SQL) injection en Cross-Site Scripting (XSS) te voorkomen. | Gebruik maken van veilige API's die gebruikersdata scheiden |
| SWP_U.12.04 | Veilige API's | Het softwarepakket gebruikt veilige Application Programming Interfaces (API’s) die bufferlengtes controleren, waarmee kwetsbaarheden als Buffer- en Integer overflow worden voorkomen. | Veilige API's gebruiken |
| SWP_U.13.01 | Veilig te importeren en veilig op te slaan | Het softwarepakket biedt een flexibel quotummechanisme voor het importeren van gegevens uit externe bronnen. | Bieden flexibel quotummechanisme |
| SWP_U.13.02 | Veilig te importeren en veilig op te slaan | Binnen het softwarepakket zijn beveiligingsmechanismen ingebouwd om bij import van gegevens, ‘ingesloten’ aanvallen te detecteren. | Beveiligingsmechanismen inbouwen voor detectie ingesloten aanvallen |
| SWP_U.13.03 | Veilig te importeren en veilig op te slaan | Het softwarepakket accepteert geen extreem grote bestanden, die buffers of het werkgeheugen kunnen ‘overspoelen’ en daarmee een Denial-of-Service (DoS)-aanval kunnen veroorzaken. | Geen grote bestanden accepteren |
| SWP_U10.03 | Scheiding van niet verenigbare autorisaties | Er bestaat een proces voor het definiëren en onderhouden van de autorisaties. | Proces voor definiëren en onderhouden van autorisaties |
Control (normen)
| ID | trefwoord | Stelling | Norm |
|---|---|---|---|
| SWP_C.01.01 | Monitoren | De prestatieniveaus en veranderingen in de dienstverlening (updates, beleid, technologie, onderleveranciers) worden gemonitord en geëvalueerd. | Verifiëren mate van naleving leveranciersovereenkomsten |
| SWP_C.01.02 | Beoordelen | Rapporten van de leverancier over dienstverlening, incidenten en kwetsbaarheden worden beoordeeld en besproken in voortgangsbesprekingen. | Beoordelen rapporten over dienstverlening |
| SWP_C.01.03 | Auditen | Audits bij leveranciers en onderleveranciers worden uitgevoerd, in combinatie met beoordeling van onafhankelijke auditrapporten. Afwijkingen worden opgevolgd. | Uitvoeren leveranciersaudits |
| SWP_C.01.04 | Auditen | Informatiebeveiligingsincidenten, kwetsbaarheden en wijzigingen bij de leverancier worden gemonitord, beoordeeld en gerapporteerd aan het management. | Geven inzicht in verslaglegging leveranciersaudits |
| SWP_C.01.05 | Auditen | De continuïteitsplannen en capaciteit van de leverancier worden gecontroleerd en getest om te waarborgen dat dienstverlening binnen de afgesproken RTO/RPO blijft. | Oplossen en beheren problemen |
| SWP_C.02.01 | Procedures | De leverancier heeft versiebeheer adequaat geregeld en stelt de klant tijdig op de hoogte van de actueel te gebruiken versies. | Regelen adequaat versiebeheer |
| SWP_C.02.02 | Procedures | Het versiebeheerproces wordt ondersteund met procedures en werkinstructies. | Ondersteunen versiebeheer met procedures en werkinstructies |
| SWP_C.02.03 | Procedures | Er wordt gecontroleerd of de leverancier risico's identificeert en afweegt, en de impact wijzigingen vooraf analyseert (inclusief afhankelijkheden), autoriseert en communiceert naar de organisatie. | Controle op risicoanalyse en impactbeoordeling bij wijzigingen door leveranciers |
| SWP_C.02.04 | Procedures | De organisatie controleert of wijzigingen (patches, updates, nieuwe versies) door de leverancier getest en gevalideerd zijn, voordat ze in productie worden genomen. | Validatie en testen van wijzigingen vóór productieplaatsing |
| SWP_C.02.05 | Procedures | De implementatie van wijzigingen (inzetplannen, noodprocedures, registratie van alle stappen) en de aanpassing van documentatie en continuïteitsplannen wordt gecontroleerd. Daarnaast wordt gecontroleerd of de leverancier het wijzigingsbeheerproces uitvoert op basis van het geaccepteerde beheerraamwerk. | Controle op implementatie en beheer van wijzigingen door leveranciers |
| SWP_C.02.06 | Procedures | Bevindingen uit de controle op wijzigingsbeheer bij de leverancier worden gerapporteerd aan het management en leiden tot corrigerende maatregelen indien nodig. | Rapportage en opvolging van bevindingen uit wijzigingsbeheercontroles |
| SWP_C.03.01 | Patchmanagementproces | Het patchmanagementproces en de noodzakelijke patchmanagementprocedures zijn beschreven, vastgesteld door het management en bekendgemaakt aan de ontwikkelaars. | Beschrijven, vaststellen en bekendmaken patchmanagementproces en -procedures |
| SWP_C.03.02 | Patchmanagementproces | Er wordt gecontroleerd of patches van legitieme bronnen worden gebruikt, getest en geëvalueerd voordat ze in productie worden geïnstalleerd. | Technisch kwetsbaarheden beheer omvat minimaal risicoanalyse |
| SWP_C.03.03 | Patchmanagementproces | Bij hoge urgentie (hoge kans op misbruik + hoge verwachte schade) wordt gecontroleerd of patches of mitigerende maatregelen uiterlijk binnen een week worden toegepast. | Installeren patches voor kwetsbaarheden |
| SWP_C.03.04 | Patchmanagementproces | De organisatie controleert of risico’s van de patch-installatie worden afgewogen tegen de kwetsbaarheid, en of bij geen patch alternatieve maatregelen (bijv. virtueel patchen, monitoren) worden overwogen. | Afweging van patchrisico’s en alternatieve beveiligingsmaatregelen |
| SWP_C.03.05 | Patchmanagementproces | De organisatie controleert of risico’s van de patch-installatie worden afgewogen tegen de kwetsbaarheid, en of bij geen patch alternatieve maatregelen (bijv. virtueel patchen, monitoren) worden overwogen. | Auditbare registratie en rapportage van patchactiviteiten0 |
Ga naar de gebruikerspagina van Gebruiker:GvdB
Contact: +31611307897 (Signal)
8 juli 2022 09:16:06
6 juli 2021 16:13:12
8 juli 2022 09:16:06
21
29 oktober 2021