Begrippenkader/voorstellen
- Onderdeel van
- Lijsten & Verwijzingen
- Contact
- NORA Beheer
- nora@ictu.nl
- Status
- Actueel
- Inhoud Lijsten & Verwijzingen
Onderstaand zijn de voorstellen voor begrippen om op te nemen in NORA's Begrippenkader. Deze hebben status 'concept'.
| Begrip | Definitie | Synoniem | Toelichting | Is onderdeel van | Is gerelateerd aan | Heeft bron |
|---|---|---|---|---|---|---|
| artefact | Een kunstmatig gecreëerd object. | artifact | In architectuur gaat het meestal om modellen en beschrijvingen die gebruikt worden om structuur, samenhang of functionaliteit van een systeem of organisatie inzichtelijk te maken. | |||
| attribuut | De representatie van een kenmerk dat is toegekend aan een informatieobject. | Het beschrijft een kenmerkende eigenschap die aan objecten en gebeurtenissen kan worden toegeschreven. Deze definitie onderscheidt zich bewust van het meer specifieke MIM-begrip "attribuutsoort" en biedt een bredere, meer algemene invulling.
Binnen het Begrippenkader Toegang fungeert attribuut als een generalisatie van het begrip "identiteitsgegeven". Dit betekent dat alle identiteitsgegevens per definitie attributen zijn, maar niet alle attributen hoeven identiteitsgegevens te zijn. Een identiteitsgegeven is dus een specifieke vorm van een attribuut die gebruikt wordt om een object uniek te identificeren. Het is belangrijk te benadrukken dat deze definitie van attribuut verschilt van hoe het begrip "gegeven" wordt gedefinieerd in de MIM-standaard (Metamodel Informatie Modellering). Terwijl MIM spreekt over getypeerde gegevens, hanteert dit begrippenkader een bredere definitie die niet per se een typering vereist. Deze bewuste keuze zorgt voor meer flexibiliteit in het gebruik van het begrip binnen verschillende contexten. | gegeven entiteit object Begrip:Id-ffccaac3-66d3-465f-9835-cf2613b18f6a | |||
| classificatie | Indeling in categorieën. | categorisatie rubricering | Bijvoorbeeld het verdelen van meldingen in categorieën op basis van de beslissingsroute (welk profiel beslist over de afhandeling), of op basis van de aard (functionaliteit, functioneren, software, infrastructuur, organisatie). | |||
| ketenproces | Een proces dat zodanig is beschreven dat de onderkende processtappen zich lenen voor uitvoering door verschillende entiteiten (ketenpartners). | Een ketenproces is qua procesbeschrijving gewoon een proces, dat wil zeggen een verzameling processtappen die wordt getriggerd om een beoogd resultaat te bereiken. Het onderscheid zit in het doel en perspectief van de beschrijving van een ketenproces. Het uitvoeren van handelingen in de processtappen en activiteiten van een proces is hier namelijk niet beperkt tot alleen interne teams van een organisatie. Vaak wordt er gebruikt gemaakt van de diensten van dienstverleners, die namens de ketenprocesverantwoordelijke organisatie met elkaar moeten samenwerken om het proces (beter) doorgang te laten vinden. Denk bij samenwerking bijvoorbeeld aan een gegevensuitwisseling tussen organisaties (entiteiten). Bijvoorbeeld in het onderwijs zal een dienstverlener die de leerlingadministratie levert ervoor zorgen dat de verantwoordelijke school in het kader van 'Toetsen' taken laat uitvoeren door een dienstverlener die een toetsapplicatie levert aan de school. De ketenprocesactiviteit waarin dit gebeurt is het "organiseren van de toetsafname".
Een ketenproces dient dus als een referentie waar (de onderdelen van) een samenwerking tussen betrokken entiteiten aan te relateren is. De betrokken entiteiten hoeven niet alleen organisaties te zijn: een natuurlijk persoon kan ook optreden als schakel in de keten. Meestal liggen er aan de ketensamenwerkingen ook afspraken tussen die entiteiten ten grondslag. Het hebben van een referentie op ketenprocesniveau waar die samenwerkingen aan gerelateerd zijn, verschaft dan inzicht in de vraag of voor overeenkomstige processen en/of processtappen vergelijkbare of elkaar overlappende afspraken aan de orde zijn. Bij het inrichten van een ketensamenwerking zal hier een nadere invulling aan gegeven worden. Met het bovenstaande zeggen we dat het proces zélf niet verandert als er sprake is van ketensamenwerkingen op onderdelen in het proces: het is nog hetzelfde proces, maar er is in de beschrijving voorgesorteerd op practices waarbij meerdere entiteiten betrokken zijn. Het gaat hierbij (nog) niet om een procedure: de uitvoerders zijn nog niet aan de stappen, activiteiten of handelingen van het ketenproces toegekend. In de praktijk bevat een ketenproces meestal verbijzonderingen naar een praktijksituatie: het gaat bijvoorbeeld over specifieke onderwijssituaties, of over specifieke situaties bij het verstrekken van uitkeringen of over handelingen in een waterschap. Daarmee is de ketenprocesbeschrijving een gegeneraliseerde beschrijving van een practice. De betrokken dienstverleners moeten ervoor zorgen dat zij een ketensamenwerking vertalen naar activiteiten en handelingen die aan hun kant nodig zijn om de samenwerking goed te laten verlopen teneinde het ketenproces door te laten lopen. Binnen elke afzonderlijke entiteit in de keten is er dan sprake van dienstverlening en elke entiteit heeft daarvoor haar eigen managementsysteem voor het organiseren en uitvoeren van de vereiste handelingen in de context van dat ketenproces. Het NORA Basisconcept van Dienstverlening (bcDV) beschrijft het generieke managementsysteem voor elk van die entiteiten, voor een optimale organisatorische interoperabiliteit. Daarin beschrijft het bcDV hoe alle ketenprocessen afgeleiden zijn van slechts vijf generieke processen. Hetzelfde geldt voor de workflows die uit deze (keten)processen kunnen worden samengesteld. Een ketenproces kan in die zin ook de gedaante aannemen van een ketenworkflow. NB: een ketenproces is niet hetzelfde als een procesketen. Een procesketen is aan de orde zodra meerdere (verschillende) processen benodigd zijn om de gevraagde dienst aan een externe klant te kunnen leveren. Procesketens kunnen zowel geheel binnen een organisatie worden ingericht of door processen van meerdere entiteiten aan elkaar te schakelen. Het basisconcept van Dienstverlening definieert daarvoor acht generieke workflows, waarin de verschillende processen uit het dienstverleningsprocesmodel worden gecombineerd tot logische, klantgerichte waardestromen. | ||||
| toepassingsgebied | De functioneel inhoudelijke afbakening van bepaalde artefacten. | functioneel toepassingsgebied | Voor het toepassingsgebied geldt dat bepaalde artefacten, zoals concepten, modellen, standaarden, processen, voorzieningen of regelgeving daaraan te relateren zijn. Een toepassingsgebied is functioneel van aard. Een toepassingsgebied is niet hetzelfde als een werkingsgebied. | werkingsgebied |
Laatst aangepaste begrippen[bewerken]
| Begrip | Definitie | Synoniem | Toelichting | Is gerelateerd aan | Heeft bron | Status actualiteit | Wijzigingsdatum |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| verantwoordelijkheid | De plicht of verplichting om bepaalde taken uit te voeren en daarover verantwoording af te leggen. | Verantwoordelijkheid kan alleen toegekend worden aan een entiteit.
Verantwoordelijkheid impliceert een streven naar het bereiken van beoogde resultaten met zorg en integriteit en het besef van de gevolgen van handelen en functioneren. Verantwoordelijkheid kan gepaard gaan met aansprakelijkheid als de entiteit die verantwoordelijk is ook de consequenties van de uitvoering ondergaat. Verantwoordelijkheid kan gedelegeerd worden, eindverantwoordelijkheid niet. Verantwoordelijkheid is een begrip dat wordt gehanteerd in een RACI-matrix. Deze matrix beschrijft de relaties tussen profielen van entiteiten en de aan die profielen toegewezen taken. Deze relaties kunnen daarbij met het begrip 'verantwoordelijk' (de 'R' van responsible) worden gespecificeerd, maar ook met de 'A' van accountable (eindverantwoordelijk). | Https://taaladvies.net/verantwoording-of-verantwoordelijkheid | Actueel | 26 september 2025 04:54:44 | ||
| stelsel | Een systeem waarbinnen organisaties via afspraken, standaarden en/of voorzieningen samenwerken om bepaalde functionaliteit te realiseren. | Een stelsel is een samenhangend systeem waarin meerdere entiteiten via gezamenlijk overeengekomen afspraken, standaarden en/of gedeelde voorzieningen samenwerken om specifieke functionaliteiten of doelen te realiseren. Dit systeem biedt een structuur waarin deelnemers efficiënt en effectief kunnen samenwerken, terwijl tegelijkertijd uniformiteit en betrouwbaarheid worden gewaarborgd. Die deelnemers kunnen zowel organisaties als personen zijn.
In de context van publieke dienstverlening of informatievoorziening kan een stelsel bijvoorbeeld verwijzen naar een netwerk van systemen en processen die zorgen voor gegevensuitwisseling, zoals het Stelsel van Basisregistraties in Nederland. Binnen zo’n stelsel worden afspraken vastgelegd over dataformaten, beveiliging en governance, en worden gedeelde voorzieningen ingericht om integratie en interoperabiliteit mogelijk te maken. De kracht van een stelsel ligt in de gezamenlijke aanpak: door afspraken en standaarden te hanteren, wordt fragmentatie voorkomen, en kunnen organisaties (entiteiten) gezamenlijke doelstellingen behalen. Tegelijkertijd biedt een stelsel ruimte voor flexibiliteit en innovatie binnen de gestelde kaders. | Actueel | 26 september 2025 04:54:40 | |||
| strategie | Het plan waarmee een entiteit haar missie wil bereiken. | Voor de realisatie van haar missie kiest de organisatie een strategie waarmee de organisatie een concrete doelstelling wil bereiken. Die doelstelling kan met een serie concrete doelen worden gerealiseerd.
Een strategie bevat de lange-termijndoelen en de overkoepelende benadering die gevolgd wordt om deze doelen te realiseren. Een strategie is vaak breed en kan zowel gericht zijn op het behalen van grote, abstracte doelstellingen als op het aansteken van een transformatieproces binnen een entiteit. Ook een natuurlijk persoon kan een strategie hanteren. Zie ook kernwaarde, missie, en visie. Een strategisch plan wordt geconcretiseerd in een bijbehorende tactiek en gerealiseerd in de daarbij horende operatie. Iets is dus strategisch als het betrekking heeft op de ontwikkeling of bepaling van het overkoepelende plan waarmee een entiteit haar missie wil bereiken, en verband houdt met het vaststellen van de richting, keuzes en doelstellingen van de entiteit. Een analogie die in dit verband gangbaar is, is richten-inrichten-verrichten, waarbij strategie betrekking heeft op het 'richten'. | doel | Actueel | 26 september 2025 04:54:40 | ||
| programmatuur | Het geheel van digitale gegevens en instructies die een computer gebruikt om taken uit te voeren. | software | Deze programmatuur betreft zowel gebruikers- als systeemprogrammatuur. | Https://www.begrippenxl.nl/archixl/nl/page/Software | Actueel | 26 september 2025 04:54:36 | |
| profiel | Een verzameling van specificerende kenmerken. | rol functie | Een profiel kan betrekking hebben op zeer verschillende subjecten. Het NORA Basisconcept van Dienstverlening gebruikt het begrip 'profiel' voor de kenmerken van een medewerker van een organisatie: iedere medewerker heeft een profiel, waarin is vastgelegd welke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden die medewerker heeft. Ook een entiteit in de vorm van een team of een gehele organisatie kan een profiel hebben.
Zo'n profiel wordt ook wel ingevuld met een 'rol' of met een 'functie', of met een combinatie van beide. Het begrip 'rol' wordt veelal gehanteerd wanneer er sprake is van een profiel dat een entiteit ('medewerker') tijdelijk op zich neemt. Zo'n 'rol' kan dan afwisselend door verschillende entiteiten worden vervuld. Het begrip 'functie' wordt veelal gehanteerd als er sprake is van een statischer takenpakket dat aan een entiteit is toegekend. Ook bij een functie horen dan - op basis van dat takenpakket - bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Over die begrippen 'rol' en 'functie' bestaan veel meningen, misverstanden en conflicten. Uiteindelijk is er slechts één ding van belang, en dat is dat een organisatie van iedere medewerker weet welke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden die medewerker heeft m.b.t. de te leveren prestatie van die organisatie. Voor dat doel hanteren we nu het begrip 'profiel'. Het begrip 'functie' (in de zin van job, aanstelling, betrekking, ambt, positie) wordt niet ondersteund door het NORA begrippenkader: 'functie' is hier alleen gebruikt in de context van 'functionaliteit'. Het profiel kan worden aangevuld met de vaardigheid en kennis die nodig is voor het uitvoeren ván de betrokken taken. Net zoals functies konden worden gemodelleerd in een 'functiehuis' (en rollen in een 'rollenhuis'), kunnen we nu een gestructureerde beschrijving van alle profielen opnemen in het 'profielenhuis'. In een RACI- of RASCI-model leggen we dan de relaties vast tussen profielen en handelingen (of groeperingen daarvan in de vorm van taken). Hoe die profielen dan eventueel zijn opgebouwd uit 'rollen' of andere takenpakketten is voor die relatie dan van ondergeschikt belang. Voorbeelden van profielen van andere subjecten (dan 'medewerkers'): Gebruikersprofiel: Een set van gegevens die de identiteit, voorkeuren en toegangsrechten van een gebruiker in een systeem beschrijft. Voorbeeld: Een Windows-gebruikersprofiel met instellingen zoals bureaubladachtergrond, snelkoppelingen en toegangsmachtigingen. Systeemprofiel: Een configuratiebestand of dataset die de instellingen en parameters van een systeem of applicatie specificeert. Voorbeeld: Een netwerkprofiel dat instellingen bevat zoals IP-configuratie, DNS-servers en beveiligingsprotocollen. Toegangsprofiel: Een set toegangsrechten en rollen die bepalen wat een gebruiker of proces mag doen binnen een systeem. Voorbeeld: Een rolgebaseerd toegangsprofiel binnen een CRM-systeem dat een verkoopmedewerker toegang geeft tot klantgegevens maar geen administratieve rechten verleent. API-profiel: Een gedocumenteerde set van API-methoden, datamodellen en toegangsprotocollen die een specifieke interface voor ontwikkeling beschrijven. Voorbeeld: Een REST API-profiel dat endpoints en queryparameters definieert. | natuurlijk persoon organisatie | Https://usmwiki.com/index.php/Profile/nl | Actueel | 26 september 2025 04:54:35 |
| proces | Een verzameling processtappen die wordt getriggerd om een beoogd resultaat te bereiken. | bedrijfsproces | Elk proces wordt getriggerd door een aanvrager: een burger of bedrijf, of verderop in de keten: een overheidsorganisatie of een andere organisatie. Elk proces leidt tot een voor de aanvrager betekenisvol resultaat. Op elk proces wordt toezicht uitgeoefend om ervoor te zorgen dat het proces het beoogde resultaat daadwerkelijk voor die aanvrager realiseert.
Omdat het hier in alle gevallen om (overheids)dienstverlening gaat, hanteert de NORA één generiek procesmodel voor al die dienstverlening, met generieke processen: als dienstverlener doe je immers overal hetzelfde: diensten verlenen. Het NORA Basisconcept van Dienstverlening specificeert vier processen die vanuit de afnemer/gebruiker (het burgerperspectief, of het afnemerperspectief verderop in de keten) van belang zijn: Wijzigen, Herstellen, Afspreken, en Uitvoeren. Een vijfde proces, Verbeteren, werkt vanuit het perspectief van een andere stakeholder: de interne dienstverlenersorganisatie die voortdurend naar verbetering streeft. Voor dat proces is de afnemer ván de dienstverlener alleen indirect een stakeholder. Ook een organisatie van één persoon kent processen. De 'interne' uitvoerder in de bijbehorende procedure is dan altijd die ene persoon, tenzij de uitvoering is uitbesteed aan externe uitvoerders. Op basis van deze generieke processen - die alleen de handelingen (het 'wat') beschrijven - kan elke organisatie haar eigen uitvoerders van de betrokken handelingen bepalen, waardoor een werkwijze van het type procedure ontstaat (lokaal). Elke organisatie kan vervolgens aan die procedure ook haar eigen technische uitvoeringsvoorschriften en te gebruiken hulpmiddelen toevoegen, waarmee dan de (lokale) werkwijzen van het type werkinstructie ontstaan. Met deze vijf processen en acht werkstromen kunnen op die manier alle werkwijzen van alle vormen van (overheids)dienstverlening worden gespecificeerd. NB: In de spreektaal wordt het begrip 'proces' vaak gehanteerd voor praktische werkwijzen van het type procedure of werkinstructie. Hoewel dat slechts semantisch van belang lijkt, kan dit verstrekkende gevolgen hebben als daarbij verzuimd wordt deze praktische werkwijzen af te leiden van de gemeenschappelijke logische grondslag die - in de vorm processen - voor deze praktische werkwijzen geldt. Het NORA Basisconcept van Dienstverlening specificeert hoe alle praktische werkwijzen van een dienstverlener kunnen worden afgeleid van één gemeenschappelijk (zuiver) procesmodel. | natuurlijk persoon hulpmiddel | Https://www.noraonline.nl/wiki/De bouwblokken van het managementsysteem | Actueel | 26 september 2025 04:54:33 |
| procesmodel | Model dat de processen en hun onderlinge samenhang specificeert. | Een integraal procesmodel omvat alle handelingen die de organisatie (entiteit) uitvoert. In een geïntegreerd procesmodel sturen de componenten van het procesmodel elkaar aan. Hoe meer het procesmodel is geïntegreerd, hoe minder vaak dezelfde handelingen in het procesmodel voorkomen. Het beperken van die redundantie bevordert de efficiëntie van de uit dat procesmodel af te leiden werkwijzen. In een maximaal efficiënt procesmodel komt geen redundantie van handelingen meer voor.
Het NORA Basisconcept van Dienstverlening specificeert een generiek procesmodel voor een dienstverlener, waarin die non-redundantie volledig is doorgevoerd. Daarmee is het maximaal efficiënte procesmodel voor een dienstverlener gespecificeerd. In dat procesmodel komen nog slechts acht mogelijke workflows (werkstromen) voor waarmee de dienstverlener alle dienstverleningsactiviteiten kan organiseren. Ook een organisatie van één persoon kent processen en dus een procesmodel. | Https://www.noraonline.nl/wiki/USM Procesmodel inclusief Werkstromen | Actueel | 26 september 2025 04:54:33 | ||
| object | Een onderscheidbaar iets in het beschouwde domein. | Objecten kunnen gedrag vertonen (entiteiten), functies hebben (apparaten), of passief zijn. | Https://docs.geostandaarden.nl/mim/mim/ | Actueel | 26 september 2025 04:54:28 | ||
| ondersteuning | De hulp die de afnemer ontvangt van de dienstverlener bij het benutten van de dienst. | support | De dienst van een dienstverlener is een ondersteunde voorziening. De afspraak over die dienst wordt gemaakt door de opdrachtgever van de afnemerorganisatie. De gebruiker van de afnemer maakt vervolgens gebruik van de voorziening die in de dienst beschikbaar wordt gesteld. Bij een afnemer in de vorm van één mens vallen de profielen opdrachtgever en gebruiker samen.
Met de dienst ontvangt de afnemer de overeengekomen voorziening, alsmede de ondersteuning die vereist/gewenst is om die voorziening te laten functioneren zoals afgesproken. Het Basisconcept van Dienstverlening maakt onderscheid naar vier verschillende soorten ondersteuning: Afspreken, Wijzigen, Herstellen, en Uitvoeren. Elke soort ondersteuning wordt getriggerd door het bijbehorende interactietype Wens, Wijzigingsverzoek, Storingsmelding, en Service request. De dienstverlener levert die ondersteuning door middel van de werkwijzen van die dienstverlener. Een apparaat kan geen afnemer zijn van een dienst en kan dus geen ondersteuning ontvangen: apparaten hebben hooguit een technologische koppeling met andere apparaten. Afnemers zijn altijd entiteiten, dus het zijn die entiteiten die de ondersteuning van de dienstverlener ontvangen. Elke dienst is ondersteunend aan de werkzaamheden van de afnemer, of met andere woorden facilitair. Het begrip 'facilitaire diensten' wordt echter vooral gehanteerd voor interne, secundaire diensten, terwijl ook de externe, primaire diensten ondersteunend en dus facilitair zijn voor de afnemer daarvan. In organisatorische zin wordt vaak een drielagenmodel gehanteerd, met: eerstelijnsondersteuning - de ondersteuning die plaats vindt door de eerste behandelaar waarmee de aanvrager contact krijgt (ook wel front-office genoemd) tweedelijnsondersteuning - de ondersteuning die plaats vindt als die eerstelijns afhandelaar het ondersteuningsverzoek niet kan, mag, of wil uitvoeren, en de afhandeling overdraagt aan een tweede lijn (ook wel back-office genoemd). derdelijnsondersteuning - de ondersteuning die plaats vindt als die tweedelijns behandelaar het ondersteuningsverzoek niet kan, mag, of wil uitvoeren, en de afhandeling overdraagt aan een derde lijn (bijvoorbeeld een specialistengroep of een toeleverancier). | dienst | Https://www.noraonline.nl/wiki/De bouwblokken van de dienst | Actueel | 26 september 2025 04:54:28 |
| natuurlijk persoon | Een individueel menselijk wezen dat dood of levend kan zijn maar niet denkbeeldig. | persoon mens | Volgens artikel 6 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens heeft ieder mens het fundamentele mensenrecht om als (natuurlijk) persoon erkend te worden; een staat mag dus geen onderscheid maken tussen menselijke individuen in het al of niet toekennen van de juridische status van natuurlijk persoon. Zie Natuurlijk persoon - Wikipedia | profiel persoonsgegeven | EUCoreVocabularyPerson | Actueel | 26 september 2025 04:54:27 |
| middel | Datgene wat je aanwendt om een doel te bereiken. | resource bedrijfsmiddel | Elke organisatie (entiteit) bestaat uit "mensen die dingen doen met spullen". Elke organisatie en elk team binnen een organisatie is een dienstverlener en "doet" haar "dingen" dus voor een andere entiteit. De essentiële middelen van de organisatie omvatten de essentiële middelen die in de bedrijfsvoering van die organisatie of dat team worden ingezet. Die essentiële middelen omvatten de mensen die bij de uitvoering zijn betrokken, de dingen die zij doen (geordend in logische workflows en praktische werkwijzen), en de (interne) hulpmiddelen die zij daarbij inzetten.
Hetzelfde geldt voor een organisatie van één persoon. Het productvan een dienstverlener is een dienst. De diensten die de organisatie levert zijn dus de producten van die organisatie. De hulpmiddelen die de organisatie daarbij inzet vallen niet onder diensten, omdat deze hulpmiddelen alleen worden ingezet bij de productie en levering ván die diensten en niet als een voorziening aan de afnemer beschikbaar worden gesteld. In een keten kunnen de voorzieningen die onderdeel zijn van een dienst voor de afnemer daarvan weer de rol van hulpmiddel spelen in de dienstverlening van die afnemer aan de entiteit die de daaropvolgende schakel in de keten is. | Https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/middel | Actueel | 26 september 2025 04:54:26 | |
| managen | Het organiseren van taken om doelen effectief en efficiënt te bereiken. | Managen houdt zich bezig met het maken van afspraken over de coördinatie en uitvoering van werkzaamheden,en het scheppen van de daarvoor noodzakelijke randvoorwaarden. Coördineren heeft dan betrekking op het aansturen van de overeengekomen uitvoering ten behoeve van de doelen.
Er is dus een verschil tussen managen en coördineren, en dientengevolge ook tussen manager en coördinator. Het profieltype 'manager' kent twee subtypes: procesmanager en lijnmanager. De procesmanager houdt zich bezig met het managen vanuit het perspectief 'proces', en de lijnmanager houdt zich bezig met managen vanuit het perspectief 'lijn' (hiërarchische teamsamenstellingen). Voorbeeld van een procesmanager: Procesmanager 'Herstellen' Voorbeeld van een lijnmanager: Directeur Gemeentezaken Het begrip 'manager' lijkt een hoger gewaardeerd begrip in een profielomschrijving te zijn dan 'coördinator', waardoor de kwalificatie 'managen' nogal eens wordt gehanteerd voor zaken die niet onder 'managen' vallen maar onder 'coördineren', of wellicht zelfs onder 'uitvoeren'. | coördineren | Https://usmwiki.com/index.php/Manage/nl | Actueel | 26 september 2025 04:54:24 | |
| ketenproces | Een proces dat zodanig is beschreven dat de onderkende processtappen zich lenen voor uitvoering door verschillende entiteiten (ketenpartners). | Een ketenproces is qua procesbeschrijving gewoon een proces, dat wil zeggen een verzameling processtappen die wordt getriggerd om een beoogd resultaat te bereiken. Het onderscheid zit in het doel en perspectief van de beschrijving van een ketenproces. Het uitvoeren van handelingen in de processtappen en activiteiten van een proces is hier namelijk niet beperkt tot alleen interne teams van een organisatie. Vaak wordt er gebruikt gemaakt van de diensten van dienstverleners, die namens de ketenprocesverantwoordelijke organisatie met elkaar moeten samenwerken om het proces (beter) doorgang te laten vinden. Denk bij samenwerking bijvoorbeeld aan een gegevensuitwisseling tussen organisaties (entiteiten). Bijvoorbeeld in het onderwijs zal een dienstverlener die de leerlingadministratie levert ervoor zorgen dat de verantwoordelijke school in het kader van 'Toetsen' taken laat uitvoeren door een dienstverlener die een toetsapplicatie levert aan de school. De ketenprocesactiviteit waarin dit gebeurt is het "organiseren van de toetsafname".
Een ketenproces dient dus als een referentie waar (de onderdelen van) een samenwerking tussen betrokken entiteiten aan te relateren is. De betrokken entiteiten hoeven niet alleen organisaties te zijn: een natuurlijk persoon kan ook optreden als schakel in de keten. Meestal liggen er aan de ketensamenwerkingen ook afspraken tussen die entiteiten ten grondslag. Het hebben van een referentie op ketenprocesniveau waar die samenwerkingen aan gerelateerd zijn, verschaft dan inzicht in de vraag of voor overeenkomstige processen en/of processtappen vergelijkbare of elkaar overlappende afspraken aan de orde zijn. Bij het inrichten van een ketensamenwerking zal hier een nadere invulling aan gegeven worden. Met het bovenstaande zeggen we dat het proces zélf niet verandert als er sprake is van ketensamenwerkingen op onderdelen in het proces: het is nog hetzelfde proces, maar er is in de beschrijving voorgesorteerd op practices waarbij meerdere entiteiten betrokken zijn. Het gaat hierbij (nog) niet om een procedure: de uitvoerders zijn nog niet aan de stappen, activiteiten of handelingen van het ketenproces toegekend. In de praktijk bevat een ketenproces meestal verbijzonderingen naar een praktijksituatie: het gaat bijvoorbeeld over specifieke onderwijssituaties, of over specifieke situaties bij het verstrekken van uitkeringen of over handelingen in een waterschap. Daarmee is de ketenprocesbeschrijving een gegeneraliseerde beschrijving van een practice. De betrokken dienstverleners moeten ervoor zorgen dat zij een ketensamenwerking vertalen naar activiteiten en handelingen die aan hun kant nodig zijn om de samenwerking goed te laten verlopen teneinde het ketenproces door te laten lopen. Binnen elke afzonderlijke entiteit in de keten is er dan sprake van dienstverlening en elke entiteit heeft daarvoor haar eigen managementsysteem voor het organiseren en uitvoeren van de vereiste handelingen in de context van dat ketenproces. Het NORA Basisconcept van Dienstverlening (bcDV) beschrijft het generieke managementsysteem voor elk van die entiteiten, voor een optimale organisatorische interoperabiliteit. Daarin beschrijft het bcDV hoe alle ketenprocessen afgeleiden zijn van slechts vijf generieke processen. Hetzelfde geldt voor de workflows die uit deze (keten)processen kunnen worden samengesteld. Een ketenproces kan in die zin ook de gedaante aannemen van een ketenworkflow. NB: een ketenproces is niet hetzelfde als een procesketen. Een procesketen is aan de orde zodra meerdere (verschillende) processen benodigd zijn om de gevraagde dienst aan een externe klant te kunnen leveren. Procesketens kunnen zowel geheel binnen een organisatie worden ingericht of door processen van meerdere entiteiten aan elkaar te schakelen. Het basisconcept van Dienstverlening definieert daarvoor acht generieke workflows, waarin de verschillende processen uit het dienstverleningsprocesmodel worden gecombineerd tot logische, klantgerichte waardestromen. | Concept | 26 september 2025 04:54:23 | |||
| identiteit | Een verzameling van kenmerkende eigenschappen van een object. | We spreken in de context van toegang vooral over identiteiten van natuurlijk personen. Entiteiten en apparaten met een bepaalde identiteit krijgt dan toegang tot een bepaalde dienst, of het verantwoorden over verleende toegang door een dienst. Het is echter ook mogelijk om in meer algemene zin over identiteiten van objecten te spreken. Dan kan bijvoorbeeld een tafel ook een identiteit hebben. Dan hebben we het bijvoorbeeld over kenmerkende eigenschappen zoals de kleur, het aantal poten en mogelijk een serienummer dat deze tafel heeft. | object | Actueel | 26 september 2025 04:54:19 | ||
| goed | Iets dat bij overdracht een waarde vertegenwoordigt. | goederen | Een goed kan tastbaar (fysiek, bijv. een computer) en ontastbaar (non-fysiek, bijv. een applicatie) zijn.
Een goed kan gebruikt worden waarna het beschikbaar is voor hergebruik, maar een goed kan ook consumeerbaar zijn, waarna het niet meer in dezelfde vorm hergebruikt kan worden. Van een goed kan het eigendom overgedragen worden, maar het eigendom kan ook blijven bij de entiteit die het goed beschikbaar stelt en laat gebruiken door de gebruiker. Handelingen kunnen wel een waarde vertegenwoordigen, maar ze kunnen niet overgedragen worden. Goederen vormen samen met handelingen de voorziening in een dienst. | Https://www.noraonline.nl/wiki/De bouwblokken van de dienst | Actueel | 26 september 2025 04:54:17 | |
| gebruiker | Een natuurlijke persoon die iets gebruikt. | Een afnemer in de vorm van een organisatie kan gebruikers hebben en autoriseren voor het gebruik van een dienst.
In de situatie van een 'éénpersoonsorganisatie' zijn afnemer en gebruiker één en dezelfde natuurlijke persoon. Een organisatie kan niet een gebruiker zijn: de handelingen waarbij gebruik wordt gemaakt van een voorziening worden altijd uitgevoerd door een natuurlijke persoon. | dienst | Https://nl.wikipedia.org/wiki/Gebruiker | Actueel | 26 september 2025 04:54:16 | |
| functie | De beoogde werking van iets. | functionaliteit werking | In de context van architectuurmodellering spreken we ook wel over bedrijfsfuncties, applicatiefuncties of infrastructuurfuncties.
Een dienst (ondersteunde voorziening) wordt vanuit het perspectief van de afnemer c.q. de gebruiker beoordeeld in termen van functie ("Wat kan ik er mee?") en functioneren ("Hoe goed levert de dienst de overeengekomen functie?"). Dit geldt zowel voor de voorziening als voor de ondersteuning ván die voorziening. Over die twee zaken dienen in de afspraak over de dienstverlening dus concrete besluiten worden genomen. In ketens van dienstverleners dienen de onderlinge afspraken elkaar te dekken. Daarvoor is het nuttig een vergelijkbaar formaat te hanteren voor die afspraak. De indeling in functie en functioneren van zowel de voorzieningen als de ondersteuning daarvan is daarbij de aanbevolen structuur, die verder wordt toegelicht in het NORA Basisconcept van Dienstverlening. Een generieke functie is een algemeen voorkomende vorm van een functie. Een capability kan worden gespecificeerd in termen van functies. Het begrip functie wordt niet gebruikt in de context van een aanstelling of positie van een individu: daarvoor wordt het begrip profiel gehanteerd. Denk hierbij ook aan een gegevensdienst, een verzameling operaties die toegang bieden tot een of meer datasets of gegevensverwerkingsfuncties. Met een gegevensdienst of dataservice kan men toegang krijgen tot (een selectie of bewerking van) gegevens van een of meer datasets, speciaal bedoeld voor geautomatiseerde koppelingen tussen systemen. Voorbeelden zijn API- of WMS services. | Begrip:Id-ffccaac3-66d3-465f-9835-cf2613b18f6a | Https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/functie | Actueel | 26 september 2025 04:54:14 |
| entiteit | Een object dat gedrag kan vertonen. | partij | Er zijn meerdere soorten entiteiten, waaronder natuurlijk persoon en niet-natuurlijk persoon. Bij een entiteit kan een identiteit behoren. Entiteiten hebben een wilsbeschikking en kunnen daarmee gedrag vertonen in tegenstelling tot apparaten die functionaliteit hebben. | identiteit | Https://www.noraonline.nl/wiki/Expertgroep IAM | Actueel | 26 september 2025 04:54:14 |
| dienst | Een ondersteunde voorziening. | service | Een dienst is een voorziening die door een dienstverlener beschikbaar wordt gesteld aan een afnemer c.q. zijn gebruikers, en die door die dienstverlener wordt ondersteund als de afnemer c.q. zijn gebruiker de voorziening gebruikt.
Het NORA Basisconcept van Dienstverlening beschrijft de ondersteuning vanuit het perspectief van de burger, en definieert daarvoor de vier reactieve processen waarmee de dienstverlener die ondersteuning uitvoert: Afspreken, Wijzigen, Herstellen en Uitvoeren. Die vier processen zijn van toepassing op alle diensten. De voorzieningen in de diensten zijn buitengewoon variabel: daaronder vallen alle zaken die aan de burger beschikbaar worden gesteld in het kader van de dienstverlening. Dat varieert van openbaar vervoer tot aan inkomensvoorzieningen, van openbaar groen tot geestelijke hulpverlening en van onderwijs tot aan afvalverwerking en verkeerstoezicht. Alle diensten, en dus ook alle voorzieningen en ondersteuningsvormen, worden vanuit de burger beoordeeld in termen van functie (wat kan ik er mee?) en functioneren (hoe goed werkt het?). Het Basisconcept van Dienstverlening specificeert hiermee niet alleen de eerstelijnsrelatie tussen de burger en een overheidsorganisatie, maar ook de relaties tussen de samenwerkende overheidsorganisaties áchter die eerstelijnsorganisatie. Voor elke dienstverleningsrelatie tussen twee van die organisaties geldt dezelfde definitie van een dienst. Zie ook de uitleg in de video "Wat is nu eigenlijk een dienst?. | Actueel | 26 september 2025 04:54:10 | ||
| capability | Dat wat een systeem kan presteren. | vermogen generieke functie | In de NORA gebruiken we capability in relatie tot een entiteit.
Capabilities worden vooral gebruikt om te beschrijven wat organisaties kunnen of zouden moeten kunnen. Daarmee zijn capabilities alternatieve ordeningen van zaken die al op andere manieren worden beschreven in begrippen zoals proces, processtap, activiteit, handeling, procedure, werkinstructie, werkwijze, of bedrijfsfunctie. Het specificeren van capabilities heeft vooral nut bij het analyseren van de prestaties van organisaties. Capabilities veranderen echter niets aan die praktijk: de prestaties van een organisatie worden nog steeds voortgebracht door mensen die dingen doen met spullen, om daarmee diensten voor afnemers te leveren. Capability heeft geen betrekking op wat een technologisch systeem (bv computer, netwerk) kan presteren; dat noemen we functionaliteit. | Actueel | 26 september 2025 04:54:08 | ||
| bevoegdheid | Het bezitten van toestemming om een handeling te mogen verrichten. | Een bevoegdheid kan alleen aan een entiteit worden toegekend. Apparaten kunnen geen bevoegdheid bezitten. Een bevoegdheid kan al dan niet in naam van een andere entiteit worden verkregen. Een bevoegde entiteit kan bij het uitoefenen van bevoegdheden gebruik maken van apparaten. | gegeven artefact entiteit voorziening | NORAExpertgroepIAM | Actueel | 26 september 2025 04:54:06 | |
| architectuur | De fundamentele concepten en eigenschappen van een object in zijn omgeving, samen met de leidende principes voor de realisatie en evolutie in de levenscyclus van dat object. | Er zijn verschillende typen architecturen deze worden nader toegelicht op: https://www.noraonline.nl/wiki/Typen_architecturen_in_NORA-familie In de engelse versie wordt gesproken over entity. Dat is in deze definitie vertaald in object, dat hiermee overeenkomt. Zie de definities van object en entiteit. | ISO/IEC/IEEE42010:2022 | Actueel | 26 september 2025 04:54:02 | ||
| afnemer | Een entiteit die iets afneemt van een andere entiteit. | Een afnemer in de context van dienstverlening is een mens of organisatie die een dienst afneemt van een ander mens of een andere organisatie in de rol van dienstverlener. Afnemers van overheidsdiensten kunnen in verschillende gedaanten voorkomen, denk aan burger, bedrijf, onderneming, ondernemer, stichting, inwoner, staatsburger, of ingezetene.
De afnemer kent de rollen 'opdrachtgever' en 'gebruiker'. De 'opdrachtgever' maakt de afspraken met de dienstverlener over het leveren van de dienst. De (eventuele) medewerkers van die afnemer kunnen dan worden geautoriseerd als de 'gebruikers' van de dienst. Wie de rol van opdrachtgever heeft kan zelf ook een gebruiker zijn. Een lid van de Gemeenteraad kan zélf - als burger in die gemeente - weer een gebruiker zijn van de gemeentelijke verordeningen die in die gemeente zijn overeengekomen. Een afnemer kan ook één mens zijn (bijvoorbeeld 'burger' of 'zzp'), die dan zowel opdrachtgever als (de enige) gebruiker is. De burger is hier dus een afnemer in de vorm van een mens. In ons democratisch bestel worden burgers bij het maken van afspraken over algemeen geldende dienstverlening vertegenwoordigd door de verschillende lagen van de volksvertegenwoordiging. Zo maken de Tweede Kamer en de Eerste Kamer samen de afspraken die als 'wet' worden gekwalificeerd. Dat doen zij in de rol van opdrachtgever, namens de burgers die zij daarbij vertegenwoordigen. In de overheidsdienstverlening aan burgers treden de verschillende vormen van de volksvertegenwoordiging (Gemeenteraad, College van Provinciale Staten, Eerste en Tweede Kamer, Waterschapsbestuur) dus op in de rol van opdrachtgevers die de burgers impliciet autoriseren voor het gebruik van de overeengekomen dienst, volgens de daarin vastgelegde afspraken. Bij een apparaat-apparaat koppeling ligt dit anders. Een apparaat kan iets ontvangen ('afnemen') van een ander apparaat, maar dat is een technologische koppeling (functie, functionaliteit). Dat apparaat is daarmee niet een afnemer in de context van dienstverlening. Deze technologische koppeling kan wél onderdeel zijn van een dienst die door een entiteit wordt verleend aan een andere entiteit. | dienst dienstverlener | Actueel | 26 september 2025 04:54:00 | ||
| workflow | Een reeks opeenvolgende handelingen in het procesmodel van een organisatie, waarmee een dienstverleningsverzoek van begin tot eind wordt afgehandeld. | werkstroom | Een workflow is een werkwijze die uitsluitend bestaat uit de handelingen die in de scope van die workflow aan bod komen.
De workflow specificeert dus niet de uitvoerder van die handelingen, en is dus geen procedure. De workflow specificeert ook niet de technische instructies van die uitvoerder van die handelingen, en is dus geen werkinstructie. In een geïntegreerd procesmodel bestaat een workflow uit een reeks procescomponenten, bestaande uit (alleen) handelingen, die in een logische samenhang het beoogde resultaat aan de aanvrager opleveren. Een melding van een afnemer is dan een trigger die zo'n workflow initieert, waarmee een logisch voorspelbaar patroon van handelingen in het procesmodel wordt gevolgd. Voegen we aan die workflow dan per handeling de uitvoerder toe, dan resulteert de procedure voor die workflow. Voegen we aan die procedure vervolgens ook de technische voorschriften en hulpmiddelen voor die uitvoering toe, dan resulteert de werkinstructie voor die workflow. Het geheel geïntegreerde procesmodel van het NORA Basisconcept van Dienstverlening onderkent slechts acht workflows waarmee elk verzoek van een aanvrager kan worden gerealiseerd. Deze workflows vormen de architectuurpatronen voor alle werkwijzen van de organisatie. Elke organisatie is in staat om al haar werkwijzen vanuit die acht patronen te ontwikkelen, waarmee de organisatorische interoperabiliteit in een organisatie of netwerk wordt geleverd. Een workflow, een waardestroom, en een klantreis beschrijven alle drie de end-to-end stroom van het werk dat bij een dienstverleningsprestatie is inbegrepen, maar vanuit verschillende perspectieven en met verschillende diepgang. De workflow specificeert alleen de handelingen. De detaillering daarvan vindt plaats in de vorm van de procedure en de werkinstructie. De waardestroom specificeert alle handelingen die door alle betrokken uitvoerders worden uitgevoerd, al of niet met de bijbehorende uitvoerders en de technische voorschriften voor die uitvoering. De waardestroom komt dus overeen met een werkwijze van het type workflow, procedure of werkinstructie, al naargelang de mate van detaillering van die werkwijze. De laatste is de meest gangbare vorm. De klantreis specificeert alleen wat de afnemer/gebruiker ervaart van alle werkzaamheden die in de workflow c.q. waardestroom voorkomen. Ook die klantreis kun je dus detailleren op het niveau van de workflow, de procedure, of de werkinstructie. De laatste is de meest gangbare vorm. | Https://www.noraonline.nl/wiki/Het procesmodel en de werkstromen van de overheidsorganisatie | Actueel | 14 september 2025 08:15:28 | |
| werkinstructie | De specificatie van een proces of een (daaruit samengestelde) workflow, de uitvoerder van elke handeling daarin, en de technische uitvoeringsvoorschriften en hulpmiddelen die deze uitvoerder daarbij hanteert. | Een werkinstructie is een soort werkwijze die het 'hoe' toevoegt aan het 'wat' en het 'wie' van een procedure.
Een werkinstructie kan gedefinieerd worden voor de scope van een proces, maar een werkinstructie heeft meer betekenis als deze net als de procedure wordt gedefinieerd voor de scope van een workflow. Het NORA Basisconcept van Dienstverlening specificeert vijf generieke dienstverleningsprocessen in een geïntegreerd procesmodel, waarin slechts acht workflows voorkomen. Met de templates van die acht workflows kan een organisatie talloze praktische uitwerkingen genereren op het niveau van de werkinstructie. De details van die werkinstructies worden dan bepaald door de daarbij ingezette uitvoerders, de technische uitvoeringsvoorschriften en hulpmiddelen, en de diensten die daarmee worden gerealiseerd. | Https://www.noraonline.nl/wiki/De bouwblokken van het managementsysteem#Werkwijzen: processen%2C procedures%2C werkinstructies | Actueel | 14 september 2025 08:15:27 | ||
| werkwijze | Een manier om iets uit te voeren. | Het NORA Basisconcept van Dienstverlening onderscheidt drie soorten werkwijzen, op drie samenstellingsniveaus (zie het NORA Basisconcept van Dienstverlening:
Niveau 1: Een proces of workflow specificeert alleen de logische volgorde van handelingen, dus alleen het 'wat'. Niveau 2: Een procedure specificeert de logische volgorde van handelingen én de uitvoerders daarvan, dus het 'wat' en het 'wie'. Niveau 3: Een werkinstructie specificeert de logische volgorde van handelingen, de uitvoerders daarvan, én de technische uitvoeringsvoorschriften en hulpmiddelen die deze uitvoerder daarbij hanteert, dus het 'wat', het 'wie', en het 'hoe'. In een klantgerichte dienstverlening beschrijven alle werkwijzen de afhandeling van een melding vanaf de trigger tot en met het opleveren van het beoogde resultaat aan de aanvrager. Het NORA Basisconcept van Dienstverlening ondersteunt de ontwikkeling van een onbeperkte hoeveelheid organisatie-specifieke werkwijzen die allemaal op één en dezelfde generieke grondslag zijn gestoeld: het volledig geïntegreerde en daardoor non-redundante, generieke procesmodel van een dienstverlener. Door het herhaald toepassen van deze structuur in ketens tussen en binnen overheidsorganisaties kan de samenwerking (organisatorische interoperabiliteit) tussen betrokken organisaties en teams krachtig worden gestroomlijnd. Practices zijn praktische werkwijzen, die generiek zijn uitgewerkt op niveau 3: de werkinstructie. | dienstverlener | Https://www.noraonline.nl/wiki/De bouwblokken van het managementsysteem#Werkwijzen: processen%2C procedures%2C werkinstructies | Actueel | 14 september 2025 08:15:27 | |
| werkingsgebied | De geografische of organisatorische afbakening waarin iets uitwerking heeft. | Werkingsgebieden zijn bedoeld om de uitwerking van bijvoorbeeld regels, principes, standaarden, afspraken of voorzieningen af te bakenen. Die afbakening kan bijvoorbeeld geografisch of organisatorisch zijn. Een werkingsgebied moet niet verward worden met toepassingsgebied. In het onderwijs worden werkingsgebieden gebruikt voor de afbakening van onderwijsdomeinen die gerelateerd zijn aan onderwijssectoren en de onderverdeling daarbinnen (zie: https://rosa.wikixl.nl/index.php/Werkingsgebieden). | NORA | Actueel | 14 september 2025 08:15:26 | ||
| waardestroom | De verzameling van handelingen die nodig zijn om een dienst te leveren, gezien vanuit het perspectief van de dienstverlener. | value stream | Een werkwijze voor het leveren van een dienst kan uit verschillende perspectieven worden beschouwd.
Vanuit het perspectief van de afnemer spreken we van klantreis (customer journey): de verzameling interacties (touchpoints) die de afnemer ervaart bij de uitvoering van de dienst. Een dienstverlener ervaart van die werkwijze echter veel meer: de dienstverlener is verantwoordelijk voor gehele uitvoering. Vanuit het perspectief van de dienstverlener spreken we dan van waardestroom (value stream). Een workflow, een waardestroom, en een klantreis beschrijven alle drie de end-to-end stroom van het werk dat bij een dienstverleningsprestatie is inbegrepen, maar vanuit verschillende perspectieven en met verschillende diepgang. De workflow specificeert alleen de handelingen. De detaillering daarvan vindt plaats in de vorm van de procedure en de werkinstructie. De waardestroom specificeert alle handelingen die door alle betrokken uitvoerders worden uitgevoerd, al of niet met de bijbehorende uitvoerders en de technische voorschriften voor die uitvoering. De waardestroom komt dus overeen met een werkwijze van het type workflow, procedure of werkinstructie, al naargelang de mate van detaillering van die werkwijze. De laatste is de meest gangbare vorm. De klantreis specificeert alleen wat de afnemer/gebruiker ervaart van alle werkzaamheden die in de workflow c.q. waardestroom voorkomen. Ook die klantreis kun je dus detailleren op het niveau van de workflow, de procedure, of de werkinstructie. De laatste is de meest gangbare vorm. | dienstverlener werkinstructie | Https://usmwiki.com/index.php/Value stream/nl | Actueel | 14 september 2025 08:15:25 |
| waarde | De betekenis of het belang dat aan iets wordt toegekend. | Het begrip waarde kan verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de context, en verwijst naar de betekenis of het belang dat aan iets wordt toegekend.
In de context van dienstverlening geldt, indachtig de spreuk "Value is the eye of the beholder", dat waarde een subjectieve beoordeling is die wordt bepaald door de afnemer van de dienst. Waarde komt hier neer op de door de afnemer ervaren verbetering in de wijze waarop iets in de afnemersomgeving functioneert. Dat kan tal van aspecten betreffen, zoals gebruiksvriendelijkheid, efficiëntie of innovatie. Waarde is dan te omschrijven als "een verbetering in de vitaliteit van het systeem (van de afnemer)". In een maatschappelijke, morele of ethische context kan waarde verwijzen naar principes, normen en overtuigingen, maar ook naar ervaringen zoals kunst. Denk ook aan het begrip 'kernwaarde'. In een financiële context kan waarde verwijzen naar het bedrag in geld dat iets vertegenwoordigt als het verhandeld zou moeten worden. | Actueel | 14 september 2025 08:15:25 | |||
| voorziening | De ondersteunde goederen en/of handelingen die de dienstverlener beschikbaar stelt aan de afnemer als onderdeel van de dienst. | Iedere dienst is een ondersteunde voorziening. De voorziening is dus een onderdeel van de dienst.
Voorzieningen in overheidsdiensten zijn buitengewoon variabel: daaronder vallen alle zaken die aan de burger beschikbaar worden gesteld in het kader van de dienstverlening. Dat varieert van openbaar vervoer tot aan inkomensvoorzieningen, van openbaar groen tot geestelijke hulpverlening, en van onderwijs tot aan afvalverwerking en verkeerstoezicht. In andere bedrijfstakken geldt hetzelfde: voorzieningen zijn buitengewoon variabel en kunnen zo ongeveer alles omvatten waardoor de afnemer een meerwaarde ervaart. Een voorziening bestaat uit een combinatie van goederen en handelingen. Het zwaartepunt kan daarbij op goederen liggen (denk aan een straat, een park of een leaseauto), maar ook op handelingen (denk aan geestelijke gezondheidszorg). De ondersteuning van die voorziening, waarmee het begrip 'dienst' gecompleteerd wordt, is in alle situaties weliswaar gelijkvormig, maar deze ondersteuning kan wel variëren in de scope en kwaliteit van uitvoering. Bij dienstverlening maakt de gebruiker altijd gebruik van de component voorziening, om iets te doen wat deze gebruiker niet kon, mocht, of wilde doen. Voor een uitgebreide toelichting, zie het NORA Basisconcept van Dienstverlening. | object | Https://www.noraonline.nl/wiki/De bouwblokken van de dienst | Actueel | 14 september 2025 08:15:24 | |
| visie | Een korte verklaring over een gewenste toekomst waar de organisatie een bijdrage aan wenst te leveren. | In een visie legt de organisatie haar beschouwing van een gewenste toekomst vast: datgene waar die organisatie een bijdrage aan wil leveren. Van die visie leidt de organisatie dan haar eigen missie af: de bijdrage die de organisatie aan die gewenste toekomst kan en wil leveren, vanuit haar eigen kernwaarden. Voor de realisatie van die missie kiest de organisatie een strategie waarmee de organisatie een concrete doelstelling wil bereiken. Die doelstelling kan met een serie concrete doelen worden gerealiseerd. | missie kernwaarde | Https://usmwiki.com/index.php/Vision/nl | Actueel | 14 september 2025 08:15:23 | |
| virtualisatie | Een technologie die een virtuele component creëert die zich functioneel hetzelfde gedraagt als een fysieke component, en waarbij het voor de gebruiker/beheerder niet zichtbaar is welke onderliggende fysieke component daarvoor gebruikt wordt. | Virtualisatie kan worden gebruikt om
een aantal kleinere componenten te plaatsen op een fysieke component die groter is (vaak bij server- en desktop-, en netwerkvirtualisatie). Hierbij ontstaan dus meerdere lichtere/kleinere componenten (servers, desktop, netwerksegmenten). de verdeling over meerdere fysieke componenten verbergen (vaak bij data- en opslagvirtualisatie) waardoor fysiek verspreide data als 1 logisch geheel gepresenteerd wordt. de fysieke component waarop een applicatie geïnstalleerd is en wordt uitgevoerd af te schermen (bij applicatie- virtualisatie); | Actueel | 14 september 2025 08:15:22 | |||
| vestiging | Een deel van een organisatie dat zich richt op dienstverlening in een specifiek geografisch gebied en daar ook een locatie heeft. | Het geografische gebied kan groot zijn (een provincie) en klein (een wijk). In het onderwijs wordt vestiging vaak als verkorte aanduiding voor vestigingserkenning gehanteerd. In de wet- en regelgeving is het bijvoorbeeld een aanduiding voor een onderwijslocatie waarop een vestigingserkenning is afgegeven door OCW aan de onderwijsorganisatie die deze locatie in gebruik heeft. | Http://opendata.stelselcatalogus.nl/hr/id/begrip/vestiging | Actueel | 14 september 2025 08:15:22 | ||
| verwerking | Het geheel van bewerkingen die worden uitgevoerd op persoonsgegevens | Deze bewerkingen kunnen handmatig of geautomatiseerd worden uitgevoerd. | Actueel | 14 september 2025 08:15:21 | |||
| versie | Een bepaald voorkomen van iets. | Om versiebeheer gestructureerd te kunnen uitvoeren is het wenselijk een typering van de mogelijke versies te hanteren m.b.v. semantisch versiebeheer. Dat kan net zo gedetailleerd als je wil,bijvoorbeeld in een driedeling: release,upgrade,fix:
release - Een geplande versie,die ruim van tevoren te vinden is op de wijzigingenkalender. upgrade - Een versie die niet kan wachten op de volgende geplande release. fix - Een correctieve versie die niet kon wachten tot de volgende upgrade of release. Andere gangbare indelingen zijn major/minor/patch of major/minor/revision die geheel analoog werken. Een model met vier types is bijvoorbeeld major/minor/micro/modifier. In software-omgevingen wordt soms met een meer gedetailleerde set van vijf types gewerkt: major/minor/patch/build/revision of zoals in Python: epoch/release/pre-release/post-release/development. Hoe meer versieniveaus,hoe gedetailleerder er op versiebeheer kan worden gestuurd,maar ook,hoe meer inspanningen daarvoor moeten worden verricht. | hulpmiddel product programmatuur | Actueel | 14 september 2025 08:15:20 | ||
| toepassingsgebied | De functioneel inhoudelijke afbakening van bepaalde artefacten. | functioneel toepassingsgebied | Voor het toepassingsgebied geldt dat bepaalde artefacten, zoals concepten, modellen, standaarden, processen, voorzieningen of regelgeving daaraan te relateren zijn. Een toepassingsgebied is functioneel van aard. Een toepassingsgebied is niet hetzelfde als een werkingsgebied. | werkingsgebied | Concept | 14 september 2025 08:15:19 | |
| toeleverancier | Een leverancier van de dienstverlener. | Het NORA Basisconcept van Dienstverlening onderscheidt in de dienstverleningsketen vanuit het perspectief van een ketenpositie (schakel) drie profielen: afnemer, dienstverlener, en toeleverancier. Dit onderscheid geldt dan voor elke schakel in de keten: elke schakel heeft aan de 'voorkant' een afnemer en aan de 'achterkant' een toeleverancier.
Dit zijn relatieve posities, die pas vorm krijgen zodra je een zekere schakel in de keten beschouwt. Vanuit het perspectief van de toeleverancier (één schakel verderop in de keten) is de leverancier van hierboven dan weer een afnemer. Ook de afnemer uit bovenstaand voorbeeld kan zelf weer een leverancier zijn, waardoor de eerstgenoemde leverancier nu als toeleverancier wordt beschouwd. Met deze drie profielen kunnen alle denkbare relatiepatronen tussen schakels in een ecosysteem worden getypeerd. | dienst dienstverlener | Https://usmwiki.com/index.php/Supplier/nl | Actueel | 14 september 2025 08:15:18 | |
| thesaurus | Een begrippenkader waarin begrippen semantisch en hiërarchisch zijn geordend. | Het doel van een thesaurus is traditioneel om de indexeerder en de zoeker te helpen bij het kiezen van dezelfde term voor hetzelfde begrip. Om dit te bereiken, bevat een thesaurus in de eerste plaats alle begrippen die nuttig kunnen zijn voor zoekdoeleinden in een bepaald domein. Ten tweede moet een thesaurus de begrippen zo presenteren dat mensen ze gemakkelijk kunnen vinden. Dit wordt bereikt door relaties tussen begrippen tot stand te leggen en de relaties te gebruiken om de begrippen in een gestructureerde weergave te presenteren. | Https://docs.geostandaarden.nl/nl-sbb/nl-sbb/ | Actueel | 14 september 2025 08:15:17 | ||
| toegang | De mogelijkheid van een entiteit om een object te benaderen en te gebruiken. | Toegang kan onder andere worden verleend, beperkt, gebruikt en gemonitord. De term toegang is tevens de naam van het domein in de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI), die valt onder de MIDO governancestructuur. Het is daarmee ook een clustering van afspraken, standaarden en voorzieningen die deel uitmaken van dit domein. Het domein gaat over beveiligde toegang tot diensten, gegevens en functionaliteit. Het omvat alles dat nodig is om mensen, organisaties, applicaties en apparaten op een veilige en rechtmatige manier toegang te geven. Dit vraagt om het nemen van maatregelen, die voor een belangrijk deel ook relevant zijn in het kader van informatiebeveiliging. Domein toegang is grotendeels synoniem met wat ook wel "identity & access management" wordt genoemd. | entiteit object | NORABegrippenkader | Actueel | 14 september 2025 08:15:17 | |
| taxonomie | Een begrippenkader, waarin begrippen hiërarchisch op basis van een classificatiecriterium zijn geordend in groepen of types. | classificatieschema taxonomische classificatie | Een taxonomie wordt gebruikt om kennis te ordenen en te indexeren (opgeslagen als documenten, artikelen, video's, enz.), zoals in de vorm van een bibliotheekclassificatiesysteem of een taxonomie van een zoekmachine, zodat gebruikers de informatie die ze zoeken gemakkelijker kunnen vinden. Taxonomieën zijn hiërarchieën (en hebben dus een intrinsieke structuur en betekenis). | Https://docs.geostandaarden.nl/nl-sbb/nl-sbb/ | Actueel | 14 september 2025 08:15:16 | |
| taak | Een opdracht om een samenhangende verzameling handelingen uit te voeren. | Een taak wordt ook wel sec gezien als die set samenhangende handelingen, en dus niet als de opdracht daartoe.
Het gaat bij een taak in beide gevallen dus om een verzameling handelingen. Die verzameling hoeft qua structuur niet overeen te komen met de ordening van handelingen in een proces, te weten de ordening in activiteiten of processtappen. Profielen die aan medewerkers worden toegekend hebben ook betrekking op taken. Zie voor meer achtergrondinformatie daarover de begrippen 'profiel' en 'rol'. | natuurlijk persoon | Https://usmwiki.com/index.php/Task/nl | Actueel | 14 september 2025 08:15:15 | |
| systeem | Een samenhangend en geïntegreerd geheel van componenten die elkaar wederzijds beïnvloeden. | Volgens de leer van Systems Thinking kun je onderscheid maken tussen de essentiële componenten van een systeem en de overige, niet-essentiële componenten. De essentiële componenten zijn vereist om het systeem überhaupt te laten functioneren: als zo'n component ontbreekt functioneert het systeem niet.
De niet-essentiële componenten leveren aanvullende functies, die gewenst kunnen zijn, maar niet noodzakelijk voor de werking van het systeem. Een voorbeeld: Op deze wijze specificeert het Basisconcept van Dienstverlening de drie essentiële componenten van een dienstverlenende organisatie: de mensen van die organisatie, de dingen die deze mensen doen ('processen'), en de hulpmiddelen die deze mensen daarbij gebruiken (c.q. nodig hebben). Aanvullende componenten zoals geld en data zijn niet vereist om een organisatie te laten functioneren, maar kunnen wel aanvullende functies ondersteunen die gewenst zijn. Een gevolg van het onderkennen van de essentiële componenten van een systeem is dat de werking van dat systeem alleen duurzaam kan worden verbeterd als alle essentiële componenten bij die verbetering zijn betrokken. Het reorganiseren van alleen de component 'mensen' leidt dus niet per definitie tot een duurzame verbetering van de prestatie, als de processen en hulpmiddelen niet bij die verbetering zijn betrokken. Het vervangen van alleen de component hulpmiddelen leidt niet tot een duurzame verbetering van de prestatie, als de mensen en de processen niet bij die verbetering zijn betrokken. Het is voor de verbetering van de prestatie van een systeem dus van groot belang om de essentiële componenten van dat systeem te onderkennen en hun onderlinge relaties te begrijpen. | Https://www.noraonline.nl/wiki/De bouwblokken van het managementsysteem | Actueel | 14 september 2025 08:15:14 | ||
| standaard | Vaststaand, erkend voorbeeld of model. | Standaarden kunnen aanbevolen worden of verplicht worden gesteld. Standaarden worden doorgaans ontwikkeld en beheerd door erkende organisaties, zoals het Forum Standaardisatie in Nederland. Forum Standaardisatie ontwikkelt en beheert, zelf geen open standaarden maar deze een status geeft: verplicht (‘Pas toe of leg uit’) of aanbevolen aan de overheid. Standaarden hebben als doel om consistentie en samenwerking binnen en tussen organisaties te bevorderen. Het gebruik van standaarden draagt bij aan efficiëntie, schaalbaarheid en toekomstbestendigheid, terwijl het tegelijkertijd helpt bij het reduceren van kosten en complexiteit. In de context van ICT en informatievoorziening zijn standaarden van essentieel belang om systemen, processen en gegevensuitwisseling op elkaar af te stemmen. Voorbeelden hiervan zijn technische protocollen, zoals HTTPS of SAML, maar ook organisatorische standaarden, zoals NEN-normen of de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Door het toepassen van erkende standaarden wordt tevens de adoptie van practices bevorderd en de kans op fouten of incompatibiliteiten verkleind. Voor de publieke sector kan Forum Standaardisatie open standaarden verplichten (‘Pas toe of leg uit’-verplichting) of aanbevelen aan de overheid. | Https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/standaard | Actueel | 14 september 2025 08:15:12 | ||
| rol | Een combinatie van taken die een medewerker tijdelijk op zich neemt en die afwisselend door verschillende personen kan worden vervuld, aangevuld met bevoegdheden en verantwoordelijkheden. | Een rol is een onderdeel van het begrip 'profiel', of een verschijningsvorm daarvan. Het begrip 'rol' wordt veelal gehanteerd wanneer er sprake is van een profiel dat een medewerker tijdelijk op zich neemt. Zo'n 'rol' kan dan afwisselend door verschillende medewerkers worden vervuld.
In de praktijk komt naast 'rol' ook vaak het begrip 'functie' voor, in de betekenis van 'job' of aanstelling. Het NORA begrippenkader gebruikt dat begrip niet voor dit doel: functie heeft in het begrippenkader alleen betrekking op functionaliteit. De scheidslijn tussen rol en functie is in de praktijk dun. Zo kunnen bijvoorbeeld rollen zoals ethical hacker, data engineer, architect, change manager, of CISO net zo goed voorkomen onder de noemer 'functie'. Feitelijk bestaan profielen, rollen en het het niet gehanteerde 'functies' allemaal uit takenpakketten die aan een medewerker kunnen worden toegekend, voorzien van de bijbehorende bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De begrippen verschillen vooral in hun gebruik, en dan met name ten aanzien van de duurzaamheid van de relatie tussen het takenpakket en de medewerker: rollen zijn vooral bedoeld om eenvoudiger overdraagbaar te zijn. Om het antwoord te geven op de vraag "Welke taken heeft deze medewerker?" hanteert het NORA Basisconcept van Dienstverlening het allesomvattende begrip 'profiel'. Voor meer achtergrondinformatie over 'rol', 'functie', en 'profiel', zie het begrip 'profiel'. | Https://usmwiki.com/index.php/Profile/nl | Actueel | 14 september 2025 08:15:11 | ||
| referentiecomponent | Een component van een systeem die geldt als referentie voor een bepaald doel. | Dit begrip met deze definitie wordt gehanteerd in de context van applicaties in een referentiearchitectuur. | Actueel | 14 september 2025 08:15:10 | |||
| referentiearchitectuur | Een architectuur, gebaseerd op de praktijk, die als een voorbeeld dient voor het opstellen van specifieke (referentie)architecturen. | Het opstellen van een specifieke architectuur wordt daarmee een kwestie van het selecteren van herbruikbare principes, modellen en beschrijvingen, en het aanpassen aan en aanvullen op de specifieke situatie. Dit zorgt voor een grote versnelling van het architectuurontwerpproces.
Zie ook Een definitie van referentie architectuur De daarvan af te leden architecturen zijn in dezen de praktische ontwerpen, c.q. structuren, van zaken die in het domein van de referentie voorkomen. Voorbeelden van referentiearchitecturen zijn GEMMA voor gemeenten, HORA voor het Hoger Onderwijs. Zie voor meer voorbeelden: https://www.noraonline.nl/wiki/NORA_Familie. | Actueel | 14 september 2025 08:15:09 | |||
| rechtspersoon | Een organisatie die in het recht als rechtssubject is erkend als drager van wettelijke rechten en plichten | Het betreft die een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit. Voorbeelden van organisatie met een rechtspersoonlijkheid staan genoemd in het Burgerlijk Wetboek,Boek 2 artikelen 1-3. Voor erkenning als rechtspersoon moet een organisatie aan meer voorwaarden voldoen dan het hebben van een vastgelegde structuur. Een notariële akte is niet altijd vereist (zie Titel 2 artikel 30 van dezelfde bron). In een juridische context wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen natuurlijke personen (mens) en niet-natuurlijke persoon (organisatie) met of zonder rechtspersoonlijkheid. De sui generis organisaties zijn onderdeel van De Staat en hebben geen afzonderlijke rechtspersoonlijkheid op basis van Boek 2 BW. | organisatie | EUCoreVocabulary(nognalopenwelke) | Actueel | 14 september 2025 08:15:09 | |
| raamwerk | De opzet, de structuur of het concept van iets. | framework | Een raamwerk in bestuurlijke context is een gestructureerde aanpak om complexiteit te beheren, consistentie te waarborgen en de effectiviteit van besluitvorming en uitvoering te verbeteren. Het bestaat uit principes en richtlijnen die helpen bij het sturen van beslissingen, planning en activiteiten binnen een organisatie.
Een juridisch raamwerk heeft betrekking op een set van wetten, regels en voorschriften die de basis vormen voor het juridische systeem van een organisatie. Een beleidsraamwerk heeft betrekking op richtlijnen en principes die worden vastgesteld door organisaties om beleidsbeslissingen te ondersteunen en te sturen. Een governance-raamwerk heeft betrekking op de elementen die worden gebruikt voor het besturen en beheren van een organisatie. In de IT staat een raamwerk (framework) tegenover een methode: een methode specificeert een algemene aanpak op basis van bouwblokken en toepassingsregels die kan leiden tot de practices die in een raamwerk zijn opgenomen. Voorbeeld: het NORA Basisconcept van Dienstverlening beschrijft een methode voor het managen van dienstverlening, en ITIL, ASL, BiSL en COBIT beschrijven raamwerken die elk een eigen verzameling practices omvatten. Raamwerken bestaan dan uit practices en zijn daarom conditioneel bepaald: als de condities veranderen, dan veranderen ook die practices, en daarmee ook het raamwerk. Om die reden komen raamwerken in steeds weer nieuwe vormen voor en zijn methodes (gebaseerd op stabiele principes) veel stabieler. | Https://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/nederlands/betekenis/raamwerk | Actueel | 14 september 2025 08:15:08 | |
| processtap | Een samenhangend geheel van activiteiten als onderdeel van een proces. | Een processtap wordt veelal gebruikt om op hoofdlijnen de samenstelling van een proces te specificeren als de logische volgorde van te volgen stappen op weg naar het beoogde procesresultaat. Elke processtap kan daarna worden gedetailleerd in meerdere activiteiten die vervolgens weer zijn uit te werken in de bijbehorende handelingen. | Https://www.noraonline.nl/wiki/Het procesmodel en de werkstromen van de overheidsorganisatie | Actueel | 14 september 2025 08:15:05 | ||
| product | Dat wat je produceert. | voortbrengsel | Het product van een dienstverlener is de dienst. Een product staat niet gelijk aan goederen. Goederen kunnen onderdeel zijn van de voorziening die deel uitmaakt van deze dienst. De goederencomponent van een dienst wordt in de praktijk nog regelmatig 'product' genoemd: een overblijfsel uit tijden waarin de economie vooral gericht was op het leveren van goederen in eenmalige transacties. Denk aan het begrip 'Producten- en Dienstencatalogus' (PDC). Inmiddels is de economie geheel getransformeerd tot een diensteneconomie,waarin de producten van organisaties hun diensten zijn. | dienstverlener | Https://usmwiki.com/index.php/Product/nl | Actueel | 14 september 2025 08:15:05 |
| ... meer resultaten | |||||||
Een onderscheidbaar iets in het beschouwde domein.
Een samenhangend en geïntegreerd geheel van componenten die elkaar wederzijds beïnvloeden.
Groep mensen die samenwerken om specifieke doelen te bereiken.
Een op zichzelf staand geheel van gegevens met een eigen identiteit.
Een eenheid van denken die wordt uitgedrukt door een woord of een groep woorden en verwijst naar de betekenis die daaraan wordt gegeven.
De representatie van een kenmerk dat is toegekend aan een informatieobject.
Een vastgelegde waarneming of bewering over een eigenschap van een object.
Vaststaand, erkend voorbeeld of model.
Een verzameling normatief bedoelde begrippen die in een bepaald domein relevant zijn.
Een verzameling van specificerende kenmerken.
De werking van iets.
Het geheel van voorzieningen dat nodig is om iets te laten functioneren.
Een verzameling processtappen die wordt getriggerd om een beoogd resultaat te bereiken.
Een proces dat zodanig is beschreven dat de onderkende processtappen zich lenen voor uitvoering door verschillende entiteiten (ketenpartners).
Datgene wat je wil bereiken in de context van een missie.
Een organisatie die een dienst levert aan een organisatie of een natuurlijke persoon.
Een samenwerkingsverband tussen organisaties die, naast hun eigen doelstellingen, een of meer gemeenschappelijke doelstellingen nastreven.
De wet- en regelgeving en/of het beleid die van toepassing zijn.
Een praktische beschrijving van de wijze waarop een taak wordt uitgevoerd.
Iets dat bij overdracht een waarde vertegenwoordigt.
Een object dat gedrag kan vertonen.
Een samenhangend stelsel van middelen waarmee je doelen realiseert.
Het vermogen van entiteiten om te kunnen interacteren.
Een ondersteunde voorziening.
De functioneel inhoudelijke afbakening van bepaalde artefacten.
De geografische of organisatorische afbakening waarin iets uitwerking heeft.
Een systeem waarbinnen organisaties via afspraken, standaarden en/of voorzieningen samenwerken om bepaalde functionaliteit te realiseren.
Het geheel van voorzieningen waarmee een gebruiker in zijn informatiebehoefte kan voorzien.
Een systematische werkwijze voor het besturen van, de gedragscode voor, en het toezicht op organisaties.
Een beknopte verklaring over wat de organisatie nastreeft in de context van haar visie en onder invloed van drijfveren.
Een specifieke en meetbare stap om een doel te bereiken.
Fundamentele overtuiging van een natuurlijk persoon of een organisatie, gebaseerd op maatschappelijke waarden.
Een korte verklaring over een gewenste toekomst waar de organisatie een bijdrage aan wenst te leveren.
Het geheel van digitale gegevens en instructies die een computer gebruikt om taken uit te voeren.
Een combinatie van taken die een medewerker tijdelijk op zich neemt en die afwisselend door verschillende personen kan worden vervuld, aangevuld met bevoegdheden en verantwoordelijkheden.
De beoogde werking van iets.
Een vereenvoudigde representatie van een deel van de werkelijkheid.
Een verzameling van kenmerkende eigenschappen van een object.
Een natuurlijke persoon die iets gebruikt.
Een computerprogramma voor gebruikers.
De beschrijving van de koppeling en daaruit voortkomende interactie tussen twee entiteiten.
Model dat de processen en hun onderlinge samenhang specificeert.
Het proces waarmee wijzigingen worden behandeld.
Het proces waarmee incidenten worden behandeld.
Het proces waarmee afspraken worden gemaakt en beheerd.
Het proces waarin alle operationele activiteiten van de dienstverlener worden uitgevoerd.
Het proces waarmee verbeteringen worden behandeld.
Een manier om iets uit te voeren.
Samenhangend geheel van dingen in de werkelijkheid.
De ondersteunde goederen en/of handelingen die de dienstverlener beschikbaar stelt aan de afnemer als onderdeel van de dienst.
Dat wat partijen met elkaar hebben besloten.
De hulp die de afnemer ontvangt van de dienstverlener bij het benutten van de dienst.
Datgene wat je aanwendt om een doel te bereiken.
Een leverancier van de dienstverlener.
Een middel dat door een natuurlijk persoon of organisatie wordt gebruikt bij het uitvoeren van handelingen.
Het organiseren van taken om doelen effectief en efficiënt te bereiken.
Het plannen, aansturen van, en toezien op werkzaamheden door uitvoerders.
De betekenis of het belang dat aan iets wordt toegekend.
Dat wat een systeem kan presteren.
Een samenhangend geheel van activiteiten als onderdeel van een proces.
Een samenhangende set van handelingen als onderdeel van een processtap.
Een kleinste eenheid van werk als onderdeel van een activiteit.
Het bezitten van toestemming om een handeling te mogen verrichten.
Een bepaald voorkomen van iets.
Een reeks opeenvolgende handelingen in het procesmodel van een organisatie, waarmee een dienstverleningsverzoek van begin tot eind wordt afgehandeld.
Een verzoek vanuit een afnemer aan een dienstverlener waarmee een beroep wordt gedaan op de ondersteuning van een voorziening.
Een generieke structuur die voor meerdere toepassingen herbruikbaar is.
De verzameling van handelingen die nodig zijn om een dienst te leveren, gezien vanuit het perspectief van de dienstverlener.
De acties van een gebruiker en de interacties tussen een gebruiker en een dienstverlener bij het afnemen van een dienst, gezien vanuit het perspectief van de gebruiker.
Een functioneel onderdeel van een systeem, bestaande uit meerdere elementen.
Een deel van een organisatie dat zich richt op dienstverlening in een specifiek geografisch gebied en daar ook een locatie heeft.
Een begrippenkader waarin begrippen semantisch en hiërarchisch zijn geordend.
Het deel van de organisatie dat zich bezig houdt met het managen.
Indeling in categorieën.
Een begrippenkader, waarin begrippen hiërarchisch op basis van een classificatiecriterium zijn geordend in groepen of types.
De betekenis die mensen geven aan gegevens in een context.
Een opdracht om een samenhangende verzameling handelingen uit te voeren.
Een architectuur, gebaseerd op de praktijk, die als een voorbeeld dient voor het opstellen van specifieke (referentie)architecturen.
Een organisatie die in het recht als rechtssubject is erkend als drager van wettelijke rechten en plichten
De opzet, de structuur of het concept van iets.
Dat wat je produceert.
Samenhangend geheel van dingen in de werkelijkheid.
Een onderscheidbaar iets in het beschouwde domein.
Een verzameling van kenmerkende eigenschappen van een object.
Een vastgelegde waarneming of bewering over een eigenschap van een object.
Een op zichzelf staand geheel van gegevens met een eigen identiteit.
Een vereenvoudigde representatie van een deel van de werkelijkheid.
De werking van iets.
Een verzameling processtappen die wordt getriggerd om een beoogd resultaat te bereiken.
Een beknopte verklaring over wat de organisatie nastreeft in de context van haar visie en onder invloed van drijfveren.
Groep mensen die samenwerken om specifieke doelen te bereiken.
Een ondersteunde voorziening.
Een reeks opeenvolgende handelingen in het procesmodel van een organisatie, waarmee een dienstverleningsverzoek van begin tot eind wordt afgehandeld.
Een kleinste eenheid van werk als onderdeel van een activiteit.
Een opdracht om een samenhangende verzameling handelingen uit te voeren.
De betekenis of het belang dat aan iets wordt toegekend.
Een systeem waarbinnen organisaties via afspraken, standaarden en/of voorzieningen samenwerken om bepaalde functionaliteit te realiseren.
De ondersteunde goederen en/of handelingen die de dienstverlener beschikbaar stelt aan de afnemer als onderdeel van de dienst.
Een samenhangend en geïntegreerd geheel van componenten die elkaar wederzijds beïnvloeden.
Een natuurlijke persoon die iets gebruikt.
Een manier om iets uit te voeren.
Een korte verklaring over een gewenste toekomst waar de organisatie een bijdrage aan wenst te leveren.
Een object dat gedrag kan vertonen.
Datgene wat je wil bereiken in de context van een missie.
Een organisatie die een dienst levert aan een organisatie of een natuurlijke persoon.
Een entiteit die iets afneemt van een andere entiteit.
Datgene wat je aanwendt om een doel te bereiken.
Een samenhangend geheel van activiteiten als onderdeel van een proces.
Een samenhangende set van handelingen als onderdeel van een processtap.
Model dat de processen en hun onderlinge samenhang specificeert.
De hulp die de afnemer ontvangt van de dienstverlener bij het benutten van de dienst.
Een functioneel onderdeel van een systeem, bestaande uit meerdere elementen.
Een verzameling normatief bedoelde begrippen die in een bepaald domein relevant zijn.
Het organiseren van taken om doelen effectief en efficiënt te bereiken.
De fundamentele concepten en eigenschappen van een object in zijn omgeving, samen met de leidende principes voor de realisatie en evolutie in de levenscyclus van dat object.
Contact: NORA Beheer
2 juli 2025 10:48:28
28 augustus 2023 22:40:27
2 juli 2025 10:48:28
5
Informatief
