Logo ISOR: in elkaar gehaakte hangsloten met de tekst Information Security Obeject Repository
Afbeeldingsinformatie

Applicatieontwikkeling Uitvoering

Versie 2.0 van 22 februari 2021 van de BIO Thema-uitwerking Applicatieontwikkeling is vervangen door versie 2.1 van 29 oktober 2021.
De wijzigingen betreffen met name de uniformering van objectdefinities en objectnamen in en tussen BIO Thema-uitwerkingen.
Versie 2.1 in PDF-formaat is op de website CIP-overheid/producten gepubliceerd.

Deze informatie is onderdeel van BIO Thema-uitwerking Applicatieontwikkeling.

Meer lezenbewerken

BIO Thema-uitwerking Applicatieontwikkeling
Alle normenkaders
Beveiligingsaspecten
Invalshoeken
ISOR

Doelstellingbewerken

De doelstelling van het uitvoeringsdomein van applicatieontwikkeling is het zorgen dat de ontwikkel- en onderhoudsactiviteiten plaatsvinden volgens specifieke beleidsuitgangspunten en dat de werking van de applicatie voldoet aan de eisen die door de klant (doelorganisatie) zijn gesteld. Met randvoorwaarden in de vorm van beleid geeft de organisatie kaders aan waarbinnen de ontwikkel- en onderhoudsactiviteiten moeten plaatsvinden.

Risico'sbewerken

Wanneer adequate normen voor applicatieontwikkeling en onderhoud ontbreken, is het risico dat deze activiteiten ongecontroleerd plaatsvinden en/of dat het eindproduct niet voldoet aan het juiste beveiligingsniveau. Het ontbreken van richtlijnen en procedures voor het werken binnen de verschillende (OTAP-)omgevingen vergroot de kans op foutieve software in de productieomgeving, met het risico op aantasting van productiegegevens.

Objecten, controls en maatregelen

Binnen het uitvoeringsdomein worden specifieke inrichtings- en beveiligingsobjecten voor applicatieontwikkeling beschreven. Elk object wordt vervolgens uitgewerkt in een control en conformiteitsindicatoren. De rode gemarkeerde objecten komen voor in de BIO. De wit gemarkeerde objecten zijn betrokken uit andere best practices, zie tabel 2. De objecten zijn ingedeeld naar de invalshoeken: intentie, functie, gedrag en structuur. In bijlage 2 Invalshoeken gekoppeld aan het V-model zijn deze gekoppeld aan het V-model.

”Onderwerpen die binnen het Uitvoering domein een rol spelen”
Tabel 2: Overzicht objecten voor applicatieontwikkeling in het uitvoeringsdomein


Principes uit de BIO Thema Applicatieontwikkeling binnen dit aspectbewerken

IDPrincipeCriterium
APO_U.01Wijzigingsbeheerprocedure voor applicaties en systemenWijzigingen in informatieverwerkende faciliteiten en informatiesystemen behoren onderworpen te zijn aan procedures voor wijzigingsbeheer'.
APO_U.02Beperking software-installatie applicatieontwikkelingEr behoren procedures en maatregelen te worden geïmplementeerd om het installeren van software op operationele systemen op beveiligde wijze te beheren.
APO_U.03Richtlijn programmacodeVoor het ontwikkelen van de (programma)code zijn specifieke regels van toepassing en behoort gebruik te zijn gemaakt van specifieke best practices.
APO_U.04Analyse en specificatie informatiesysteemDe functionele eisen die verband houden met nieuwe informatiesystemen of voor uitbreiding van bestaande informatiesystemen behoren te worden geanalyseerd en gespecificeerd.
APO_U.05Informatiebeveiliging in projectmangementInformatiebeveiliging behoort te worden geïntegreerd in projectmanagement.
APO_U.06Applicatie-ontwerpHet applicatieontwerp behoort gebaseerd te zijn op informatie, die is verkregen uit verschillende invalhoeken, zoals: business-vereisten en reviews, omgevingsanalyse en (specifieke) beveiliging.
APO_U.07ApplicatiefunctionaliteitInformatiesystemen behoren zo te worden ontworpen, dat de invoerfuncties, verwerkingsfuncties en uitvoerfuncties van gegevens (op het juiste moment) in het proces worden gevalideerd op juistheid, tijdigheid en volledigheid om het bedrijfsproces optimaal te kunnen ondersteunen.
APO_U.08ApplicatiebouwDe bouw van applicaties inclusief programmacode behoort te worden uitgevoerd met (industrie) good practice en door individuen die beschikken over de juiste vaardigheden en tools en behoort te worden gereviewd.
APO_U.09SysteemacceptatietestProcessen voor het testen van de beveiliging behoren te worden gedefinieerd en geïmplementeerd in de ontwikkelcyclus.
APO_U.10Beschermen testgegevensTestgegevensbehoren op passende wijze te worden geselecteerd, beschermd en beheerd.
APO_U.10.01Beschermen testgegevensTestgegevens behoren op passende wijze te worden geselecteerd, beschermd en beheerd.
APO_U.11Scheiding van ontwikkel-, test- en productieomgevingenOntwikkel-, test- en productieomgevingen behoren te worden gescheiden en beveiligd.
APO_U.12ApplicatiekoppelingDe koppelingen tussen applicaties behoren te worden uitgevoerd volgens geaccordeerde koppelingsrichtlijnen.
APO_U.13Logging en monitoringApplicaties behoren faciliteiten te bieden voor logging en monitoring om ongeoorloofde en/of onjuiste activiteiten van medewerkers en storingen binnen de applicatie tijdig te detecteren en vast te leggen.
APO_U.14Applicatie-architectuurDe functionele en beveiligingseisen behoren in een applicatie-architectuur, conform architectuurvoorschriften, in samenhang te zijn vastgelegd.
APO_U.15Tooling ontwikkelmethodeDe ontwikkelmethode moet worden ondersteund door een tool dat de noodzakelijke faciliteiten biedt voor het effectief uitvoeren van de ontwikkelcyclus.

Normen uit de BIO Thema Applicatieontwikkeling binnen dit aspectbewerken

IDStellingNorm
APO_U.01.01Wijzigingsbeheer vindt plaats op basis van een algemeen geaccepteerd beheerraamwerk.Voor het wijzigingsbeheer gelden de algemeen geaccepteerde beheer frameworks
APO_U.01.02In het wijzigingsbeheerproces is minimaal aandacht besteed aan:
  • het administreren van wijzigingen, met de resultaten van het testplan;
  • een risicoafweging van mogelijke gevolgen van de wijzigingen, inclusief een beschreven rollbackplan;
  • de goedkeuringsprocedure voor wijzigingen.
Medewerkers (programmeurs) krijgen de juiste autorisatie om werkzaamheden te kunnen uitvoeren
APO_U.01.03De procedure voor wijzigingsbeheer omvat onder meer:
  • een formeel proces voor nieuwe systemen en belangrijke wijzigingen, inclusief documentatie, specificatie, impactbeoordeling, testen, kwaliteitscontrole en beheerde implementatie;
  • toegewezen verantwoordelijkheden en handhaving om beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid te waarborgen gedurende de gehele levenscyclus;
  • integratie van wijzigingsbeheer voor ICT-infrastructuur en -software waar mogelijk;
  • planning en beoordeling van impact (inclusief afhankelijkheden), autorisatie, communicatie naar belanghebbenden, testen en acceptatie, implementatie met inzet- en terugvalprocedures, registratie van wijzigingen, actualisatie van bedieningsdocumentatie, gebruikersprocedures en continuïteitsplannen.
  • Nieuwe systemen en belangrijke wijzigingen aan bestaande systemen volgen een formeel wijzigingsproces
    APO_U.02.01De procedures en maatregelen voor het installeren van software op operationele systemen omvatten onder meer:
  • installatie en updates van operationele software uitsluitend door geautoriseerde en opgeleide beheerders;
  • installatie van alleen goedgekeurde uitvoerbare code;
  • installatie en updates van software pas na uitgebreide en geslaagde tests, inclusief een roll-backstrategie;
  • gebruik van configuratiebeheer en auditlogging voor alle wijzigingen;
  • archivering van oude versies voor noodtoegang tot gegevens;
  • risicoafweging bij upgrades, patches, niet-ondersteunde (open source) en verouderde software;
  • monitoring en beheersing van extern geleverde software;
  • beperkte en gemonitorde toegang voor leveranciers;
  • strikte rolgebaseerde regels voor gebruikersinstallaties op basis van least privilege, met vastlegging van toegestane en verboden softwaretypen.
  • Beleid ten aanzien van het type software dat mag worden geïnstalleerd
    APO_U.02.02Het risico van installatie door gebruikers van niet-geautoriseerde software moet worden beheerst.Het toekennen van rechten om software te installeren vindt plaats op basis van 'Least Privilege'
    APO_U.03.01De programmacode voor functionele specificaties is reproduceerbaar, waarbij aandacht wordt besteed aan:
  • gebruikte tools;
  • gebruikte licenties;
  • versiebeheer;
  • documentatie van code ontwerp, omgeving, afhankelijkheden, dev/ops en gebruikte externe bronnen.
  • De programmacode voor functionele specificaties is reproduceerbaar
    APO_U.03.02De (programma)code wordt aantoonbaar veilig gecreëerd.Programmacode wordt aantoonbaar veilig gecreëerd
    APO_U.03.03De (programma)code is effectief, veranderbaar en testbaar waarbij gedacht kan worden aan:
  • het juist registreren van bugs in de code;
  • het voorkomen van herintroductie van bugs in de code;
  • het binnen 72 uur corrigeren van beveiligingsfixes;
  • het vastleggen van afhankelijkheden van development en operations (dev/ops) van applicatie (relatie tussen software-objecten);
  • het adequaat documenteren van software-interface, koppelingen en Application Programming Interfaces (API’s).
  • Programmacode is effectief, veranderbaar en testbaar
    APO_U.03.04Over het gebruik van de vocabulaire, applicatie-framework en toolkits zijn afspraken gemaakt.Over het gebruik van vocabulaire, applicatieframework en toolkits zijn afspraken gemaakt
    APO_U.03.05Voor het ontwikkelen van programmacode wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde vocabulaire zoals de NEN-ISO/IEC 25010 Systems and software Quality Requirements and Evaluation (SQuaRE) - System and software quality models.Voor het ontwikkelen van programmacode wordt gebruik gemaakt van gestandaardiseerde vocabulaire
    APO_U.03.06Ontwikkelaars hebben kennis van algemene beveiligingsfouten, vastgelegd in een extern Common Vulnerability and Exposures (CVE)- systeem.Ontwikkelaars hebben kennis van algemene en vastgelegde beveiligingsfouten
    APO_U.03.07Het gebruik van programmacode uit externe programmabibliotheken mag pas worden gebruikt na getest te zijn.Gebruik van programmacode uit externe programmabibliotheken
    APO_U.04.01De functionele eisen worden geanalyseerd en bepaald met verschillende invalshoeken (zoals stakeholders, business en wet- en regelgeving) en vastgelegd in een functioneel ontwerp.Functionele eisen van nieuwe informatiesystemen worden geanalyseerd en in Functioneel Ontwerp vastgelegd
    APO_U.04.02Het functioneel ontwerp wordt gereviewd, waarna verbeteringen en of aanvullingen op het functioneel ontwerp plaatsvinden.Het Functioneel Ontwerp wordt gereviewd waarna verbeteringen en/of aanvullingen plaatsvinden
    APO_U.04.03Met een goedgekeurd functioneel ontwerp wordt een technisch ontwerp vervaardigd dat ook ter review wordt aangeboden aan de kwaliteitsfunctionaris en beveiligingsfunctionaris.Op basis van een goedgekeurd Functioneel Ontwerp wordt een Technisch Ontwerp vervaardigd
    APO_U.04.04Alle vereisten worden gevalideerd door een peer review of prototyping (Agile-ontwikkelmethode).Alle vereisten worden gevalideerd door peer review of prototyping
    APO_U.04.05Parallel aan het vervaardigen van het functioneel ontwerp en technisch ontwerp worden acceptatie-eisen vastgelegd.Acceptatie-eisen worden vastgelegd parallel aan het Functioneel Ontwerp en Technisch Ontwerp
    APO_U.05.01Informatiebeveiliging is een integraal onderdeel van projectmanagement bij alle projecten (ongeacht complexiteit, omvang of discipline) en omvat onder meer:
  • beoordeling en behandeling van informatiebeveiligingsrisico’s in een vroeg stadium en periodiek gedurende de gehele projectlevenscyclus, als onderdeel van het projectrisicobeheer;
  • vaststelling van informatiebeveiligingseisen voor door het project te leveren producten of diensten, gebaseerd op nalevingseisen uit informatiebeveiligingsbeleid, onderwerpspecifieke beleidsregels, regelgeving en andere methoden;
  • beheersing van informatiebeveiligingsrisico’s gerelateerd aan de projectuitvoering, waaronder interne en externe communicatie;
  • periodieke beoordeling van de voortgang en effectiviteit van de risicobehandeling door geschikte personen of de projectstuurgroep;
  • definitie en toewijzing van verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor informatiebeveiliging aan gespecificeerde projectrollen.
  • Een expliciete risicoafweging wordt uitgevoerd ten behoeve van het vaststellen van de beveiligingseisen
    APO_U.05.02Bij alle projecten worden informatiebeveiligingseisen vastgesteld, waarbij wordt gehouden met:
  • welke informatie het betreft (vaststelling en classificatie), de bijbehorende beveiligingsbehoeften en mogelijke bedrijfsimpact bij ontoereikende beveiliging;
  • bescherming van beschikbaarheid, integriteit en vertrouwlijkheid van informatie en gerelateerde bedrijfsmiddelen;
  • authenticatie-eisen op basis van vereiste betrouwbaarheid van identiteiten;
  • processen voor toegangsverlening en autorisatie voor klanten, gebruikers, technische gebruikers en externe leveranciers;
  • informeren van gebruikers over hun plichten en verantwoordelijkheden;
  • eisen afgeleid uit bedrijfsprocessen;
  • eisen vanuit andere informatiebeveiligingsbeheersmaatregelen;
  • naleving van wettelijke, regelgevende en contractuele verplichtingen;
  • het vereiste niveau van vertrouwen dat derden zullen voldoen aan de beleidsregels, met inbegrip van relevante beveiligingsclausules in overeenkomsten of contracten.
  • De Handreikingen: "Risicoanalysemethode" en "Risicomanagement ISO-27005
    APO_U.05.03Bij nieuwe informatiesystemen en bij significante wijzigingen op bestaande informatiesystemen moet een expliciete risicoafweging op basis van de door de organisatie vastgestelde risicomanagementmethodiek worden uitgevoerd, om risico's te identificeren en in voldoende mate te beheersen en ook voor het vaststellen van de beveiligingseisen.Informatiebeveiligingseisen
    APO_U.06.01Het ontwerpen van applicaties is gebaseerd op eisen voor verschillende typen informatie, zoals:
  • gebruikers-, beveiligings- en kwaliteitseisen;
  • business-vereisten (onder andere nut, noodzaak en kosten);
  • eisen die voortvloeien uit risico-assessments, dreigingsanalyse en prioritering ervan en technische beveiligingsreviews (en de prioritering daarvan);
  • eisen die voortvloeien uit de Business Impact Analyse (BIA) en Privacy Impact Assessment (PIA).
  • Het ontwerpen van applicaties is gebaseerd op eisen voor verschillende typen informatie
    APO_U.06.02Bij het ontwerp van applicaties is informatie verkregen uit verschillende mogelijke connecties met de te ontwerpen applicatie, zoals:
  • mogelijke invoerbronnen voor data en connecties met andere applicaties (componenten);
  • connecties tussen modules binnen de applicatie en connecties met andere applicaties;
  • gebruik van opslagmechanisme voor informatie, toegang tot databases en ander type storage;
  • uitvoer van informatie naar andere applicaties en beveiliging hiervan;
  • mogelijke transmissie van data tussen applicaties.
  • Bij het ontwerp is informatie verkregen uit connecties met de te ontwerpen applicatie
    APO_U.06.03Het ontwerp is mede gebaseerd op een beveiligingsarchitectuur, waarin aandacht is besteed aan: performance, capaciteit, continuïteit, schaalbaarheid, connectiviteit en comptabiliteit.Het ontwerp is mede gebaseerd op een beveiligingsarchitectuur
    APO_U.07.01Bereikcontroles worden toegepast en gegevens worden gevalideerd.Bereikcontroles worden toegepast en gegevens worden gevalideerd
    APO_U.07.02Geprogrammeerde controles worden ondersteund.Geprogrammeerde controles worden ondersteund
    APO_U.07.03Het uitvoeren van onopzettelijke mutaties wordt tegengegaan.Het uitvoeren van onopzettelijke mutaties wordt tegengegaan
    APO_U.07.04Voorzieningen voor het genereren van een fout- en uitzonderingsrapportage zijn beschikbaar.Voorzieningen voor het genereren van fouten- en uitzonderingsrapportage zijn beschikbaar
    APO_U.07.05Voorzieningen voor het achteraf vaststellen van een betrouwbare verwerking (JVT) zijn beschikbaar (onder andere audit trail).Voorzieningen voor het achteraf vaststellen van een betrouwbare verwerking zijn beschikbaar
    APO_U.07.06Opgeleverde/over te dragen gegevens worden gevalideerd.Opgeleverde en over te dragen gegevens worden gevalideerd
    APO_U.07.07De controle op de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de input (ontvangen gegevens) en op de verwerking en de output van gegevens (versterkte gegevens) worden uitgevoerd.Controle op de juistheid, volledigheid en tijdigheid van input en op de verwerking en output van gegevens
    APO_U.07.08Met vastgestelde en geautoriseerde procedures wordt voorkomen dat gegevens buiten de applicatie om (kunnen) worden benaderd.Voorkomen wordt dat gegevens buiten de applicatie om (kunnen) worden benaderd
    APO_U.07.09Gegevens worden conform vastgestelde beveiligingsklasse gevalideerd op plausibiliteit, volledigheid en bedrijfsgevoeligheid.Gegevens worden conform vastgestelde beveiligingsklasse gevalideerd
    APO_U.08.01Gedocumenteerde standaarden en procedures worden beschikbaar gesteld voor het bouwen van programmacode die ook het volgende specificeren:
  • dat een goedgekeurde methode voor applicatiebouw wordt gehanteerd;
  • dat mechanismen worden gebruikt waarmee zekerheid wordt verkregen dat de applicatie voldoet aan good practices voor applicatiebouw (methode voor het ontwikkelen van veilige programmacode).
  • Voor het bouwen van programmacode worden gedocumenteerde standaarden en procedures beschikbaar gesteld
    APO_U.08.02Veilige methodes worden toegepast om te voorkomen dat veranderingen kunnen worden aangebracht in de basiscode of in software-packages.Veilige methodes ter voorkoming van veranderingen in basis code of in software packages
    APO_U.08.03Voor het creëren van programmacode wordt gebruik gemaakt van best practices (gestructureerde programmering).Voor het creëren van programma code wordt gebruik gemaakt van good practices
    APO_U.08.04Het gebruik van onveilig programmatechnieken is niet toegestaan.Geen gebruik van onveilig programmatechnieken
    APO_U.08.05De programmacode is beschermd tegen ongeautoriseerde wijzigingen.(Applicatie)code is beschermd tegen ongeautoriseerde wijzigingen
    APO_U.08.06Activiteiten van applicatiebouw worden gereviewd.Activiteiten van applicatiebouw worden gereviewd
    APO_U.08.07De ontwikkelaars zijn adequaat opgeleid en zijn in staat om binnen het project de noodzakelijke en in gebruik zijnde tools te hanteren.De ontwikkelaars zijn adequaat opgeleid en in staat de noodzakelijke en gebruikte tools te hanteren
    APO_U.09.01Het testen van de beveiliging wordt uitgevoerd op basis van een verzameling van functionele en niet-functionele eisen en omvat onder meer:
  • beveiligingsfuncties zoals authenticatie van gebruikers, toegangsbeperking en cryptografie;
  • toepassing van de regels voor veilig coderen;
  • toepassing van beveiligde configuraties zoals besturingssystemen, firewalls en andere beveiligingscomponenten.
  • Functionarissen testen functionele requirements
    APO_U.09.02Testplannen worden vastgesteld en staan in verhouding tot het belang, de aard en mogelijke impact van de verandering. Het testplan omvat onder meer:
  • een gedetailleerd schema van de activiteiten en tests;
  • input en verwachte output onder allerlei omstandigheden;
  • criteria om de resultaten te evalueren;
  • een besluit over verdere acties naarmate nodig is.
  • In de infrastructuur wordt specifiek getest vanuit beveiligingsoptiek
    APO_U.09.03Voor acceptatietesten van systemen worden gestructureerde testmethodieken gebruikt. De testen worden bij voorkeur geautomatiseerd uitgevoerd.Gestandaardiseerde en geautomatiseerde acceptatietesten binnen systeemontwikkeling.
    APO_U.09.04Bij de acceptatietest wordt getoetst of het geleverde product overeenkomt met hetgeen is afgesproken. Hierbij is de testfocus onder andere gericht is op:
  • het testen van de functionele requirements;
  • het testen van de business rules voor de betrokken bedrijfsprocessen;
  • de beveiligingseisen die verband houden met betrokken bedrijfsprocessen.
  • Validatie van functionele, procesmatige en beveiligingseisen binnen acceptatietesten
    APO_U.09.05Testresultaten worden formeel geëvalueerd en door de betrokken informatiesysteemeigenaar beoordeeld, waarna - na te zijn goedgekeurd - overgegaan wordt naar de volgende fase.Formele beoordeling en goedkeuring van testresultaten voor faseovergang
    APO_U.10.01De volgende richtlijnen worden toegepast om operationele gegevens die voor testdoeleinden worden gebruikt, te beschermen:
  • de toegangsbeveiligingsprocedures die gelden voor besturingssystemen gelden ook voor testsystemen;
  • voor elke keer dat besturingsinformatie naar een testomgeving wordt gekopieerd, wordt een afzonderlijke autorisatie verkregen;
  • besturingsinformatie wordt onmiddellijk na voltooiing van het testen uit een testomgeving verwijderd;
  • van het kopiëren en gebruiken van besturingsinformatie wordt verslaglegging bijgehouden om in een audittraject te voorzien.
  • Richtlijnen worden toegepast om operationele gegevens die voor testdoeleinden worden gebruikt te beschermen
    APO_U.11.01Het scheidingsniveau tussen de ontwikkel-, test- en productieomgevingen is geïdentificeerd en geïmplementeerd, waarbij rekening is gehouden met de volgende aspecten:
  • fysieke of logische scheiding van omgevingen (bijv. verschillende domeinen);
  • gedocumenteerde regels en autorisaties om software naar andere omgevingen te verplaatsen;
  • geen toegang tot ontwikkelinstrumenten of systeemhulpmiddelen vanuit productie, tenzij noodzakelijk;
  • duidelijke identificatielabels voor omgevingen om fouten te voorkomen;
  • geen gevoelige informatie naar ontwikkel- of testomgevingen kopiëren zonder gelijkwaardige beveiliging;
  • bescherming van ontwikkel- en testomgevingen door patching van tools en bibliotheken, beveiligde configuraties, toegangsbeveiliging, monitoring van veranderingen en omgevingen, alsmede regelmatige back-ups;
  • scheiding van taken zodat één persoon niet zelfstandig wijzigingen in ontwikkeling én productie kan doorvoeren.
  • Uitgangspunt voor systeemontwikkeling trajecten is een expliciete risicoafweging
    APO_U.11.02In de productieomgeving wordt niet getest. Alleen met voorafgaande goedkeuring door de proceseigenaar kan hiervan worden afgeweken.Verbod op testen in de productieomgeving tenzij goedgekeurd door de proceseigenaar
    APO_U.11.02In de productieomgeving wordt niet getest. Alleen met voorafgaande goedkeuring door de proceseigenaar kan hiervan worden afgeweken.Logisch en/of fysiek gescheiden Ontwikkel, Test, Acceptatie en Productie omgevingen
    APO_U.11.02In de productieomgeving wordt niet getest. Alleen met voorafgaande goedkeuring door de proceseigenaar kan hiervan worden afgeweken.Beleid voor testrestricties in productieomgevingen en uitzonderingsprocedure.
    APO_U.11.03Significante wijzigingen in de productieomgeving worden altijd getest voordat zij in productie gebracht worden. Alleen met voorafgaande goedkeuring door de proceseigenaar kan hiervan worden afgeweken.Verplicht testen van significante wijzigingen in de productieomgeving voorafgaand aan productie
    APO_U.11.04De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de betrokken functionarissen in de ontwikkel-, test-, acceptatie- en productie- omgevingen worden uitgevoerd volgens onderkende rollen.Vastlegging van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden per rol in ontwikkel-, test-, acceptatie- en productieomgevingen
    APO_U.11.05Voor remote-werkzaamheden is een werkwijze vastgelegd.Vastgelegde werkwijze voor remote-werkzaamheden
    APO_U.11.06Ontwikkelaars hebben geen toegang tot de productieomgeving.Ontwikkelaars hebben geen toegang tot de productieomgeving
    APO_U.11.07Voor het kopiëren/verplaatsen van configuratie-items tussen de omgevingen gelden overdrachtsprocedures.Overdrachtsprocedures voor kopiëren en verplaatsen van configuratie-items tussen omgevingen
    APO_U.11.08De overdracht van de ontwikkel- naar de testomgeving vindt gecontroleerd plaats met een implementatieplan.Gecontroleerde overdracht van ontwikkel- naar testomgeving via een implementatieplan
    APO_U.11.09De overdracht van de test- naar de acceptatie-omgeving vindt procedureel door daartoe geautoriseerde personen plaats.De overdracht naar de Productieomgeving vindt gecontroleerd plaats
    APO_U.11.10De overdracht naar de productie-omgeving vindt procedureel door daartoe geautoriseerde personen plaats.Geautoriseerde en procedurele overdracht naar de productieomgeving
    APO_U.12.01Koppelingen tussen applicaties worden uitgevoerd met vastgestelde procedures en richtlijnen.Koppelingen tussen applicaties worden uitgevoerd volgens vastgestelde procedures en richtlijnen
    APO_U.12.02Van het type koppelingen is een overzicht aanwezig.Van het type koppelingen is een overzicht aanwezig
    APO_U.12.03Koppelingen worden uitgevoerd via geautoriseerde opdrachten.Koppelingen worden uitgevoerd op basis van geautoriseerde opdrachten
    APO_U.12.04De uitgevoerde koppelingen worden geregistreerd.De uitgevoerde koppelingen worden geregistreerd
    APO_U.13.01Welke ongeoorloofde en onjuiste activiteiten gelogd moeten worden, is vastgelegd.Vastgelegd is welke ongeoorloofde en onjuiste activiteiten gelogd moeten worden
    APO_U.13.02Informatie over autorisatie(s) wordt vastgelegd.Informatie ten aanzien van autorisatie(s) wordt vastgelegd
    APO_U.13.03De loggegevens zijn beveiligd.De loggegevens zijn beveiligd
    APO_U.13.04De locatie van de vastlegging van de loggegevens is vastgesteld.De locatie van de vastlegging van de loggegevens is vastgesteld
    APO_U.13.05De applicatie geeft signalen aan de beveiligingsfunctionarissen dat loggegevens periodiek geëvalueerd en geanalyseerd moeten worden.De applicatie geeft signalen dat loggegevens periodiek geëvalueerd en geanalyseerd moet worden
    APO_U.13.06De frequentie (wanneer) van monitoring en het rapporteren hierover (aan wie wat) is vastgelegd.De frequentie (wanneer) van monitoring en het rapporteren hierover is vastgelegd
    APO_U.14.01De architect heeft een actueel document van het te ontwikkelen informatiesysteem opgesteld. Het document:
  • heeft een eigenaar;
  • is voorzien van een datum en versienummer;
  • bevat een documenthistorie (wat is wanneer en door wie aangepast);
  • is actueel, juist en volledig;
  • is door het juiste (organisatorische) niveau vastgesteld/geaccordeerd.
  • De architect heeft een actueel document van het te ontwikkelen informatie systeem opgesteld
    APO_U.14.02Het architectuurdocument wordt actief onderhouden.Het architectuur document wordt actief onderhouden
    APO_U.14.03De voorschriften, methoden en technieken voor applicatiearchitectuur worden toegepast.De voorschriften en de methoden en technieken ten aanzien van applicatie architectuur worden toegepast
    APO_U.14.04Tussen in- en uitstroom van gegevens en de inhoud van de gegevensberichten bestaat een aantoonbare samenhang.Samenhang tussen in- en uitstroom van gegevens en de inhoud van gegevensberichten
    APO_U.14.05Het is aantoonbaar dat de onderliggende infrastructuurcomponenten beveiligd zijn met beveiligingsbaselines (onder andere uitschakeling van overbodige functionaliteiten).Dat de onderliggende infrastructuurcomponenten beveiligd zijn op basis van security baselines aantoonbaar
    APO_U.14.06De relatie tussen de persoonsgegevens die gebruikt worden binnen de applicatie en de persoonsgegevens, van interne en externe ontvangers van de door de applicatie opgeleverde gegevens, is inzichtelijk.De relatie tussen de persoonsgegevens is inzichtelijk
    APO_U.15.01Het tool ondersteunt alle fasen van het ontwikkelproces voor het documenteren van analyses, specificaties, programmatuur, testen en rapportages.Het tool ondersteunt alle fasen van het ontwikkelproces
    APO_U.15.02Het tool biedt een bepaald framework voor het structureren van de ontwikkelfasen en het bewaken van afhankelijkheden.Framework voor het structuren van de ontwikkelfasen en het bewaken van afhankelijkheden
    APO_U.15.03Het tool beschikt over faciliteiten voor versie- en releasebeheer.Het tool beschikt over faciliteiten voor versie- en releasebeheer
    APO_U.15.04Het tool beschikt over faciliteiten voor:
  • het registreren van eisen en wensen;
  • het afhandelen van fouten;
  • het beveiligen van registraties (programmacode);
  • het continu integreren van componenten;
  • het kunnen switchen tussen de fasen: specificeren, ontwikkelen en testen.
  • Faciliteiten van het tool
    APO_U.15.05Het tool beschikt over faciliteiten voor de koppelingen met externe bronnen.Het tool beschikt over faciliteiten voor de koppelingen met externe bronnen