MIM conceptueel framework

Uit NORA Online
Ga naar: navigatie, zoeken
Logo van het subthema gegevensmanagement,de tekst Gegevensmanagement met een serie nulletjes en eentjes die op verschillende manieren zijn gegroepeerd en gearceerd. Plus in de onderhoek het logo van Data op het web, een spinneweb met nulletjes en eentjes er in en de tekst Data op het web.

Onderdeel van Gegevensmanagement.
Status: 1.0 - eerste publieke versie
Auteurs: MIM
Feedback pagina: nora@ictu.nl

→ Naar leeswijzer

Grondslagen en begrippen:

Het doel van gegevensmanagement
Begrippenkader gegevensmanagement
Principes van gegevensmanagement
Wettelijke kaders en regelgeving gegevensmanagement

GegevensmanagementGegevensmanagement betreft het integraal en beheerst verwerken van gegevens in een organisatie zowel op strategisch tactisch als operationeel niveau met als doel de gewenste kwaliteit en beschikbaarheid te realiseren. organiseren binnen organisatie/keten:

Besturing en governance gegevensmanagement
Hoe stel ik een visie voor gegevensmanagement op in mijn organisatie?
Gegevensleveringsovereenkomst
Rollen binnen gegevensmanagement

Over gegevenswoordenboeken:

Gegevenswoordenboeken binnen het thema gegevensmanagement
Wat is een gegevenswoordenboek?
Het belang van goed ingerichte gegevenswoordenboeken
Governance van gegevenswoordenboeken
Beheer van gegevenswoordenboeken
Alle gegevenswoordenboeken binnen NORA

Gegevensmodellering:

Modellering van gegevens
MIM (Metamodel voor informatiemodellen)
MIM conceptueel framework

Applicatielaag: Technische keuzes

Publicatie gegevenswoordenboeken

Colofon:

Expertgroep Gegevensmanagement
Status Thema Gegevensmanagement


Het Metamodel voor Informatiemodellen (MIM) is ontwikkeld door het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING, nu VNG Realisatie), Kadaster en Geonovum. Het MIM is ontwikkeld vanuit het idee dat een eenduidige aanpak voor semantische integratie, harmonisatie en effectieve informatiehuishoudingHet totaal aan regels en voorzieningen gericht op de informatiestromen en –opslag of archivering ter ondersteuning van de primaire processen. zorgt. Het MIM bestaat uit een verzameling van bouwstenen, de modelelementen, die gebruikt (mogen) worden om een informatiemodel mee op te stellen. Het is de modelleertaal voor het informatiemodel.

De doelen van het MIM zijn als volgt:

  • Gezamenlijke taal en structuur: leesbaarheid en eenduidigheid vergroten;
  • Het koppelen van diverse informatie/modellen vereenvoudigen;
  • Koppelvlakken en producten maken volgens de tooling en modeldriven werkwijze;
  • Kennis uit organisaties bundelen en bij elkaar brengen.


Onderdelen van het metamodel MIM

De verschillende onderdelen van het metamodel worden als volgt beschreven:

Model van begrippen

Beschrijft de werkelijkheid binnen het beschouwde domein (de ‘universe of discourse’) d.m.v. de daarin gehanteerde begrippen en hun relaties tot elkaar. Doel is dat de actoren daarbinnen elkaar begrijpen en één taal spreken. Een model van begrippen wordt opgesteld voor gebruik door mensen, met name uit ‘de business’. De begrippen worden beschreven in een formele taal, een vocabulaire. Een vocabulaire is geen informatiemodel. Begrippen kunnen in meerdere informatiemodellen gebruikt worden.

Conceptueel informatiemodel

Modellering van de werkelijkheid binnen het beschouwde domein, voor wat betreft informatie daarvan, onafhankelijk van ontwerp van en implementatie in systemen. Het geeft een zo getrouw mogelijke beschrijving van die werkelijkheid en is in natuurlijke taal geformuleerd. Een conceptueel informatiemodel structureert het begrippenkader en definieert het ‘wat’: welke ‘concepten’ (‘dingen’) worden onderscheiden (in de beschouwde werkelijkheid), wat betekenen zij, hoe verhouden ze zich tot elkaar en welke informatie (eigenschappen) is daarvan relevant. Het dient als taal waarmee domeinexperts kunnen communiceren met informatie-analisten en verschaft een eenduidige interpretatie van die werkelijkheid ten behoeve van deze communicatie. Een conceptueel informatiemodel wordt dan ook opgesteld voor gebruik door mensen, zodat ‘the business’ en de ICT-specialisten elkaar makkelijker kunnen begrijpen.

Logisch informatie- of gegevensmodel

Beschrijft hoe de, in het conceptuele model onderscheiden, concepten gebruikt worden bij de interactie tussen systemen en hun gebruikers en tussen systemen onderling. Anders gezegd, een model van de representatie van informatie over de werkelijkheid in digitale registraties en in de uitwisseling daartussen. Het gaat hierbij, in tegenstelling tot een conceptueel model, dus veel meer om het ‘hoe’. Het slaat de brug tussen werkelijkheid en systemen maar beschrijft nog niet de implementatie in die systemen. Een dergelijk model wordt in een formele taal beschreven en wordt waar mogelijk gegenereerd vanuit het conceptueel model. Het logisch model wordt opgesteld voor ICT-interoperabiliteitInteroperabiliteit is het vermogen van organisaties (en hun processen en systemen) om effectief en efficiënt informatie te delen met hun omgeving, voor gebruik door met name de ontwerpers, bouwers en beheerders van ICT-voorzieningen.

Fysiek of technisch gegevensWeergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat. Het betreft hier alle vormen van gegevens, zowel data uit informatiesystemen als records en documenten, in alle vormen zoals gestructureerd als ongestructureerd- of datamodel

Specificeert de structuur en eigenschappen van de technologie waarin de informatie wordt vastgelegd of uitgewisseld. Dit is sterk afhankelijk van de gebruikte opslagtechnologie zoals een specifieke database of de servicetechnologie zoals XML, GML, SOAP, REST, (Geo)JSON, LinkedData e.d. Het kan tevens informatie bevatten over de manier waarop berichten ‘verpakt’ worden, het (internet)protocol en de logistiek van het berichtenverkeer. De technische specificaties worden over het algemeen zoveel als mogelijk gegenereerd uit het logisch informatiemodel. Deze specificaties worden opgesteld voor ‘machines’, te gebruiken door software-ontwikkelaars.

Registraties

Dit zijn systematische en meestal in een informatiesysteemEen samenhangend geheel van gegevensverzamelingen en de daarbij behorende personen, procedures, processen en programmatuur alsmede de voor het informatiesysteem getroffen voorzieningen voor opslag, verwerking en communicatie. opgeslagen beschrijvingen van instanties van concepten.Ze komen technisch voor op de vierde laag van het Vijflaagsmodel van de NORANederlandse Overheid Referentie Architectuur, de Applicatielaag, maar ze hebben ook een informatiekundige tegenhanger op de derde laag, de Informatielaag. Zo kan een bepaalde referentietabel voorkomen in een logisch of technisch informatiemodel én in een applicatie waarin de waarden van de tabel machine-raadpleegbaar beschikbaar zijn. Bij een concept als ‘Vreemdelingenrecht’ in de migratieketen bijvoorbeeld kan een lijst gegevenWeergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat worden van alle Europese en Nederlandse wetten en regelgeving die de omgang van de overheid met vreemdelingen reguleren. Dit zijn dan de instanties, de concrete verschijningsvormen, van het concept. In het onderwijsdomein komen vergelijkbare lijsten van opleidingen en eindtermen (instanties van de concepten 'Opleiding' en 'Eindterm') voor die een sterk conceptualiserende en structurerende functie hebben binnen het domein, bijvoorbeeld als metadata van leerobjecten. Zij hebben de technische vorm van een registratie maar fungeren in de praktijk min of meer als een logisch informatie- of gegevensmodel.

Analyse en invulling van het MIM om het bruikbaar te maken als gedeelde taal voor het beschrijven van gegevenswoordenboeken

Het MIM geeft een nadere invulling van de Informatielaag van het Vijflaagsmodel van de NORANederlandse Overheid Referentie Architectuur. Hoe moeten wij het metamodel van het MIM precies begrijpen als nadere invulling hiervan? In het metamodel worden vier concepten beschreven, die staan voor vier types modellen met hun eigen doel en functie. Drie daarvan, het conceptueel informatiemodel, het logisch informatie- of gegevensmodel en het fysiek of technisch gegevensWeergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat. Het betreft hier alle vormen van gegevens, zowel data uit informatiesystemen als records en documenten, in alle vormen zoals gestructureerd als ongestructureerd- of datamodel, weerspiegelen de praktijk van het werk van de informatiearchitect of -analist. Deze drie modellen horen dus functioneel bij elkaar. Men werkt top-down vanuit een abstractie van het domein naar de concrete werkelijkheid van het berichtenverkeer. Er kan ook bottom-up worden gewerkt, waarbij de concrete gegevensuitwisseling de basis vormt voor normaliserende abstracties. Vaak vinden ook allebei de bewegingen plaats, waarbij het helaas niet altijd zo is dat partijen elkaar halverwege vinden. De werelden van architecten enerzijds en ontwikkelaars anderzijds kunnen zeer gescheiden zijn.

Schematische weergave van de vier concepten uit het MIM (Metamodel voor informatiemodellen) in twee clusters (domeinonafhankelijk geordend en domeinafhankelijk geordend). In het eerste cluster staat het begrippenmodel. In het tweede staan van boven naar beneden Conceptueel informatiemodel, Logisch informatiemodel en Technisch model, telkens verbonden met het concept er boven en onder met dubbele pijlen heen en weer.
De vier concepten uit het MIM-model geordend in twee clusters.

Het vierde concept, het model van begrippen, heeft een andere functie. De beschrijving in het MIM geeft het concept van het begrippenmodel een heel pragmatische functie (‘mensen in een domein elkaar laten begrijpen’) en stelt: ‘De begrippen worden beschreven in een formele taal, een vocabulaire. Een vocabulaire is geen informatiemodel’. Deze beschrijving roept de vraag op wat hier precies wordt bedoeld met een vocabulaire in een formele taal, als dit niet een informatiemodel mag zijn. Het klinkt namelijk tegenstrijdig: een begrippenmodel moet wel een ordening kennen, maar deze ordening mag geen model zijn. Om deze tegenstrijdigheid op te lossen leggen we het MIM-concept begrippenmodel in abstracto uit als een domeinonafhankelijk geordende samenstelling van begrippen. Met domeinonafhankelijk bedoelen we: algemene informatiekundige vormen van structurering, zoals die van entiteiten in een hiërarchie, een taxonomie of ontologie of zelfs in een simpele alfabetische volgorde. Voor deze vormen van structurering zijn formele talen beschikbaar als SKOS.

Domeinonafhankelijke ordening staat tegenover domeinafhankelijke ordening, die aangetroffen wordt in conceptuele, logische en technische informatiemodellen. Daar is het immers de conceptuele structuur van het domein (entiteiten, processen, etc.) die de ordening van de begrippen in het model regeert. Een conceptueel informatiemodel kan met andere woorden precies dezelfde begrippen bevatten als een begrippenmodel, maar de manier van ordenen verschilt.

We kunnen dus stellen dat de vier concepten uit het MIM-model uit twee clusters bestaan, met verschillende functies.