Patchmanagement applicatieontwikkeling

Uit NORA Online
ISOR:Patchmanagement van externe programmacode
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Versie 2.0 van 22 februari 2021 van de BIO Thema-uitwerking Applicatieontwikkeling is vervangen door versie 2.1 van 29 oktober 2021.
De wijzigingen betreffen met name de uniformering van objectdefinities en objectnamen in en tussen BIO Thema-uitwerkingen.
Versie 2.1 in PDF-formaat is op de website CIP-overheid/producten gepubliceerd.
Logo ISOR themaprincipes (vier hangsloten die in elkaar geklikt zitten met tekst ISOR Beveiliging Principe)

Objectdefinitie

Betreft een besturingsproces voor het verwerven, testen en installeren van patches op een computersysteem.

Objecttoelichting

Binnen een projectprogramma wordt bij het ontwikkelen van informatiesystemen programmacode gecreëerd. Soms hebben ontwikkelaars de mogelijkheid om voor bepaalde functionaliteiten code uit een externe bibliotheek te gebruiken. Deze externe code kan fouten in zich dragen. Uit beveiligingsoogpunt is het raadzaam om code uit externe bibliotheken te testen en na te gaan of deze code beveiligd moet worden met door de codeleverancier beschikbaar gestelde patches.


Criterium

Patchmanagement behoort procesmatig en procedureel zodanig uitgevoerd te worden, dat van de gebruikte code tijdig vanuit externe bibliotheken informatie wordt ingewonnen over technische kwetsbaarheden, zodat tijdig de laatste (beveiligings)patches kunnen worden geïnstalleerd.

Doelstelling

Zekerstellen dat technische en software kwetsbaarheden tijdig en effectief worden aangepakt en zo een stabiele omgeving wordt gecreëerd.

Risico

Technische en software kwetsbaarheden brengen de stabiliteit en betrouwbaarheid van systemen in gevaar.

Indeling binnen ISOR

Dit beveiligingsprincipe:

ℹ️(Klik om uitleg open/dicht te klappen)

De ISOR-wiki bevat normenkaders waarin beveiligings- en privacyprincipes zijn beschreven. Deze themaprincipes zijn conform de SIVA-methodiek ingedeeld in drie aspecten: Beleid, Uitvoering of Control. Daarnaast zijn ze geordend in invalshoeken: Intentie, Functie, Gedrag, Structuur.

Grondslag

De grondslag voor dit principe is ICT-Beveiligingsrichtlijnen voor Webapplicaties-Richtlijnen C.09

Onderliggende normen

IDConformiteitsindicatorStelling
APO_C.03.01 Procesmatig en procedureel

Het patchmanagementproces en de noodzakelijke patchmanagementprocedures zijn beschreven, vastgesteld door het management en bekendgemaakt aan de ontwikkelaars.

APO_C.03.02 Procesmatig en procedureel

De ontwikkelaars zijn bekend met hun formeel vastgelegde verantwoordelijkheden voor patchmanagement.

APO_C.03.03 Procesmatig en procedureel

Het al dan niet uitvoeren van patches voor programmacode is geregistreerd.

APO_C.03.04 Technische kwetsbaarheden

Het beheer van technische kwetsbaarheden in de code uit externe bibliotheken omvat minimaal een risicoanalyse van de kwetsbaarheden en eventueel penetratietests en patching.

APO_C.03.05 Technische kwetsbaarheden

Bij het ontwikkelen van code installeert de ontwikkelaar, tenzij risicoanalyses anders uitwijzen, alle noodzakelijke patches en fixes die door fabrikanten beschikbaar worden gesteld.

APO_C.03.06 Tijdig

Updates/patches voor kwetsbaarheden waarvan de kans op misbruik en ontstane schade hoog is, worden zo spoedig mogelijk doorgevoerd.